Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De positie van Blok is op alle fronten verzwakt

Democratie

Marno de Boer

Minister Stef Blok tijdens het debat in de Tweede Kamer. © ANP

Kan Stef Blok de komende jaren nog als minister van buitenlandse zaken functioneren? Naast de discussie over zijn mensbeeld was dat woensdag het voornaamste pijnpunt in het debat met de Kamer. Blok moet verder terwijl zijn relaties op drie fronten getroebleerd zijn.

1. De Kamer

Lees verder na de advertentie

Veel oppositiepartijen hebben er weinig fiducie meer in en steunden mede daarom een door Tunahan Kuzu (Denk) ingediende motie van wantrouwen. Volgens Jesse Klaver (GroenLinks) moet Nederland nu een ‘vleugellamme’ minister in het buitenland op pad sturen. Lodewijk Asscher (PvdA) vond dat Blok ‘de internationale reputatie van Nederland grote schade heeft berokkend’.

Dat een substantieel deel van de Kamer geen vertrouwen in zijn functioneren heeft, is voor een minister van buitenlandse zaken bijzonder vervelend. Als hij controversieel is, en voortdurend Haagse brandjes moet blussen, kan hij zijn aandacht niet op zijn eigenlijke werkveld over de grens richten.

Blok moet brede coalities smeden rond het Binnenhof, maar is nu juist aangeschoten wild

Daar vertegenwoordigt hij idealiter Nederland als geheel. Het sterkt zijn onderhandelingspositie als andere landen weten dat hij breed gedragen standpunten verkondigt. Gesprekspartners kunnen er dan op vertrouwen dat het beleid niet verandert als er later een minister van een andere politieke kleur tegenover hen zit. Het is voor bondgenoten bijvoorbeeld prettig als zoveel partijen een militaire missie steunen, dat die ook onder een toekomstig kabinet wel door zal lopen.

Blok moet dus brede coalities smeden rond het Binnenhof, maar is nu juist aangeschoten wild. Zijn optreden vormt een scherp contrast met zijn voorganger Halbe Zijlstra. Die lag tot zijn gedwongen vertrek juist goed bij linkse oppositiepartijen. Zij waren positief verrast dat de man die eens als rechtse houwdegen de VVD-fractie leidde, echt probeerde te luisteren naar zijn vroegere politieke tegenstanders.

2. Het departement

Blok loopt het risico Uri Rosenthal achterna te gaan. Deze VVD’er lag als minister van buitenlandse zaken in Rutte I bijzonder slecht op zijn departement. Hij beschreef het werk van diplomaten als ‘rustiek tijdverdrijf’ en vond dat zij te weinig aan het Nederlandse belang dachten.

Halbe Zijlstra speelde na zijn entree op het departement juist op safe door zich strak aan de inhoudelijke instructies van zijn ambtenaren te houden. Hij zei ook meteen de lijn te willen voortzetten van zijn diplomatiek ervaren sociaal-democratische voorgangers Bert Koenders en Frans Timmermans.

Blok had al geen beste reputatie had op zijn departement, nadat hij flexplekken invoerde

De huidige minister van buitenlandse zaken kiest er in navolging van Rosenthal weer voor om het vuurtje op te stoken. Niet alleen door tijdens de gewraakte bijeenkomst in juli met Nederlandse medewerkers van internationale organisaties controversiële uitspraken te doen, maar ook in de gesprekken met zijn ambtenaren. Volgens zijn eigen verklaringen hield hij hen bij interne discussies op het departement al voor dat er geen vreedzame multi-etnische samenlevingen bestaan.

Daar komt bij dat Blok toch al geen beste reputatie had op zijn departement. De diplomaten waren gewend dat zij na een plaatsing op een verre ambassade in een mooi Haags kantoor terechtkwamen. Als minister voor wonen en rijksdienst in Rutte II voerde Blok echter flexplekken in, tot grote verbolgenheid van de mensen op het ministerie. Zij vinden dat er te weinig bureaus zijn, waardoor ze hun werk niet in de benodigde rust kunnen doen. Blok was in maart dus al met een achterstand begonnen.

3. Het buitenland

Volgens Blok hebben zijn uitspraken weinig schade berokkend over de grens. Suriname aanvaardt zijn excuses niet, maar de relatie met dat land was toch al niet best. De minister wees erop dat andere landen die hij noemde, zoals Polen en Tsjechië, zijn verontschuldigingen wel accepteerden. In het diplomatieke verkeer merkt hij niet dat andere landen hem zijn uitspraken nadragen. “Al mijn afspraken zijn gewoon doorgegaan en mijn agenda staat bomvol.”

Blok zei dat Oost-Europese landen toch nooit migranten zullen accepteren, terwijl Nederland hen juist al jaren wil verplichten om dat wel te doen

Vergeleken met sommige buitenlandse collega’s lijkt Blok inderdaad nog een voorzichtige diplomaat. De Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken danste vorige maand op haar bruiloft met eregast Vladimir Poetin. De Roemeense premier Mihai Tudose zei in januari dat wie de vlag van de Hongaarse minderheid op overheidsgebouwen zwaait, zelf ook maar aan dat gebouw opgeknoopt moet worden.

Maar het probleem voor Blok is dat hij zijn eigen onderhandelingspositie op een belangrijk punt verzwakt heeft. Hij zei dat Oost-Europese landen toch nooit migranten zullen accepteren, terwijl Nederland hen juist al jaren wil verplichten om dat wel te doen. In die zin is het niet gek dat zijn Poolse en Tsjechische collega’s Blok niets nadragen. Hij heeft hen een dienst bewezen. CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma vroeg Blok dan ook eerlijk toe te geven als hij daadwerkelijk denkt dat deze strategie niet haalbaar is, zodat Nederland een andere aanpak kan proberen. Hier wilde Blok alleen een ontwijkend antwoord op geven. “Deze landen werken nu niet mee. Maar het blijft onze inzet om dat wel te laten gebeuren.” 

Lees ook: Blok kan door, maar debat legt ideologische verschillen in coalitie bloot

Wat D66 en ChristenUnie, maar ook het CDA vooral stoorde aan de uitspraken van minister Blok is zijn pessimistische maatschappijbeeld, bleek woensdag tijdens het debat. 

Deel dit artikel

Blok moet brede coalities smeden rond het Binnenhof, maar is nu juist aangeschoten wild

Blok had al geen beste reputatie had op zijn departement, nadat hij flexplekken invoerde

Blok zei dat Oost-Europese landen toch nooit migranten zullen accepteren, terwijl Nederland hen juist al jaren wil verplichten om dat wel te doen