Klimaatverandering

De 1,5 graad: eerst een politiek doel, nu een strohalm waar de wereld zich aan vastklampt

Een strook land tussen de Stille Oceaan (rechts) en een lagune in Funafuti, Tuvalu.  Beeld Getty Images
Een strook land tussen de Stille Oceaan (rechts) en een lagune in Funafuti, Tuvalu.Beeld Getty Images

Het wetenschappelijk klimaatplatform IPCC heeft deze week de meest urgente boodschap in zijn geschiedenis de wereld in geslingerd. Het is ‘de laatste waarschuwing’ om de maximaal 1,5 graad opwarming nog te kunnen halen. Hoe belangrijk is dat?

Esther Bijlo

Waar komt het doel van 1,5 graad vandaan?

‘1.5 to stay alive.’ Die leus is letterlijk van toepassing op ons, zeiden kleine eilandstaten in het begin van deze eeuw. Op stukjes land in de oceaan, zoals Tuvalu, Trinidad en Tobago en Nauru, ligt de oorsprong van ‘de 1,5 graad’ als klimaatdoel. Wij lopen onder door klimaatopwarming, stelden de eilanden, de stijgende zeespiegel is voor ons een existentiële bedreiging.

Op de klimaattop in 2009 in Kopenhagen trok Tuvalu, één van de kleinste landjes ter wereld, de aandacht met een hartstochtelijk pleidooi voor een grens van maximaal 1,5 graad opwarming. Samen met andere landen, verenigd in de Alliance of Small Island States (AOSIS), schudde Tuvalu de klimaatvergadering op met het voorstel er een juridisch bindend doel van te maken.

‘Onrealistisch’ was de teneur van de reacties, niet alleen uit de politiek, ook uit wetenschappelijke hoek. Ondanks steun van Afrikaanse landen kwam het er niet doorheen. In plaats daarvan kwam de 2 graden in het akkoord van Kopenhagen. Als gezamenlijke inspanning, niet bindend. Met als toevoeging dat landen zouden ‘bekijken’ of ze de opwarming ook tot 1,5 graad kunnen beperken.

Het ijkpunt van 2 graden kwam in 2009 pas voor het eerst in een klimaatakkoord terecht. Het is in feite een willekeurige grens. In de internationale klimaatonderhandelingen tot dan toe, begonnen in 1992, waren meerdere maatstaven in beeld om de opwarming van de atmosfeer aan af te meten. Zoals het aantal deeltjes CO2 in de atmosfeer, het aantal hittegolven, of de absolute uitstoot van broeikasgassen.

Het wetenschappelijk onderzoek was eerder al bezig met de grens van 2 graden. Wat als de wereld heter wordt? Dan ontstaat mogelijk ‘gevaarlijke klimaatverandering’ waarbij ‘kantelpunten’ de opwarming kunnen versterken, met desastreuze gevolgen voor de leefbaarheid van de planeet. De 2 graden zou nog een soort ‘veilig’ niveau zijn, was de veronderstelling. De ‘2 graden’ belandde zo vanuit de wetenschap in de politiek. De temperatuur bleek een handige, simpele maatstaf voor de wereld om zich op te richten.

Pas in 2015, in het Klimaatakkoord van Parijs, kreeg de 1,5 graad een belangrijker status – geholpen door een wetenschappelijk VN-rapport, vlak daarvoor uitgekomen. Conclusie: opwarming van 2 graden is echt niet ‘veilig’ te noemen, nu al zijn de gevolgen van klimaatverandering zeer ingrijpend in sommige delen van de wereld. Het leidde tot het meest markante resultaat in mondiale klimaatonderhandelingen: de opwarming moet ruim onder de 2 graden blijven en liefst worden beperkt tot 1,5 graad, vergeleken met de temperatuur voor de industriële revolutie. Op de laatste klimaattoppen, in Glasgow en Egypte, is die inzet bevestigd. De premier van Barbados sprak in Glasgow van een ‘doodvonnis’ voor eilandstaten als dat niet lukt.

Wat als de wereld heter wordt dan 1,5 graad?

Net als 2 graden is 1,5 graad niet een wetenschappelijk vastgestelde ‘veilige’ limiet. Haal gewoon een flinke hap af van die 2, dan kom je op 1,5, zo is het ongeveer gegaan, analyseert recent onderzoek van Franse wetenschappers. Het is een getal dat in het diplomatieke duwen en trekken van klimaatonderhandelingen tot leven is gekomen. Als een morele plicht tegenover de meest kwetsbaren voor klimaatverandering. Om het meer substantie te geven kwam na Parijs de roep om steviger wetenschappelijke bevestiging ervan. Het klimaatplatform IPCC stortte zich daarom op verzoek op een studie naar de verschillen tussen beide grenzen, die in 2018 verscheen.

De conclusies logen er niet om. Wat voor de eilandstaten al duidelijk was, werd nu van harder bewijs voorzien. Zo verdwijnt bij 2 graden opwarming meer dan 99 procent van de koraalriffen, bij 1,5 heeft meer dan 10 procent nog de kans te overleven. Bij 1,5 graad is het aantal mensen in de wereld dat met waterproblemen te maken heeft de helft lager dan bij 2 graden. Honderden miljoenen mensen minder krijgen te maken met voedselschaarste. De kans op zeer hete dagen in koelere streken en extreme regenval door cyclonen neemt toe. De grote ijskappen op Antarctica en Groenland kunnen instabiel worden bij een opwarming tussen 1,5 en 2 graden. Dat kan leiden tot meerdere meters zeespiegelstijging. Daar komt bij dat afname van biodiversiteit en verslechtering van ecosystemen een stuk harder gaat bij 2 graden dan bij 1,5.

Dit is maar een greep. Wetenschappers die de resultaten van commentaar voorzagen, waren verbaasd over de grote verschillen. De studie is nog altijd het veruit best gelezen rapport onder IPCC-vlag uitgebracht. Het nam ook de scepsis weg over de willekeur van het getal 1,5. “Dit rapport is echt belangrijk”, was de reactie destijds van één van ’s werelds bekendste klimaatwetenschappers, Johan Rockström. “Het toont wetenschappelijk aan dat 1,5 graad niet slechts een politieke concessie is. Er is een groeiende erkenning dat 2 graden gevaarlijk is.” Volgens Rockström hielp daarbij dat in 2018 al jaar na jaar de gevolgen van klimaatverandering harder toesloegen dan verwacht.

Hoe groot is de kans dat het doel van 1,5 graad nog gehaald wordt?

Sinds 2018 zet die trend zich door: de ellende komt sneller en extremer. Hitte, droogte, overstromingen, bosbranden: in vele delen van de wereld zijn de effecten van opwarming al aan den lijve voelbaar. Zelfs in gebieden met gematigder weer, maar het heftigst in armere regio’s in Afrika en Azië. De planeet is nu al 1,1 graad warmer dan voor de industriële revolutie.

In vrijwel alle scenario’s zal de 1,5 graad in ieder geval tijdelijk overschreden worden, meldt het afgelopen week gepubliceerde ‘zesde syntheserapport’ van het IPCC. Tussen 2030 en 2035 zal de atmosfeer zeer waarschijnlijk meer opwarmen dan 1,5 graad, spiegelen de wetenschappers voor. Dat is tien jaar eerder dan in 2014 voorspeld, toen de vorige rapportencyclus van het IPCC uitkwam.

Het klimaatdoel gaat echter over het einde van deze eeuw. De hamvraag is of de wereld erin slaagt de temperatuur later weer naar beneden te krijgen, om dan toch nog op maximaal 1,5 graad uit te komen. Het IPCC zegt dat het kan. Technologisch is het haalbaar en het is te betalen. Het draait om de politieke wil. Wel leunen de scenario’s voor 1,5 graad aanzienlijk op het uit de lucht halen van CO2. Het opslaan in de bodem bijvoorbeeld of uit de lucht zuigen van kooldioxide. Dat soort aannames leveren discussie op. Op papier kan het misschien wel, of het realistisch is er nog in te geloven, is de vraag.

Het levert de wetenschap en het klimaatbeleid een lastig dilemma op. Die drempel, die eerst willekeurig was, is een tot de verbeelding sprekend ijkpunt geworden. Of het een realistisch doel is, was van meet af aan de vraag, laat het Franse onderzoek naar het klimaatdoel zien. Als het wetenschappers op de mens af wordt gevraagd, zoals de NOS vorig jaar deed, vervliegt de hoop. Vrijwel allemaal denken ze dat het doel van Parijs, ruim onder de 2 graden blijven aan het einde van de eeuw, niet gehaald zal worden. Datzelfde beeld komt uit buitenlandse rondgangen langs onderzoekers. Niet zo gek: het huidige beleid doortrekkend, komt de verhitting uit op rond de 3 graden.

Toch blijft het IPCC de boodschap uitdragen dat het nog kan. Het voegt daar wel iets belangrijks aan toe: ‘elke tiende graad telt’. Het gevaar bestaat immers dat het opgeven van een ambitieus doel tot verslapping leidt. Verdere vertraging, of helemaal de handdoek in de ring gooien, zou desastreuze gevolgen hebben, zoveel is inmiddels wel duidelijk. Misschien niet meer een haalbaar doel, de 1,5 graad kan nog wel een belangrijk diplomatiek wapen blijven in klimaatonderhandelingen.

Eilandstaat Vanuatu onderzoekt intussen zwaarder geschut om de 1,5 graad levend te houden. Het vraagt het Internationaal Gerechtshof in Den Haag om advies of maatregelen tegen klimaatverandering juridisch afdwingbaar zijn met een beroep op de mensenrechten. 105 landen, waaronder Nederland, steunen de adviesaanvraag, bleek deze maand. Het zou geloofwaardig zijn als die het advies van IPCC volgen om de laatste kans te grijpen op het halen van de limiet.

Lees ook:

De wereld op ramkoers: nu actie, anders worden klimaatdoelen niet gehaald

Als de wereld nu niet in actie komt, zijn de klimaatdoelen bij een volgend rapport gemist. Dat stelt het IPCC, het klimaatbureau van de Verenigde Naties.

Eilandstaat Vanuatu stapt naar hoogste rechter om schade klimaatverandering

Het Internationaal Gerechtshof gaat zich waarschijnlijk buigen over de verplichtingen van landen om klimaatverandering tegen te gaan. Dat kan munitie opleveren voor rechtszaken over de hele wereld.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden