Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Haast iedereen heeft kiesrecht, maar toch missen we nog kiezers

Democratie

Lidwien Dobber

De Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Gorredijk, tijdens een demonstratie in 1920. © ANP

Na vijftig jaar strijd besloot het parlement precies een eeuw geleden om iedere man van 25 jaar of ouder stemrecht te geven. Vrouwen volgden, daarna jongeren en Nederlanders in het buitenland. Zijn we nu klaar? Deel 2 van een tweeluik.

En of ze boos waren, de studenten die in mei 1969 het Amsterdamse Maagdenhuis bezetten. Inspraak wilden ze, zeggenschap, ze wilden gehoord worden. Een paar weken eerder hadden jongeren Koninginnedag aangrepen om de stad op stelten te zetten; jonge demonstranten haalden stoeptegels uit de straat en politie te paard dreef ze met charges uiteen. Op 24 augustus 1970 was het weer raak in de hoofdstad; boze jongeren relden, plunderden en er vielen vijftig gewonden.

Lees verder na de advertentie

Logisch dus dat het parlement begin jaren zeventig besloot om de kiesgerechtigde leeftijd van 21 naar 18 jaar te verlagen? Om die jongeren die zich niet gehoord voelden een stem te geven? Nou nee, zegt onderzoeker Hilde Reiding van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Die jongeren vroegen helemaal niet om stemrecht. De Maagdenhuisbezetters eisten inspraak op de universiteit, niet in de samenstelling van de Tweede Kamer. De Koninginnedagrellers keerden zich tegen het koningshuis en de Vietnamoorlog. En dat het in de zomer van 1970 uit de hand liep, was omdat de stad Amsterdam hippies verbood om nog langer op de Dam te slapen. Stemrecht voor iedere 18-plusser stond niet op het programma van de jonge actievoerders.

Inkapselen

Toch kregen ze het. Indirect, zegt Reiding, heeft die maatschappelijke onrust wel een rol gespeeld. "Dat jongeren buiten-parlementair van zich lieten horen, leidde tot discussie over wanneer ze mochten participeren. Die verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd zal deels bedoeld zijn om ze in te kapselen." Beter dat jongeren een stemhokje induiken dan dat ze de straat openbreken.

Het Nederlandse electoraat dijde tussen 1917 en 2017 uit van 1,5 miljoen naar ruim 13 miljoen stemgerechtigden. En dat is niet alleen omdat de Nederlandse bevolking in een eeuw tijd stormachtig groeide. Nadat het algemeen mannenkiesrecht honderd jaar geleden was geregeld, is de Kieswet nog vijf keer aangepast om nieuwe groepen een stem te geven in de samenstelling van de Tweede Kamer. Eerst in 1919 de vrouwen, toen jongeren - de stemgerechtigde leeftijd daalde in 1946 van 25 naar 23, in 1965 naar 21 en in 1972 naar 18 jaar - en sinds 1985 mogen ook Nederlanders die in het buitenland wonen stemmen voor de Tweede Kamer. Steeds ging daar een politieke woordenstrijd in het parlement aan vooraf, zegt Reiding, maar zelden maatschappelijk gesteggel.

Politieke partijen zagen nieuwkomers vooral als mogelijkheid om de stem­ver­hou­din­gen te veranderen, ten gunste van zichzelf

Het enige stemrecht dat mede via de straat is verkregen is dat van vrouwen, zegt Rudy Andeweg, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden. Maar zelfs daarbij gaf de straat niet de doorslag. Het kwam er omdat Jelle Troelstra, voorman van de sociaal-democraten in de Tweede Kamer, in 1918 de revolutie predikte nadat die in Rusland en Duitsland was uitgebroken. De confessionele partijen die de regering vormden, waren erop gebrand hem de wind uit de zeilen te nemen, zegt Andeweg.

Een van de manieren waarop ze dat deden was door in 1919 te stemmen voor het algemeen vrouwenkiesrecht, waar ze eerder niet echt warm voor liepen. Die steun van de confessionelen hielp het voorstel aan een parlementaire meerderheid.

Platte partijpolitiek

Natuurlijk, ook aan het algemeen mannenkiesrecht gingen massademonstraties vooraf, zegt Andeweg, maar in de discussies in het parlement klinkt daar weinig van door. Niet de 40.000 demonstranten die in september 1916 in de Amsterdamse straten hun recht op invloed op het landsbestuur opeisten, maar een platte, partijpolitieke belangenstrijd hielp álle mannen aan hun stemrecht, aldus de politicoloog.

Er waren wel politici die oprecht vonden dat het niet deugde dat alleen mannen boven een bepaalde belastinggrens mochten stemmen. Maar de liberalen, vijftig jaar lang de grootste pleitbezorgers van het algemeen mannenkiesrecht, zat het vooral dwars dat die eis voor hen verkeerd uitpakte. Andeweg: "Op het platteland lag die belastinggrens lager dan in de stad, omdat boeren land hebben dat meetelt als vermogen. Ook al waren die boeren niet rijk, ze mochten toch stemmen. De kiezers van de liberalen zaten vooral in de steden." Om hun eigen achterban meer stem te geven, wilden de liberalen af van die koppeling tussen stem en belasting, aldus Andeweg.

Hilde Reiding van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis koos 'Nieuwe kiezers, nieuwe kansen' als titel voor de brochure over honderd jaar kiesrecht, die zij mede samenstelde. Rudy Andeweg noemde het boek waarover hij en Monique Leyenaar redactie voerden 'Alle stemmen tellen!'. Want zo zagen politieke partijen de nieuwkomers van de afgelopen eeuw vooral: als mogelijkheid om de stemverhoudingen te veranderen. Ten gunste van zichzelf.

'Nieuwe Kiezers, nieuwe kansen, Honderd jaar algemeen kiesrecht'; Hilde Reiding, Alexander van Kessel, Ron de Jong, Fons Meijer (red.); 60 blz.; gratis te downloaden via www.ru.nl/cpg © GRATIS

Als ze de nieuwkomers al zagen, aldus Reiding. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er in een paar jaar tijd ruim 300.000 zogenoemde repatrianten naar Nederland; bewoners van Nederlands-Indië, mét de Nederlandse nationaliteit, die besloten om niet in het onafhankelijke Indonesië te blijven. Hadden ze zich tijdig laten inschrijven in het bevolkingsregister van hun nieuwe woonplaats, dan hadden ze stemrecht. Samen waren ze goed voor zo'n zes zetels, zegt Reiding. Eén katholieke splinterpartij zette een Nederlands-Indische jurist op plaats twee van de kieslijst. Verder deed geen enkele partij moeite om de stemmen van de nieuwelingen binnen te hengelen.

Afspiegeling

Deze William Lamaire zat namens de Katholiek Nationale Partij een periode in de Tweede Kamer. En daarmee maakte hij waar wat algemeen kiesrecht óók beoogt: niet alleen kunnen Nederlanders van alle rangen, standen en achtergronden stemmen, ze kunnen ook gekozen worden en zo de belangen van hun groep behartigen in het centrum van de macht. Het parlement wordt zo een afspiegeling van de bevolking.

Negen op de tien Kamerleden heeft een universitaire studie afgerond. Onder de Nederlandse bevolking is dat drie op de tien.

In de praktijk pakt het niet zo uit, zegt Andeweg, met uitzondering van één groep: Kamerleden met niet-Westerse wortels. Hun aantal komt nu ongeveer overeen met het aandeel Nederlanders met een niet-Westerse achtergrond. Aanvankelijk kwam deze groep volksvertegenwoordigers uit de voormalige koloniën, van de Antillen, de Molukken of uit Suriname, aldus de Leidse politicoloog. Nu zijn het vrijwel uitsluitend Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Maar de man-vrouw-verhouding in de Kamer is nog altijd niet half om half, zegt hij. Sinds de verkiezingen van dit voorjaar is 36 procent van de Kamerleden vrouw en dat is zelfs een lichte daling vergeleken met een paar jaar geleden. In 2012 was het nog 41 procent. Wanneer je kijkt naar de sekse van de fractieleiders en bewindslieden is de man-vrouw-verhouding nog schever, zegt hij.

'Alle stemmen tellen! Een eeuw algemeen kiesrecht'; Rudy Andeweg, Monique Leyenaar (red.); AUP; 340 blz.; € 29,99 (verschijnt 14 december) © GRATIS

Nog zoiets: negen op de tien Kamerleden heeft een universitaire studie afgerond. Onder de Nederlandse bevolking is dat drie op de tien. Vroeger klommen laaggeschoolden nog wel op, zegt Andeweg, via de vakbond naar de SDAP of later de PvdA. Nu zijn het vooral de SP en de PVV die Kamerleden-zonder-bul leveren. En niet toevallig is die laatste een partij zonder leden, zegt Andeweg. "Vooral hoogopgeleiden melden zich aan als partijlid en onder die leden zoeken partijen hun kandidaten. Het is geen kwaaie wil dat ze geen laagopgeleiden selecteren, maar het is opmerkelijk dat juist een partij zonder leden aan die dominantie van hoogopgeleiden weet te ontsnappen."

Belangen behartigen

Dat gebrek aan afspiegeling is onwenselijk, vindt Andeweg. "Je kunt denken dat hoogopgeleiden dankzij hun scholing goed geëquipeerd zijn om alle, dus ook bijvoorbeeld arbeidersbelangen te vertegenwoordigen. Je kunt zeggen dat vrouwen niet in de Kamer zitten om één op één de vrouwenbelangen te behartigen. Maar onderzoek onder Kamerleden laat zien dat vrouwelijke of laagopgeleide of buiten-Randstedelijke Kamerleden meer contact onderhouden met hun eigen achterbannen en dus beter in staat zijn hun geluiden in het parlement te laten doorklinken."

En misschien is dat, honderd jaar na de invoering van het algemeen mannenkiesrecht, de uitdaging aan politieke partijen, zegt Hilde Reiding: "Beschouw de mensen die allang kiesrecht hebben, maar die zich niet gehoord voelen en dus nooit meer naar de stembus komen, als nieuwe kiezers." Steek meer moeite in ze, zoek uit wie ze zijn en wat ze willen, bepleit ze. Probeer hen meer te betrekken en zet mensen op de kandidatenlijst met wie ze zich kunnen identificeren.

Andeweg bepleit een andere oplossing. Voer de opkomstplicht voor verkiezingen opnieuw in, zegt hij. "Die is in 1971 afgeschaft en dat is een grote vergissing geweest." Burgerschap heeft rechten en plichten, aldus de politicoloog. In Nederland gold ooit de militaire dienstplicht, maar die is opgeschort. Eerder sneuvelde de juryplicht, de opdracht om eens in de zoveel tijd naar de rechtbank te komen en te bepalen of een aangeklaagde medeburger een misdaad heeft begaan. De opkomstplicht bestaat ook niet meer. Belasting betalen, dat is het enige dat de Nederlandse burger nog moet, zegt Andeweg, verder heeft hij alleen nog rechten. "Dat maakt hem tot consument. Dat maakt dat hij denkt in 'wij voor wie alles beslist wordt' en 'zij die alles beslissen'."

Lees ook

Deel 1 van dit tweeluik. Een knap staaltje politiek handjeklap veranderde in 1917 de Nederlandse politiek voorgoed: algemeen kiesrecht in ruil voor onderwijsvrijheid. Maar de liberalen kochten een kat in de zak.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Politieke partijen zagen nieuwkomers vooral als mogelijkheid om de stem­ver­hou­din­gen te veranderen, ten gunste van zichzelf

Negen op de tien Kamerleden heeft een universitaire studie afgerond. Onder de Nederlandse bevolking is dat drie op de tien.