Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rutte III in 2018: geld genoeg, maar geen aansprekend succes

Democratie

Lex Oomkes

Het nieuwe kabinet Rutte III in de samenstelling bij aanvang op het bordes van Paleis Noordeinde. (L-R voor) Halbe Zijlstra (minister van Buitenlandse Zaken), vicepremier Kajsa Ollongren (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), premier Mark Rutte (minister van Algemene Zaken), koning Willem-Alexander, vicepremier Hugo de Jonge (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), vicepremier Carola Schouten (minister van Landbouw, Voedselveiligheid en Regio) en Ferdinand Grappenhaus (minister van Justitie). (L-R achter) Arie Slob (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), Sigrid Kaag (minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), Eric Wiebes (minister van Economische Zaken en Klimaat), Ank Bijleveld (minister van Defensie), Ingrid Engelshoven (minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), Wopke Hoekstra (minister van Financien), Cora van Nieuwenhuizen (minister van Infrastructuur en Milieu), Wouter Koolmees (minister Sociale Zaken) en Bruno Bruins (minister voor Medische Zorg). © ANP
analyse

Geld is er genoeg en toch slaagde het kabinet-Rutte er in 2018 niet in een aansprekend succes te boeken. Het waren de verliezen die de toon zetten. En dat terwijl de pensioenen en het klimaat schreeuwen om antwoorden.

Regeren terwijl het geld tegen de plinten klotst is opmerkelijk genoeg heel wat moeilijker dan regeren terwijl de crisis zich maar blijft verdiepen. Het tweede kabinet-Rutte had het zwaar, de PvdA heeft daardoor schade opgelopen die voorlopig nog niet is hersteld, als herstel al mogelijk blijkt te zijn. Het derde kabinet onder leiding van dezelfde premier kent die financiële problemen niet, maar dat wil niet zeggen dat alles nu van een leien dakje loopt. Hardnekkige kleurloosheid is mogelijk een groter gevaar dan de noodzaak impopulaire maatregelen te nemen.

Lees verder na de advertentie

Regeren doet het derde kabinet-Rutte aan het einde van het kalenderjaar 2018 nog in relatieve rust. Vorige maand presenteerde minister Wopke Hoekstra (CDA) van financiën een Najaarsnota die treffend illustreert hoe de omstandigheden voor de vierpartijencoalitie zijn. Het begrotingsoverschot komt volgens dit laatste overzicht opnieuw hoger uit dan eerder voorspeld. Inmiddels blijft er onder de streep iets minder dan acht miljard euro over en de staatsschuld is spectaculair gedaald, tot 52,7 procent van het BBP (ruim vierhonderd miljard euro). De florerende economie is de belangrijkste oorzaak, uiteraard, maar er is een tweede, voor dit kabinet meer typerende reden.

Gele hesjes

Minister Hoekstra laat in de Najaarsnota weten dat in 2018 uiteindelijk 3,7 miljard euro minder zal worden uitgegeven dan de begroting toestond. Het kabinet weet simpelweg niet hoe het de extra budgetten moet aanwenden die door de gunstige economie vrijkomen. Het is een volstrekt ander probleem dan het met de dag verder oplopende tekort, waarmee het tweede kabinet van Mark Rutte zich geconfronteerd zag.

Het kabinet weet simpelweg niet hoe het de extra budgetten moet aanwenden die door de gunstige economie vrijkomen

Voor een kabinet dat er met Prinsjesdag prat op ging ruimte te hebben gemaakt voor investeringen in de publieke sector, is dit bepaald geen ideaal gegeven. Sterker nog, het is potentieel een serieus probleem nu maatschappelijk de roep om betere publieke voorzieningen steeds luider wordt. De relatieve rust waarin nu nog kan worden geopereerd kan snel omslaan, zoals de afgelopen weken in Frankrijk nog maar eens werd aangetoond. De paar verdwaalde gele hesjes in Nederland gaven zeer diverse redenen waarom ze de straat opgingen, maar de kwaliteit van publieke voorzieningen is er één van.

© ANP

Geld is dus veel minder het probleem dan de afgelopen decennia, maar de ministersploeg krijgt het niet voor elkaar dat geld om te zetten in daden. In het onderwijs en de zorg schreeuwen ze om mensen. Rechtbanken, advocaten en politie waarschuwen inmiddels dat de rechtsstaat in gevaar is door gebrek aan personeel, gebrek aan geld, gebrek aan alles eigenlijk.

Wereldeconomie

Het was het enige probleem dat zich de afgelopen maanden nadrukkelijk manifesteerde. Het is echter wel hardnekkig en potentieel ook in politieke termen een gevaar voor de vierpartijencoalitie. Jaren van achterblijvende salarissen van politiemensen, van verplegend personeel en van leraren leveren nu miljarden euro’s op en dat komt allemaal op het bordje van het derde kabinet-Rutte.

Er is bijzonder weinig waar de coalitie aan het einde van dit jaar op kan bogen. Grote successen bleven uit.

Ondertussen zijn er diverse ontwikkelingen in de wereld waar dit kabinet geen invloed op heeft, maar die de ruimte om te investeren in de publieke sector wel bedreigen. De mogelijkheid dat het tot een harde scheiding komt tussen de Europese Unie en Groot-Brittannië is er één van. De grillige handelspolitiek van de Amerikaanse president Donald Trump en de invloed daarvan op de wereldeconomie is een andere. Geld mag er in overvloed zijn, niemand garandeert dat dat binnen afzienbare tijd nog immer het geval zal zijn.

Het chagrijn in de coalitie neemt volgens verschillende bronnen toe. Niet alleen door dergelijke buitenlandse ontwikkelingen. Er is bijzonder weinig waar de coalitie aan het einde van dit jaar op kan bogen. Grote successen bleven uit. De partijen halen vooral het nieuws met hun onderlinge twisten, bijvoorbeeld over vliegveld Lelystad. Deze week bleek de coalitie dieper verdeeld dan ooit over de luchthaven, waardoor dit dossier voor het kabinet inmiddels barstende hoofdpijn oproept.

Praatsessies

VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie proberen wel degelijk tot resultaten te komen, met eindeloze praatsessies, bijna dagelijks coalitieoverleg, cockpitvergaderingen en wat al niet meer. Er is geen eerdere coalitie die zoveel overlegt. Niet alleen met elkaar, maar ook met partijen uit de samenleving. Met bedrijven en met vakbonden en ga zo maar door.

Net als zijn voorganger richt dit kabinet zich voor het broodnodige draagvlak voor het voorgenomen beleid op een akkoord met maatschappelijke organisaties. Anders dan menig eerder kabinet zijn er miljarden euro’s waarmee de gesprekspartners verleid kunnen worden om de gewenste stappen te doen. Om multinationals te verleiden in Nederland te blijven, dan wel meer activiteit hierheen te halen was twee miljard euro beschikbaar voor het afschaffen van de dividendbelasting. Tot nu toe is dit wellicht het dossier dat het slechtste uitpakte voor Rutte en de zijnen. Coalitiepartijen werden niet moe te verklaren dat ze er eigenlijk niets in zagen, maar dat het nu eenmaal was afgesproken. Er kwamen steeds sterkere aanwijzingen dat Rutte en zijn VVD zich hadden laten leiden door de aanwijzingen van Unilever en Shell. Als klap op de vuurpijl het zakelijke sms’je van Unilever-topman Paul Polman: het Britse hoofdkantoor kwam toch maar niet naar Rotterdam.

Akkoorden

De dividendbelasting werd de grootste politieke nederlaag (met bijbehorend gezichtsverlies) voor Rutte persoonlijk, maar deed de verhoudingen tussen de vier regeringspartijen ook geen goed. Een open oor voor de samenleving levert niet altijd applaus op.

Kennelijk is de bereidheid samen te werken groter als de nood hoog is. Het tweede kabinet-Rutte sleepte destijds een centraal akkoord uit het vuur met werkgevers en werknemers over de aanpak van de ernstige economische crisis van dat moment. Nu maken partijen kennelijk allerwegen de inschatting dat voorlopig geen akkoorden sluiten op de langere termijn profijtelijker is.

© ANP

Maanden onderhandelen met werkgevers en werknemers over de pensioenen leverde, ondanks allerlei concessies van de zijde van minister Wouter Koolmees (D66) van sociale zaken en de inzet van honderden miljoenen euro’s, uiteindelijk niets op.

Het aantal betrokkenen dat ernstig rekening houdt met de mogelijkheid dat de gesprekken aan onderhandelingstafels met allerlei maatschappelijke organisaties over invulling van het klimaatbeleid eveneens mislukt, neemt gestaag toe.

Maanden onderhandelen met werkgevers en werknemers over de pensioenen leverde uiteindelijk niets op.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) van volksgezondheid sloot na veel vijven en zessen een akkoord, met vooral bedrijven, om gezonder leven en verstandiger consumeren te bevorderen. Om dat preventieakkoord te verwezenlijken moest Blokhuis echter dermate veel van zijn ambities laten varen dat de vraag gerechtvaardigd is of hij eigenlijk wel iets bereikt heeft. De belanghebbende industrie is er elk geval in geslaagd de voor hen scherpste kantjes van de voornemens af te slijpen.

Afhankelijk

Blokhuis’ akkoord is het enige succesje dat mag worden genoteerd. De vakcentrales, en dan vooral de FNV, wachten eerst de Provinciale Statenverkiezingen in maart af om in te kunnen schatten hoe de positie van dit kabinet daarna wordt. Deze verkiezing bepaalt de samenstellig van de Eerste Kamer. Dan wordt duidelijk hoe afhankelijk Rutte zal zijn van andere partijen, door een mogelijk verlies van de meerderheid in de Eerste Kamer. Uit de geluiden aan de klimaattafels kan worden afgeleid dat er enorm geduwd en getrokken moet worden. Ook daar is vertragen veelal de tactiek in de hoop op een betere onderhandelingspositie na de verkiezingen.

Afhankelijk zijn van anderen betekent meestal dat de wijn erg waterig wordt. Dat kan gaan gelden voor het derde kabinet-Rutte. Het water bestond bij de onderhandelingen over een pensioenakkoord uit vele honderden miljoenen euro’s, onder meer via het aanbod de verhoging van de pensioen- en AOW-gerechtigde leeftijd naar 67 jaar een paar jaar uit te stellen. Het was niet genoeg. De verwachting dat er straks meer uit te halen valt, maakt partijen er niet toeschietelijker op.

Draconische maatregelen

Het grote dilemma voor de coalitie is dat men voor een effectief nieuw pensioenstelsel en voor krachtige maatregelen om inderdaad de CO2-productie in 2030 met 49 procent te verlagen totaal afhankelijk van anderen is. Pensioenhervormingen gaan over geld van werkgevers en werknemers waar een kabinet maar zeer beperkt iets over te zeggen heeft. En zonder draagvlak voor draconische maatregelen rond het klimaat hoeft er niet op gerekend te worden dat er ook maar iets effectief van de grond komt. Leidinggeven aan maatschappelijke veranderingen is onder Rutte III geworden tot het bedelen om een beetje steun.

© ANP

Ook zonder klimaatafspraken gaat de elektriciteitsrekening volgend jaar voor een gemiddeld gezin met honderden euro’s omhoog. Met name CDA-leider Sybrand van Haersma Buma wordt niet moe er op te wijzen dat het klimaatbeleid, als je niet oppast, maatschappelijk ontwrichtend zal kunnen werken. Mensen met een inkomen op of rond modaal mogen niet disproportioneel opdraaien voor de klimaatrekening. Ook onder coalitiegenoten van Buma bestaat echter de verdenking dat Buma zijn waarschuwing vooral gebruikt om noodzakelijke maatregelen tegen te houden dan wel uit te stellen.

Zonder medewerking van partijen van allerlei pluimage staat de politiek behoorlijk machteloos

Klaver

Buma kan het tegendeel alleen bewijzen door zelf concrete maatregelen en eventuele compensatie voor lagere inkomens voor te stellen, dan wel dergelijke maatregelen van anderen te steunen. Maar zo lang er met de samenleving aan klimaattafels wordt gesproken, is het onmogelijk zo concreet te worden. Een probleem dat alleen maar dringender wordt naarmate de tijd verstrijkt.

GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver kan wel zeggen dat om voortgang te boeken niet langer moet worden gesproken met partijen die op de rem trappen (in dit geval de industrie), maar dat is niet veel meer dan stoere praat. Zonder medewerking van partijen van allerlei pluimage staat de politiek behoorlijk machteloos.

Het klimaatbeleid, of beter gezegd het alsmaar uitstellen van dat beleid, kan gemakkelijk tot een onbeheersbaar probleem worden voor de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Dit jaar wordt afgesloten met een paar grote mislukkingen, 2019 kan zomaar het einde worden.

Eerste Kamer

De voortekenen voor de verkiezingen van de Provinciale Staten in maart en, in mei, voor de nieuwe Eerste Kamer zijn niet gunstig voor Rutte III. Een meerderheid voor de vier coalitiepartijen lijkt verder weg dan ooit. Niet dat dat het einde van het kabinet moet betekenen, maar het wordt het kabinet, nog meer dan al het geval is, wel moeilijker gemaakt. Steun op voorhand van één of meerdere partijen lijkt onwaarschijnlijk. PvdA-leider Lodewijk Asscher heeft in ieder geval al laten weten dat Rutte niet op zijn partij hoeft te rekenen. Dat Klaver die rol zal willen spelen ligt niet voor de hand na zijn vertrek van de formatietafel vorig jaar zomer.

Er zit in dat geval voor Rutte weinig anders op dan regeren met wisselende meerderheden in de Eerste Kamer. Niet dat dat onmiddellijk een ramp hoeft te zijn. De kleine meerderheid in de Tweede Kamer blijft in tact en in de Eerste Kamer worden bewindslieden alleen verwacht als er een wetsvoorstel moet worden verdedigd.

Rutte moest dit jaar al met de hoed in de hand langs vele onderhandelingstafels. Volgend jaar komt daar wellicht de Eerste Kamer bij. Het wordt moeilijker en moeilijker voor een vierpartijencoalitie zonder werkelijk herkenbaar gezicht.

Lees ook:

Coalitie worstelt zich naar nationaal klimaatakkoord

De VN-klimaattop in Katowice is voorbij, de gesprekken over het Nederlandse klimaatakkoord gaan de laatste week in. Vrijdag moet er resultaat zijn. Het prestige van het kabinet en vooral premier Rutte staan op het spel.

Economen adviseren Rutte III: Doe niet zo voorzichtig

De regering zou veel meer moeten investeren in de economie, vinden economen. Het geld is er nu. “En als je geld over hebt, moet je het zeker niet besteden aan afschaffing van de dividendbelasting”, zegt hoogleraar Lex Meijdam.

Deel dit artikel

Het kabinet weet simpelweg niet hoe het de extra budgetten moet aanwenden die door de gunstige economie vrijkomen

Er is bijzonder weinig waar de coalitie aan het einde van dit jaar op kan bogen. Grote successen bleven uit.

Maanden onderhandelen met werkgevers en werknemers over de pensioenen leverde uiteindelijk niets op.

Zonder medewerking van partijen van allerlei pluimage staat de politiek behoorlijk machteloos