Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Piet de Jong bepaalde de erfenis van 1968

Democratie

Hans Goslinga

Hans Goslinga. © Trouw
column

Terwijl in Parijs het studentenoproer in volle gang was, sprak op 22 mei 1968 in de Tweede Kamer de liberale minister van justitie Carel Polak de stoere woorden: 'Democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen'.

Nederland op z'n breedst als vrij, tolerant en open land, kun je een halve eeuw later constateren. En dat onder het kabinet-De Jong dat in die dagen als conservatief bekendstond. 'Wij mogen niet bij voorbaat orde en rust stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting', zei nochtans een doodgemoedereerde Polak.

Lees verder na de advertentie

Om die reden wees hij een voorstel van de Boerenpartij af om een aantal studentenleiders uit het oproerige Frankrijk, onder wie de beruchte Daniel Cohn-Bendit, de toegang tot ons land te ontzeggen. 'In een democratische samenleving is een grote mate van tolerantie onontbeerlijk. Toezicht op sprekers uit het buitenland is veeleer repressief dan preventief'.

Je bent niet goed snik', zei De Jong. 'Ik ga geen staking met de politie breken'.

Geen inreisverbod dus. In zijn pas verschenen boek '1968', een meeslepende reconstructie van het revolutiejaar, onthult de schrijver en journalist Roel Janssen dat minister Polak aanvankelijk voor zo'n verbod was. Hij wilde de 'buitenlandse agitatoren' wel degelijk verhinderen studenten in Amsterdam toe te spreken, maar hij kreeg het kabinet niet mee. Premier De Jong stond in veel gevallen achter de minister van justitie, maar in dit geval niet. Zijn argument: als je deze mensen de toegang tot het land ontzegt, wakker je het studentenprotest alleen maar aan.

Janssen heeft dit lang verborgen feit aan de (al enige decennia toegankelijke) notulen van de bewuste ministerraad ontfutseld. Polak heeft gezegd wat hij heeft gezegd, zijn uitspraak wordt er niet minder iconisch om, maar het was dus De Jong die uiteindelijk de houding van het kabinet bepaalde.

Op zich is dat geen verrassing. Al kort na het aantreden van zijn kabinet in 1967 wees De Jong een verzoek van minister van sociale zaken Roolvink af om met geweld een eind te maken aan een schildersstaking. 'Je bent niet goed snik', zei hij. 'Ik ga geen staking met de politie breken'. Janssen noemt de lijn van De Jong een schoolvoorbeeld van de destijds verdachte 'repressieve tolerantie', schijnbare toegeeflijkheid om critici in te kapselen.

Bij De Jong was het meer dan dat. Hij omschreef zijn lijn naderhand met de term 'verend opvangen', naar zijn gewoonte als onderzeebootkapitein bemanningsleden te kalmeren bij wie de spanningen in de enge ruimte aan boord te groot werden. Daarnaast meende hij dat je gerechtvaardigde grieven uit de samenleving serieus moest nemen. Maar wat zijn houding voor alles bepaalde, was dat hij van de opstandigheid niet opkeek. De Jong vertelde later dat hij de opstand al direct na de bezetting had verwacht vanwege de ingrijpendheid van de inbreuk in het gewone leven. 'Maar toen ik in 1946, na zes jaar op zee, weer thuiskwam, was het doodstil en rustig. Ik vond het verbluffend.' Dus toen zich twintig jaar later de eerste tekenen van onrust voordeden (twee jaar eerder dan in Parijs), was hij niet verrast. 'Ik dacht: ha, men wordt wakker. Dit zijn de eerste verschijnselen van de puberteit van Nederland. Een groeistuip'.

De Jong was er, anders dan de Franse president De Gaulle en veel andere generatiegenoten, 'niet van in de war'. Hij gaf leiding vanuit een praktische wijsheid en nuchterheid en liet, zoals de uitspraak van Polak weergeeft, de democratische geest prevaleren boven de neiging in zijn omgeving erop los te slaan of zich te verschansen. Daarmee toonde hij zich de 'goede koning' van Cicero, die er steeds op bedacht is dat de emoties van het moment niet het geweten de baas worden.

De erkenning van De Jongs betekenis is pas dertig jaar later gekomen

Een halve eeuw in de politieke ontwikkeling is kort, maar het lijkt erop dat Nederland na de puberteit thans in de fase van adolescentie verkeert, zoekend naar een identiteit die de emancipatie van het individu, de inzet van 1968, opnieuw verbindt met de gemeenschap.

Wie meent dat deze tijd een Piet de Jong nodig heeft, moet bedenken dat zijn verstandige leiderschap destijds nauwelijks werd onderkend, zelfs niet door zijn eigen partij, de KVP, die hem na vier jaar botweg afdankte. Zijn lot beantwoordde geheel en al aan de waarneming van de Amerikaanse politicus en denker John Adams, dat in revolutionaire tijden 'de felste geesten en vluchtigste genieën meestal meer invloed hebben dan mannen met een gezond verstand en oordeel'.

De erkenning van De Jongs betekenis is pas dertig jaar later gekomen, nadat de Nijmeegse historici Brouwer en Merriënboer hadden laten zien dat diens kabinet zoveel meer heeft gedaan dan 'op de winkel passen'. De voornaamste erfenis: 'Democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn'.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Eerdere afleveringen vindt u in dit dossier.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Je bent niet goed snik', zei De Jong. 'Ik ga geen staking met de politie breken'.

De erkenning van De Jongs betekenis is pas dertig jaar later gekomen