Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe de eerste vrouwelijke staatssecretaris een politiek dakloze werd

Democratie

Paul van der Steen

Anna de Waal in 1953 in haar zitkamer, waar de bloemstukken staan ter ere van haar staatssecretariaat. © Hollandse Hoogte / Spaarnestad P/Liselore Kamping

Honderd jaar geleden kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer. Trouw portretteert in een serie de vrouwen die haar volgden in andere politieke en bestuurlijke ambten. Vandaag de eerste vrouwelijke staatssecretaris: Anna de Waal.

Een boeketje rode anjers en gele fresia's sierde de regeringstafel, toen staatssecretaris Anna de Waal van onderwijs, kunsten en wetenschappen (OK en W) in 1953 voor het eerst haar opwachting maakte in de Tweede Kamer. Voorzitter 'Rad' Kortenhorst (Katholieke Volkspartij) sprak in een kort toespraakje de hoop uit dat voortaan elk kabinet minstens één vrouw zou tellen en kreeg daarvoor een luid applaus. Hij noemde De Waal 'de eerste vrouwelijke bewindsman'. Juridisch was dat correct. Want hoewel de positie van de staatssecretaris pas kort daarvoor was geregeld, vergat men destijds rekening te houden met de mogelijkheid dat een vrouw dit ambt zou gaan vervullen.

Lees verder na de advertentie
De komst van De Waal vergrootte de spraak­ver­war­ring verder. Men noemde haar 'staats­se­cre­ta­res­se'

De in 1948 geïntroduceerde functie riep toch al vragen op. Was het wel nodig? De Maasbode sprak smalend over 'staatssecretaritis'. Sommigen dachten aan het hulpje van de minister, een soort secretaris. De komst van De Waal vergrootte de spraakverwarring verder. Men noemde haar 'staatssecretaresse'.

De Waals aanstelling was vrijdag 30 en zaterdag 31 januari 1953 nog nieuws geweest. Zondag 1 februari drong het langzaam tot iedereen door dat Nederland getroffen was door een watersnood van gigantische omvang. Voor de eerste vrouw in het kabinet had niemand meer aandacht. In de vroege ochtend van maandag 2 februari vond een ultrakorte beëdigingsceremonie plaats. Koningin Juliana had de laarzen voor haar bezoek aan de rampgebieden al aan.

De Waal was op zijn minst tweede keus. Minister Cals vroeg eerst Marga Klompé, een huisvriendin. Die wilde niet. Opmerkelijk, 'dit vóórgaan der katholieke vrouwen op politiek terrein', stelde het eveneens katholieke dagblad De Tijd in een commentaar. De pleidooien voor vrouwen op politieke posities waren inderdaad lang uit andere hoeken gekomen. De Nederlandse bisschoppen verboden de in 1913 opgerichte Rooms-Katholieke Vrouwenbond nog om zich met politiek bezig te houden.

Stem van de vrouw

Het van net na de oorlog daterende Katholiek Vrouwendispuut liet zich niet op die manier de wet voorschrijven. Het waren voornamelijk gestudeerde 'mejuffrouwen', zoals de gepromoveerde De Waal en Klompé, die zich roerden. Getrouwde katholieke vrouwen werden nog altijd geacht hun aandacht te richten op echtgenoot en kinderen. Het dispuut wilde, zoals De Waal het later zou omschrijven, 'zonder te forceren maar met de dynamiek van de geïnteresseerde, de eigen stem van de vrouw laten horen bij de vorming van de publieke opinie'.

De Waal zat zes maanden vast in het vrou­wen­con­cen­tra­tie­kamp Ravensbrück

De Waal, voor haar staatssecretariaat bestuurslid en president van het dispuut, vormde daar een buitenbeentje. Ze was opgegroeid in een niet-religieus apothekersgezin in Culemborg. Onderwijs genoot ze op openbare, katholieke en christelijke scholen. Voor haar ouders telde de kwaliteit van het gebodene, niet de geloofsrichting. Haar studie sociale geografie rondde ze in 1932 cum laude af. Na een jaar lesgeven op een christelijke Middelbare Meisjesschool vertrok ze naar Nederlands-Indië waar ze aardrijkskunde gaf in achtereenvolgens Bandoeng en Soerabaja. Ondertussen was De Waal religieus zoekende. De keuze viel uiteindelijk op het rooms-katholicisme.

In 1939 kwam ze voor groot verlof terug naar Nederland. Ze was er nog toen de Duitsers in mei 1940 binnenvielen. De Nederlandse autoriteiten in Indië interneerden daarop daar wonende Duitsers. De bezetter gijzelde als reactie Indische verlofgangers in Nederland. De Waal zat zes maanden vast in het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück.

Na haar vrijlating begon ze aan haar proefschrift met de titel Sociale aardrijkskunde. Na de oorlog ging de gepromoveerde De Waal als onderzoeker en docent aan het werk op de afdeling sociale geografie van het Geografisch Instituut in Utrecht.

De eerste, echte politieke praktijkervaring deed ze vanaf 1949 op als gemeenteraadslid voor de KVP in de Domstad. Vanaf juli 1952 combineerde ze het met het lidmaatschap van de Tweede Kamer.

Als staatssecretaris kreeg De Waal misschien wel de lastigste portefeuille binnen OK en W. Ze werd verantwoordelijk voor het voortgezet hoger en middelbaar onderwijs en het nijverheidsonderwijs.

Mammoetwet

Met een gezelschap van gespecialiseerde ambtenaren werkte ze de door Cals' voorganger Theo Rutten gemaakte plannen voor de hervorming van het middelbare-scholensysteem verder uit.

Van haar minister had ze slechts beperkt steun, ook omdat die in de belangrijkste periode van voorbereidingen overspannen thuis zat. Ze kon wel op Cals rekenen bij de verdediging van de Tweede Onderwijsnota in de Tweede Kamer. Dat was nodig ook. De voorstellen haalden veel overhoop. Pas in 1962 en 1963 zou deze Mammoetwet door de beide Kamers worden heengeloodst.

Rond de Twee­de-Ka­mer­ver­kie­zin­gen van 1956 begon de toekomst van De Waal steeds meer een punt van discussie te worden

Rond de Tweede-Kamerverkiezingen van 1956 begon de toekomst van De Waal steeds meer een punt van discussie te worden. Menigeen vond dat misschien wel de belangrijkste uitdaging voor het departement, de hervorming van het middelbaar onderwijs, op het bordje van de minister zelf moest komen te liggen. De Waal zelf kreeg ook kritiek. PvdA-onderwijswoordvoerder Cors Kleijwegt stookte in eigen kring tegen de staatssecretaris: "Om iemand te handhaven, die, zoals een van de insiders haar kort geleden karakteriseerde: 'Op zijn zachtst gezegd kan men haar steeds een vriendelijke juffrouw noemen', benauwt me."

Cals verdedigde zijn staatssecretaris: het ontbrak haar misschien aan besluitvaardigheid en politiek fingerspitzengefühl, maar ze was veel beter dan de buitenwereld dacht. Misschien kon er een tweede staatssecretaris komen. Die kon dan zaken als jeugdvorming, sport en media voor zijn rekening nemen, zodat Cals zich ook meer met middelbaar onderwijs kon bemoeien.

Die nieuwe staatssecretaris kwam er. Toch lukte het niet om De Waal te handhaven. De ambtenaren op OK en W wilden dat Cals de volledige verantwoordelijkheid zou nemen en - nog belangrijker - de zuinige premier Willem Drees vond twee staatssecretarissen op een en hetzelfde ministerie te veel. De Waal bleef nog tot maart 1957, om Cals een beetje in te werken.

Bij haar vertrek werd De Waal raadsadviseur-honorair op het ministerie van OK en W, maar veel stelde dat niet voor. In 1961 trad ze nog wel als kroonlid toe tot de Academische Raad. Ook dat was geen rol die de Haagse schijnwerpers opnieuw op haar richtten. Als docent en bestuurder stortte De Waal zich op het bibliotheekwerk (ze was mede-oprichter van de Bibliotheekacademie in Amsterdam). Ze werd opnieuw voorzitter van het Katholiek Vrouwendispuut en - voor het eerst - voorzitter van de Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap.

Ze werd een politiek dakloze. Omdat haar weerstand tegen oorlog zwaar woog

PSP

De Waals werkelijke politieke activiteiten beperkten zich tot Provinciale Staten van Utrecht, waar ze in 1958 lid van werd. Dat duurde vier jaar. Toen zegde ze haar lidmaatschap van de KVP op omdat de meeste prominente gezichten van die partij, ondanks hoogoplopende spanningen, lang vasthielden aan Nederlands laatste kolonie in de Oost, Nieuw-Guinea. Ze werd een politiek dakloze. Omdat haar weerstand tegen oorlog zwaar woog, stemde ze - bij gebrek aan een goed alternatief - op de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP).

De Waal bewoog mee met de tijdgeest. Midden jaren zestig vertelde ze niet langer te geloven in partijen op confessionele basis. Ze stond achter de protesten tegen de oorlog in Vietnam en vond burgerlijke ongehoorzaamheid een geschikt middel om zaken te veranderen.

In haar laatste jaren kreeg ze last van dementie. Ze overleed op 22 maart 1981 in een Arnhems verzorgingstehuis. Nederland was haar toen al zo goed als vergeten.

Veel andere vrouwelijke staatssecretarissen had De Waal bij leven niet meer mogen meemaken. Fia van Veenendaal-van Meggelen (DS'70) was van 1971 tot 1972 de tweede in het ambt, als staatssecretaris van cultuur recreatie en maatschappelijk werk. Het kabinet Den Uyl, het meest progressieve dat Nederland ooit had gekend, had enkel één vrouwelijke minister. Het kabinet-Van Agt telde op haar hoogtepunt vier vrouwelijke staatssecretarissen. Sindsdien had elk kabinet er wel minstens een handjevol. Soms leek het wel alsof ze het nog altijd geringe aantal vrouwelijke ministers moesten compenseren.

Lees ook: 
De eerste vrouw in de Tweede Kamer kreeg veel onderbroekenlol te verduren

Nadat Suze Groeneweg (SDAP) in de Tweede Kamer een speciale kamer kreeg toegewezen waar ze haar toilet kon maken, heette het gangetje ernaartoe het Groenewegje. Grappig, als het niet een verwijzing naar de Haagse hoerenbuurt was geweest.

De eerste vrouwelijke senator Carry Pothuis-Smit was een indringer in een bedaagde herenclub

Een katholieke krant vond het onbestaanbaar. Een vrouw in de Eerste Kamer! Het dagblad noemde de 48-jarige Carry Pothuis-Smit een roode kakelkip. 'Wat beteekent ook studie en levenswijsheid in onze tijd? Wie het hardst en luidruchtigst kakelt, heeft het meeste gehoor.'

Deel dit artikel

De komst van De Waal vergrootte de spraak­ver­war­ring verder. Men noemde haar 'staats­se­cre­ta­res­se'

De Waal zat zes maanden vast in het vrou­wen­con­cen­tra­tie­kamp Ravensbrück

Rond de Twee­de-Ka­mer­ver­kie­zin­gen van 1956 begon de toekomst van De Waal steeds meer een punt van discussie te worden

Ze werd een politiek dakloze. Omdat haar weerstand tegen oorlog zwaar woog