Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe de juridische jacht op Bashar al-Assad al is begonnen

Home

Arjen van der Ziel

Een portret van Assad in de straten van Damascus. © AFP

Terwijl de oorlog in Syrië nog volop woedt, verzamelen activisten alvast bewijzen voor vervolging van president Assad. 'Wij doen alles wat normaal gesproken door een aanklager wordt gedaan.'

Hij was ongelooflijk moedig en deed wat heel weinig mensen hem na zouden doen. De 24-jarige Abdel Majid Barakat werkte op het coördinatiecentrum van de Syrische veiligheidsdiensten in de hoofdstad Damascus, toen de opstand groeide tegen president Bashar al-Assad. Ondanks gevaar voor eigen leven besloot Barakat - een slanke jongeman met donker, achterover gekamd haar - om geheime documenten uit het veiligheidscentrum te lekken naar de oppositie.

Lees verder na de advertentie

De jonge Syriër fotografeerde op het toilet stiekem stukken en stuurde ze aan oppositieactivisten, die ze vervolgens doorspeelden naar Arabische nieuwsmedia. Terwijl het regime tegenover de buitenwereld beweerde dat het vreedzame protesten toestond, bleek uit de gelekte stukken hoe agenten doelbewust activisten op de korrel namen en zonder pardon op hen schoten.

Maar met elk stuk dat in de media kwam, groeide de paranoia in het coördinatiecentrum en nam de kans toe dat hij zou worden ontmaskerd. Barakat werd aan de tand gevoeld door zijn baas. Toen een collega hem vertelde dat hij door een naaste medewerker werd bespioneerd, werd de grond hem te heet onder de voeten.

Op een vrije dag begin 2012 plunderde Barakat het coördinatiecentrum en nam zoveel mogelijk documenten mee. Hij verstopte honderden stukken, vele met het opschrift 'topgeheim', op zijn rug onder zijn kleren, en reed naar de Noord-Syrische grens. Hij glipte Turkije binnen, waar hij onder een valse naam incheckte in een hotel. Pas toen zijn moeder enkele weken later ook veilig buiten Syrië was, trad hij met zijn papieren naar buiten. "Het was mijn missie deze stukken naar buiten te brengen", vertelde hij in Istanbul aan tv-zender Al Jazeera.

Strafdossiers

De stukken die Barakat Syrië uit smokkelde zijn inmiddels onderdeel van de groeiende berg bewijzen van misdaden door het bewind van Bashar al-Assad. En hoewel er nog geen rechtbank of tribunaal is om Assad en zijn getrouwen te berechten, zijn activisten alvast begonnen met het aanleggen van strafdossiers.

De meest systematische poging wordt ondernomen door de Commission for International Justice and Accountability (CIJA), een organisatie die is opgezet door Bill Wiley, een ervaren Canadese strafrechtjurist, die eerder Saddam Hussein verdedigde en werkte voor het Joegoslavië-tribunaal, het Rwanda-tribunaal en het Internationaal Strafhof. CIJA wordt gefinancierd door onder meer de Europese Unie en enkele Westerse landen en heeft zo'n 140 werknemers, van wie de meesten onderzoekers zijn in Syrië en de omringende landen. Zij interviewen ter plekke getuigen, maken foto's en video's en smokkelen Syrische overheidsdocumenten het land uit, alles om strafdossiers op te bouwen tegen verdachten van oorlogsmisdaden.

Inmiddels heeft CIJA meer dan 750.000 Syrische overheidsdocumenten in handen. "Wij doen in feite alles wat normaal gesproken door een aanklager wordt gedaan", zegt Wiley. "Het enige verschil is dat er voorlopig nog geen rechtbank is waarvoor een proces kan plaatsvinden."

De 53-jarige Wiley praat over de telefoon vanuit zijn hoofdkantoor ergens in Europa. Om zichzelf en zijn medewerkers te beschermen, wil hij geheimhouden waar zijn organisatie gevestigd is en ook waar de honderdduizenden stukken zijn opgeslagen. Volgens Wiley kunnen de documenten voor een vervolging van groot belang zijn, omdat aanklagers ermee kunnen blootleggen wie precies wat wist, en wie welke opdrachten gaf. Hij vertelt dat zijn onderzoekers in Syrië geregeld enorme risico's lopen. "Er raken af en toe ook mensen van ons gewond in Syrië. En tweeënhalf jaar geleden is een man omgekomen bij het vervoeren van documenten."

De pogingen om bewijzen te verzamelen, kregen een flinke steun in de rug toen een voormalige Syrische politiefotograaf, die zich bedient van de codenaam 'Caesar', 50.000 foto's het land uitsmokkelde. Op de foto's zijn de lichamen te zien van 6700 gevangenen die zijn gemarteld en gedood in detentiecentra. Volgens experts van de FBI, die de beelden hebben bestudeerd, zijn de foto's echt. En ruim 700 van de slachtoffers zijn ook al geïdentificeerd, wat de kans op vervolging vergroot. "We hebben al acht complete dossiers tegen mensen in de hoogste regionen van het regime", zegt Wiley. "In zeven daarvan wordt ook Assad beschuldigd. Daarnaast hebben we twee afgeronde dossiers tegen Islamitische Staat."

Tekst loopt door onder afbeelding

Een deel van de foto's van geëxecuteerde gevangenen die Syrië werden uitgesmokkeld door 'Ceasar' © REUTERS

Arabische Lente

De opstand tegen het repressieve regime van Bashar al-Assad begon in 2011 met graffiti. 'Nu is het jouw beurt, dokter', kalkte iemand op een muur, daarmee suggererend dat president Assad, een voormalige oogarts, de volgende dictator zou zijn die zou vallen tijdens de Arabische Lente. Veiligheidsagenten van Assad pakten ruim tien jongens op, martelden hen en dwongen hen om bekentenissen te tekenen. Dat leidde tot demonstraties, en meer arrestaties en martelingen, en Syrië belandde binnen de korste keren in een neerwaartse spiraal van geweld.

De burgeroorlog, die al zes jaar duurt, heeft inmiddels aan meer dan 400.000 mensen het leven gekost. Alle partijen begaan ernstige misdaden. Zo bestoken oppositiestrijders woonwijken. Jihadisten van Al Qaida en Islamitische Staat zetten zelfmoordterroristen in, martelen vijanden en executeren gevangenen, vaak zelfs op video. Maar volgens mensenrechtenorganisaties begaat Assads regering verreweg het grootste aantal misdrijven, omdat zij de beschikking heeft over het staatsapparaat, inclusief luchtmacht, gevreesde inlichtingendiensten en een netwerk van gevangenissen.

Volgens onderzoekers terroriseert en moordt het bewind op grote schaal. Gevangen worden opgesloten in smerige cellen, vaak met nauwelijks te eten of te drinken. Ze worden in elkaar geslagen, opgehangen aan hun polsen, geëlectrokuteerd, overgoten met benzine en in brand gestoken en hun geslachtsdelen worden afgeklemd en afgehakt. De Amerikaanse regering kwam deze week bovendien met de verdenking dat het regime bij de beruchte Saydnaya-gevangenis, op drie kwartier rijden van Damascus, een crematorium heeft gebouwd, om lichamen van vermoorde gevangenen te laten verdwijnen.

Bruikbaar bewijs

"Het is een gedocumenteerde oorlog", zegt onderzoekster Jill Coster van Voorhout van The Hague Institute for Global Justice. "We weten wat voor misdaden er zijn gepleegd. Maar om te vervolgen, moet je die daden ook kunnen toerekenen aan personen. In een strafproces zijn de eisen hoog."

Volgens Coster van Voorhout is het van belang dat activisten weten hoe zij bewijs verzamelen zodat het later bruikbaar is in een eventueel strafproces. "Bij video's moet je bijvoorbeeld ook de 'metadata' hebben. Je moet kunnen vaststellen waar en wanneer een clip is opgenomen, en dat er niet mee gedokterd is. Het probleem is: elke keer dat je een digitale video opnieuw opslaat, muteert hij. Rechters kunnen dan niet meer vaststellen of het de oorspronkelijke video is."

Alle inspanningen ten spijt is het ook allerminst zeker dat het ooit tot vervolging van Assad en zijn trawanten zal komen. Want berechting door het Internationaal Strafhof in Den Haag is uitgesloten, omdat Syrië daar geen lid van is. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zou wel naar het Strafhof kunnen verwijzen, maar dat is tot nu toe eveneens uitgesloten omdat Assads bondgenoot Rusland daarover zijn veto uitspreekt. Ook de oprichting van een nieuw internationaal tribunaal, speciaal voor Syrië, zit er voorlopig niet in omdat landen aanhikken tegen de kosten en bovendien de mogelijkheid open willen houden van een compromis met Assad.

De activisten hebben vooralsnog hun hoop gevestigd op berechting door nationale rechtbanken elders in de wereld, vooral in Europa. Ze proberen aanklagers in landen als Duitsland, Frankrijk en Nederland aan te zetten tot de vervolging voor misdaden in Syrië. Daarbij krijgen ze steun van de Verenigde Naties, die in Genève bezig zijn een centrale database van Syrische gruweldaden op te zetten. Nederland beloofde onlangs een miljoen euro en expertise voor deze databank. "Het gaat erom dat we nu goed vastleggen wat er gebeurd is om straffeloosheid te voorkomen", verklaarde minister Bert Koenders van buitenlandse zaken.

In verschillende Europese landen zijn de laatste jaren ook al relatief laag geplaatste leden van rebellengroepen en jihadistische bewegingen veroordeeld. Zo werden in Nederland vorig jaar vier Nederlandse Syrië-gangers bij verstek veroordeeld. Het Openbaar Ministerie heeft de vervolging van dit soort strijders benoemd tot 'topprioriteit' en heeft begin dit jaar aangekondigd dat het alle ongeveer 200 Nederlandse jihadisten die in het oorlogsgebied zitten zal vervolgen.

Juridische complicaties

Maar tegen Assad en zijn handlangers wil het nog niet echt vlotten. Naast alle politieke problemen spelen daarbij ook juridische complicaties. Want is justitie in, pak 'm beet, Duitsland of Frankrijk, wel bevoegd om vervolging in stellen tegen Syriërs die in hun vaderland verblijven en die hun vermoede misdaden ook daar hebben gepleegd? Hoe betrouwbaar zijn bewijzen uit het oorlogsgebied? En krijg je de verdachten ooit hier om weerwoord te bieden of hun straf uit te zitten?

De meest concrete zaak tot nu toe loopt in Spanje en komt voort uit de foto's van vermoorde gevangenen die door oud-politiefotograaf 'Caesar' Syrië uit werden gesmokkeld. De Spaans-Syrische kapster Amal Hag Hamdo Anfalis herkende op een van die foto's haar broer, een vrachtwagenchauffeur die in 2013 verdween bij een regeringscheckpoint in Syrië. "Zodra ik die foto zag, stortte ik volledig in, en mijn kinderen vroegen zich af waarom ik huilde", vertelde ze aan The New York Times. "Mijn kinderen herkenden hem meteen. Ze keken naar de foto en zeiden: 'Dat is onze oom."

Onlangs begon een Spaanse onderzoeksrechter in deze kwestie een vooronderzoek voor 'staatsterrorisme' tegen negen hoge Syrische functionarissen. Onder de verdachten zijn vicepresident Farouk al-Sharaa, inlichtingenchef Ali Mamluc en het hoofd van de inlichtingendienst van de luchtmacht, Jamil Hassan.

Maar de kans dat het in deze zaak daadwerkelijk tot een proces komt, is volgens juridische experts klein. Want de Spaanse justitie is alleen bevoegd als er een Spaans slachtoffer is.

Om toch een vooronderzoek te kunnen instellen heeft de onderzoeksrechter de zus van de verdwenen truckchauffeur als 'slachtoffer' gekwalificeerd, maar volgens deskundigen zullen rechters die ruime interpretatie waarschijnlijk niet overnemen. "Die Spaanse zaak is vooral een vorm van actievoeren", zegt Bill Wiley. "In plaats van een rapport te publiceren dien je een strafklacht in, om aandacht te vragen voor iets. Maar juridisch gezien loopt die zaak op niks uit."

Hoewel gerechtigheid voorlopig dus nog niet in zicht is, blijven Wiley en zijn mensen dossiers opbouwen. Ze hopen dat het verloop van de oorlog wijzigt of dat de internationale verhoudingen zullen veranderen, waardoor Assad en zijn kompanen hun bescherming verliezen.

"Pffff, natuurlijk ben ik de Syrische oorlog zat", zegt Wiley. "Iedereen is die oorlog zat, onze mensen in Syrië voorop. Maar ik ben aan deze klus begonnen om hem tot een einde te brengen. Ik ben er echt van overtuigd dat Assad vervolgd gaat worden. Misschien duurt het nog twee jaar, misschien nog vijf jaar. Maar uiteindelijk zal hij worden berecht. Daarom gaan we door."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel