Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederland kent nog altijd geen vrouwelijke premier, maar er waren kansen genoeg

Democratie

Paul van der Steen

Neelie Kroes: 'Je moet zelf knokken'. © Hollandse Hoogte / Beeldbewerkgin Liselore Kamping
Portret

Honderd jaar geleden kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer. Trouw portretteert in een serie de vrouwen die haar volgden in andere politieke en bestuurlijke ambten. Vandaag de slotaflevering: Marga Klompé, Neelie Kroes en Rita Verdonk. Vrouwen die voor het premierschap gevraagd werden (Klompé), dan wel het zelf ambieerden.

"U kijkt zo lief", zei premier Jan Peter Balkenende toen hij tijdens een verkiezingsdebat in 2010 het antwoord op een vraag van debatleider Mariëlle Tweebeeke schuldig moest blijven. Verslaggever Wouke van Scherrenburg kreeg na vasthoudendheid van Pim 'vergis je niet, ik word de minister-president van dit land' Fortuyn de opmerking: "Mevrouwtje, ga lekker naar huis, koken. Veel beter."

Lees verder na de advertentie

Soortgelijke reacties van een vrouwelijke premier op mannelijke verslaggevers zijn er niet. Simpelweg omdat Nederland bijna honderd jaar na de invoering van het algemeen kiesrecht nog nooit een vrouwelijke minister-president heeft gehad. Alle 39 kabinetten sinds de invoering van het vrouwenkiesrecht werden geleid door een man.

De eerste vrouwelijke vicepremier stond pas op het bordes bij de beëdiging van het tweede paarse kabinet in 1998

Terwijl Nederland in de tweede helft van de jaren zestig zomaar het derde land in de wereld had kunnen zijn met een niet-mannelijke kabinetsleider. Na de dramatisch verlopen Tweede-Kamerverkiezingen van 15 februari 1967 (acht zetels verlies) leek de KVP toch de aangewezen partij om de premier van een nieuw kabinet te leveren. De linkervleugel van de partij vond Marga Klompé de aangewezen kandidaat.

Marga Klompé © ANP

Maar ook partijleider Norbert Schmelzer noemde haar in gesprek met informateur Jelle Zijlstra naast Piet de Jong als optie. Klompé, als altijd van ongeveer alles op de hoogte, hield zelf de boot af. Ze vond zichzelf onvoldoende financieel-economisch onderlegd, "hetgeen ik in de gegeven omstandigheden wel noodzakelijk acht". En bovendien: "De situatie is psychologisch niet rijp om een vrouw minister-president te maken".

De journalist Jan Rogier betreurde het achteraf: "Zij heeft niet bereikt waar zij krachtens haar politieke capaciteiten recht op zou hebben gehad, ware zij geen vrouw geweest, namelijk op de post van minister-president. Als een De Quay, een Marijnen en een De Jong daar kunnen zitten, is een Klompé er bijna te goed voor." Helemaal ongelijk had hij niet. Klompé had in 1967 zeven jaar ervaring als minister, De Quay tweeënhalve maand, Marijnen vier jaar en De Jong bijna vier jaar. Klompé las uit gewoonte altijd alle stukken voor de ministerraad en zat dus goed in de dossiers, ook financieel-economisch. En Klompé had al van voor haar ministerschap buitenlandervaring, ook toen al -zij het minder dan tegenwoordig - een pre voor een premier.

In 1973 bood formateur Jaap Burger (PvdA) Klompé nog de post van vicepremier in het kabinet-Den Uyl aan. Ze had echter al definitief afscheid genomen van de actieve politiek. Klompé's partijgenoot Dries van Agt werd vicepremier namens de KVP.

Het is een meisje

De eerste vrouwelijke vicepremier stond pas op het bordes bij de beëdiging van het tweede paarse kabinet in 1998. Het waren er meteen twee: Annemarie Jorritsma (VVD) en Els Borst (D66). Laatstgenoemde werd vier jaar later ook de eerste (en laatste) vrouw die in haar eentje een regeringspartij ging leiden.

De zin waarmee haar voorganger Hans van Mierlo de nieuwe lijsttrekker aankondigde werd legendarisch: 'Het is een meisje geworden en we noemen haar Els'. Een mannelijke voorman was waarschijnlijk niet aangekondigd als 'jongetje'.

Rita Verdonk © ANP

Als één vrouw in het decennium daarna openlijk aasde op het Torentje, dan was het wel Rita Verdonk. Vanwege haar geharnaste standpunten had ze de Thatcheriaanse bijnaam 'IJzeren Rita' gekregen. Daarmee had ze een stevige populariteit opgebouwd bij onder meer de achterban van haar eigen partij en kiezers die na de moord op Pim Fortuyn en de teloorgang van diens LPF daarna verweesd waren achtergebleven. Verdonk maakte geen geheim van haar ambities en nam het in de lijsttrekkersverkiezingen van de VVD in 2006 op tegen toenmalig staatssecretaris van onderwijs Mark Rutte. Die won nipt: 51,5 tegen 45,7 procent.

Het weerhield Verdonk, nummer twee op de lijst, niet van een stevige persoonlijke campagne. Het leidde tot een unicum in de Nederlandse parlementaire geschiedenis: Verdonk haalde ruim 620.555 stemmen, bijna 70.000 meer dan lijsttrekker Rutte. De VVD verkeerde in crisis, helemaal toen de nummer twee zich korte tijd later in een Haags café presenteerde als de aangewezen persoon om haar partij uit het moeras te trekken: "De kiezer heeft gesproken. Ik zie dat als steun voor mijn beleid. Ik ben in staat om van de VVD de grootste partij te maken."

Neelie Kroes zou een premierschap nooit weigeren met Klompé's argument dat de tijd nog niet rijp was

De coup mislukte. De verwarring in liberale kringen bleef. Rutte worstelde met de partij en zichzelf, terwijl Wilders' Partij Voor de Vrijheid (PVV) opkwam en Verdonks eigen partij Trots Op Nederland (TON) op een zeker moment tweede stond in de peilingen. Misschien kon bij de VVD-veteraan Neelie Kroes het tij keren. 'Neelie redt ons' kopte HP/De Tijd in september 2009. Ook Rutte zelf hintte erop dat niet hij, maar Opstelten of Kroes in het geval van een VVD-premierschap ook kandidaten waren. De partijleider zelf kon dan Bolkesteiniaans in de Kamer blijven zitten.

Seksistische predicaten

Kroes kon in elk geval bogen op enorme ervaring als Tweede-Kamerlid (1971-1977), staatssecretaris (1977-1981), minister (1982-1989) en Eurocommissaris (sinds 2004). In die jaren kreeg ze zo ongeveer alle mogelijke seksistische predicaten opgeplakt: van 'flirt' tot 'Neelie Split-Kroes' (vanwege haar kleding), van 'haaibaai' (vanwege vermeende verwaarlozing van haar zoon) tot 'boze fee' ten tijde van affaires waarbij ze betrokken zou zijn. Haar oud-premier Lubbers noemde haar "geen katje om zonder handschoenen aan te pakken".

Over de vrouwenzaak was Kroes in de loop der tijd fundamenteel anders gaan denken. Ze vond aanvankelijk dat feministen te veel naar de samenleving keken en te weinig naar zichzelf. "Het is een beetje gemakkelijk: laat eerst de maatschappij maar veranderen en dan ik. Je moet zelf knokken." In latere jaren raakte Kroes overtuigd van de werking van allerhande mechanismen die de doorstroom van vrouwen naar de top belemmerden.

Ze sprak zich ook steeds vaker erover uit. Kroes zou een premierschap nooit weigeren met Klompé's argument dat de tijd psychologisch nog niet rijp was voor een vrouw als minister-president. Ze toonde zich bij vragen van de pers niet afwijzend, maar vond speculeren zinloos: "Laten we de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is".

Rutte kreeg echter voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2010 het lek boven en maakte van de VVD voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij. Hij ging na de formatie zelf leidinggeven aan het door de PVV gedoogde kabinet van VVD en CDA. Van Verdonks gedroomde premierschap en haar partij was niets over: TON haalde geen enkele zetel.

Kroes liet nog van zich horen met kritiek op de personele samenstelling van de regeerploeg: drie vrouwen op twaalf bewindslieden. Rutte zei dat voor de beste mensen was gekozen. Kroes vond dat kolder. Het ging er bij haar niet in dat "er geen kwalitatief hoogstaande vrouwen in Nederland voorhanden zijn". Ze pleitte voor een quotum.

Battle of the Babes

Voorafgaand aan de verkiezingen van 2012 liet de organisatie Women On Top zien hoeveel ministeriabele vrouwen er zijn door een volledig vrouwenkabinet te presenteren. Kroes was de beoogde premier.

Andere vrouwelijke partijleiders hadden onvoldoende achterban om serieus aanspraak te maken op het premierschap. Maar ze werden er wel naar gevraagd, sommigen bij herhaling. Femke Halsema (GroenLinks) bijvoorbeeld. Ze wilde serieus antwoord geven. Tegelijkertijd wist ze niet of ze wel minister-president wilde worden. Aan Volkskrant Magazine vertelde ze later dat haar partner haar over de streep trok: "Hij is niet altijd dol op politiek, maar nu zei hij: 'Niet wil? We spelen het spel even mee: jij zou de eerste vrouwelijke premier van Nederland kunnen worden en je wil niet? Ik schóp je ernaartoe.'"

Met Halsema, Mariëtte Hamer (PvdA), Agnes Kant (SP) en Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) telde de Tweede Kamer in die jaren meer vrouwelijke fractievoorzitters dan nu. Een deel van de pers maakte van de Algemene Beschouwingen onmiddellijk 'the Battle of the Babes'. Zoals de Kamercommissie voor de zorg in de Haagse wandelgangen vanwege het hoge aantal vrouwen 'de commissie van de kijvende wijven' wordt genoemd.

Hoe makkelijk vanuit een soort automatisme wordt teruggevallen op mannen blijkt misschien wel uit de gang van zaken tijdens de laatste formatie. Alle vier de huidige regeringspartijen hadden een vrouw als nummer twee op de kandidatenlijst staan. Slechts een van hen, Carola Schouten (ChristenUnie), mocht met de partij-leider mee naar de onderhandelings-tafel.

Uitgebreidere versies van de portretten van de eerste vrouwen in politieke ambten verschijnen in februari in boekvorm bij Uitgeverij Vantilt.

Vooroordelen

Eerste vrouwelijke premiers elders regeerden in zware omstandigheden.

Jacinda Ardern © EPA

De mannelijke presentator van het Australische '60 Minutes' interviewde de vorige week van een dochter bevallen premier van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern in februari voor zijn programma. "Ben je populairder bij je kiezers geworden nu je zwanger bent?", luidde een van zijn vragen. Tot afgrijzen van veel kijkers zei hij ook nog: "Ik heb al veel premiers ontmoet, maar nooit iemand die zo jong is, en niemand die zo aantrekkelijk is".

Vrouwen als regeringsleider blijven mondiaal nog steeds een uitzondering en stuiten - ook als ze niet zwanger zijn - op de nodige vooroordelen. Hun bijnamen getuigen ervan. Ze worden alsnog in traditionele vrouwenrollen gedrukt als 'Mutti Merkel' of worden er juist voortdurend aan herinnerd dat ze daarvan afwijken ('Iron Lady', Margaret Thatcher).

Sirmavo Bandaranaike © -

De drie eerste vrouwelijke premiers in de wereld vervulden hun rol in zware omstandigheden. De allereerste, Sirimavo Bandaranaike, had vooral te maken met binnenlandse spanningen. Ze was drie termijnen minister-president (1960-1965, 1970-1977 en 1994-2000) van Sri Lanka. Tijdens haar verkiezingscampagne schoot ze een aantal keren vol over haar ruim een half jaar eerder door een boeddhistische extremist vermoorde man Solomon Bandaranaike. Ook hij was op dat moment premier.

Sirimavo's laatste ambtstermijn (1994-2000) was er een in het voetspoor van haar dochter Chandrika, die haar premierschap aan haar moeder doorgaf, toen ze zelf president werd. Ook Chandrika had overigens daarvoor al haar man verloren bij een politieke moord.

Indira Gandhi © AFP

De tweede vrouwelijke minister-president in de geschiedenis, Indira Gandhi, was de dochter van de eerste premier van het onafhankelijke India, Jawaharlal Nehru. Toen die in januari 1966 overleed aan een hartinfarct, kwam Gandhi in beeld. Na het heengaan van haar vader was ze al minister van informatie en omroep geworden. Gandhi leidde haar land - met een onderbreking tussen 1977 en 1980 - onder meer tijdens de oorlog met Pakistan en maakte van India een kernmacht. In 1984 werd ze vermoord door Sikhs uit haar eigen lijfwacht.

Golda Meir © -

Marga Klompé had de derde vrouwelijke premier ter wereld kunnen zijn. Die eer kwam nu toe aan Golda Meir. Zij regeerde Israël van 1969 tot 1974, spannende tijden voor haar land. De Jom Kippoeroorlog van 1973 met een Arabische aanval, die de Joodse staat onaangenaam verraste, werd haar ondanks een overwinning nagedragen. In juni 1974 sprak de 76-jarige het Israëlische parlement toe: "Ik ben aan het einde van mijn weg gekomen". Daarna stond ze op en verliet ze de vergaderzaal.

Lees ook de andere portretten in de serie over vrouwelijke pioniers in de politiek.

Deel dit artikel

De eerste vrouwelijke vicepremier stond pas op het bordes bij de beëdiging van het tweede paarse kabinet in 1998

Neelie Kroes zou een premierschap nooit weigeren met Klompé's argument dat de tijd nog niet rijp was