Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een motie van afkeuring van zijn eigen VVD? Dat pikte minister Stikker niet

Democratie

Paul van der Steen

Minister Dirk Uipko Stikker legt een regeringsverklaring af. Rechts: minister-president Drees. © ANP
Déjà Vu

Ministers van buitenlandse zaken die tussentijds opstappen zijn schaars in Nederland. De laatste voor Halbe Zijlstra die zijn ontslag indiende, was ook een VVD'er, Dirk Uipko Stikker. Die lag in 1952 met zijn eigen partij overhoop over Indonesië.

Stikker was een prominent liberaal, want medeoprichter van de partij. Hij had geen grote verhalen verteld over bijeenkomsten waar hij nooit bij was geweest. Dat Stikker in januari 1951 niet door wilde als minister van buitenlandse zaken, lag aan onenigheid met zijn eigen VVD over het te voeren Indonesiëbeleid.

Lees verder na de advertentie

Net als bij die van Zijlstra gingen bij de benoeming van Stikker tot minister van buitenlandse zaken in het kabinet-Drees-Van Schaik in 1948 de nodige wenkbrauwen omhoog. Bewindslieden die tot dan toe die post bekleedden, waren partijloos. En ze konden doorgaans bogen op ervaring in de diplomatie.

Dankzij Stikker had Nederland zelfs meer aanzien dan op grond van de grootte van het land verwacht mocht worden

Na bier geen water

Stikker voldeed niet aan dat profiel. Hij was wel een man van de wereld. De dertien jaar daarvoor gaf hij als directeur leiding aan het Heinekenconcern. De formateur had hem in eerste instantie Verkeer en Waterstaat aangeboden. Die post weigerde Stikker. "Wie zo lang in het bier heeft gezeten, gaat niet meer in het water." 

Buitenlandse Zaken accepteerde hij wel, al betekende die baan een enorme terugval in salaris. Sterker zelfs, het kostte Stikker geld vanwege de ontvangsten die hij moest geven. De minister mocht de kosten weliswaar declareren, maar had geen zin om na elke bijeenkomst flessen te moeten tellen.

Stikker verwierf snel gezag als minister. Dankzij hem had Nederland in die jaren zelfs meer aanzien dan op grond van de grootte van het land verwacht mocht worden.

'Hebt u er ook zo genoeg van?'

Bij Stikkers aantreden was Nederland nog verwikkeld in een koloniale oorlog. De VVD stelde zich onverzoenlijk op in de Indonesische kwestie en had zelfs affiches laten verspreiden met de beeltenis van Soekarno en de tekst 'Hebt u er ook zo genoeg van?'. Uiteindelijk slikten ook de liberalen de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Op verzoek van de VVD en de CHU bleef Nieuw-Guinea voorlopig wel Nederlands.

Juist daar ging het wringen. Het kabinet wilde in de loop van 1950 met Soekarno praten over overdracht. De pragmatisch ingestelde Stikker, die het voormalige overzeese gebiedsdeel goed kende van eerdere bezoeken, steunde dat standpunt omdat hij de relatie met de ex-kolonie goed wilde houden. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vond dat onverteerbaar. Jakarta was uit op een eenheidsstaat, wat volgens de liberalen in tegenspraak was met de gemaakte afspraken over een Nederlands-Indonesische Unie.

Bij de Navo speelde Stikker zich in de kijker als mogelijke se­cre­ta­ris-ge­ne­raal. Die functie, zijn meest prestigieuze, bekleedde hij van 1961 tot 1964

De ijskast in

Begin 1951 kondigde de VVD-fractie een motie van afkeuring aan uit onvrede over het zonder overleg met de Kamer gewijzigde beleid. Die haalde geen meerderheid, maar Stikker had vooraf al aangekondigd zo'n uitspraak van zijn geestverwanten niet acceptabel te vinden. Met zijn ontslag ontstond een kabinetscrisis.

Na zeven weken intensief onderhandelen trad het kabinet-Drees I aan. Stikker werd opnieuw minister van buitenlandse zaken. De kwestie Nieuw-Guinea werd om de lieve Haagse vrede te bewaren in de ijskast gezet.

Na de verkiezingen van 1952 werd het kabinet-Drees II gevormd. Stikker werd daarin opgevolgd door maar liefst twee ministers van buitenlandse zaken, de partijloze Willem Beyen en de KVP'er Joseph Luns.

Hun voorganger Stikker bleef in de diplomatieke wereld actief. Hij werd ambassadeur in 1952 in Londen, een functie die hem opnieuw geld kostte. Alleen met speculeren op de beurs hield hij zijn vermogen op peil. In 1958 werd Stikker hoofd van de Nederlands permanente vertegenwoordiging van de Navo. Daar behartigde hij de belangen van zijn vaderland, maar speelde hij zich ook in de kijker als mogelijke secretaris-generaal. Die functie, zijn meest prestigieuze, bekleedde hij van 1961 tot 1964.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Lees hier eerdere afleveringen van Déjà Vu.

Deel dit artikel

Dankzij Stikker had Nederland zelfs meer aanzien dan op grond van de grootte van het land verwacht mocht worden

Bij de Navo speelde Stikker zich in de kijker als mogelijke se­cre­ta­ris-ge­ne­raal. Die functie, zijn meest prestigieuze, bekleedde hij van 1961 tot 1964