Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het is de vraag of zuivere democratie wel wenselijk is

Democratie

Hans Goslinga

Hans Goslinga. © Trouw
column

Op voorstel van de afdeling Koog-Zaandijk sprak de PvdA zich in 1977 uit voor een gekozen staatshoofd. Tegen de wens van de partijtop, die haastig de hoop uitsprak dat, mocht het zo ver komen, koningin Juliana de eerste president zou zijn.

De gebeurtenis liet op ironische wijze zien hoe een zuiver republikeins principe stukliep op de breed geaccepteerde praktijk van het koningschap. De verklaring van de PvdA-top was dan ook niet zozeer ingegeven door liefde voor Juliana als wel door beduchtheid voor kiezersverlies. Nederland is, zoals de dominee-schrijver Busken Huet al in 1863 vaststelde, feitelijk een democratische republiek met een Oranje als erfelijk voorzitter. Dat is nog steeds zo.

Lees verder na de advertentie
Onbedoeld gaf D66 aan dat de koning hooguit nog een Bekende Nederlander zou zijn

Wat er dezer dagen nog wordt opgeruimd aan restanten van een politiek machtig koningschap, zoals de strafbepaling inzake majesteitsschennis, heeft marginale betekenis. Thorbecke leverde in 1848 de echte slag om de macht, waarna de parlementaire democratie zich hier kon ontwikkelen. In wezen verzoende hij het voor Nederland betrekkelijk nieuwe koningschap met de oude in 1579 gestichte republiek.

Het heeft een staatkundig bestel opgeleverd waarin zowel de oude machten (koning, regenten) als de nieuwe macht (burgers) zijn ingetoomd. Nee, Nederland is geen zuivere democratie, al zijn er partijen die menen dat deze vorm nog om de hoek ligt. Als de Franse filosoof Rousseau al gelijk had met zijn bewering dat alleen directe democratie echte democratie is, dan is deze vorm in elk geval nog nergens beproefd.

Absolute volksmacht

De rechtsgeleerden Cliteur en Baudet voerden anderhalf jaar terug Zwitserland met zijn referendumtraditie op als voorbeeld van een 'echte democratie'. Het vrouwenkiesrecht daar werd pas in 1971 werd ingevoerd, ruim een halve eeuw later dan hier. Bovendien liepen de Zwitsers ver achter met sociale wetgeving. De politieke denker Willem Bonger had in 1934 gelijk dat het referendum vertragend en conserverend werkt.

Maar de vraag die aan de vormkeuze voorafgaat is of zuivere democratie wel wenselijk is. Alleen al het nastreven ervan stelt, bijna als vanzelf, de macht centraal met het risico daar zelfs een absolute betekenis aan te geven. Als de ontwikkeling na de afschaffing van het absolute koningschap eindigt bij absolute volksmacht, belanden we, zacht gezegd, van de regen in de drup. Daarom is het ijveren voor een volledig ontkoningde koning toch niet geheel onschuldig.

Het CDA-Kamerlid Chris van Dam legde deze week in het Kamerdebat over het schrappen van de majesteitsschennis als apart strafrechtartikel de vinger op de gevoelige plek: 'De Koning is in onze ogen niet een man uit Wassenaar die tijdens kantooruren in onze Staat bijzondere activiteiten verricht'. Wie dat wel zo ziet, zo vat ik zijn motivering samen, maakt het koningschap zo plat als een dubbeltje, waardoor het niet meer de verbindende rol kan spelen in onze verdeelde samenleving.

De verdediger van het voorstel, het D66-Kamerlid Verhoeven, wierp het CDA en de andere christelijke partijen, die ook tegen zijn, een 'ouderwets-autoritaire visie' op het koningschap voor de voeten. Daarmee gaf hij, vermoedelijk onbedoeld, weer dat het hem wel degelijk is te doen om het slopen van macht, al is die dan niet langer politiek, maar symbolisch en ornamenteel. De koning zal hooguit nog een Bekende Nederlander zijn, meer niet.

Struikelblok

De suggestie die D66 aldus overeind houdt is dat, ook al is het koningschap beteugeld door het staatsrecht, de machtsstrijd ten gunste van meer democratie nog niet is gestreden. Intussen doet het doorlopende sloopwerk afbreuk aan het bestel van Thorbecke, waarin de onderscheiden bestuursvormen (monarchie, regentenbestuur en democratie) zo ingenieus zijn verweven. Dat voedt het onbehagen over de onvolkomenheden van ons bestel, terwijl dat misschien wel het beste van de staatkundige werelden in zich verenigt.

In zijn helaas weer actuele boek 'Problemen der democratie' schreef Bonger ruim tachtig jaar geleden dat 'alleen dwazen of demagogen een complete heilstaat beloven, die dan bovendien à la minute zal worden verwezenlijkt'. In plaats van zich af te zetten tegen de koning als een struikelblok op weg naar een volmaakte democratie, zou D66 het woord van deze denker moeten uitdragen 'dat de democratie niet kan toveren'.

De illusie van Rousseaus zuivere democratie heeft volgens Bonger misschien even bestaan in de Sovjet-Unie na de revolutie van 1917, toen men zelfs orkesten zonder dirigent liet spelen. Zijn overtuiging was dan ook deze: 'Had de democratie niet haar vertegenwoordigende vorm aangenomen, dan zou van haar in de praktijk reeds niets meer over zijn'.

Lees ook: De koning verdient extra bescherming

En lees hier meer columns van Hans Goslinga.

Deel dit artikel

Onbedoeld gaf D66 aan dat de koning hooguit nog een Bekende Nederlander zou zijn