InterviewZeeleven

De spitssnuitdolfijn weet zich goed te verstoppen

Een groepje Sato's spitssnuitdolfijnen bij de Koerilen.  Beeld Olga Filatova
Een groepje Sato's spitssnuitdolfijnen bij de Koerilen.Beeld Olga Filatova

Vorig jaar zomer is de Sato’s spitssnuitdolfijn voor het eerst in levenden lijve gezien, door een onderzoeksteam. Deze ‘nieuwe’ spitssnuitdolfijn, heeft een bijna zwarte huid en wordt door Japanse walvisvaarders ook wel ‘kraai’ genoemd.

Erik van Zwam

Marinebioloog Olga Filatova en expeditieleider Ivan Fedutin voeren vorig jaar zomer in een bootje van vijf meter lengte om voor National Geographic onderzoek te doen naar orka’s bij de Koerilen tussen Japan en Rusland. “We konden niet meer varen. Er was een dikke mist om ons heen met weinig zicht. We lagen te wachten tot de nevel optrok. Toen doken ze ineens op, zo’n vijftig meter van onze boot af: een groep Sato’s spitssnuitdolfijnen”, vertelt Filatova aan de telefoon. Het is tot nu toe een van de minst bekende diersoorten op aarde.

De onderzoekers namen foto’s om hun vermoeden dat het om de Sato’s spitssnuitdolfijnen ging, te bevestigen aan de hand van de uiterlijke kenmerken. Ook op de tweede tocht begin dit jaar doken de spitssnuitdolfijnen op. In totaal telde Filatova die twee keer dertig verschillende exemplaren.

Ook wist een expeditielid een biopsie te nemen door met een kruisboog en een happertje aan een lange lijn een stukje huid van een van de spitsnuitdolfijnen te grijpen. Laboratoriumonderzoek wees onlangs uit dat het inderdaad om deze bijzondere soort ging, die tot 2019 onbekend was voor de wereld.

Vernoemd naar Hal Sato

Japanse walvisvissers maakten wel gewag van zwarte, zeven meter lange onbekende spitssnuitdolfijnen, die ze de bijnaam Karasu gaven, oftewel de kraai of raaf. Sato’s spitssnuitdolfijnen zijn verwant aan de Baird spitssnuitdolfijn, maar zijn kleiner en donkerder, hebben een vooruitstekend voorhoofd en een spilvormig lichaam.

Ook maakte een Japanse onderzoeker, Hal Sato, aan het begin van dit millennium foto’s van de ongebruikelijk aandoende spitssnuitdolfijnen en zond ze naar het nationaal museum voor natuur en wetenschap in Japan. Het leidde in 2019 tot DNA-onderzoek bij in totaal vier aangespoelde dode exemplaren en dat wees uit dat het om een tot nu toe onbekende soort ging.

Sato’s spitssnuitdolfijn (boven, A) in vergelijking met de verwante Baird spitssnuitdolfijn (B).   Beeld Yoshimi Watanabe
Sato’s spitssnuitdolfijn (boven, A) in vergelijking met de verwante Baird spitssnuitdolfijn (B).Beeld Yoshimi Watanabe

Sato’s naam werd verbonden aan deze nieuwe soort van spitssnuitdolfijnen, waarvan er nog twee grotere soorten bekend zijn in deze tak van de familie van spitssnuitdolfijnen. Het zijn eigenlijk tandwalvissen, waar dolfijnachtigen onder vallen. In het Nederlands worden ze ook geassocieerd met dolfijnen omdat hun uiterlijk met hun smalle lange bek grote gelijkenis vertoont met wat wij dolfijnen noemen.

Filatova en de andere expeditieleden waren de eersten die levende Sato’s spitssnuitdolfijnen hadden gezien én hun identiteit konden bevestigen. Eeuwenlang wist deze soort onder de menselijke radar te blijven. “We weten heel weinig van deze soort”, zegt Filatova. “Ze zijn erg schuw, net als veel walvissoorten. Ook zijn ze moeilijk te zien omdat ze nauwelijks boven het water uitkomen, waardoor ze moeilijk te onderscheiden zijn van het zeewater, zeker in het ruigere water met hoge golven in het diepzeegebied.”

Duiken naar grote dieptes

De spitssnuitdolfijnen hebben ook een blaasgat om door te ademen. “Maar zij spuiten, zoals andere walvissen wel doen, geen waterstraal omhoog, waardoor ze erg onopvallend blijven. Het is dus moeilijk om ze op te merken. Ze zijn bovendien maar een paar minuten boven water en duiken dan weer naar grote dieptes in de zee waar ze twintig tot dertig minuten onder water blijven om op vis te jagen.”

Marinebioloog Olga Filatova Beeld Olga Filatova
Marinebioloog Olga FilatovaBeeld Olga Filatova

Ze zijn het beste te detecteren door met een boot stilletjes op het zeewater te dobberen en te hopen dat ze in jouw buurt boven water komen, en je ze kan horen ademen. Precies zoals het Filatova bij toeval is overkomen.

Filatova weet inmiddels dat de Sato’s spitssnuitdolfijnen in aparte groepen van mannetjes en vrouwtjes zwemmen. Er is geen idee van de omvang van de populatie en of ze bedreigd zijn in hun voortbestaan, zoals bij veel walvissoorten het geval is. “We weten dat ze bij de Koerilen voorkomen en bij de Aleoeten, een eilandengroep onder Alaska. Waarschijnlijk is hun leefgebied de Noordelijke Pacific, maar dat moet uit verder onderzoek blijken.

Watermonsters

Daar wordt een nieuwe wetenschappelijke onderzoeksmethode voor gebruikt, vertelt Filatova. Er worden watermonsters genomen uit de oceanen en die worden met een nieuwe techniek onderzocht op DNA-sporen. Er kan op deze manier ook worden vastgesteld waar Sato’s spitssnuitdolfijnen nog meer voorkomen. Ook kan dat over een langere periode informatie opleveren over de omvang van de populatie van deze soort, omdat het DNA van individuele dieren kan worden vastgesteld. Zo hoeft er niet stilletjes en eindeloos gewacht te worden op de oceaan totdat die walvissen opduiken.

Het mooie aan DNA zoeken in watermonsters is dat daarmee ook nog onbekende soorten walvissen, dolfijnen en vissen kunnen worden opgespoord. Filatova is ervan overtuigd dat er nog veel leven in de zeeën en de diepzee zit waar wij mensen nog geen weet van hebben. “Met DNA weet je dat ze bestaan, maar dan hebben we nog geen beeld van zo’n nieuw ontdekte soort; hoe die er dan uitziet. Als er soms dode exemplaren aanspoelen, zoals met de Sato’s spitssnuitdolfijn, kunnen we DNA en uiterlijk bij elkaar brengen.”

De methoden om DNA uit water te filteren geeft in de toekomst wel een beter inzicht in de biodiversiteit van het zeeleven. Het zal nog wel een geruime tijd duren voordat er resultaten zijn met deze revolutionaire onderzoeksmethode.

Walvisjacht door Japan

Bedreigingen zijn er genoeg voor deze nieuw ontdekte Sato’s spitssnuitdolfijn. De walvisjacht door Japan lijkt niet zozeer een risico voor deze soort. Walvisboten vangen vooral dwergvinvissen, met die populatie gaat het volgens Filatova redelijk, ondanks de jacht erop. “Het is vooral een ethisch dilemma geworden om walvissen te doden”, zegt ze.

Een veel groter gevaar vormen de lange visnetten die vissers uitzetten of die verloren gaan en onder water blijven zweven. “Walvissen en dolfijnen raken daarin verstrikt en verdrinken dan. Ze kunnen niet meer naar boven om lucht te happen. Op deze manier gaan veel meer walvisachtigen dood dan door de jacht. Vissers zijn een groter probleem dan de walvisjacht”, maakt Filatova duidelijk over de telefoon.

Ook geluidsstress is een enorm probleem. Mensen met hun boten zorgen op de zeeën voor een enorme geluidsvervuiling, tot op grote diepten. Dieren als dolfijnen en walvissen raken daardoor gedesoriënteerd. Of dat ook geldt voor de Sato’s spitssnuitdolfijn weet Filatova niet, maar het zou niet onlogisch zijn.

Na twintig jaar onderzoek te hebben gedaan naar orka’s wil ze nu haar onderzoek voortzetten naar de Sato’s spitssnuitdolfijnen. Volgend voorjaar hoopt ze terug te zijn in de wateren rond de Koerilen.

Lees ook:

Deze wetenschappers zoeken naar onontdekt leven op aarde.

Hoeveel nieuwe soorten op aarde zijn nog te verwachten? Wetenschappers startten een zoektocht naar leven, waarvan het einde voorlopig nog niet in zicht is.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden