null Beeld Mart Veldhuis
Beeld Mart Veldhuis

KlimaatKlimaattop

Bedrijven lanceren hun eigen klimaatdoelen. Een handige pr-strategie of is het menens?

Het bedrijfsleven grijpt de klimaattop in Glasgow aan om eigen klimaatdoelen te lanceren.

Frank Straver

In het kielzog van wereldleiders die in Glasgow bespreken hoe ze klimaatcatastrofes af kunnen wenden, vragen bedrijven aandacht voor hún duurzame doelen. Ze willen klimaatneutraal worden, hun CO2-voetafdruk verlagen, CO2-vriendelijk of ecopositief. Allemaal termen die min of meer op hetzelfde neerkomen: de bedrijven beloven de schade die ze door de uitstoot van broeikasgassen aan het klimaat toebrengen tot een nulpunt te verlagen. De koplopers in 2025 al en de achterhoede richting 2050. Ze committeren zich, kort gezegd, aan de mondiale Parijs-doelen.

“De klimaattop was net begonnen of we werden al overspoeld met duurzame beloften van bedrijven”, zegt Folkert van der Molen, expert in duurzaamheidsmarketing. Dat gebeurt bij elke klimaattop. “Sommige bedrijven lanceren zelfstandig plannen, anderen vormen brede coalities.”

Een groep van meer dan negentig directeuren van grote bedrijven - van Capgemini en H&M tot Deloitte en Nestlé - riep op tot actie, toen de poortjes van de VN-klimaattop voor het eerst opengingen afgelopen weekend. Directeur Corien Wortmann van pensioenfonds ABP wees ook richting Glasgow en de alarmerende studie van het VN-klimaatpanel IPCC die als huiswerk voor de wereldleiders moest dienen, toen ze verklaarde waarom ABP nú plotseling alle belangen in steenkool, olie en aardgas wil gaan verkopen.

Gebaseerd op een wetenschappelijke meetmethodiek

“Je ziet rond zo’n top dat er een momentum ontstaat”, zegt Van der Molen. Volgende week donderdag, in de slotweek van Glasgow, komt een collectief van Nederlandse directeuren ook met klimaatbeloften, tijdens het Nationaal Sustainability Congres. De bazen van Auping, NS, Eneco, Havenbedrijf Rotterdam, Compass Group en FrieslandCampina gaan daar tijdens een ‘CEO-ontbijt’ toezeggen dat ze hun uitstoot van broeikasgassen willen laten dalen tot netto nul. En dat - daarmee onderscheidt hun plan zich van andere beloften - gebaseerd op een wetenschappelijke meetmethodiek.

Dat rekenmodel moet waarborgen dat hun inspanningen in lijn zijn met het Parijs-doel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden, zodat koraal niet uitsterft, diersoorten overleven en mensen niet op de vlucht hoeven te slaan voor natuurrampen.

Dat meetmodel moet zich nog bewijzen, maar het biedt in elk geval wat inzicht in de uitvoering van beloften. “Bedrijven die serieus genomen willen worden moeten transparant zijn”, zegt Van der Molen. Dat besef dringt volgens hem door in de bedrijfswereld. Adviseurs die bedrijven helpen om hun footprint te berekenen, als basis voor klimaatplannen, lijken wel bouwvakkers: ze zitten tot over hun oren in het werk.

Scheid dan, als consument of belegger, het kaf maar eens van het koren

Het belang van rapporteren en meten van prestaties op het gebied van CO2-uitstoot neemt toe, omdat haast alle bedrijven en sectoren tegenwoordig zeggen dat ze eco-vriendelijk willen handelen. Scheid dan, als consument of belegger, het kaf maar eens van het koren.

Weten hoe groen een bedrijf werkelijk bezig is, dat is vaak een kwestie van goed naar de kleine lettertjes kijken. Olie- en gasconcern Shell bijvoorbeeld, een van de bedrijven die door ABP uit de beleggingsportefeuille geweerd wordt, leek zich eventjes tot groene koploper te ontpoppen. Net toen de klimaattop in Glasgow begon, kondigde Shell bij de bekendmaking van jaarcijfers aan dat het bedrijf de CO2-uitstoot in 2030 wil verlagen met 50 procent. Dat lijkt nogal een getal, want in de klimaatzaak die Milieudefensie tegen Shell won sprak de rechter uit dat alle emissie waarmee Shell het klimaat aantast met 45 procent moet dalen in 2030.

“Maar kijk naar de scope van die beloofde 50 procent CO2-daling en je ziet dat het lang niet de hele keten betreft”, zegt Van der Molen. Slechts de eigen uitstoot, van fabrieken, olieboren en vrachtwagens, wil het concern met meer dan de helft verlagen, niet de uitstoot in de rest van de keten. Laat dat nu juist de massa zijn, het gebruik van benzine en aardgas door klanten, waarvoor de rechter ook een ‘inspanningsverplichting’ oplegde.

Groene bedrijfsdoelen vaak een brug te ver

Supermarktketen Lidl lanceerde ook een klimaatdoel en gaat een stap verder: de winkel wil zowel de eigen broeikasgassen als die van leveranciers omlaag brengen. De uitstoot van de klant formeel opnemen in de groene bedrijfsdoelen is nog wel een brug te ver. Het duurzame karakter van een bedrijf laat zich in veel gevallen niet eenduidig samenvatten. Zo zat de directeur David Knibbe van verzekeraar Nationale Nederlanden (NN) afgelopen week samen met de bazen van Philips en Unilever aan tafel bij tv-programma Op1 om de leiders in Glasgow op te roepen hard aan de slag te gaan voor het klimaat. Een prijs op CO2-uitstoot zou niet gemeden moeten worden.

Datzelfde Nationale Nederlanden kreeg gisteren juist een veeg uit de pan, in een onderzoek naar de beleggingen van internationale verzekeraars. Net als andere verzekeraars investeert NN geld in fossiele energieprojecten, concludeert het project Insure our Future (Verzeker onze Toekomst). Peter Bosshard, campagneleider van dat klimaatonderzoek: “Nationale Nederlanden moet de wetenschap volgen en stoppen met het verzekeren van bedrijven die nieuwe olie- en gasprojecten ontwikkelen.”

Greenwashing ligt volgens Van der Molen op de loer, wanneer grote bedrijven met duurzaamheidsplannen naar buiten treden. Aan de andere kant, zegt hij, komt een bedrijf er niet mee weg als het belooft om in een bepaald jaartal duurzamer te zijn en er vervolgens niet naar te handelen. “Meer dan ooit kijken klanten en investeerders kritisch mee.” Dat zou weleens een belangrijk verschil kunnen zijn met de politiek leiders die klimaatbeloften doen en vervolgens kunnen verzanden in discussies over de ‘haalbaarheid en betaalbaarheid’ ervan.

Ze schuiven hun doelen verder de toekomst in

Hoewel het duurzame oproepen en toekomstbeloften uit het bedrijfsleven regent, is er ook een groep die weinig of niets doet. Dat zijn achterblijvers, vaak mkb-bedrijven die het zwaar hebben in de coronacrisis. Die ondernemingen hebben geen klimaatambities of ze schuiven hun doelen verder de toekomst in. “Die groep van achterblijvers op het gebied van klimaat groeit”, zegt Henk Volberda, hoogleraar strategie & innovatie van de Universiteit van Amsterdam.

In een bedrijfsmonitor bracht hij samen met andere experts in kaart of en hoe Nederlandse bedrijven plannen opstellen om hun vervuiling te beperken, omwille van het klimaat. Die studie legt een tweedeling bloot. Een meerderheid van het bedrijfsleven (55 procent) zegt voor 2030 klimaatneutraal te willen worden.

“Dat is het goede nieuws”, zegt Volberda. “Maar tegelijk groeide de groep die zegt: ‘Groen handelen gaat ons deze eeuw niet lukken’, tot 22 procent.” Dat zou vaak liggen aan gebrek aan geld en expertise om te investeren in klimaatkeuzes. Het deel dat niets doet omdat de klimaatcrisis onzin zou zijn is verwaarloosbaar.

Door de overheid worden gedwongen

De reden voor bedrijven om iets aan het klimaat te gaan doen is volgens het UvA-onderzoek vaak moreel ingegeven. Een meerderheid (52 procent) wil naar eigen zeggen aan de slag ‘omdat het hoort’. “Veel bedrijven zijn intrinsiek gemotiveerd”, aldus Volberda. Daarbij veegt hij het vooroordeel van tafel dat alle bedrijven alleen maar aan geld denken en hooguit hun CO2-uitstoot verlagen als ze door de overheid worden gedwongen. Dit geldt voor een kleine groep (6 procent). De druk die consumenten en financiers zoals banken daarbij opvoeren speelt op de achtergrond een rol, aldus Volberda.

Een andere belangrijke drijfveer (41 procent) om het groene pad in te slaan is ‘dat het loont’, aldus de gepeilde bedrijven. Wie een grote vervuiler is en blijft lijkt zichzelf uit de markt te prijzen. Duurzaam investeren staat in de zakenwereld niet langer gelijk aan rendement inleveren of verhoogde financiële risico’s. Integendeel: een fossiele koers behouden geeft in toenemende mate het risico op het verdampen van winsten. Afwaarderingen dreigen op termijn.

Het nationale Klimaatakkoord en het plan ‘Fit for 55’ van eurocommissaris Frans Timmermans sturen de maatschappij, het bedrijfsleven incluis, de schone kant op. Een steeds hogere prijs op CO2-vervuiling hangt ondernemingen boven het hoofd. “Je kunt zeggen: een bedrijf dat niets doet aan klimaat steekt de kop in het zand. Strengere regels en penalty’s komen dan op je pad.”

Investeren in groene kennis van personeel

Dat groener denken in opkomst is in de vergaderzalen en bestuurskamers van de BV Nederland wil nog niet zeggen dat er al veel gebeurt. De belangrijke acties die al worden ondernomen zijn het uitdragen van het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen op de website, het investeren in groene kennis van personeel en vooral: stakeholdersdialogen. Dat wil zeggen: het gesprek aangaan over klimaatmaatregelen met alle relaties. Dat kunnen de omwonenden van een fabriek zijn, de klanten die producten aanschaffen of milieuorganisaties en lokale politici.

Verder steken bedrijven tijd en geld in het doorrekenen van hun processen op klimaatimpact. Volberda: “Dat is wel een lastigere stap voor ze.” Niet alleen zijn CO2-sommen complex, een doorrekening betekent ook dat een concern met de billen bloot gaat. Het zou zomaar kunnen dat een bedrijf er gekleurd op komt te staan, wanneer zijn megatonnen CO2 op papier staan. Toch is het verstandig om transparantie na te streven, zegt hoogleraar Volberda.

“Ondernemers die niet rapporteren over schade die ze toebrengen kunnen erop wachten dat milieuorganisaties of omwonenden zelf gaan meten en rapporteren.” Kijk maar naar Tata Steel, zegt Volberda. De staalfabriek in IJmuiden beloofde schonere fabrieksprocessen, deels onder druk van omwonenden die bleven hameren op de vuile stoffen die de fabriek uitstoot.

Broeikasgasuitstoot afgekocht

Wat opvalt in de beloften uit het bedrijfsleven, vooral de grote concerns, is dat ze steeds vaker mikken op ‘netto nul’ uitstoot van broeikasgas. Daarmee volgen multinationals het voorbeeld van de vergezichten die landen als de VS, China en India in Glasgow presenteren. Zij willen, respectievelijk in 2050, 2060 en 2070, onder de streep af zijn van broeikasgassen, door een deel van de uitstoot te compenseren door bosaanplant en CO2-opslag in de bodem en in zee. “Ook bij bedrijven zien we de tendens dat broeikasgasuitstoot afgekocht en gecompenseerd moet worden”, zegt Volberda. “Ik begrijp dat wel. Het is niet gemakkelijk om zomaar van alle emissies af te komen.”

Toch zullen, om werkelijk in de buurt te komen van de relatief veilige 1,5 graden opwarming van de aarde, massaal CO2-pluimen moeten uitdoven, aldus de hoogleraar. De aarde heeft lang niet genoeg ruimte om de vervuiling uit schoorstenen en uitlaten te compenseren met bomen en aanleg van natuur.

Lees ook:

Welke hoofdrolspelers zullen de meeste aandacht opeisen tijdens de klimaattop in Glasgow?

Na de gloedvolle toespraken is het tijd voor de achterkamertjes in Glasgow, zodat volgende week het onderhandelen echt kan beginnen. Op wie moeten we letten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden