Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe jonger, hoe kritischer over de nieuwe inlichtingenwet

Democratie

Kristel van Teeffelen en Anne Wijn

© Studio Vonq

Het is een hardnekkige aanname: jongeren delen hun hele hebben en houden op sociale media, ze hechten niet aan privacy. Maar dat klopt niet, blijkt opnieuw in aanloop naar het referendum over de nieuwe inlichtingenwet. 

Grofweg lijkt te gelden: hoe ouder, hoe meer geneigd om woensdag voor de wet te  stemmen, en hoe jonger hoe kritischer. Hoe is dat te verklaren? 

Lees verder na de advertentie
Privacy werd gezien als geheimhouding, daar komt het 'ik heb niks te ver­ber­gen'-ar­gu­ment vandaan. Jongeren zien het meer als controle over hun data.

Iris Huis in ‘t Veld, adviseur bij de Privacy Company

Het onderzoeksbureau I&O Research peilde de afgelopen maanden de stemming onder de bevolking over die nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Daaruit blijkt dat een derde van de jongeren tot 35 jaar zegt voor de nieuwe wet te zijn. Dat percentage loopt gestaag op tot 63 procent bij 65-plussers. Volgens onderzoeker Peter Kanne scoren jongeren beter op de kennisvragen over de wet. Ze hebben zich blijkbaar beter ingelezen.

Nu kun je verschillende verklaringen bedenken voor die generatiekloof. Zo blijkt uit eerdere onderzoeken dat geldt: hoe ouder, hoe meer vertrouwen in de overheid, zegt Kanne. En het referendum gaat ook over de vraag of je de veiligheidsdiensten met hun uitgebreide bevoegdheden om internetverkeer te verzamelen, vertrouwt. 

Niet meer alles online

Bovendien is het hele referendum vanaf het begin een jongereninitiatief geweest. Het waren studenten van de Universiteit van Amsterdam die genoeg handtekeningen verzamelden, omdat de nieuwe wet in hun ogen een te grote privacyschending is. Het zijn de jongerenorganisaties van politieke partijen die campagnevoeren tegen de nieuwe wet, ook als 'hun' partij in de Tweede Kamer  voorstander is.

Het zijn de jon­ge­ren­or­ga­ni­sa­ties van politieke partijen die campagnevoeren tegen de nieuwe wet, ook als 'hun' partij in de Tweede Kamer voorstander is.

Dat heeft invloed op de stemming bij generatiegenoten. "In het algemeen identificeren jongeren zich het meest met hun eigen leeftijdsgroep", zegt Patti Valkenburg, hoogleraar media, jeugd en samenleving aan de UvA. "Dus worden ze ook eerder beïnvloed door die leeftijdgenoten."

Bovendien zijn jongeren zich het afgelopen decennium veel bewuster geworden van het belang van privacy, zegt Valkenburg. In haar eerste onderzoek naar sociale media, toen nog CU2 en Hyves, stond alles nog publiekelijk online: naam, adres, mobiele nummer. Dat is enorm veranderd.  

Volgens Daan Weggemans, onderzoeker aan het Institute for Security and Global Affairs in Leiden, moeten jongeren wel"Een groot deel van hun leven speelt zich online af. Van vloggen en gamen tot het delen van pikante selfies. Ze worden veel vaker geconfronteerd met de mogelijk ingrijpende gevolgen van de digitalisering van hun leefwereld dan ouderen. Daardoor is privacy automatisch een belangrijker element geworden dan het vroeger was."

Makkelijke weg

Dat  jongeren toch veel informatie op sociale media delen of privacyvoorwaarden accepteren zonder ze te lezen, zegt niet dat ze privacy onbelangrijk vinden, benadrukt Weggemans. "Ze kiezen voor de makkelijke weg, maar daar maken niet alleen jongeren zich schuldig aan."

Wel is het idee over privacy veranderd, zegt Iris Huis in ‘t Veld, adviseur bij de Privacy Company in Den Haag. "Privacy werd vroeger meer gezien als geheimhouding, daar komt het 'ik heb niks te verbergen'-argument vandaan. De jongere generatie ziet privacy meer als controle hebben over hun data. Ze maken  vaker dan ouderen gebruik van digitale tools die hun privacy beschermen."

Juist in de nieuwe Wiv draait het om die data. De veiligheidsdiensten mogen straks op grotere schaal het internetverkeer aftappen. Het is dus logisch dat jongeren zich meer zorgen over de wet maken, stelt Huis in 't VeldZe zijn bang dat gegevens van onschuldige burgers in de netten van de diensten komen. "Als jouw idee van privacy draait 'ik heb niets te verbergen', dan kijk je waarschijnlijk anders naar de diensten."

UvA-studenten Ender Rengkung (l), Stijn Vos (m) en Jakob Jansen (r) in gesprek over de nieuwe inlichtingenwet. © Jean-Pierre Jans

“Die wet over de inlichtingendiensten, wanneer mogen we daar ook alweer over stemmen?”, vraagt student Stijn Vos (22). Met twee studievrienden drinkt hij koffie in een rumoerig studentencafé in Amsterdam. Even pauze tussen het studeren door, ze werken alle drie aan een scriptie voor hun bachelor politicologie.

Vos is ‘niet zo bezig geweest’ met het referendum, maakt hij duidelijk. “Maar ik ben voor de nieuwe wet. Ik heb weinig te verbergen. De AIVD heeft beloofd informatie over onschuldige mensen te verwijderen. Ik hoop wel dat ze zich daaraan gaan houden.”

Ender Rengkung (25) denkt er anders over: “Eigenlijk is dat een irrelevante vraag. Grote bedrijven kunnen al zoveel over ons weten, via de data die we zelf online verspreiden. Over het verwijderen daarvan is nog nooit iets beloofd.” Jakob Jansen (22) is het met Rengkung eens: “Onze generatie zit heel veel op sociale media. Maar weinig mensen in mijn omgeving zijn bezig met de privacyrisico’s ervan.”

Toch kennen ze alle drie ook jongeren die fel tegenstander zijn van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Vos: “Een paar van mijn facebookvrienden voeren online actie voor het nee-kamp. Maar diezelfde mensen moeten erom lachen als ze na het googelen op informatie over skiën ineens allerlei advertenties over skivakanties te zien krijgen op hun facebookpagina.”

Het lijkt een paradox: veel jonge mensen zijn tegenstander van de Wiv vanwege privacyargumenten. Maar tegelijkertijd plaatsen ze veel van hun privéleven online en weten ze dat grote bedrijven als Google daarmee aan de haal gaan.

De studenten begrijpen het wel. Rengkung: “Jonge mensen zijn opgegroeid met de nieuwe media. Ze hebben er groot vertrouwen in omdat het een bekende wereld voor ze is.” Vos: “Ze delen alles online met elkaar en denken daar niet over na. Maar als de AIVD eraan wil komen, zien ze dat als iets engs.”

De koffie is op, er moet weer gestudeerd worden. Gaan de jongens zelf eigenlijk meedoen aan het referendum? Jansen weet het nog niet. Omdat Vos voor de wet is, ziet hij af van stemmen. Rengkung houdt liever voor zichzelf wat hij gaat doen. Jansen grapt: “In verband met privacy zeker.”

Lees ook:
Weet u al wat u gaat stemmen tijdens het referendum woensdag? Hier de vijf belangrijkste dilemma's over de nieuwe inlichtingenwet.  

Deel dit artikel

Privacy werd gezien als geheimhouding, daar komt het 'ik heb niks te ver­ber­gen'-ar­gu­ment vandaan. Jongeren zien het meer als controle over hun data.

Iris Huis in ‘t Veld, adviseur bij de Privacy Company

Het zijn de jon­ge­ren­or­ga­ni­sa­ties van politieke partijen die campagnevoeren tegen de nieuwe wet, ook als 'hun' partij in de Tweede Kamer voorstander is.