Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eindelijk weer een echte discussie in politiek Den Haag

Democratie

Lex Oomkes

Lex Oomkes. © Maartje Geels

De discussie over welk klimaatbeleid te voeren is een verademing. Na al die jaren discussie over identiteit en het unieke aan het Nederlanderschap is het een genoegen om eindelijk te mogen zien dat er een onderwerp opkomt waar de politiek wel voor is uitgevonden.

Lees verder na de advertentie

Klassieke politieke vragen worden weer belangrijk. Hoe verdeel je schaarse middelen? Wat is de rol van de overheid? Waar werkt vrijwilligheid en waar is dwang nodig? Wordt het niets met die discussie, dan kunnen we weer terugvallen op het identiteitsvraagstuk. Al is er dan maar één identiteit: niet het Nederlanderschap is dan bepalend, maar het feit dat iedereen tot aan de knieën in het water staat.

Koopkracht

Dat het klimaatbeleid klassieke politiek wordt, is niet in de laatste plaats te ‘danken’ aan de dreigende enorme inkomenspolitieke gevolgen. Deze week werd duidelijk dat de koopkrachtcijfers van het kabinet die op Prinsjesdag werden gepresenteerd niet helemaal klopten. De koopkracht van lagere inkomens ziet er minder florissant uit dan ons werd voorgeschoteld, met name door de hogere energiekosten en -belasting. Niet dat lagere inkomens meer voor hun gas betalen, maar omdat energiekosten een relatief groter deel van hun budget in beslag nemen.

Klassieke politieke vragen worden weer belangrijk

Ziedaar het klassieke verdelingsvraagstuk. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma maakt er terecht een punt van. Voor zijn partij is dat verrassender dan voor zijn bondgenoot in deze discussie, SP’ster Lilian Marijnissen. Het CDA gaat het immers niet in eerste instantie om rechtvaardige inkomensverhoudingen – wat dat ook moge zijn – maar om het draagvlak voor een noodzakelijk klimaatbeleid. Maar Buma verwijten dat hij het inkomensvraagstuk erbij haalt om minder aan het klimaatbeleid te doen, is te gemakkelijk.

Draagvlak is een belangrijke overweging in het klimaatbeleid. De gevolgen van een veranderend klimaat kunnen immers gemakkelijk ontkend worden, het eenduidig sluitende bewijs is niet voor iedereen overtuigend. Bovendien drukken de gevolgen niet gelijk op elke burger. Niet alleen wat centen betreft. Ook voor bijvoorbeeld windmolens. Om het kort door de bocht te stellen: een windmolen in Bloemendaal of Laren moet je met een zaklamp zoeken, terwijl in het buitengebied de horizon er vol mee staat. Ook in vraagstukken rond ruimtelijke ordening komt bij klimaatbeleid de maatschappelijke ongelijkheid naar voren.

Klimaatdoelen

Dat het kabinet, net als zijn voorganger, nog voor de klimaatdoelen in maatregelen zijn omgezet naar draagvlak zoekt, is dan ook niet meer dan logisch. Milieugroepen en -partijen kunnen dan wel roepen dat het noodzakelijke beleid dan per definitie niet gevoerd zal worden, zij zullen nooit iets bereiken als de samenleving niet mee wil doen.

Politieke problemen worden dermate complex dat de overheid de grenzen van haar kunnen heeft bereikt. Dat is bij het klimaatbeleid het geval, maar ook bij de pensioencrisis. In beide gevallen zie je tegelijk iets bijna onvermijdelijks gebeuren: partijen praten met elkaar en onderhandelen soms. De één geeft wat toe, de ander doet het op een ander punt, maar gezamenlijk leggen ze de rekening neer bij de overheid, die geen beleid kan voeren zonder hen.

Of dat grote bezwaar opweegt tegen de winst die draagvlak voor beleid betekent, is een spannende maar alleen per onderdeel te beantwoorden vraag. In ieder geval heeft het kabinet, of welke coalitie dan ook, geen keuze. En dat betekent onvermijdelijk het trekken van de portemonnee.

Lees meer columns van Lex Oomkes

Deel dit artikel

Klassieke politieke vragen worden weer belangrijk