Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Plato, een groot tegenstander van de democratie

Democratie

Peter Henk Steenhuis

Gerard Koolschijn (45) is classicus en schrijver. © Patrick Post
Interview

Democratisch zijn wereldproblemen niet op te lossen, wist Plato al. Maar ja, wie wil nou de democratie afschaffen?

Wat moeten we met wereldomspannende problemen, zoals klimaatverandering en belastingontwijking door bedrijven die groter zijn dan landen? Dat vraagt om vergaande maatregelen, maar kunnen onze democratieën die wel nemen?

Lees verder na de advertentie

Nee, zegt schrijver en vertaler Gerard Koolschijn. Hij ging te rade bij Plato en schreef ‘Plato’s oplossing voor de planeet’. De situatie is tamelijk hopeloos, stelt Koolschijn vast. Kijk maar naar ’s werelds machtigste democratie. “Trump is precies het menstype dat Plato als grootste bedreiging ziet. De gruwel dat in onze zogenaamd beschaafde, democratische wereld toch weer de ergste vorm van onze diersoort is komen bovendrijven: de mens die in staat is alle andere diersoorten uit te roeien om plaats te maken voor zichzelf en die alles wat mooi is vernietigt voor zijn korte-termijngenot en zijn wezenloze producten. De mens zal een vernietigende diersoort blijven en uiteindelijk ook zichzelf vernietigen.”

Plato geldt nog steeds als een van de sterkste critici van de democratie. Maar Plato leefde toch in een heel andere tijd?

“Ik geloof van niet. Er zijn twee korte perioden van democratie geweest. De eerste was de Griekse. Die duurde ruim anderhalve eeuw en bestond alleen in bepaalde delen van Griekenland, met Athene als voorbeeld. Alexander de Grote maakte er een eind aan. De tweede is de onze. Die duurt nu ook anderhalve eeuw, in een wat groter deel van de wereld.”

De mens zal een vernietigende diersoort blijven en uiteindelijk ook zichzelf vernietigen

Twee keer anderhalve eeuw, de vergelijking is sterk. Maar is de Atheense democratie vergelijkbaar met de onze?

“Vrouwen en slaven hadden geen stemrecht. Wat dat betreft was de Atheense democratie minder ontwikkeld dan die van ons nu. Aan de andere kant was zij weer radicaler. Het hele volk kwam in vergadering bijeen. De belangrijkste besluiten werden genomen door handopsteken. Alsof nu de volwassen Nederlandse bevolking via de tv de parlementaire debatten zou volgen - ook over oorlog en vrede - en dan na afloop op de thuiscomputer ja of nee kon intoetsen.”

Hoe keek men in Plato’s tijd tegen de democratie aan?

“De democratie was in de hele Griekse wereld omstreden. In veel staten leverden de aristocratische en de democratische partij gevechten op leven en dood. Ook in Athene werd de democratie tweemaal omvergeworpen. De eerste analytische historicus, Thucydides, een generatie ouder dan Plato, geeft de democratische politiek onbevooroordeeld weer, maar spreekt toch zelf zijn steun uit voor een antidemocratische revolutie die het stemrecht wil beperken.”

Wat waren dan de bezwaren tegen de democratie?

“De impulsieve besluitvorming. De korte-termijnpolitiek. De mateloosheid. Berucht voorbeeld is het Atheense besluit om bij een opstand op het eiland Lesbos de hele mannelijke bevolking terecht te stellen en de vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen. De volksvergadering stuurt een schip uit - telecommunicatie was er niet - om het bevel aan de Atheense bezettingsmacht ter plaatse over te brengen. De volgende dag komt het volk na heftige discussies op zijn besluit terug. Een tweede schip wordt uitgestuurd. De roeiers met het goede bericht weten de haven van Lesbos net op tijd te bereiken. Het dodelijke besluit wordt al afgekondigd. Het bleef bij de terechtstelling van de duizend mannen die al in Athene gevangen zaten.”

Deelde Plato deze bezwaren?

“Ja, maar hij ging veel verder. Hij had er zelf genoeg ellende door meegemaakt. Het imperialisme van de Atheense democratie had tot een oorlog geleid met het aristocratische Sparta, waarin de hele Griekse wereld werd meegesleept. In het jaar van Plato’s geboorte trok het Spartaanse leger voor de vierde keer brandend en plunderend door Athene’s grondgebied. Toen Plato 15 was liep een Atheense invasie op Sicilië door een ondoordachte beslissing van de volksvergadering op een catastrofe uit die een groot deel van de Atheense mannelijke bevolking het leven kostte. Hij was even in de 20 toen Athene in een zeeslag Sparta toch nog op de knieën kreeg, maar het volk liet de kans op een gunstige vrede verloren gaan en besloot de eigen vlootleiding grotendeels terecht te stellen wegens vermeend plichtsverzuim. Kort na de oorlog - Plato liep toen tegen de 30 - werd zijn leraar Sokrates door een jury van vijfhonderd mannen ter dood veroordeeld, zogenaamd wegens religieuze nieuwlichterij, maar in feite om zijn kritiek op de democratie.”

Wat is de kern van die kritiek?

“Plato beschouwde de menselijke natuur als een hopeloos geval. ‘Als koeien met hun koppen naar de grond gebogen grazen ze hun tafels leeg, zich volstoppend en elkaar bespringend, en in hun begeerte naar steeds méér trappend en stotend met horens en hoeven van staal doden ze elkaar.’ Hij vergelijkt de mens met een mythologisch fantasiedier. Stel je een wanstaltig monster voor, schrijft hij, met overal koppen van tamme en wilde dieren, die het uit zichzelf kan laten aangroeien. Maak daar vervolgens een leeuw aan vast. En ten slotte een mensje. Denk dan rond die drie wezens als omhulling een menselijke gestalte, zodat ze één schepsel lijken. Om zo’n schepsel enigszins ordelijk te laten leven, moet het mensje dat monster en die leeuw in bedwang houden. Voor het merendeel van de mensheid is dat een onmogelijke opgave. Dat kan alleen lukken onder leiding van daarvoor wetenschappelijk opgeleide mensen.”

De moraal van het verhaal: als de angst voor betrapping en straf is verdwenen, zou er geen verschil meer zijn tussen de goede en de slechte mens

Dat is theorie. Wat betekent dit voor de praktijk?

“Dat het democratische ideaal niet deugt. De gedachte dat mensen elkaar vanzelf tot sociale wezens kunnen opvoeden vindt Plato veel te rooskleurig. De menselijke intelligentie is niet vanzelf op het goede gericht. Ook is de schijnheiligheid groot. In feite denkt iedereen alleen aan zichzelf. Ook dat illustreert hij met een verhaal, het sprookje van Gyges’ ring. Gyges was een herder die bij een aardbeving een kloof in de aarde zag ontstaan. Hij daalde erin af en vond een bronzen paard waarin een bovenmenselijk groot lijk was bijgezet, dat alleen een gouden ring droeg. Hij nam die mee.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

© Patrick Post

“Toen hij op een herdersvergadering aan zijn ring zat te morrelen, ontdekte hij dat hij onzichtbaar werd als hij de steen van de ring naar zijn handpalm draaide. Daarop zorgde hij dat hij in een afvaardiging werd opgenomen die rapport uitbracht aan de koning, verleidde onzichtbaar de koningin en greep de macht. De moraal van het verhaal: als de angst voor betrapping en straf is verdwenen, zou er geen verschil meer zijn tussen de goede en de slechte mens. Ook de zogenaamd goede mens zou met zo’n ring tot elke misdaad bereid zijn. Ondanks alle idealistische praatjes zou iedereen het liefst zijn medemens uitbuiten.”

Democratische opvoeding als oefening in huichelarij dus. Maar wat stelt Plato er dan tegenover?

“Zijn theorie dat het een denkfout is aan te nemen dat misdaad loont zolang je niet wordt gestraft. Liegen, bedriegen en bluffen om jezelf ten koste van anderen te verrijken maakt niet gelukkig. Juist een dictator is de ongelukkigste mens, een soort verslaafde die zich door het monster en de leeuw in zijn psyche laat meeslepen en het mensje in zichzelf laat verhongeren. Het nieuwe in Plato’s theorie was dat de moraal, die ons bepaalde beperkingen oplegt, niet in de eerste plaats belangrijk is voor ons gedrag tegenover anderen, maar vooral voor onszelf. Mensen zouden niet voor sociaal gedrag moeten kiezen uit angst voor een god of voor de politie, maar omdat ze begrijpen dat zij zelf met sociaal gedrag gebaat zijn. Wie empathisch denkt en handelt beloont daarmee zichzelf. Hij laat zich niet door het monster in zichzelf meeslepen om het ene gat van zijn begeerten met het andere te vullen, maar leeft beheerst en evenwichtig.”

En beheersing en evenwicht maken gelukkig. Dit klinkt toch allemaal wel heel wereldvreemd.

“Ja. Plato zegt zelf ook dat de gemiddelde mens dit niet zal begrijpen. Dat vond hij juist het probleem. De menselijke intelligentie werd verkeerd gebruikt, namelijk om snel rijkdom en genot te bereiken. Er was een radicaal nieuwe manier van denken nodig. Die kon alleen maar beginnen bij begaafde jonge mensen, mits goed opgeleid. Ouders spoorden hun kinderen altijd alleen aan om dingen te leren die hen aan een lucratieve maatschappelijke positie konden helpen. Alles zou gewonnen zijn als jongeren met talent hun intelligentie juist niet in dienst stelden van materiële waarden, doordat ze zouden hebben begrepen dat dit een misrekening is.”

Wanneer beginnen we daarmee, morgen of overmorgen?

“Daar zijn volgens Plato twee dingen voor nodig. In de eerste plaats een andere aanpak van het onderwijs. Na wat wij middelbare school zouden noemen was er in zijn tijd hooguit particulier onderwijs van ‘sofisten’ - deskundigen in het spreken in het openbaar, een soort public relations-adviseurs die jonge talenten voorbereidden op een carrière in de politiek of het bedrijfsleven.

“Tegenover dit maatschappijbevestigende onderwijs stelde Plato zijn eigen wetenschappelijke opleiding. Hij richtte de eerste universiteit in de geschiedenis op. Uit de hele Griekse wereld werden wetenschappers aangetrokken, zoals de filosoof en bioloog Aristoteles. Zonder wiskundige vooropleiding werd je niet toegelaten. Voor het hele studieprogramma, met veel wiskunde en in een latere fase ook logica en psychologie, trok Plato vijftien jaar uit. Revolutionair was dat hij ook vrouwen wilde toelaten. Hoofddoel was - toen een volstrekt nieuwe gedachte - studenten abstract te leren denken, ook in de veronderstelling dat dit vanzelf tot een abs-tractie (je weg-trekken) van concrete materiële verlangens zou leiden. De afgestudeerde wetenschappers zouden er uiteindelijk van doordrongen zijn dat niet welvaart, maar welzijn zowel individueel als collectief het belangrijkste doel voor de mens was. En dat de belangrijkste taak van een regering was de materiële verlangens van de bevolking in banen te leiden.

Plato's ideaal deel ik, maar in zijn aanpak geloof ik niet

“Omdat de studie voor regeringsfuncties opleidde, werden de studenten niet alleen intellectueel, maar ook psychisch getest om te zien of ze altruïstisch en tegen materialistische verleidingen bestand waren. Ook tijdens de overheidsfuncties die ze na de studie vervulden, opnieuw vijftien jaar lang, werden ze aan tests onderworpen. Vanaf hun 50ste konden ze dan politieke verantwoordelijkheid dragen, waarvoor alleen wetenschappers in aanmerking kwamen. Persoonlijk eigendom hadden ze daarbij niet. De gemeenschap zorgde voor hun dagelijkse benodigdheden.

“Als mensen met zo’n opleiding aan het hoofd van de staat stonden zou ook aan de tweede voorwaarde voldaan zijn. Economische bedrijvigheid zou onder controle staan van politici die economische belangen ondergeschikt vonden en niet, zoals in een democratie, konden worden weggestemd als hun politiek de bevolking niet beviel.”

Een fors programma. Dacht Plato dat het reëel was?

“De kans leek hem klein. Hij begreep dat de weerstand tegen zijn ideeën groot zou zijn, hoeveel voorlichting hij ook zou geven. Mensen wilden zich nu eenmaal niet door wetenschap laten leiden. Toch vond hij, gezien de urgentie van de wereldproblemen, ook een kleine kans op verwezenlijking genoeg om zijn energie in een oplossing te steken.”

Wat denkt u, is Plato’s oplossing dé oplossing voor de planeet?

“Nee. Zijn ideaal bevalt me wel: productie, consumptie en bevolkingsgroei beperken. Maar in zijn oplossing geloof ik niet. Om twee redenen, nog afgezien van de onhaalbaarheid. Ten eerste betwijfel ik of zelfs de best opgeleide talenten, eenmaal aan de macht, onbaatzuchtig zouden blijven. En in de tweede plaats zal Plato’s redenering over evenwicht en geluk niet sluitend zijn voor iedereen. Ik wil niemand het recht ontnemen voor zijn eigen soort geluk te pleiten.” 

Gerard Koolschijn
Plato’s oplossing voor de planeet
Van Oorschot 96 blz. € 17,50

Lees ook: Asielzoeker moet Plato-kennis oplepelen om zich humanist te mogen noemen

Deel dit artikel

De mens zal een vernietigende diersoort blijven en uiteindelijk ook zichzelf vernietigen

De moraal van het verhaal: als de angst voor betrapping en straf is verdwenen, zou er geen verschil meer zijn tussen de goede en de slechte mens

Plato's ideaal deel ik, maar in zijn aanpak geloof ik niet