Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De ultieme erkenning van de lokale partijen

Democratie

Jelle Brandsma en Wilma Kieskamp

Leefbaar Rotterdam verloor er drie, maar blijft met elf zetels de grootste. Lijsttrekker Joost Eerdmans is het middelpunt van een feestje. © Hollandse Hoogte / Peter Hilz

De toenemende dominantie van de lokale partijen valt op, hun aanhang groeit. ‘De kiezer snapt beter wat deze partijen te bieden hebben.’

In Den Bosch bestaat de partij Bosch Belang al sinds 1923. In Rotterdam kwam de lokale partij Leefbaar in 2002 vanuit het niets in de gemeenteraad en het bestuur van de stad. En in Den Haag is sinds deze week de lokale Groep De Mos de grootste partij. In het democratisch bestel is de lokale partij geen bijzaak meer. Ook al zijn het groeperingen met diverse ideeën, de gezamenlijke aanhang van de lokale partijen stijgt. Ze zijn zelfs in veel gemeenten dominant.

Lees verder na de advertentie

Woensdag kregen deze partijen met oppositiebeesten en vergadertijgers in de gelederen 32,3 procent van de stemmen, een stijging van bijna 5 procentpunt ten opzichte van vier jaar geleden. Twintig jaar geleden hadden alle lokale partijen samen nog 18 procent van de stemmen. De landelijk georganiseerde politici volgden woensdag op ruime afstand: gisteren werd bekend dat CDA en VVD beide 13,3 procent scoorden. In absolute zin is CDA met een voorsprong van 2872 stemmen de grootste.

Waar komt die groeiende populariteit van lokale partijen vandaan en wat betekent dat voor de kwaliteit van het bestuur? Staan zij symbool voor toenemend opportunisme in de gemeenten of is het de ultieme emancipatie van de lokale democratie?

Ze werden weggezet als lastpakken, amateurs, pro­test­stem­men­ja­gers

Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, was de afgelopen dagen verrast door de ruime aandacht voor het ‘succes’ van de lokale partijen. “Het interessante is: dit is al heel lang gaande. De lokale partijen maken al decennia lang een stabiele groei door. Bij elke raadsverkiezing opnieuw. Ze waren opgeteld al de grootste. Er zijn al heel veel lokale partijen die integraal onderdeel vormen van het bestuur. En toch is het beeld van de buitenwereld anders, alsof het nu pas echt gebeurt.”

Onbekend maakt onbemind, gold lang voor de lokale partijen. Ze werden weggezet als lastpakken, amateurs, proteststemmenjagers. Daar ziet de directeur van het SCP bij deze verkiezingen wél iets veranderen. “De beeldvorming kantelt. Er is meer bekendheid bij de kiezers over wat lokale partijen zijn en wat ze te bieden hebben. Dat heeft even geduurd. Bij de landelijke partijen gaat dat ook makkelijker; die hebben hun kopstukken die wel in beeld komen in de landelijke pers.” Dit jaar stortten de media zich vol overgave ook op de lokale partijen.

Onderzoeker Julien van Ostaaijen had hetzelfde gevoel: de lokale politieke partijen zijn vooral over het hoofd gezien. Terwijl ze er altijd al bij hoorden in Nederland. “Als er iets de continuïteit vertegenwoordigt dan zijn dat lokale partijen: ze zijn er altijd al geweest. Traditioneel kwamen ze al veel voor in Brabant en Limburg. Dat had te maken met de dominantie van de KVP in die provincies. Wilde je iets anders dan was het beginnen van een eigen lokale partij de enige mogelijkheid. Een katholieke lokale partij wel te verstaan.” Julien van Ostaaijen is universitair docent in Tilburg, waar hij zich specialiseerde in onderzoek naar lokale democratie.

Dat de opkomst van lokale partijen lang is onderschat, komt mogelijk door het beeld van amateurisme dat lang rond de lokale partijen hing. Het is onterecht dat aan politici van lokale partijen het imago kleeft van ‘brokkenpiloot’, vindt Van Ostaaijen. “Of het nou een lokale partij of een landelijke partij is, onervarenheid leidt tot problemen. Het overkomt allerlei soorten politici.” Na de periode Pim Fortuyn was er een aantal partijen met het begrip ‘Leefbaar’ in hun naam. In een aantal gevallen was daar ruzie en geblunder. Maar lokale partijen leveren in het algemeen geen zwakkere bestuurders dan de landelijke partijen.

Putters ziet eveneens weinig verschil in de manier waarop dit soort partijen besturen. “Mijn beeld is dat lokale partijen, als ze eenmaal meebesturen, net zo samenwerken en besturen als landelijke. Plannen om de burgers meer zeggenschap te geven, of nieuwe vormen daarvoor, komen niet alleen van lokale partijen. In sommige gemeenten misschien wel. Maar in een andere gemeente kan het net zo goed de VVD of de PvdA zijn die met zo’n plan komt. Je kunt dat niet exclusief toeschrijven aan lokale partijen.”

Nauwelijks ervaring

Dat wil niet zeggen dat lokale partijen niet specifieke problemen hebben. Zo signaleert Frits Westerkamp, ex-wethouder en adviseur van lokale politici, dat veel raadsleden nauwelijks ervaring hebben. Ze beginnen met een dubbele achterstand: waar een nieuw raadslid van bijvoorbeeld D66 of CDA helemaal wordt klaargestoomd met cursussen vanuit de partij, moet een raadslid van Progressief Zoeterwoude of HOP Heerhugowaard zelf het wiel uitvinden. Landelijke politieke partijen ontvangen subsidie om hun kader te kneden, lokale tot nu toe niet.

“Nu de kiezer voor de zoveelste keer duidelijk maakt op een lokale partij te willen stemmen, wordt het tijd dat die partijen ook goede ondersteuning krijgen. Dat moet Den Haag echt gaan regelen de komende jaren”, zegt Frits Westerkamp.

Hij weet waar hij over spreekt. Hij was wethouder van de PvdA in Noord-Holland en werd daarna gevraagd om voor een lokale partij wethouder te worden. Die partij, vertelt hij, had als voormalige actiegroep geen enkele bestuurlijke ervaring. Het politieke debuut van de nieuwe partij leidde tot interne strubbelingen, een afsplitsing, en zelfs tot de val van Westerkamp als wethouder. Maar Westerkamp verwacht dat lokale partijen de komende jaren vanzelf meer zullen professionaliseren. “Het is geen onwil of gebrek aan politiek talent. Als ze wat meer ondersteuning krijgen, hoeven ze minder vaak voortijdig te struikelen.”

Tekst gaat verder onder de graphic

© Sander Soewargana

Over hoe lokale politici in de gemeentelijke arena overeind kunnen blijven, geeft Westerkamp advies. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten schakelde hem in voor een lokale partij in Noord-Holland die zelf om hulp verzocht. Westerkamp: “Lokale partijen trekken tegenwoordig aan de bel als het mis dreigt te gaan.” Hij hoopt dat minister Ollongren van binnenlandse zaken via het programma voor ‘revitalisering’ van de lokale democratie geld uittrekt voor de lokale partijen.

Er is in de samenleving in het algemeen een herwaardering gaande van het lokale, het dichtbije

Directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau

En dat is ook zinvol, want kiezers zullen de komende jaren op zoek blijven naar een lokale partij om hun stem aan toe te vertrouwen, verwacht directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij koppelt de groei van lokale partijen aan de sociologische trend dat mensen steeds meer hechten aan hun lokale identiteit. “Er is in de samenleving in het algemeen een herwaardering gaande van het lokale, het dichtbije. Mensen voelen meer de behoefte om zich thuis te kunnen voelen in de eigen omgeving. Vooral lager- en middelbaar opgeleiden kijken sterk naar de eigen buurt. Daar oriënteren zij zich op. Hogeropgeleiden hebben dat iets minder.”

Het kan verklaren waarom lokale partijen relatief populair zijn bij lageropgeleide kiezers. Bij hen is de vraag naar partijen met een lokaal ‘gezicht’ groter dan bij hogeropgeleide kiezers. De vele ‘leefbare’ partijen die sinds 2002 zijn opgericht, voelden dat gat in de kiezersmarkt goed aan. Het geeft ook aan dat lokale partijen niet louter ontstaan als protestpartijen, maar dat ze voorzien in een behoefte van groepen kiezers om op een partij te stemmen die gevoelsmatig dichter bij ze staat.

Putters: “Lokale partijen zijn eigenlijk ook een heel logische vorm. Democratie is van oudsher lokaal, zo is het begonnen: met mensen die hun eigen dorp of stad bestuurden, niet het hele land”.

Mede om die reden zijn lokale partijen ook heel divers. De ene keer is zijn ze links zoals Kampen Sociaal (voormalig SP’ers) , de andere keer rechts zoals Seyst.nu (in Zeist). Maar vaker, weet wetenschapper Van Ostaaijen, zeggen ze geen ideologie te hebben. Dan stellen deze politici dat zij ‘het midden van het politieke spectrum’ willen vertegenwoordigen of dat zij ‘niet links en niet rechts’ willen zijn.

Toch zijn veel lokale politieke partijen nakomelingen van landelijke partijen die via afsplitsing een eigen weg zijn ingeslagen. Opportunisme wil Van Ostaaijen dit niet noemen. “Maar het is alleen maar goed dat individuen de mogelijkheid hebben om een nieuwe politieke partij op te richten als zij het met het bestaande beleid niet eens zijn. Op die manier enthousiasmeren zij weer anderen en zo blijft de politiek levend.”

Als zij op eigen benen staan, zijn ze echter ook veel meer op zichzelf aangewezen, zoals Westerkamp ook al met zorg constateerde. Dat heeft ook als gevolg dat een lijn met andere niveaus van het openbaar bestuur soms ontbreekt.

Niet gebonden

Van Ostaaijen: “Lokale partijen zelf noemen dit vaak een voordeel: zij zijn niet gebonden aan landelijke richtlijnen over de koers van de partij. Maar als gemeenteraadslid of wethouder krijg je makkelijker iets bij de provincie of de rijksoverheid gedaan als daar een partijgenoot zit. Natuurlijk moet een politicus van een lokale partij gewoon kunnen aankloppen bij provinciale en lokale bestuurders, ook al zijn die van een andere, landelijke politieke partij. Dat gebeurt in de praktijk ook. Het zou slecht zijn voor de democratie als het afhankelijk zou zijn van partijlijntjes.”

Zo blijft er toch ook veel hetzelfde, ook al zijn er meer lokale en minder landelijke partijen in de aden. “Ze zijn geworteld in de dorpen en steden, maar dat zijn de afdelingen van landelijke partijen ook”, meent Van Ostaaijen.

Putters belangrijkste hoop: dat door de opkomst van lokale partijen meer mensen gaan stemmen. Dit keer kwam iets meer dan de helft van de kiezers opdagen. “We zijn er al zo aan gewend dat het een redelijk goede opkomst heet te zijn. Maar het is zorgelijk.”

Lees ook: Lokale partijen en GroenLinks de grote winnaars, opkomst 55 procent

Deel dit artikel

Ze werden weggezet als lastpakken, amateurs, pro­test­stem­men­ja­gers

Er is in de samenleving in het algemeen een herwaardering gaande van het lokale, het dichtbije

Directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau