Een uitgebloeide paardenbloem.

Soortenrijkdom

Botanische stoepkrijter op ontdekkingstocht door de stad

Een uitgebloeide paardenbloem.Beeld Werry Crone

In het Weekend van de Wetenschap liet de Leidse onderzoekster Nienke Beets vorig jaar ‘burgerwetenschappers’ naar plantjes zoeken tussen de stoeptegels. De 500 soorten die ze nu heeft gedetermineerd zijn een bewijs van belangrijke soortenrijkdom in de stad.

Rob Buiter

Het is een trend die twee jaar terug uit Frankrijk kwam overwaaien: met stoepkrijt de naam van de planten tussen de tegels ernaast schrijven, bij wijze van alternatief ‘bordje’ in de botanische tuin die de stad eigenlijk is. “Vooral in Engeland werd het snel overgenomen”, vertelt promovenda Nienke Beets, “al is het daar formeel zelfs wettelijk verboden om op de stoep te krijten.”

Zelf is Beets met enige regelmaat ook een enthousiaste ‘botanische stoepkrijter’, zowel in haar woonplaats Krommenie, als in Leiden, de stad waar ze in de Hortus Botanicus promotieonderzoek doet. Paardenbloem, grote en smalle weegbree en met een beetje geluk misschien zelfs muurbloem; allemaal kunnen ze een pijltje en in sierlijk handschrift een naambordje van Beets krijgen.

Planten hoeven niet uit uit de voegen worden gerukt, een foto volstaat.  Beeld Werry Crone
Planten hoeven niet uit uit de voegen worden gerukt, een foto volstaat.Beeld Werry Crone

Vorig jaar trapte Beets haar promotieonderzoek naar stadsplanten groots af, tijdens het Weekend van de Wetenschap. De centrale vraag: hoe kun je op een laagdrempelige manier burgerwetenschappers inzetten bij het in kaart brengen van de diversiteit aan planten in de stad? Vanaf dat inmiddels traditionele eerste ‘wetenschappelijke’ weekeinde van oktober, nodigde Beets iedereen uit om op de stoepplantjes-onderzoekswebsite waarnemingen van planten in te voeren in een centrale database.

De app zoekt de naam

“Veel mensen hebben moeite om planten correct op naam te brengen. Zelf ben ik ook geen doorgewinterde botanicus”, erkent Beets. “Daarom hebben we een check ingebouwd. De app is gekoppeld aan weer een andere app, Pl@ntNet, waarmee je planten op een foto automatisch op naam kan laten brengen. En omdat die app er ook wel eens naast zit, is er nog een tweede check ingebouwd. Alleen als een ingevoerde plantensoort ook in de buurt voorkomt in de database van de geoefende plantenonderzoekers van de organisatie Floron, dan gaan we er vanuit dat het een plausibele waarneming is, en nemen wij hem ook op.”

Sinds oktober vorig jaar zijn enkele honderden ‘burgerwetenschappers’ door het hele land enthousiast aan het zoeken geslagen. In de database van Beets zijn sindsdien bijna vijfduizend exemplaren van in totaal 513 plantensoorten genoteerd. Daarvan gelden er 27 als ‘zeldzaam’. “Korensla en muurbloem staan zelfs als ‘zeer zeldzaam’ op de Rode Lijst van bedreigde plantensoorten”, vertelt Beets.

“In totaal zijn er twaalf van die zeer zeldzame soorten gevonden. Maar ook bosaardbei, korenbloem en kamgras staan te boek als ‘gevoelig’. En onder meer de blauwe zeedistel en de oosterse morgenster staan als ‘kwetsbaar’ op de Rode Lijst. In de stad komen dus echt heel veel bijzondere soorten voor.”

Stoepplantjesonderzoek

Beets noemt haar project bijna liefkozend het stoepplantjesonderzoek, maar ‘stoep’ blijkt een ruim begrip. “Het gaat ook om planten in de zogeheten boomspiegels, of om varens die je bijvoorbeeld in kademuren kan vinden.”

De waarde van al die stadse biodiversiteit gaat volgens Beets veel verder dan alleen maar ‘leuk voor de liefhebbers’. “De meest geturfde plant in de stad is bijvoorbeeld de paardenbloem. Onderzoek van de Wageningen Universiteit heeft laten zien dat meer dan honderd bijensoorten paardenbloemen bezoeken, voor nectar of stuifmeel.”

En als de app geen duidelijke verwijzing geeft, kun je ook zelf determineren. Beeld Werry Crone
En als de app geen duidelijke verwijzing geeft, kun je ook zelf determineren.Beeld Werry Crone

Daarnaast benadrukt Beets dat planten in de stad de omgeving verkoelen en ook water beter vasthouden. “Dan gaat het natuurlijk vaak over bomen en niet direct om de ontelbare kleine plantjes tussen de voegen van de tegels. Maar die kleine plantjes zijn wel weer onderdeel van het complete systeem van soortenrijkdom in de stad. Zonder kleine planten geen grote bomen, want al die planten zorgen samen met micro-organismen voor een gezonde bodem.”

Natuur voor je voeten

Directeur Baudewijn Odé van de ‘soortenorganisatie’ voor plantenonderzoek Floron is blij met de aandacht voor alledaagse planten, die door het onderzoek van Beets op gang komt. “Hoe meer je mensen wijst op de natuur voor hun voeten, hoe beter.” Erg verbaasd over de hoeveelheid gevonden soorten is Odé niet direct. “Een geoefende plantenzoeker kan binnen één dag met redelijk gemak 300 verschillende soorten turven in een vak van één bij één kilometer. Maar dat zijn dan de geoefende zoekers. Het is natuurlijk wel heel mooi dat deze voornamelijk ongeoefende burgerwetenschappers ook al tot meer dan 500 soorten komen. Dat maakt mensen enthousiast.”

Beets beaamt dat dat enthousiasme een van de belangrijkste opbrengsten van haar project tot nu toe is. “Dat merk ik ook als mensen langs een plant lopen met een naam in stoepkrijt ernaast geschreven. Als ze dan op zijn minst even glimlachen, was het al de moeite waard.”

Maar uiteindelijk hoopt Beets ook praktische toepassingen voor haar onderzoek te genereren. “Het verwijderen van planten op straat staat heel nadrukkelijk op de kaart bij de gemeentes. Sinds 2016 mogen ze bijvoorbeeld geen roundup of andere chemische middelen meer gebruiken op straat. Er wordt nu veel gewerkt met stoom, branders en borstels. Maar misschien kunnen we op veel plekken ook wel zónder ‘bestrijding’. Nu worden de straten nog heel vanzelfsprekend ‘netjes’ gemaakt, maar als meer mensen aangeven dat ze het wel mooi vinden, die plantjes op straat, dan kan het met de bestrijding misschien ook wel een tandje minder.”

Met haar promotieonderzoek wil Beets ontdekken hoe zij de ‘gewone’ burgers kan inzetten om die connectie te maken tussen bijvoorbeeld de gemeenten en de plantenwetenschap. “De meeste mensen hebben nog steeds geen idee wat planten allemaal te bieden hebben voor ons welzijn en voor natuur en milieu. We zijn echt nog ‘plantenblind’. Met dit onderzoek hoop ik te stimuleren dat we beter naar onze directe omgeving gaan kijken.”

Lachen!

Ieder jaar zet het Weekeind van de Wetenschap één onderzoek centraal. Waar vorig jaar de stoepplantjes van Nienke Beets in de schijnwerpers stonden, is dat dit jaar een onderzoek naar de waarde van humor in de communicatie, door sociaal psycholoog Madelijn Strick van de Universiteit Utrecht. In het Weekeind van de Wetenschap op 1 en 2 oktober krijg je bij het bezoeken van deelnemende universiteiten, techbedrijven, musea en instituten zowel serieuze als humoristische filmpjes uit het televisieprogramma Het Klokhuis te zien, waarna Strick gaat onderzoeken van welke filmpjes de boodschap het beste blijft hangen. In 2020 schreef Strick het boek Humor is één van de vier pijlers onder het universum (de andere drie ben ik vergeten).

Lees ook:

In de ‘Hoe?Zo!Show’ leggen promovendi wetenschap uit aan kinderen

Basisscholieren bevredigen hun nieuwsgierigheid, promovendi leren uit te leggen wat ze eigenlijk doen. Iedereen wint.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden