InterviewRomke van de Kaa & Paul Geerts

De essentie van tuinieren? Leren omgaan met mislukkingen, zeggen de auteurs van De Tuinscheurkalender

De makers van De Tuinscheurkalender: Romke van de Kaa (l) en Paul Geerts. Beeld Judith Jockel
De makers van De Tuinscheurkalender: Romke van de Kaa (l) en Paul Geerts.Beeld Judith Jockel

Wellicht hebben tuinliefhebbers hem al in huis: De Tuinscheurkalender voor 2023, van groenauteurs Romke van de Kaa en Paul Geerts. Elke dag een praktische tip, handige weetjes over tuinieren en planten, achtergrondinformatie, recept of zelfs een tuingedicht.

Loethe Olthuis

De 26ste Tuinscheurkalender! Hebben jullie er zo langzamerhand geen genoeg van?

Romke van de Kaa: “Absoluut niet! De 26ste is trouwens al verleden tijd voor ons, we zijn volop bezig met de 27ste, voor 2024. Eigenlijk vinden we het nu nog leuker dan vroeger. De eerste jaren moesten we nog alles zelf uitvinden, nu ligt er een goed werkend stramien dat we alleen maar hoeven in te vullen. En dat is het leukste werk.”

Hoe gaat dat in zijn werk? Zitten jullie bij elkaar?

Paul Geerts: “Nee hoor, dat is niet nodig. Ik doe het meeste praktische werk: het stramien, of sjabloon, staat op mijn pc. Elk jaar schrap ik eerst alle oude teksten uit dit stramien en begin het dan opnieuw in te vullen. Eerst de feestdagen en bijzondere tuindagen, voor zover die al bekend zijn. Zo valt spinnenteldag elk jaar weer ietsje anders. Verder verzamel ik het hele jaar door leuke teksten, citaten en gedichten die betrekking hebben op de tuin, die zet ik er ook alvast in.

“Ik ben altijd verantwoordelijk voor de datumkant van de kalender, de teksten aan de achterkant doe ik om en om met Romke. Hij levert ze al rond half januari bij me in, in maart gaat de kalender naar de drukker. Verder hebben we een vaste volgorde ontwikkeld: elke vrijdag een moestuinrecept bijvoorbeeld. Overigens leggen we daarbij vooral de nadruk op echte moestuingroenten, die je niet snel in de winkel vindt. Denk aan Nieuw-Zeelandse spinazie of bijzondere tomaatrassen.”

Is een scheurkalender geen achterhaald medium?

Van de Kaa: “Kennelijk niet! De uitgeverij heeft dit jaar zelfs de oplage verhoogd, omdat de kalender zo’n succes is, daar waren we zelf ook verbaasd over. Dat kan toch niet alleen te maken hebben met een ouder lezerspubliek, daar zouden we het niet mee redden. Er zijn ook steeds meer jongeren geïnteresseerd in tuinieren; misschien is informatie in dagelijkse, hapklare brokken juist heel geschikt voor deze tijd. We geven met de kalender ook een inkijk in wat ons zelf bezighoudt. Ik denk dat dit persoonlijke element, samen met de variatie aan onderwerpen, mensen ook aanspreekt.”

(tekst gaat door onder de foto)

null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Wat willen jullie bereiken met de kalender, behalve het innen van een honorarium?

Van de Kaa lacht: “Rijk worden we er niet van. Zo’n dagkalender dwingt je om bij de tijd te blijven. Ik heb altijd een beetje de neiging om te preken, om mensen bewust te maken van onze invloed op het milieu en de biodiversiteit bijvoorbeeld. Dat doe ik al decennialang, maar de tijd heeft me ingehaald, het is nu actueler dan ooit.

“En ik ben zelf ook veranderd. Zo heb ik nu veel meer aandacht voor de dieren in de tuin, zoals insecten, vogels en het bodemleven. Die zijn misschien nog wel belangrijker dan de planten die je neerzet. En dit soort inzichten en ontwikkelingen kan ik prima kwijt in de scheurkalender.”

Geerts: “Mijn motivatie is vooral: kennisoverdracht. De belangstelling voor tuinen en groen groeit tegenwoordig enorm. Maar het blijkt lastig om betrouwbare informatie te krijgen. Er wordt veel onzin verkondigd, op internet, maar ook op papier. De scheurkalender geeft dan de mogelijkheid om van dag tot dag, met de seizoenen mee, gefundeerde en toegankelijke informatie te geven.”

Heeft de tuinkalender ook praktische impact, kunnen jullie dingen veranderen?

Van de Kaa: “Ik hoop het. Ik denk dat we wel een beetje invloed hebben. Ik gaf laatst een lezing over bodemleven op een volkstuinvereniging en daar stond de oude garde heel sceptisch tegenover zogenaamde nieuwigheden als minder spitten. Mijn verhaal gaf ze wel het laatste duwtje, de jongere leden waren sneller overtuigd. Ik denk dat juist de jonge tuiniers openstaan voor verandering en nieuwe inzichten. Hopelijk kan deze kalender daarbij helpen.”

Wat is de essentie van tuinieren?

“Leren omgaan met mislukkingen. En niet te netjes zijn. Door tuinieren kun je ervaren dat je onderdeel bent van een groter geheel. Dat voel ik zelf heel sterk. Ik denk dat veel mensen daar ook naar op zoek zijn. En heel praktisch: tuinieren is ontzettend gezond voor geest en lijf. Maar er zullen altijd mensen zijn die een tuin niks vinden. Je krijgt er vieze handen van, het is veel werk.”

Geerts: “Tuinieren leert je ook iets over bescheidenheid. Je kunt de natuur je wil niet opleggen, er gaat altijd iets anders dan je had gepland. Ik vind dat prima. Als ik zie dat er met liefde en enthousiasme in een tuin is gewerkt, maakt het me niet uit hoe die eruit ziet. Dan heeft de tuin zijn doel bereikt.”

Hebben jullie dezelfde ideeën over tuinieren?

Geerts: “Als het gaat om zaken als geen gif gebruiken, meebewegen met de natuur, milieubewust werken, daar denken we zeker hetzelfde over. Maar onze eigen tuinen verschillen enorm.”

Van de Kaa: “Ik ben veel rommeliger, Paul is meer een tuinarchitect en kijkt vooral naar ontwerp, zichtlijnen en dergelijke. Planten en bloemen hoeven van mij niet in een bepaalde vorm of in het gareel te staan. Ik vind bijvoorbeeld mijn wilde bloemenweide het mooist. Ik woon buiten en krijg vaak bezoek van reeën en andere wilde dieren. Toen een das de weide helemaal had omgewoeld, vond ik dat ook prima. Allemaal natuur.”

Geerts: “Ik ben inderdaad meer bezig met het ontwerp van een tuin, mijn tuin is veel formeler. Maar met het ouder worden mag er wel veel meer, al zal ik nooit zo nonchalant worden als Romke. Ik denk overigens dat dit verschil de scheurkalender ook beter maakt.”

Waar krijgen jullie kromme tenen van als het om tuinen gaat?

Van de Kaa: “Ik heb me de laatste jaren geërgerd aan de fanatieke en dure bestrijding van de buxusmot, bijvoorbeeld met allerlei giftige stoffen. Volstrekt onnodig, want intussen hebben de natuurlijke vijanden als mezen, mussen en kauwtjes de mottenpopulatie al behoorlijk uitgedund. En met de eikenprocessierups gebeurt hetzelfde. Enorme geldverspilling.”

Geerts: “Mijn grootste ergernissen zijn een gebrek aan originaliteit en onzinnige modetrends. In Vlaanderen is elk jaar een verkiezing van de best aangelegde tuin. En elk jaar hebben alle tuinen ‘Annabelle’-hortensia’s staan, overal ligt een zwembad. Ik kan me ook ergeren aan leibomen die zomaar ergens zijn neergezet, zonder dat ze enig nut hebben. Ze zijn vaak ook nog helemaal verkeerd gesnoeid. Een leiboom werd vroeger aangeplant als zonbescherming en om gebouwen koel te houden. Nu mag een leiboom juist geen schaduw in de kamer werpen.”

Hoe zien jullie de toekomst van tuinieren?

Van de Kaa: “Ik ben optimistisch. Er is steeds meer belangstelling voor groen, natuur en tuinieren en er komen nieuwe initiatieven bij, vooral op het gebied van gemeenschappelijk tuinieren. De schutting weghalen zodat je een grote tuin samen met je buren hebt, bijvoorbeeld. Of wijkbewoners die samen een stadstuin aanleggen en onderhouden.

“Daarnaast zie je meer gezamenlijke moestuinen, volkstuinverenigingen floreren. Klimaatverandering geeft behalve problemen ook mogelijkheden. In onze tuinen zullen steeds meer mediterrane planten als olijfbomen, palmen, oleanders en druiven komen te staan. Planten die niet zo goed tegen droogte en hitte kunnen, zullen verdwijnen – denk aan hortensia’s, ridderspoor en ligularia.”

Geerts: “Stedelijk groen zou een voorbeeldfunctie moeten hebben. Juist in parken en openbare tuinen kun je laten zien wat er, zelfs in een stad, allemaal mogelijk is. Nu is dat vaak ver te zoeken. Waarom allemaal dezelfde rozen? Perken met saaie doornstruiken? Zet eens fruitbomen neer! Nee, want daar gaan mensen van plukken, is het tegenargument, maar daar zijn zulke bomen toch juist voor bedoeld? Ik hoop dat overheden en tuinopleidingen zich hier meer voor gaan inzetten.”

Wie maken de kalender?

Romke van de Kaa schreef zeven tuinboeken. Zijn laatste boek, De onderwereld van de tuin, verscheen in 2020. Daarnaast heeft hij rubrieken in het AD en regionale dagbladen. Hij schrijft ook geregeld voor Plus Magazine en voor Nederlandse, Engelse en Duitse tuintijdschriften.

Paul Geerts is een Vlaamse tuinauteur en -liefhebber. Daarnaast is hij hoofdredacteur van CG Concept, het Belgische kennisplatform voor de groensector. Geerts heeft een tweetal tuinboeken geschreven en maakt sinds 1997 samen met Romke van de Kaa jaarlijks De Tuinscheurkalender.

Lees ook:

Loethe Olthuis schrijft wekelijks een column over tuinieren in Tijdgeest. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden