Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rutte III maakt stroeve start door

Democratie

Lex Oomkes

Dat met zoveel partijen in de coalitie slechts zo'n kleine meerderheid aan Kamerzetels mogelijk is, blijft het meest opvallende aspect van de politiek in 2017. © Tom Janssen

Na het kerstreces kan het derde kabinet van Mark Rutte, dat een koude start kende, dan toch echt aan de slag. De oogst van de verkiezingen van 15 maart 2017: een kabinet met liefst vier coalitiefracties. En toch maar één zetel meerderheid in beide Kamers.

Het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie werd eind oktober verrassend welwillend ontvangen. Een recordaantal weken onderhandelen en de verwachting dat zoveel ideologische verschillen tot een onherkenbare grijze brij moesten leiden, zullen de verwachtingen ongetwijfeld getemperd hebben. Hoe zou een regeerakkoord met D66 en de ChristenUnie als twee van de ondertekende partijen wat kunnen zijn? Als je niets verwacht, valt het resultaat altijd mee.

Lees verder na de advertentie

Tot verbazing van velen en opluchting van anderen werd het regeerakkoord meer dan een grijs geheel, kromgetrokken door alle met moeite gesloten compromissen. Geholpen door de gunstige economische omstandigheden en het daarmee gepaard gaande veel ruimere financiële jasje van de overheid, kwam er een programma voor een nieuw kabinet op tafel vol hervormingen en extra investeringen.

Deze coalitie, zo stond in de inleiding op de schier eindeloze rij van maatregelen en plannetjes, loopt over van begrip voor de teleurgestelde Nederlander. De gewone Nederlander, zoals Mark Rutte hem noemde, kon rekenen op begrip voor zijn boosheid. De inleiding van het regeerakkoord lijkt in dat opzicht veel op de inmiddels veel geciteerde H.J. Schoo-lezing, die CDA-leider Sybrand van Haersma Buma uitsprak enkele weken voordat de nieuwe coalitiepartijen tot een vergelijk kwamen.

Niet de gewone (boze) Nederlander beheerste de discussie, maar het multinationale bedrijfsleven

"Nog te veel mensen denken: prachtig, al die goede economische cijfers, maar ze gelden niet voor mij. Als veel mensen achterblijven is uiteindelijk de hele samenleving de dupe. Tegenstellingen worden dan spanningen. (....) bijvoorbeeld als de toename van migratie ongecontroleerde vormen lijkt aan te nemen of wanneer buitenlandse spanningen geïmporteerd worden naar Nederlandse straten", zo schrijven de vier partijen in de inleiding.

De boze Nederlander als feit

Of de boze Nederlander nu werkelijk zo boos is en hoe groot die groep in de samenleving dan wel is, is na de publicatie van de tweejaarlijkse 'Staat van Nederland' van het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige week de vraag, maar dat de boze Nederlander bestaat, is voor de coalitie in ieder geval een feit. Hij is aparte aandacht waard. Zijn onzekerheden dienen weggenomen te worden.

Die onzekerheden hebben wat de nieuwe coalitie betreft kennelijk niet uitsluitend en alleen met de portemonnee te maken. Maar eerder met de zekerheid van een baan bij de grotere bedrijven. Op die bedrijven werd in ieder geval zwaar ingezet in het financiële deel van het regeerakkoord. Verlaging van de vennootschapsbelasting en een complete afschaffing van de dividendbelasting staan prominent in het regeerakkoord.

Vooral die laatste maatregel, samen met het geleidelijk afschaffen van het belastingvoordeeltje voor woningeigenaren zonder hypotheek, zorgden voor een stroef debuut van de coalitie in het parlement. Voor de tot wel heel kleine proporties gedecimeerde linkse oppositie ontstond een kans voor open doel. Belastingverlaging voor (internationale) bedrijven en tegelijkertijd een verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent. De gewone, al dan niet boze, Nederlander beheerste de discussie niet, maar het multinationale bedrijfsleven. Dat lobbyde tijdens de formatie met succes voor maatregelen, waarvan het effect op zijn minst zeer twijfelachtig is, kritiseerde de oppositie.

De uitgesproken zwakke verdediging van vooral de afschaffing van de dividendbelasting door premier Rutte en de fractievoorzitters van de regeringspartijen in het debat over de regeringsverklaring, is er mede debet aan dat de coalitie in de eerste weken van haar bestaan voornamelijk in de verdediging werd gedrongen. De parallellen met de onrust over de voorgenomen invoering van een inkomensafhankelijke premie voor de ziektekostenverzekering bij de start van het tweede kabinet-Rutte dringt zich op. Ook toen was er een controverse voor het kabinet goed en wel gestart was. En ook dit keer is er weinig animo de afgesproken maatregel te verdedigen. Wij hebben het niet bedacht, haastte CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt zich te zeggen. Het was voor ons een meloen om door te slikken, liet fractievoorzitter Gert-Jan Segers van de ChristenUnie weten. In zijn fractie wordt de maatregel 'ontwikkelingssamenwerking voor Amerikaanse en Britse aandeelhouders' genoemd.

De zwakke van premier Rutte tijdens het debat over de re­ge­rings­ver­kla­ring, blijft in de beeldvorming hangen

Alleen bij D66 zijn verdedigende geluiden te horen. Daar wordt gesteld dat er wel een Brexit aankomt met alle onzekerheden van dien. Dat het helemaal niet zo onvoorstelbaar is dat Shell en Unilever het hoofdkantoor uit Nederland weghalen. In de openbaarheid houden de Democraten echter hun mond.

Politieke mode

De zwakke, af en toe haperende verdediging van premier Rutte en zijn partijgenoot fractieleider Klaas Dijkhoff tijdens het debat over de regeringsverklaring, blijft in de beeldvorming hangen. Rutte kan geen begin van een bewijs leveren dat multinationals uit Nederland verdwijnen als de dividendbelasting blijft bestaan en Dijkhoff erkent ruiterlijk dat het een gok is. Dat hij daarop laat volgen dat hij het risico niet zou durven nemen de belasting wel te laten bestaan, wordt dan al niet meer gehoord. Een gok. Dat is wat blijft hangen.

Het is precies het tegenovergestelde van wat jaren gebruikelijk was in politiek Den Haag. Uiteindelijk gesloten compromissen werden traditioneel te vuur en te zwaard verdedigd. Zozeer zelfs dat het er sterk op leek dat het compromis vaak veel beter was dan de eigen, oorspronkelijke opvatting. Nu is het grote politieke mode luid te verkondigen dat het voorstel niet uit jouw koker komt. Dat je er eigenlijk heel weinig voor voelt, maar dat het moet in het hogere belang.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Jesse Klaver (Groenlinks) en Lodewijk Asscher (PVDA) in gesprek in de Tweede Kamer. © ANP

Voor de linkervleugel in de Kamer waren de afgelopen weken één groot feest. De zwakke verdediging vanuit de coalitie kwam als een geschenk uit de hemel voor de zwaar gehavende partijen. GroenLinks kon de door de formatie geslagen wonden wat sneller laten helen, de SP had een nieuw doel na de totaal mislukte poging een politieke doorbraak te forceren rond het eigen risico in de gezondheidszorg en de PvdA kon soepel laten ondersneeuwen dat het regeerakkoord veel voor die partij sympathieke elementen bevat.

Het zijn startproblemen, zullen we maar aannemen. Het derde kabinet-Rutte is in hoge mate een voortzetting van het tweede kabinet onder dezelfde leiding. Zij het met een aantal andere partijen als eerst verantwoordelijke. Ook dat hoeft echter niet te verbazen: D66 en ChristenUnie waren prominent aanwezig toen VVD en PvdA buiten de coalitie steun moesten zoeken voor het te voeren beleid, terwijl het CDA vooral verbaal oppositie voerde. Verreweg de meeste voorstellen werden door de christen-democraten gesteund.

Dat met zoveel partijen in de coalitie slechts zo'n kleine meerderheid aan Kamerzetels mogelijk is, blijft het meest opvallende aspect van de politiek in 2017

Linkse samenwerking

De verkiezingsuitslag van maart en de uiteindelijke uitkomst van de formatie deden een ander interessant fenomeen dit najaar de kop opsteken. Voorzichtig, heel voorzichtig, maar wel al onmiddellijk met een resultaatje, begint er iets dat zou kunnen uitmonden in meer duurzame samenwerking aan de linkerkant van het politieke spectrum.

PvdA-leider Lodewijk Asscher heeft, getuige zijn uitspraken in het boek 'De neergang van de PvdA' van NOS-journalist Wilco Boom in ieder geval van de oplawaai van de kiezers opgestoken dat regeren als enige linkse partij met partijen uit het rechterkamp voortaan uit den boze is. Samenwerking op links zal vooralsnog gebeuren onderwerp voor onderwerp. Een vaste vorm, laat staan wilde opties als een gezamenlijke linkse fractie zoals door sommigen bepleit, zal er vooralsnog niet komen.

Het hoeft echter niet te verbazen als er op dit punt in het volgende kalenderjaar ontwikkelingen zullen komen. Links likt momenteel ernstige wonden en machteloosheid is troef nu D66 wel durfde te stappen in de coalitie 'Rechts met den Bijbel', zoals Asscher de samenwerking tussen de vier partijen al noemde. Het gezamenlijke initiatief om aan de vooravond van het debat over de regeringsverklaring met een alternatief te komen voor de btw-verhoging smaakt wellicht naar meer.

Kunststukje

Niet overal zal de samenwerking overigens met veel enthousiasme worden aangegaan. Dat de PvdA in voorgaande jaren zich veel te groot en te sterk voelde om met de kleintjes samen te werken is in het kamp van GroenLinks en de Socialistische Partij nog niet vergeten. Bovendien is het de vraag of de leiderschapswissel die vorige week plaatsvond in de SP nu zo helpt zaken wat te versnellen. Het wantrouwen is bij de nieuwe fractievoorzitter, Lilian Marijnissen, in ieder geval nog niet helemaal verdwenen. "Ik ben zeker voorstander van linkse samenwerking", aldus Marijnissen bij haar aantreden, "maar de PvdA heeft wel de zorg afgebroken". En: "Wij zullen ook de komende periode heel kritisch blijven op de PvdA."

Dat met zoveel partijen in de coalitie slechts zo'n kleine meerderheid aan Kamerzetels mogelijk is, blijft het meest opvallende aspect van de politiek in 2017. Slechts één zetel meer hebben VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in beide Kamers. Met een gekortwiekte linkse oppositie en met een rechtse oppositie waar ook de onzekerheid toeneemt.

Voor Geert Wilders wordt het in het vroege voorjaar van 2018 erop of eronder

Voor Geert Wilders wordt het vroege voorjaar van 2018 een periode van erop of eronder. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraden neemt hij het in een fors aantal meer gemeenten op tegen de zittende orde. Ook in grote steden als Utrecht en Rotterdam. Vooral die laatste gemeente zal voor de PVV de naaste toekomst beslissen. Lukt het hem die andere claimant op het erfgoed van Pim Fortuyn, Leefbaar Rotterdam, dusdanig in de wielen te rijden dat zijn partij een factor van belang wordt in de stad?

Zou Wilders dit kunststukje lukken dan is hij in één klap van de twijfel af die de afgelopen maanden rees. De geluiden dat Wilders over zijn hoogtepunt heen is, worden harder. De verkiezingen brachten al niet wat hij ervan verwachtte of in ieder geval hoopte, zijn klacht dat de tweede partij van Nederland genegeerd werd in de formatie leverde niet het gewenste effect op en zijn bijdrage aan het debat over de regeringsverklaring was niet de enorme klap op de vuurpijl, die hij in het verleden nog wel eens wist te produceren. Er lijkt een zeker gewenning te hebben plaatsgevonden rond optredens van Wilders.

Baudet

Bovendien wordt hij uitgedaagd door ene Thierry Baudet, de Oscar Wilde van de Nederlandse politiek. Die is uit het niets en zonder noemenswaardige of opvallende politieke successen begonnen aan een enorme opmars. In de peilingen althans en in de media. Baudet is de nieuwe sensatie, die wars blijkt van conventies en daarmee in zichzelf nieuws is. In hoeverre hier sprake is van een tijdelijk modeverschijnsel, van de sensatie van het ongewone, valt niet te zeggen.

Het is te vroeg. De opmars van Baudets Forum voor Democratie bevestigt echter wel een constante in de Nederlandse politiek van na de eeuwwisseling: je kunt als een raket omhoog komen. Op de golven van de opwinding.

Wilders slaagde erin het tweede deel van die stelling te logenstraffen: de PVV zakte niet met dezelfde snelheid ook weer in elkaar. Of dat met Forum voor Democratie gebeurt is een interessante vraag voor het nieuwe kalenderjaar.

Voor Geert Wilders wordt het in het vroege voorjaar van 2018 erop of eronder.

Lees meer over het huidige Kabinet in ons dossier

Deel dit artikel

Niet de gewone (boze) Nederlander beheerste de discussie, maar het multinationale bedrijfsleven

De zwakke van premier Rutte tijdens het debat over de re­ge­rings­ver­kla­ring, blijft in de beeldvorming hangen

Dat met zoveel partijen in de coalitie slechts zo'n kleine meerderheid aan Kamerzetels mogelijk is, blijft het meest opvallende aspect van de politiek in 2017

Voor Geert Wilders wordt het in het vroege voorjaar van 2018 erop of eronder