Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Deze verkiezingsmythen zijn dus niet waar

Home

Romana Abels en Willemien Groot

Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) op de Albert Cuyp-markt in Amsterdam, vorige week. © Werry Crone, Vleuten

‘Linkse journalisten geven linkse politici ruim baan’, ‘niks mis met hoogopgeleiden aan de macht’ en ‘peilingen beïnvloeden de keuze van de kiezer’. Drie stellingen die door experts ontkracht worden.

“Waarom zou Geert Wilders de afspiegeling van de Tweede Kamer niet in twijfel mogen trekken?”, vragen de politicologen Wouter Schakel en Armèn Hakhverdian zich af. Ze schreven het boek ‘Nepparlement’ en begeven zich daarmee in een golf van onderzoeken naar het politieke bedrijf die allemaal, heel opportuun, vlak voor de verkiezingen verschijnen.

Lees verder na de advertentie

Drie onderzoeken hebben gemeen dat ze korte metten maken met dingen die tot voor kort voor waar werden aangenomen. Behalve Hakhverdian en Schakel, die zich tegen het gebruik om alleen hoogopgeleiden op kieslijsten te zetten keren, verscheen drie weken geleden de dissertatie van Sjoerd Stolwijk die het denken over peilingen veranderde. Waar tot dan toe werd aangenomen dat peilingen op zichzelf effect hebben op de verkiezingsuitslag, ontkent Stolwijk dat.

Tenslotte kon Birte Schohaus van de Groningse universiteit geen enkel bewijs vinden voor de gedachte dat linkse televisiejournalisten linkse politici ruim baan geven.

Prima, al die hoogopgeleiden in het parlement

Hij is een soort bekeerling. Toen de Amsterdamse politicoloog Armèn Hakhverdian een paar jaar terug het boek ‘Diplomademocratie’ las, riep hij: ‘Flauwekul!’. Wat hem betreft was het geen enkel probleem dat de volksvertegenwoordiging in Nederland hoogopgeleid is, zo lang ze maar alle bevolkingsgroepen vertegenwoordigen. “Wat is er mis met hoogopgeleiden aan de macht?”, dacht hij. Maar nu hij zich heeft verdiept in de opvattingen van lageropgeleide mensen, moet hij zeggen: er is inderdaad een probleem.

Nu hij zich heeft verdiept in de opvattingen van lageropgeleide mensen, moet hij zeggen: er is inderdaad een probleem

Eigen onderzoek toonde hem dat de politieke opvattingen van Kamerleden, en in mindere mate die van raadsleden, nagenoeg perfect overeenkomen met de opvattingen van hogeropgeleide, rijkere Nederlanders. Die vinden over allerlei belangrijke onderwerpen iets anders dan lageropgeleiden. 

Een aanzienlijk deel van de mensen met een lagere of middelbare opleiding heeft een volstrekt ander idee dan politici over integratie en inkomensverschillen. Een derde van de laagopgeleiden windt zich veel meer op over te grote inkomensverschillen dan politici doen. Ook op het gebied van criminaliteitsbestrijding zijn er grote verschillen: politici zijn milder dan een groot deel van de mensen die ze vertegenwoordigen.

“Er zijn steeds klachten over de lage participatiegraad van lageropgeleiden. Maar in feite zeggen politici ook tegen hen: Bemoei je er niet mee, wij weten het beter.” Hakverdian ziet parallellen met een eeuw geleden, toen op dezelfde manier werd gepraat over de vraag of vrouwen zouden mogen stemmen.

Hakhverdian en zijn mede-auteur Wouter Schakel gaan er stevig in. In hun boek schrijven ze: “De vanzelfsprekendheid waarmee hogeropgeleide, welgestelde burgers zich het ambt van volksvertegenwoordiger hebben toegeëigend, is wat ons betreft toe aan herziening. Het begrenzen van inspraak en politieke participatie van groepen die er toch al toe neigen zich afzijdig te houden van de politiek, leidt alleen maar tot verdere vervreemding, marginalisering, onderdrukking en in het ergste geval tot uitbuiting van deze groepen.”

Feitelijk is er geen enkele partij wiens standpunten overeenkomen met de mening van de laagopgeleide kiezer. De SP verschilt op het gebied van integratie, de PVV heeft op sociaal-economisch terrein andere opvattingen. “Jacques Monasch deed een poging, met zijn Nieuwe Wegen. Maar standpunten alleen is niet genoeg. Je moet ze ook nog bij de kiezer kunnen brengen”, zegt Hakverdian.

Hij omschrijft de keuzemogelijkheden voor de mensen die alleen middelbare school deden ‘als een markt waar de klant nauwelijks invloed heeft op het aanbod’.

Dus ja, Wilders had een punt toen hij het had over een ‘nepparlement’. “Maar verder niet. Zijn oplossingen zijn volstrekt ongrondwettelijk”, zegt Hakhverdian.

Kiezers laten zich door peilingen sturen

Noch de opiniepeiling zelf, noch de duiding daarvan is van cruciaal belang voor het stemgedrag van de kiezer. Die beslist zelf, behalve in 2012.

De manier waarop politici, media en campagneteams de peilingen presenteren en duiden zijn belangrijk voor de kiezer, maar niet bepalend. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Sjoerd Stolwijk van de Universiteit van Amsterdam. “Ik heb weinig bewijs gevonden voor de zorgen van critici dat opiniepeilingen de verkiezingsuitslag te veel beïnvloeden.”

Ik heb weinig bewijs gevonden voor de zorgen van critici dat opi­nie­pei­lin­gen de ver­kie­zings­uit­slag te veel beïnvloeden

Sjoerd Stolwijk

Het is een vast hoofdstuk in politieke opleidingsboeken: de theorie dat opiniepeilingen een zogeheten bandwagon-effect zouden veroorzaken. Volgens die theorie zouden kiezers massaal gaan stemmen op politieke partijen die er goed voorstaan. Maar volgens Stolwijk wordt dit effect overschat. “Een deel van de kiezers zal zich door peilingen laten leiden, maar het uiteindelijke effect op de zetelverdeling is heel klein. Kuddegedrag bestaat niet in de politiek.”

Ook in de huidige verkiezingsstrijd, waarbij VVD en PVV nog altijd hopen op een tweestrijd, zijn peilingen niet van doorslaggevend belang. Stolwijk: “De verschillen zijn miniem, maar de uiteindelijke keuze van strategische of zwevende kiezers zorgt niet voor veel meer zetels voor de VVD of PVV.”

Ook media laten zich niet leiden door peilingen, ontdekte Stolwijk tijdens zijn onderzoek. Een politieke partij die er in de peilingen goed voor staat, kan niet automatisch rekenen op meer of positievere berichtgeving. Daardoor is het risico op een zelfversterkend effect, waarin stijgen of dalen in de peilingen leidt tot meer of minder media-aandacht, klein.

Stolwijk onderzocht voor zijn promotieonderzoek het effect van opiniepeilingen, het kiezersgedrag en de manier waarop media de verkiezingen verslaan tijdens de Duitse Bondsdagverkiezingen van 2013 en de Europese verkiezingen in Nederland van 2014.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Geert Wilders © AFP

De Tweede Kamerverkiezingen van 2012, die dus niet in zijn proefschrift worden behandeld, zijn volgens hem de uitzondering op de regel. Lange tijd gingen VVD en SP nek-aan-nek, tot het lijsttrekkersdebat in augustus. Tijdens dit debat stelde Emile Roemer van de SP teleur en Diederik Samsom, de nieuwe politiek leider van de PvdA, scoorde heel goed. “Voor de media was dit nieuws, Samsom kreeg veel positieve aandacht, wat inderdaad leidde tot stijgende peilingen ten koste van de SP. Die positieve spiraal zette door tot de verkiezingen. De PvdA profiteerde van een gelijktijdige combinatie van factoren, en Samsom piekte op het juiste moment.”

In Nederland volgde hij tijdens en na de campagne voor de Europese verkiezingen jongeren die voor het eerst mochten stemmen. Bij hen ontdekte hij een onverwacht positief effect van opiniepeilingen. “Die waren voor jongeren reden om zich te verdiepen in partijstandpunten. Daardoor nam hun bereidheid om te gaan stemmen toe.” Daarom zijn opiniepeilingen goed voor de democratie, vindt Stolwijk. Die maken mensen nieuwsgierig, waardoor ze zelf een mening vormen. Verbieden, zoals in andere landen het geval is, is wat hem betreft geen optie. “De meeste kiezers weten wel dat opiniepeilingen een momentopname zijn, en niet altijd betrouwbaar.”

De omroep bevoordeelt links

Het lijkt misschien dat ‘De Wereld Draait Door’ een PvdA-programma is, het is niet zo. Op onderzoek naar politici in talkshows promoveert Birte Schohaus volgende week aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Ik durf wel te zeggen dat alle talkshows hun complete programmering zouden omgooien als ze het bericht kregen dat Wilders wilde aanschuiven”, zegt Schohaus. “Maar hij weigert altijd. En ja, ze proberen het wel, steeds opnieuw.”

Het meest politiek gekleurd is ‘WNL op Zondag

De politieke voorkeur van een televisieredacteur doet niet ter zake, ontdekte Schohaus. Zij promoveert volgende week op het uitnodigingsbeleid van de zes belangrijkste Nederlandse talkshows: ‘De Wereld Draait Door’, ‘Jinek’, ‘RTL Late Night’, ‘Buitenhof’, ‘WNL op Zondag’ en ‘Pauw’. 

Het meest politiek gekleurd is ‘WNL op Zondag’. Schohaus: “Zij profileren zich nadrukkelijk als omroep voor het rechtse geluid, dus bij hen schuiven vooral VVD en in iets mindere mate CDA vaak aan. Maar dat is de uitzondering. Bij alle andere talkshows staat weliswaar de PvdA bovenaan, maar het scheelt maar heel weinig met de VVD. De reden dat die politici worden uitgenodigd is dat hun partijen in de regering zitten.”

Wel een belangrijk criterium is de vraag of een politicus goed kan praten. ‘Talkability’, noemt Schohaus dat. “Ze moeten leuk mee kunnen praten over andere dingen dan alleen het onderwerp waarvoor ze zijn uitgenodigd.” Omdat de talkability van een gast pas echt tijdens het programma blijkt, zijn redacties huiverig om ‘nieuwe’ politieke gasten uit te proberen. Dat zien ze als ‘experimenten’.

Politici gaan graag naar talkshows, zegt Schohaus, al mijden ze het liefst de confrontatie met ‘de gewone man’. “Dat is voor een politicus heel riskant. In deze verkiezingscampagne moeten ze wel omdat de kloof tussen burger en politiek nadrukkelijk een item is. Ze moeten tonen dat ze die willen overbruggen. Maar het blijft ongewis. Rutte’s confrontatie met de Groningers was bijvoorbeeld minder gelukkig dan die van Pechtold met de man die een doodswens had. Pechtold kon juist meer van zijn politieke agenda laten zien.”

Deel dit artikel

Nu hij zich heeft verdiept in de opvattingen van lageropgeleide mensen, moet hij zeggen: er is inderdaad een probleem

Ik heb weinig bewijs gevonden voor de zorgen van critici dat opi­nie­pei­lin­gen de ver­kie­zings­uit­slag te veel beïnvloeden

Sjoerd Stolwijk

Het meest politiek gekleurd is ‘WNL op Zondag