Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Kan het onderzoekscentrum van het ministerie van justitie zijn werk wel doen?

Democratie

Marten van de Wier

Rotterdam 2006: Minister van justitie Donner (rechts) en burgemeester Opstelten (die later minister van justitie zou worden) nemen een kijkje bij de ontmanteling van een ontdekte hennepkwekerij. © Maarten Hartman

Een klokkenluider meldde dat het ministerie van justitie wetenschappelijk onderzoek manipuleerde. Vanavond voelt de Tweede Kamer minister Grapperhaus aan de tand.

Vanavond wacht minister Ferdinand Grapperhaus een lastig debat. Het tv-programma ‘Nieuwsuur’ toonde eind vorig jaar aan dat zijn ministerie van justitie en veiligheid rapporten van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) manipuleerde. Dit gebeurde op verzoek van toenmalig minister Ivo Opstelten. Zijn opvolger Grapperhaus moet de Kamer nu overtuigen dat dit nooit meer kan gebeuren.

Lees verder na de advertentie
Be­leids­amb­te­na­ren van het ministerie herschreven zelfs de teksten van het WOD­C-eind­rap­port

Wat was er ook alweer aan de hand?

‘Nieuwsuur’ kreeg een e-mail in handen van Marianne van Ooyen, voormalig voormalig hoofdonderzoeker van het WODC. In 2014 klaagde zij intern over de onafhankelijkheid van twee onderzoeken over drugsbeleid waarbij ze betrokken was. Een van die onderzoeken voerde het WODC zelf uit, het andere werd uitbesteed.

Het eigen onderzoek, in 2013, ging over het effect van het coffeeshopbeleid van het kabinet. Opstelten introduceerde het jaar daarvoor een ‘ingezetenencriterium’ voor coffeeshops in Zuid-Nederland: drugstoeristen konden er niet meer terecht. Het kabinet wilde zo de overlast tegengaan.

Beleidsambtenaren van het ministerie bemoeiden zich intensief met de vraagstelling van het onderzoek en herschreven zelfs de teksten van het eindrapport. WODC-directeur Frans Leeuw paste zelfs de conclusies aan op verzoek van het ministerie, stelt Nieuwsuur. De directeur wilde voorkomen dat het beeld zou rijzen dat ‘dat hele drugsbeleid’ van Opstelten ‘onzin’ was, en niet ‘had gehoeven’, zo mailde hij aan de onderzoekers.

En dat tweede onderzoek?

Dat werd in 2014 door het WODC uitbesteed. Onderzoekers van de Radboud Universiteit bekeken of het mogelijk is wietteelt in Nederland te reguleren, met het oog op het internationaal recht. Onmogelijk, had Opstelten toen al meermalen gezegd.

De minister nam zelf de startnotitie van het WODC mee naar huis en paste hem aan. Hij vroeg zijn beleidsmedewerkers ook om ‘sturing’ op het onderzoek uit te oefenen, blijkt uit een mailwisseling tussen ambtenaren, waaruit Nieuwsuur citeerde. ‘Het moet niet zo zijn dat er iets totaal anders uitkomt dan tot nu toe gecommuniceerd is met de Tweede Kamer’, schrijft een ambtenaar. Dat gebeurde ook niet.

Wat was het effect van die beïnvloeding?

In elk geval kon Opstelten met de onderzoeken in de hand zijn beleid verdedigen. De conclusie van het eerste onderzoek ondersteunde zijn ingezetencriterium. Dat is sinds 2013 landelijk van kracht, al handhaaft bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam het niet.

Ook de uitkomst van het rapport over wietteelt kwam Opstelten goed uit. Steeds meer burgemeesters riepen om een proef met regulering. Het rapport gaf hem argumenten om die te blokkeren. Later kwamen dezelfde onderzoekers, in opdracht van de gemeenten en met een anders geformuleerde onderzoeksvraag, tot de conclusie dat regulering wel mogelijk is.

Voorstanders van regulering voelen zich bedrogen. “Het beleid was jarenlang gebaseerd op verkeerde aannames. En daardoor hadden criminelen onnodig vrij spel”, stelt Attje Kuiken van de PvdA. Het nieuwe kabinet werkt inmiddels aan een proef met wietteelt.

Opstelten kon met de onderzoeken in de hand zijn beleid verdedigen.

Hoe reageerde huidig minister Grapperhaus?

“Dit had niet zo mogen gebeuren”, zei Grapperhaus meteen in Nieuwsuur. Ondertussen heeft hij drie commissies opgetuigd. Een voor een onderzoek naar de twee gewraakte drugsrapporten. Deugt daar nog iets van? Een andere commissie onderzoekt de banden tussen het ministerie en het WODC en een derde bekijkt wat er met de klacht van de onderzoekster is gedaan. Grapperhaus wil na de onderzoeken bekijken of het nodig is het WODC, dat huist op de veertiende etage van het ministerie, ‘meer op afstand te plaatsen’.

Zijn hiermee de zorgen van de Kamer weggenomen?

Allerminst. Kamerleden vragen zich af of er met meer onderzoeken is geknoeid. Grapperhaus maakte alvast een overzicht van alle drugsonderzoeken die het WODC sinds het aantreden van Rutte I schreef. Dat zijn er een kleine veertig.

D66 en SP zijn bezorgd over de situatie bij het WODC. Het instituut doet nog altijd belangrijk onderzoek. Er komen nog drie drugsonderzoeken aan. “Als er iets moet veranderen bij het WODC, hoe kan dat dan met de huidige directeur?”, vraagt Michiel van Nispen (SP) zich af.

“Ik wil weten hoe de minister kan garanderen dat manipulatie van onderzoek nu niet meer aan de orde is”, zegt D66-Kamerlid Maarten Groothuizen. Ook wil hij garanties dat de commissies die het functioneren van het WODC onderzoeken in elk geval wel volstrekt onafhankelijk kunnen opereren.

Klokkenluider Van Ooyen is bezorgd of de drie onderzoeken van Grapperhaus wel voldoende opleveren, zei ze gisterenavond in Nieuwsuur. Volgens haar is een analyse van de omstreden eindrapporten niet voldoende: de commissie moet voor een goed oordeel ook kijken naar de interne communicatie en de conceptversies van de tekst. Ook is ze bang dat de huidige medewerkers incidenten niet zullen durven te melden aan de onderzoekers.

Lees ook: Grapperhaus erft met justitie en veiligheid een ontembaar ministerie

Deel dit artikel

Be­leids­amb­te­na­ren van het ministerie herschreven zelfs de teksten van het WOD­C-eind­rap­port

Opstelten kon met de onderzoeken in de hand zijn beleid verdedigen.