Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een afspiegelingscollege hoeft geen dood in de pot te zijn

Democratie

Hans Goslinga

© Trouw
Column

In de tijd van de grote volkspartijen was het geen sinecure de kolossale fracties in de Tweede Kamer op één lijn te brengen. Buiten hingen de hoed en de pet wel op dezelfde kapstok, maar in de fractiekamer waren de tegenstellingen groot. 

Norbert Schmelzer, de fractieleider van de machtige Katholieke Volkspartij in de jaren zestig, omschreef zijn taak destijds als ‘het onverzoenlijke verzoenen’.

Lees verder na de advertentie

De geschiedenis kan de klaagzangen over de ‘versplintering’ van het politieke krachtenveld, die na de gemeenteraadsverkiezingen weer luid opklonken, enigszins relativeren. De fragmentatie betekent domweg dat het smeden van het compromis zich verplaatst van binnen naar buiten de fractie. Dat is wel lastig en tijdrovend, maar in wezen niet lastiger dan in de dagen van Schmelzer.

Van de grootste partij wordt nu vooral groot­moe­dig­heid en soepelheid verwacht

Er zijn een paar factoren die het vormen van colleges misschien wel wat gemakkelijker maken. Door de fragmentatie is er niet één partij dominant. Meer dan in de hoogtijdagen van de grote volkspartijen moet de macht worden gedeeld. Als burgemeester van Rotterdam in de jaren zeventig hees de PvdA’er André van der Louw op 1 mei de rode vlag op het stadhuis. Zoiets is nu onbestaanbaar. Van de grootste partij wordt nu vooral grootmoedigheid en soepelheid verwacht. Dat is ook noodzaak, zoals ervaringsdeskundige Mark Rutte in 2016 in zijn Thorbeckelezing duidelijk maakte: met harde macht red je het niet, het komt aan op overredingskracht, sociale intelligentie en engelengeduld. ‘Als meerderheden niet vanzelfsprekend zijn, moeten stabiele verhoudingen en concrete resultaten steeds opnieuw worden veroverd’.

Anders dan in de tijd van Van der Louw, toen links nog uitzicht meende te hebben op een absolute meerderheid, positioneren de grootste partijen zich nu, bijna als vanzelf, in het midden. De spilpositie geeft het voordeel van armslag bij het vormen van een kabinet of een college, maar is in de Nederlands verhoudingen ook de plaats van waaruit macht kan worden ontplooid, net als in Schmelzers tijd.

Rood-wit-blauw

PvdA-voorman Wim Kok onderkende dat al in de jaren negentig, eerst in de formatie waarin hij de VVD boven het CDA verkoos, later als premier. Op de vraag welke kleur hij na een jaar regeren met VVD en D66 aan het beleid verbond, antwoordde hij: rood-wit-blauw. Het was het einde van de rode meerderheidsdroom.

De aanvoerders van de lokale partijen die in hun gemeente het grootst zijn geworden, tonen zich op dit vlak snelle leerlingen. Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) en De Mos (groep-De Mos in Den Haag) maakten vanuit hun spilpositie meteen al de wil tot samenwerking kenbaar. Het is meer dan interessant te zien hoe GroenLinks met zijn nieuw verworven machtspositie in Amsterdam en Utrecht omgaat.

De verhouding tussen links en de macht is hier vrijwel altijd moeizaam en gespannen geweest, gekenmerkt door een houding van alles-of-niets. Daardoor was er minder de bereidheid de macht te delen en is het ‘tweede kabinet-Den Uyl’ het beroemdste kabinet geworden dat nooit bestond. Door de polarisatie schiep links zelf een te grote afstand om over te gaan tot pacificatie. Dat probleem speelt ook partijen als de PVV en SP parten.

Een af­spie­ge­lings­col­le­ge hoeft helemaal geen dood in de pot te zijn

De polarisatie die zij bedrijven maakt deelname aan het bestuur onmogelijk of ten minste problematisch. Bij de SP is de vraag of zij door het nieuwe verlies weer in haar sektarische schulp kruipt of open blijft staan voor het dragen van bestuursverantwoordelijkheid. De PVV moet constateren dat het gematigde populisme van Eerdmans en De Mos beter aanslaat dan haar lijn van haat en nijd.

Waaierdemocratie

De waaierdemocratie die stilaan ontstaat, brengt scherp de verscheidenheid aan belangen, hartstochten en gevoeligheden in onze samenleving in beeld. In de grote volkspartijen werd dat palet min of meer aan het oog onttrokken, vooral door de drang naar eenheid, die een open en onbevangen houding in de weg heeft gestaan en daarmee ook adequate politieke antwoorden op veranderingen. In de groei van de lokale partijen kun je een doorbreking zien van de oude partijmacht door kiezersmacht. De wal keert hier het schip.

Pessimisten menen dat de verbrokkeling van het krachtenveld in mindering komt op de bestuurskracht en pleiten voor forse verhoging van de kiesdrempel. Dat komt neer op het witwassen van geroofde zetels en is ronduit een zwaktebod. Logischer uit democratisch oogpunt is een bestuur dat een afspiegeling is van een samenleving die zichzelf zichtbaarder maakt.

Onder invloed van het linkse meerderheidsdenken zijn in de jaren zeventig afspiegelingscolleges op lokaal niveau in diskrediet geraakt, net als Schmelzers kunst compromissen te smeden. De uitslagen van deze week vormen een bijna dwingende aanleiding voor een herwaardering. Een afspiegelingscollege hoeft geen dood in de pot te zijn. Je kunt het ook zien als een verbeelding van de kunst van het samenleven, zelfs als een nieuwe jas voor onze democratie.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees hier meer van zijn columns

Lees ook:

De toenemende dominantie van de lokale partijen valt op, hun aanhang groeit. ‘De kiezer snapt beter wat deze partijen te bieden hebben.’


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Van de grootste partij wordt nu vooral groot­moe­dig­heid en soepelheid verwacht

Een af­spie­ge­lings­col­le­ge hoeft helemaal geen dood in de pot te zijn