Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het feitenvrije presidentschap van Donald Trump

Democratie

Bas den Hond

© EPA

In de eerste anderhalf jaar van zijn presidentschap deed Trump de waarheid 4229 keer geweld aan, zo turfde The Washington Post. Journalisten en media-experts broeden op nieuwe manieren om verslag te doen van hun feitenmijdende president.

Meer dan vierduizend brandweerlieden probeerden deze week de grootste bosbrand uit de geschiedenis van Californië te bedwingen. Blussen kun je het niet noemen: hun belangrijkste werk is vegetatie kappen en wegschuiven zodat het vuur voor kale stroken tot staan komt. Water heeft een bijrol.

Lees verder na de advertentie

President Donald Trump lijkt dat niet te weten. “De bosbranden in Californië worden vergroot en zoveel erger gemaakt door de slechte milieuwetten”, twitterde hij afgelopen zondag, “die niet toestaan dat overvloedig beschikbaar water goed wordt gebruikt. Het wordt weggesluisd naar de Stille Oceaan.”

De nadrukkelijke ontkenning van een bewering maakt dat je die bewering zelf beter gaat onthouden

Zijn tweet verbijsterde vaklui en wetenschappers. ‘Baarlijke nonsens en een gevaarlijk idee’, schreef vanuit Oakland in Californië klimatoloog Peter Gleick in The Washington Post. Nonsens omdat voor zover er water nodig is, het probleemloos wordt aangevoerd. Gevaarlijk omdat het de aandacht afleidt van een van de echte oorzaken van de steeds omvangrijkere branden in Californië: klimaatverandering.

Feitencheck-redactie

Het was een Trump-uitglijder zoals hij er elke dag wel een paar maakt. Correctie: zoals hij er de laatste paar maanden gemiddeld maar liefst zestien per dag op Twitter zet of in een campagnetoespraak debiteert. De feitencheck-redactie van The Washington Post begon na de inauguratie in januari 2017 bij te houden hoe vaak de president van de Verenigde Staten de waarheid geweld aandeed. Na een jaar stond de teller op 2140; in het halve jaar sindsdien was het aantal alweer verdubbeld: 4229. Dat is inclusief herhalingen, want van het werk van feitencheckers trekt Trump zich niets aan.

En datzelfde geldt voor Trumps aanhangers. Psychologisch is dat verklaarbaar, legde cognitief linguist George Lakoff onlangs nog eens uit, in een interview met CNN. De nadrukkelijke ontkenning van een bewering maakt dat je die bewering zelf beter gaat onthouden. En wat je onthoudt, ga je gemakkelijk ook geloven.

In een peiling van de Quinnipiac University vorige maand zei driekwart van de ondervraagde Republikeinen dat ze erop vertrouwden dat Trump de waarheid spreekt over belangrijke onderwerpen. De pers kreeg van maar 16 procent van hen het vertrouwen.

‘Linkse’ media

Dat is geen prestatie van Trump zelf, dat wantrouwen is opgebouwd tijdens decennia van geklaag tegen de ‘linkse’ media, door Republikeinse politici, rechtse talkshow-presentatoren op de radio en tv-zender Fox News.

Maar Trump stookt het vuur nog wel eens flink op tijdens de campagnetoespraken die hij de laatste tijd vaak houdt. “Geloof de troep niet die ze je voorschotelen, het nepnieuws”, zei hij eind juli tegen het congres van een veteranenvereniging in Kansas City. “Wat je ziet en wat je leest, is niet wat er gebeurt.”

Dat zoveel mensen hem daarin volgen, is een probleem voor wat je hier en daar al ziet aangeduid als de ‘feitengebaseerde’ media. “Voordat journalisten ’s ochtends inloggen, is een derde van hun potentiële publiek al bij voorbaat afgehaakt”, schreef Jay Rosen, hoogleraar journalistiek aan New York University, in april in The New York Review of Books.

Een maand later kwam Rosen op zijn blog Pressthink.org met een manifest: net zoals een land bij een hoogoplopend conflict zijn diplomaten uit een buitenlandse hoofdstad kan terugroepen, zo moet de journalistiek de normale betrekkingen opschorten met de president van de Verenigde Staten.

Dat gaan de lezers en kijkers dan onmiddellijk merken, want die betrekkingen kennen een aantal rotsvaste tradities.

'Stuur voortaan stagiairs'

Zo is daar de persconferentie van het Witte Huis, waarin politieke verslaggevers de woordvoerder van de president ondervragen. De allereerste keer dat de eerste woordvoerder van Trump die persconferentie gaf, ging het al mis. In opdracht van zijn baas hield Sean Spicer woedend vol, tegen beter weten in, dat de mensenmenigte bij de beëdiging van de president de grootste ooit was geweest.

Na zijn vervanging door Sarah Sanders werd het spektakel minder, maar bleven de onwaarheden komen. Vorige week woensdag kreeg ze een vraag over het ophitsen door Trump van zijn gehoor tegen de pers, die hij tegenwoordig steevast ‘de vijand van het volk’ noemt. In haar antwoord greep ze terug op de jacht op Osama bin Laden onder president Clinton. Een onverantwoordelijk artikel in 1998 in de krant The Washington Times, waarin werd onthuld dat de satelliettelefoon van Bin Laden in de gaten werd gehouden, zou er voor hebben gezorgd dat hij stopte die te gebruiken. Daardoor lukte het niet, hem te doden voordat hij de aanslagen van 11 september 2001 organiseerde. Maar dat Bin Laden door berichten in de pers zijn telefoongedrag veranderde, klopt niet, zo is al jaren geleden vastgesteld.

“Stuur dus voortaan stagiairs”, zegt Rosen. “Nieuwsorganisaties hoeven hun toptalenten en prestige daar niet voor te lenen. Ze hoeven geen rekwisieten te zijn.”

Er was fel protest bij de Harvard Universiteit toen ex-woord­voer­der Sean Spicer daar een tijdelijke positie aangeboden kreeg

Hetzelfde geldt wat hem betreft voor alle toespraken die de president houdt, en al zijn tweets: niet meer melden, tenzij het werkelijk nieuws is.

Roer moet om

En bij de vier politieke praatprogramma’s zondagochtend op de tv, ook zo’n vaste waarde in het Amerikaanse medialand, moet het roer om. Geen gasten meer ‘die het Witte Huis stuurt als verdedigers van wat bewijsbaar niet klopt’.

De liegende spreekbuizen van een liegende president moeten niet alleen uit de media worden geweerd, maar ook uit posities waarin ze met gezag kunnen spreken over hun werk, vinden sommigen. Iemand als Sarah Sanders, zei de conservatieve columniste Jennifer Rubin tegen omroep MSNBC, moet nooit meer een baan krijgen bij een media-organisatie, of bij een universiteit.

En Rubin staat daar niet alleen in. Er was fel protest bij de Harvard Universiteit toen ex-woordvoerder Sean Spicer daar een tijdelijke positie aangeboden kreeg. Helemaal gevoelig lag de benoeming van Marc Short, voormalig adviseur en pleitbezorger op televisie van de president, bij de Universiteit van Virginia. Die is gevestigd in Charlottesville, waar vandaag een jaar geleden een racistische demonstratie werd gehouden, die door Trump niet volmondig werd veroordeeld. Duizenden studenten en personeelsleden ondertekenden een petitie tegen Shorts benoeming, twee hoogleraren namen ontslag.

In de rechtse, pro-Trump-media wordt dat uiteraard afgeschilderd als een heksenjacht op patriottische Amerikanen, een bewijs te meer dat Trump en zijn achterban een enorme politiek-culturele kliek het hoofd moeten bieden, met vertakkingen in onderwijs en media en met de Democraten als hun voetvolk in het Congres. En of dat nu waar is of niet, het helpt de achterban van Trump te geloven dat hun president de waarheid spreekt en ‘de media’, de spreekbuis van de elite, niet.

Strategie

Dus ook al schendt de president de gebruikelijke normen in de omgang met de media, als de media dat ook gaan doen in de omgang met hem, helpen ze hem. Een voortdurende oorlog met de media is onderdeel van zijn strategie. Een voor de VS gevaarlijke strategie, schrijven twee hoogleraren recht, RonNell Andersen Jones van de Universiteit van Utah en Lisa Grow Sun van de ­Brigham Young Universiteit. Want als de pers eenmaal wordt gewantrouwd, kan die ook niet meer goed de instituties verdedigen die de president daarna verdacht zou willen maken.

Trump dwingt journalisten nu eenmaal elke dag weer tot een keuze: breng je het nieuws, of de waarheid?

Een aantal vooraanstaande journalisten vindt dan ook dat de media gewoon moeten blijven doen wat ze altijd al deden. “We zijn niet in oorlog, we zijn aan het werk”, vindt Marty Baron, de hoofdredacteur van The Washington Post. En columnist Thomas Friedman van The New York Times riep zijn collega’s woensdag op om juist wel volop het doen en laten van Trump uit te stallen: “Het hele land moet elke tweet zien, elke bijeenkomst, elk woord en elke reactie.” Ooit moet op die manier toch ook tot zijn aanhang doordringen wat voor president de VS in hem hebben, denkt hij. Die gedachte biedt hem hoop voor de Congresverkiezingen in november: “Een klein golfje van walging onder gematigde Republikeinen is alles wat er nodig is om diverse districten van Republikeins naar Democratisch te laten omslaan.”

Maar de onwaarheden dan, tientallen per week, moet je die dan toch maar weergeven, ook als ze zich dan vasthaken in de hoofden, niet meer los te krijgen door wat voor latere feitenchecks dan ook? Ja, maar begin er niet mee, suggereerde onlangs cognitief linguïst George Lakoff in een interview met CNN. Volgens hem moet een onware uitspraak van Trump die nieuws is, worden ingeleid met feiten die wel kloppen. Pas daarna laat je de president aan het woord, en vervolgens leg je nog eens uit hoe het werkelijk zit. Op die manier krijgen de werkelijke feiten voorrang, terwijl je toch voldoet aan je journalistieke plicht, te melden wat de president zegt.

Zoals aan het begin van dit stuk gebeurde, over de bosbranden. Is het beeld van brandweerlieden met scheppen en bulldozers blijven hangen, of toch vooral die tweet over het water van Californië dat nutteloos naar zee zou stromen?

Waarheidssandwich

De waarheidssandwich, noemt Lakoff die aanpak. Gezond eten voor nieuwsconsumenten. Voor journalisten natuurlijk ook even slikken, gewend als ze zijn het meest opzienbarende vooraan te zetten. Maar Trump dwingt hen nu eenmaal elke dag weer, soms wel zestien keer, tot een keuze: breng je het nieuws, of de waarheid?

De feiten lagen anders

Buitenlandse terroristen
Op 28 februari 2017 sprak Donald Trump onwaarheid in een van de meest plechtige rituelen die de Amerikaanse politiek kent: de jaarlijkse presidentiële toespraak tot de beide huizen van het Congres. “Volgens gegevens van het ministerie van justitie is de overgrote meerderheid van personen die zijn veroordeeld wegens terrorisme en aan terrorisme gerelateerde misdrijven sinds 11 september [2001] afkomstig van buiten ons land”, zei Trump. Hij verdedigde er zijn voornemen mee, veel strenger te controleren wie het land binnenkomt, en een muur te bouwen aan de grens bij Mexico.

Benjamin Wittes, hoofdredacteur van het blog Lawfare, dat opinie en informatie verschaft over nationale veiligheid, geloofde daar niets van. Hij vroeg het ministerie van Justitie om de gegevens waar Trump het over had. Na een jaar van juridisch getouwtrek kreeg hij vorige week antwoord: die zijn er niet.

Stemfraude

Al jaren pleiten de Republikeinen voor strengere regels bij verkiezingen, om fraude te voorkomen, terwijl de Democraten klagen dat die het stemmen vooral voor hun kiezers moeilijker maken.

Na de verkiezing van Donald Trump kwam die discussie in een stroomversnelling. Volgens Trump was het aan fraude te danken dat Hillary Clinton in totaal meer stemmen kreeg dan hij. Een commissie moest het probleem aanpakken.

Maar die commissie was maar een kort leven beschoren en eindigde haar bestaan met een leugen. Er waren ‘substantiële aanwijzingen voor fraude’ gevonden, zei de woordvoerster van de president, Sarah Sanders, in januari van dit jaar. Maar doordat veel staten niet wilden meewerken, had het werk van de commissie verder geen zin meer.

Het eerste deel van die mededeling verbaasde Matthew Dunlap, de ­minister die over verkiezingen gaat in de regering van de deelstaat Maine. Hij was een van de Democraten in de commissie en hij had die ‘substantiële aanwijzingen’ nooit gezien. Hij vroeg alle documenten op waar dat in zou kunnen staan en concludeerde deze week dat ze er niet waren.

Sterker nog, in concepten van het nooit uitgebrachte eindrapport waren wel hoofdstukken ingeruimd over ‘onjuiste registratie van kiezers’, maar die bladzijden waren leeg.

Lees ook:

Trump vindt dit het beste nepnieuws van 2017
Trumps nieuwste wapen in zijn vete met de pers: een ludieke prijs. Maar een partijgenoot haalde hard uit naar de president.

Lees ook:

Trump, vloek en zegen voor media
Anderhalf jaar lang filmde Liz Garbus de redactie van The New York Times. De regisseur legde vast hoe de journalisten worstelen met president Trump. Rust krijgen ze geen moment, zo is vanavond te zien op NPO2.

Deel dit artikel

De nadrukkelijke ontkenning van een bewering maakt dat je die bewering zelf beter gaat onthouden

Er was fel protest bij de Harvard Universiteit toen ex-woord­voer­der Sean Spicer daar een tijdelijke positie aangeboden kreeg

Trump dwingt journalisten nu eenmaal elke dag weer tot een keuze: breng je het nieuws, of de waarheid?