Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Nederlandse politiek is verenigd in haar afkeer van Erdogan

Democratie

Marno de Boer

De Turkse president Erdogan zei deze week in Ankara dat de aanvallen op Syrisch grondgebied zullen worden uitgebreid van Afrin naar Manbij, dat (ook) onder Koerdische controle staat.

Alle Nederlandse politieke partijen hebben zo hun eigen redenen om het beleid van de Turkse regering af te keuren. Door deze anti-Turkse stemming is er amper nog ruimte om normaal buitenlands beleid te voeren richting Ankara.

Het lukt Nederland niet meer om normale diplomatie met Turkije te bedrijven. Van links tot rechts geldt president Erdogan als symbool voor verschillende gevaren: van islamisering tot de opkomst van autoritaire leiders. Daarmee is ook ieder welwillend gebaar richting Ankara om binnenlands-politieke redenen uit den boze.

Lees verder na de advertentie

Veelzeggend is de uitleg die minister van buitenlandse zaken Halbe Zijlstra deze week in de Kamer gaf voor het staken van de gesprekken om weer ambassadeurs uit te wisselen. "Als één land de eerste stap moet zetten, lijkt het alsof dat land de schuld op zich neemt", aldus Zijlstra. Zelfs de schijn dat Nederland het boetekleed aantrekt, dient vermeden te worden.

Iedere politieke kleur kan in de Turkse leider iets vinden dat symbool staat voor een vermeend groter gevaar

Expliciet excuses maken voor wat er in maart 2017 in Rotterdam gebeurde wil Nederland al helemaal niet. De Turkse regering probeerde toen in Nederland campagne te voeren voor een referendum om de macht van Erdogan te vergroten. Uiteindelijk moest een minister onder politiebegeleiding vanuit Rotterdam terug naar de Duitse grens rijden.

In 2013 werd een diplomatieke rel nog anders opgelost. Haagse politieagenten arresteerden een Russische diplomaat die in een dronken bui zijn kinderen mishandelde. Daarmee schonden zij het internationale recht, want diplomaten genieten onschendbaarheid in hun gastland. Met woorden waarin enige tegenzin doorklonk, bood minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans toch zijn excuses aan. Hij had persoonlijk begrip voor de agenten, maar erkende dat Nederland het verdrag over diplomatiek verkeer had geschonden.

Een dergelijke uitweg lijkt in de Turkse kwestie niet meer mogelijk. Naast het centrale meningsverschil over de behandeling van de minister, vond er in Rotterdam nog iets anders plaats. Een aantal Turkse diplomaten werden enige tijd door de Nederlandse politie vastgehouden. Ook voor deze actie betuigt Nederland geen spijt.

Erdogan als symbool

Lange tijd werd gezegd dat het conflict tussen Israël en de Palestijnen in Nederland binnenlandse politiek is, en dat de emoties in de Tweede Kamer hierover hoger oplopen dan in de Knesset. Inmiddels zijn Israël en Palestina vervangen door Turkije, met één verschil. Waar een deel van de Kamer de Israëliërs steunde en een ander deel de Palestijnen, is men verenigd in de afkeer van Erdogan.

Iedere politieke kleur kan in de Turkse leider iets vinden dat symbool staat voor een vermeend groter gevaar. Geert Wilders liep in deze trend voorop, door Turkije gelijk te stellen met de invloed van de islam. In 2004 stapte hij uit de VVD omdat die partij zich niet uitsprak tegen een mogelijk Turks lidmaatschap van de Europese Unie. In 2011 was de PVV als gedoogpartner van het kabinet Rutte-I tegen de viering van vierhonderd jaar diplomatieke betrekkingen met Turkije. Turkije wilde onder leiding van 'would-be-sultan Erdogan' namelijk 'Europa islamiseren'.

Andere partijen trekken inmiddels ook fel van leer tegen Turkije. CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma pleitte de afgelopen jaren voor stevige binnenlandse maatregelen tegen terreurgevaar. Tegelijkertijd verdenkt het CDA de Turkse regering van steun aan jihadisten in Syrië. De christen-democraten eisten al in 2014 dat Timmermans hier een onderzoek naar instelt.

Veel landen hebben helemaal geen zin de relatie met Ankara verder op scherp zetten

De christen-democraten maken zich net als coalitiepartner ChristenUnie ook zorgen over het lot van religieuze minderheden in het Midden-Oosten. Inmiddels wordt Turkije gezien als groot gevaar voor deze groepen. De recente Turkse inval in het Syrische Afrin, waar Koerden en andere minderheden wonen, is hiervan het laatste voorbeeld.

Bij D66 staat Erdogan voor de dreigende opkomst van autoritaire of populistische leiders in binnen- en buitenland. Fractievoorzitter Alexander Pechtold noemde de Turkse president eind 2016 in één adem met Poetin en Trump. Net zoals D66 zich in Nederland afzet tegen Geert Wilders en Thierry Baudet, wil Pechtold dit ook op het wereldtoneel doen. "De laatste jaren is Nederland zo bescheten in zijn omgang met dat soort leiders."

Bij links staat Erdogan voor mensenrechtenschendingen. Volgens SP-Kamerlid Sadet Karabulut kan er geen sprake zijn van normale diplomatieke betrekkingen zolang Erdogan in eigen land critici oppakt, of doorgaat met de militaire operatie in Afrin.

Spagaat

De minister van buitenlandse zaken verkeert in een spagaat. Net als Timmermans en Koenders krijgt Zijlstra vanuit de Kamer het verwijt dat hij zich te slap opstelt richting Ankara. CDA-Kamerlid Martijn van Helvert verweet Zijlstra deze week bijvoorbeeld 'een relatief begripvolle houding' rond de aanval op Afrin. Hij wil dat Zijlstra de Turken een ultimatum stelt. Bewijzen zij niet voor een bepaalde datum dat ze eerst vanuit Afrin zijn aangevallen, dan moet Nederland de inval veroordelen. CDA en ChristenUnie vinden ook dat Nederland meer kritiek op Ankara kan uiten nu de gesprekken over normale diplomatieke relaties zijn gestaakt.

Ondertussen is Zijlstra, net als zijn voorganger Koenders, op het internationale toneel al een van de meest kritische landen richting Turkije. De afgelopen dagen vond het kabinet in Duitsland een Navo-bondgenoot bereid samen om bewijzen voor de aanvallen uit Afrin te vragen, maar dan wel zonder ultimatum. Binnen de Europese Unie wil Nederland als een van de weinigen de financiële toetredingssteun voor Turkije volledig opschorten.

Veel landen hebben helemaal geen zin de relatie met Ankara verder op scherp zetten. Net zoals zij pragmatisch samenwerken met autoritaire leiders in Egypte, Saoedi-Arabië of Iran, willen zij dat ook met Erdogan blijven doen.

Onder diplomaten is de neiging dan ook om de relatie met Ankara werkbaar te houden

Maar Nederland legt Turkije langs een hogere meetlat. Het land is formeel nog altijd kandidaat-lid van de EU. Hoe onwaarschijnlijk een toetreding ook is, Turkije wordt in het Nederlandse debat wel langs Europese maatstaven voor de rechtsstaat gelegd.

In het voorjaar van 2016 uitten oppositiepartijen felle kritiek op de migratiedeal tussen de EU en Turkije. Een van de bezwaren was de beloofde herstart in toetredingsonderhandelingen. Erdogan zou dan in eigen land kunnen pronken met dat diplomatieke succes. Omdat de deal Europa afhankelijk van Turkije maakte, zou het ook moeilijker worden mensenrechtenschendingen te bekritiseren.

Dergelijke verwijten klinken nauwelijks rond de deal waarbij Iran zijn nucleaire programma beperkt in ruil voor sanctieverlichting. Het theocratische regime in Teheran was met die afspraken in 2015 ook op zoek naar binnenlands politiek gewin. Economische groei moest onvrede onder de morrende bevolking sussen. Omdat Europa de nieuwe relatie met Iran graag intact houdt, hulde EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini zich eind vorig jaar in stilzwijgen toen Iraniërs tegen hun regime protesteerden.

Diaspora

De Turkse gemeenschap in Nederland is een ander heet hangijzer. Den Haag beschouwt deze mensen als Nederlands staatsburgers over wie Ankara niets te zeggen heeft. De Turkse regering wijst erop dat velen van hen ook over een Turks paspoort beschikken. Ankara vindt dat het voor de belangen van zijn overzeese onderdanen mag opkomen.

Tijdens het vorige kabinet leidde dit meningsverschil tot een felle botsing met minister van sociale zaken Lodewijk Asscher. Hij vond dat een aantal verenigingen, waaronder de Nederlandse afdeling van het Turkse ministerie van godsdienstzaken, de integratie in de weg staan. In 2014 stelde de Turkse regering dat Asschers woorden 'bij extreme en racistische partijen passen'. Asscher reageerde hier weer op door de vier Nederlands-Turkse organisaties extra in de gaten te houden.

In de nasleep van deze clash met Ankara verlieten Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk de PvdA-fractie, omdat zij het niet met Asschers integratiebeleid eens waren. Met hun nieuwe partij Denk verdedigen zij juist regelmatig Erdogan. Hiermee polariseert het debat in de Kamer nog meer, want ook critici van Erdogan versterken hun stellingen.

Na de clash tussen Turkije en Asscher kon het ministerie van buitenlandse zaken nog schipperen. De Turkse verklaring zou bedoeld zijn als een uiting van bezorgdheid over het Nederlandse integratiedebat en geen kritiek op het kabinet bevatten. Onder diplomaten is de neiging dan ook om de relatie met Ankara werkbaar te houden en om binnen de EU en de Navo niet uit de toon te vallen met een uitgesproken anti-Turks standpunt. Maar inmiddels biedt de politieke stemming in Nederland daar nauwelijks nog ruimte voor.

Lees ook:

Minister Zijlstra trekt de stekker uit de gesprekken met Ankara, tot tevredenheid van de coalitiepartijen.

De Turken willen meer dan alleen Afrin. Ze willen doorstoten naar Manbij, waar de Amerikanen zitten. Die willen niet weg.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Iedere politieke kleur kan in de Turkse leider iets vinden dat symbool staat voor een vermeend groter gevaar

Veel landen hebben helemaal geen zin de relatie met Ankara verder op scherp zetten

Onder diplomaten is de neiging dan ook om de relatie met Ankara werkbaar te houden