Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gemeenten zijn geen partij voor de staat

Democratie

Hans Goslinga

Hans Goslinga © Trouw
Column

Een van de mooiste zinnen die de Franse denker Tocqueville na zijn reis door de jonge Amerikaanse republiek aan het papier toevertrouwde: 'De mens maakt koninkrijken en sticht republieken, de gemeente lijkt rechtstreeks uit Gods hand voortgekomen'. Om er direct aan toe te voegen dat de vrijheid van gemeenten zeldzaam en kwetsbaar is.

Zijn voorspelling dat gemeenten geen partij zouden zijn voor een sterke en ondernemende staat is volledig bewaarheid. De voortschrijdende Verlichting zou dat proces, meende hij, alleen maar bespoedigen. 'Een zeer beschaafde samenleving verdraagt slechts met moeite de probeersels van de lokale vrijheid.'

Lees verder na de advertentie
Ontneem de gemeente haar macht en on­af­han­ke­lijk­heid en u vindt er voortaan slechts onderdanen en geen burgers

Tocqueville

Ook dat is uitgekomen. De vrijheid van onze gemeenten is in de loop der tijd zo sterk ingeperkt dat met de verkiezingen van de gemeenteraden in zicht opnieuw de vraag rijst wat eigenlijk de inzet is. Kernpunt: als die inzet niet helder is, kan er geen verbinding ontstaan tussen het bestuur en de bevolking en kwijnt de lokale democratie weg.

Thorbecke, de ontwerper van ons staatkundige huis en tijdgenoot van Tocqueville, meende dat de gemeentepolitiek 'een oefentuin voor staatsburgerschap' zou worden. Dat is een illusie gebleken kijkend naar het aantal thuisblijvers en de drijfveren van de burgers die wel gaan stemmen. Ruwweg de helft stemt niet, en van hen die wel gaan stemmen laat ruim de helft zich leiden door de nationale politieke voorkeur.

Lijdzaamheid

Tocqueville voorzag dit ook: 'Ontneem de gemeente haar macht en onafhankelijkheid en u vindt er voortaan slechts onderdanen en geen burgers'. Of lijdzaamheid per se het gevolg is, betwijfel ik. Thuisblijvers kunnen ook vinden dat er iets te kiezen moet zijn. Dat is op lokaal niveau veel minder duidelijk dan op nationaal niveau, juist door de geringe beleidsvrijheid.

Voor het overgrote deel van het budget ligt de bestemming vast. De overdracht van rijkstaken op het gebied van werk, thuis- en jeugdzorg naar gemeenten heeft daarin nog geen wezenlijke verandering gebracht. De macht en de controle op de macht krijgen pas echt betekenis bij een zelfstandige positie, die burgers het gevoel geeft dat de gemeente van hen is en niet een agentschap van het Rijk. Meer vrijheid dus over de besteding van geld en een eigen belastinggebied (nu beslaat dat minder dan 4 procent van de totale belastinginkomsten van de overheid).

Een van de drijvende principes achter de democratische revolutie aan het eind van de achttiende eeuw was 'geen belasting zonder vertegenwoordiging'. Als je dit motto van de Amerikaanse strijd voor onafhankelijkheid omdraait, wordt het punt als vanzelf duidelijk: wat stelt vertegenwoordiging voor als er geen belastinginkomsten te verdelen zijn? Tocqueville nam in het Europa van zijn dagen al de beduchtheid hiervoor waar: desintegratie van de staat, anarchie.

In ons land waren tachtig jaar terug de grote verschillen in belastingdruk tussen gemeenten reden voor het eerste kabinet-De Geer de lokale belastingen, waaronder een inkomstenbelasting, om te zetten in rijksuitkeringen. Eén beroemde politicus, de Amsterdamse wethouder Floor Wibaut, voerde hiertegen vrijwel in zijn eentje verzet. Zijn motief: verlies van de lokale vrijheid en onafhankelijkheid.

Oefenplaats

De ironie is dat door de uiterst smalle marges het gemeentebestuur bij uitstek een oefenplaats voor wethouders is geworden. Zij moeten om de ruimte vechten en ontwikkelen daardoor een vechtmodus, die de besten onder hen als vanzelf naar het nationale niveau tilt. Kijk eens naar het kabinet-Rutte III, dat voor bijna de helft uit voormalige wethouders bestaat. Twee van hen, Ollongren en De Jonge, zijn vice-premier.

Toen in de formatie van 1977 de ministerspost van binnenlandse zaken even zijn kant op leek te gaan gaf CDA-voorman Van Agt zich prompt over aan zelfbeklag. Bittere jaren lagen in het verschiet, liet hij in kleine kring weten. Bestond dat ministerschap niet vooral uit 'een dagelijkse audiëntie van wethouders en ander ongunstig volk'?

De ervaring leert dat wethouders vaak goede ministers worden, anders dan burgemeesters die door hun bovenpartijdige rol de vechtmodus kwijtraken. Zie het lot van Opstelten, Cohen, Van Thijn, Peper en Van der Louw - minister van defensie Ank Bijleveld, de enige oud-burgemeester in het kabinet, is gewaarschuwd.

Tocqueville schreef dat de kracht van vrije volken in de gemeenten ligt, omdat daar dicht bij huis het bestuur, als het goed is, wordt verbonden met de geest van vrijheid die essentieel is voor een democratisch staatsbestel. Die notie staat ver af van de gegroeide praktijk, maar is het overdenken waard nu de lokale democratie dreigt te worden vermalen tussen een bemoeizuchtig Rijk en een bevolking die zich stilaan afkeert.

Hans Goslinga schrijft elke week een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Deel dit artikel

Ontneem de gemeente haar macht en on­af­han­ke­lijk­heid en u vindt er voortaan slechts onderdanen en geen burgers

Tocqueville