VoorpublicatieKirsten Dorrestijn

De bedreigde haas mist schuilplekken en kruiden in het gras

null Beeld Koos Dijksterhuis
Beeld Koos Dijksterhuis

De haas staat op de lijst van bedreigde diersoorten, nu zijn natuurlijke omgeving is veranderd door de mechanisatie op het platteland. Een voorpublicatie uit Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere) van Kirsten Dorrestijn.

Kirsten Dorrestijn

“Kijk, daar gaat er één”, zegt Martijn Weterings (51) en hij wijst in de verte. Het is iets voor zevenen ’s ochtends en we lopen bij de uiterwaarden van Zwolle. Tussen de boterbloemenzee van het grasland hipt een haas weg – het grijze staartje piept tussen het hoge gras omhoog.

“Anders dan bij een konijn wijst zijn staartje naar beneden”, legt Weterings uit. “En zie je zijn zwarte oorpunten? Ook dat is een kenmerk van de haas.” Zelfs de beste hazenkenners hebben soms moeite om hazen van konijnen te onderscheiden, vertelt Weterings. “Beelden van nachtcamera’s laten we soms wel door drie experts controleren.”

Het gaat slecht met de haas. Sinds de jaren vijftig is het aantal dieren met meer dan 50 procent afgenomen. In november 2020 werd de haas – net als het konijn – op de Rode Lijst met bedreigde diersoorten gezet, en van de lijst met bejaagbare soorten afgehaald. Maar de achteruitgang is al veel langer aan de gang, weet Weterings, die in 2018 op hazen promoveerde aan de Wageningen Universiteit.

Ook hazen zien?

• Kwelder op Schiermonnikoog
• Landgoed Haarzuilens bij Utrecht
• Duingebieden, bijvoorbeeld bij Castricum

Rommelhoekjes verdwenen

“De achteruitgang hangt sterk samen met de introductie van kunstmest in 1925. Waar de landbouw in Nederland eerst bestond uit kleinschalige boerderijtjes en boeren veel met de hand werkten, veranderde dat in grote bedrijven met zware machines. Rommelhoekjes verdwenen en er ontstonden strakke grasvelden met maar één soort gras, zonder plek voor bloemen of kruiden.”

“In heel Noordwest-Europa zijn er ongeveer 80 procent minder hazen dan toen. Hazen doen het slecht in de monocultuur. Het zijn kruideneters, geen Engels raaigraseters. Ze hebben veel variatie nodig.” Ook mist de haas schuilplekken in de rechttoe-rechtaan-graslanden. Doordat alles zo open is, kunnen ze zich niet verstoppen als ze vijanden zoals de vos, huiskat, havik en marterachtige zien aankomen.

Door de verrekijker is te zien hoe de haas verderop in het weiland rechtop gaat staan en met zijn voorpootjes in de lucht rondkijkt – oren recht omhoog. “Zo gaat hij ook zitten als hij een vijand ziet”, vertelt Weterings. “Dan laat hij zien: ik weet dat je mij hebt gezien en daarna is het een kwestie van wie het hardst kan lopen in het open landschap. De haas staat samen met de vos op nummer zeven van de snelst rennende dieren ter wereld.”

Ziekte, stress en de jacht

Behalve gebrek aan voedsel spelen ook ziektes, jacht en predatoren een rol bij de toestand van de haas. Weterings onderzocht voor zijn promotie het effect van de stress die predatoren teweegbrengen. “Samen met jagers zijn we het veld in geweest. We mochten de geschoten dode hazen meenemen en bij die dieren hebben we gekeken naar het aantal placental scars: de hoeveelheid littekens in de eileiders waaraan je het aantal geworpen jongen kunt aflezen. Dat aantal bleek een correlatie te hebben met de predatiedruk in een gebied. Hoe gestrester moeders zijn, hoe minder jongen er worden geboren.”

Uit Canadees onderzoek bleek al dat de foetussen van een haas werden geresorbeerd (in het lijf opgenomen) na het zien van een hond. Honden hebben een groot verstoringseffect, weet Weterings. Dat merkte hij tijdens een deelonderzoek op Schiermonnikoog waarbij hij hazen zenderde. “Nadat we met een hond door het veld hadden gelopen, zagen we dat de hazen nog de hele dag ander gedrag vertoonden. Ze bleven veel meer in de bedekking zitten en liepen minder rond. En dan was die hond nog aangelijnd en blafte hij niet.”

Weterings denkt dat niet alleen hazen, maar ook veel andere dieren last hebben van angst voor dit soort predatoren, zoals bijvoorbeeld weidevogels. Toch vindt hij het nog geen tijd voor drastische maatregelen zoals het afzetten van gebieden met rasters tegen bijvoorbeeld vossen. “Hazen komen bijna overal in Nederland nog voor.”

Wat kunt u zelf doen om de haas te helpen?

Zaai bermen of stroken in met kruiden en grassen: hazen eten graag zeer gevarieerd. Kies in de winkel voor biologische producten. Biologische boeren bieden op hun land meer ruimte voor biodiversiteit dan reguliere bedrijven. Doordat biologische boeren geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, groeien er verschillende grassen en kruiden waar hazen van kunnen knabbelen.

Een prachtig silhouet

We lopen langs grazende koeien in weiden die met houten paaltjes zijn afgerasterd. Achter ons ligt het dorpje Hattem. De graslanden rijken tot aan de horizon, waar een bos begint. Iets verderop zien we weer een haas door het grasland sprinten. Doordat hij parallel aan ons rent, is zijn silhouet mooi te zien. “Zijn kop is een beetje vierkant, zie je dat?”, vraagt Weterings terwijl hij door de verrekijker kijkt. “Die van een konijn loopt veel ronder naar beneden.” En, na even getuurd te hebben: “Zie je die lepeloren?”

Er is wel een lichtpuntje: sinds ongeveer 1997 is de afname gestabiliseerd en neemt de hazenpopulatie weer wat toe. “Een hockeystickje”, noemt Weterings, die nu docent is aan het Van Hall Larenstein in Leeuwarden, de lijn in de trend. Mogelijk werpt het natuurbeleid om soorten en het landschap te beschermen zijn vruchten af, denkt hij.

Weterings vindt de haas leuk omdat het een ‘typisch Nederlands’ dier is. “Gek genoeg wordt er maar weinig onderzoek naar het dier gedaan. Misschien omdat hij altijd aanwezig was.”

Een haas zit in het gras terwijl vrijwilligers al klappend in hun handen door de weilanden van het park Schothorst naderen. Zij tellen de hazen op het landgoed om veranderingen in de populatie te kunnen waarnemen. Beeld ANP, Vincent Jannink
Een haas zit in het gras terwijl vrijwilligers al klappend in hun handen door de weilanden van het park Schothorst naderen. Zij tellen de hazen op het landgoed om veranderingen in de populatie te kunnen waarnemen.Beeld ANP, Vincent Jannink

Dit artikel is een voorpublicatie uit ‘Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere)’ van Kirsten Dorrestijn dat 13 juni verschijnt bij uitgeverij Thomas Rap, 160 pagina’s, met illustraties door Herwolt van Doornen. 21,99 euro.

Zoogritueel

Sim Broekhuizen (1937) deed van 1966 tot 1976 onderzoek naar hazen bij verschillende wetenschappelijke instituten. “Op een dag tipte een jachtopzichter me dat een boer in de uiterwaarden van Brummen jonge haasjes op zijn land had gevonden. Hij had het hele land gemaaid, behalve de pol gras waarin de jonge haasjes lagen. Ik ging met mijn medewerker kijken en we besloten te blijven. We hebben ze de hele zoogperiode geobserveerd, een maand lang, 24 uur per dag. In een caravan aan de rand van het weiland sloegen we apparatuur op, zoals warmtecamera’s.”

Ze ontdekten dat de jonge haasjes eenmaal in het etmaal worden gevoed, op de plaats waar ze geboren zijn. ’s Avonds kwam de moederhaas eraan en werden de jongen gezoogd. Dat gebeurde een uur na zonsondergang. De jongen verspreidden zich naarmate ze ouder werden na het zogen steeds meer, ze trokken naar de randen van het weiland, maar drie kwartier na zonsondergang verlieten ze hun schuilplek om terug te keren naar de plek waar ze waren geboren – ook toen de graspol eenmaal gemaaid was. “Een kwartier later kwam dan steevast de moeder aangehuppeld. Dat zogen duurde gemiddeld een minuut of drie. Dan keken de jongen nog even van: ‘Is het echt afgelopen?’ en daarna verdwenen ze weer.”

Om te achterhalen of het zoogritueel uniek was voor dit nest of algemeen bij hazen, volgden Broekhuizen en collega’s nog zo’n 25 andere nestjes. Steeds bleek de moederhaas een uur na zonsondergang de jongen te zogen. “De jonge haasjes gingen voor die tijd al bij elkaar zitten. Als ze wat ouder waren, hadden ze soms de neiging om naar de moeder toe te hippen zodra ze haar zagen aankomen, maar dat werd niet geaccepteerd. De moeder ging precies terug naar de plaats waar ze de jongen had geworpen. Het is belangrijk dat zo’n jong haasje daar op tijd is, want anders moet hij vierentwintig uur wachten voordat hij weer melk krijgt.”

Na een maand zogen houdt de moeder het voor gezien en vindt ze dat haar jongen zichzelf moeten zien te redden. Vaak is ze dan alweer drachtig van een volgende worp. Sim: “De jongen komen nog twee dagen voor niks, en blijven daarna ook weg.”

Als de moeder na haar laatste worp in de herfst niet opnieuw drachtig wordt, blijft ze de jongen vaak nog lang zogen. “Het is een ritueel”, vertelt Broekhuizen. “Soms worden ze maar 10 seconden gezoogd, maar ze blijft melk geven.”

Lees ook:

Het is code rood voor de haas en het konijn

Haas en konijn hebben de rode lijst gehaald. Een dubieuze prestatie, schrijft bioloog Koos Dijksterhuis. Konijnen zijn grotendeels weggevaagd door myxomatose en de konijnengriep VHS. Hazen hebben vooral te lijden van het uitgeklede landschap.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden