Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De mist die Rutte creëerde rond de memo-affaire

Democratie

Jelle Brandsma en Wilma Kieskamp

Premier Mark Rutte beantwoord vragen tijdens het Tweede Kamerdebat over de omstreden memo's rond de afschaffing van de dividendbelasting, afgelopen woensdagavond. © ANP
reconstructie

Vanaf het begin had de coalitie de onderbouwing van het besluit over de afschaffing van de dividendbelasting niet op orde. Dat leidde tot onduidelijkheid over memo’s die er eerst niet en later wel waren. Een reconstructie in vier bedrijven.

Eerste bedrijf: De VVD-memo

Lees verder na de advertentie

Voor alles is een plaats en een moment. Dat speelt in de politiek een belangrijke rol. Het huidige kabinet wordt geformeerd aan een lange tafel in de Stadhouderskamer, een fraai gelambriseerde ruimte in de Tweede Kamer. Maar niet alleen aan dit meubelstuk wordt er gesproken. Soms wordt er hardop nagedacht hangend in de vensterbank en een andere keer zitten de onderhandelaars even apart, bilateraal zoals dit heet, op een bank of een fauteuil op hun werkkamer.

Zo loopt op een van de formatiedagen VVD-premier Mark Rutte door de gangen van de Tweede Kamer op weg naar de werkruimte van Alexander Pechtold, voorman van D66. Onder zijn arm heeft hij een VVD-memo, een ‘denkrichting’ recent geschreven door zijn partijgenoot en staatssecretaris Eric Wiebes. Rutte gaat de onderhandelaars van de coalitie-in-wording een voor een af in de hoop om ze in de beslotenheid van een tête-à-tête te overtuigen van het belang van afschaffing van de dividendbelasting.

Wiebes had in de loop van de formatie, op dinsdagochtend 13 juni, al een afspraak met Paul Polman, de bestuursvoorzitter van de Nederlands-Britse multinational Unilever. Volgens de ambtelijke voorbereidingsnotitie zou ‘vermoedelijk aan de orde komen of afschaffing van dividendbelasting wenselijk is’.  En ondanks de waarschuwing van ambtenaren van zijn ministerie van financiën dat er betere manieren zijn om Nederland aantrekkelijker te maken voor bedrijven als Unilever, ziet Wiebes wel wat in het verhaal van Polman.

Rutte vraagt begrip: Ik zit zestien jaar in de politiek, en ik maak nog steeds fouten

In ieder geval staat in het ‘Memo belastingontwijking en vestigingsklimaat’ dat Rutte bij zich heeft dat er een ‘zeer wezenlijk risico’ is dat Unilever, Shell en AkzoNobel hun hoofdkantoor in respectievelijk Rotterdam, Den Haag en Amsterdam sluiten. Daarom is zijn suggestie: “Zonder dividendbelasting wordt Nederland een aantrekkelijk vestigingsplaats voor topholdings en beursfondsen.” Want de aandeelhouders van die concerns hoeven immers geen belasting meer te betalen over de winst die zij krijgen uitgekeerd.

Tijdens de onderhandelingen zien financieel specialisten van de partijen notities waarin ambtenaren van het ministerie van financiën concluderen dat het geen goed idee is: het kost jaarlijks 1,4 miljard euro. Het Centraal Planbureau ziet er ook geen heil in. De cijfer-adepten lezen eveneens de opvattingen van medewerkers van het ministerie van economische zaken die stellen dat het wel nuttig is omdat Nederland er internationale bedrijven mee trekt.

Unilever bepleit al langer om te stoppen met dividendbelasting en Polman krijgt Wiebes enthousiast. Wiebes praat met Rutte en die trekt na Pechtold ook Sybrand Buma (CDA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) over de streep. Er wordt bij alle partijen, behalve de VVD, wel hardop gemopperd en gegromd, maar afschaffing van de dividendbelasting wordt geaccepteerd. Per slot van rekening doet de VVD ook concessies. Zo zijn de liberalen na jarenlang verzet bereid belastingontwijking aan te pakken en blijven de beperkingen voor bonussen van bankiers, opgesteld door het vorige kabinet, intact.

Wat de vier leiders van de beoogde coalitiepartijen zich niet realiseren is dat voor het omstreden besluit een stevige onderbouwing nodig is. Vooral voor maatregelen waarmee je het niet eens bent, zijn stevige argumenten noodzakelijk. Of denken de anderen dat Rutte alle ballen wel gaat vangen?

Als het nieuwe kabinet klaar is, krijgt de Tweede Kamer een map met 1400 stukken over allerlei onderwerpen die tijdens de formatie zijn gepasseerd. Het woord dividendbelasting komt alleen voor in een lobbybrief van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Het besluit over de dividendbelasting in de Stadhouderskamer valt zonder één stuk op de langwerpige tafel, zeggen de leiders van de coalitiepartijen. Er is geen notitie, geen memo, niks. Alle gegevens zijn in gesprekken gewisseld, is hun verhaal. Het is voor hen duidelijk.

Tekst loopt door onder de foto

© ANP

Tweede bedrijf: Rutte’s vezels

Als in oktober het regeerakkoord verschijnt, blijkt het besluit over de afschaffing van de dividendbelasting allerminst duidelijk. Hoe kan het, stelt de oppositie onmiddellijk, dat dit is afgesproken terwijl de kiezer het in geen enkel verkiezingsprogramma aantrof?

In het allereerste debat met de Tweede Kamer, over de regeringsverklaring, staat minister-president Mark Rutte achter het spreekgestoelte met achter zich een ploeg verse ministers en staatssecretarissen, nog in de feeststemming. De premier onderschat, na een lange formatie en een relatief stille periode in het parlement, het venijn van de oppositie. Hij komt met een vaag verhaal. Hij denkt dat afschaffing van de dividendbelasting Nederland aantrekkelijk houdt als vestigingsland. “Dat zeggen ondernemers tegen mij.” Hij voelt ‘in al mijn vezels’ dat het een goed besluit is.

Ondertussen is binnen de coalitie al openlijk onenigheid. CDA, D66 en ChristenUnie laten blijken dat zij er tegen heug en meug mee instemden. “Wij moesten een meloen doorslikken”, zegt CU-Kamerlid Eppo Bruins. Tegelijkertijd verspreiden de leiders van deze partijen ook een ander geluid. Zij spreken tegen dat het Shell en Unilever waren die erop aandrongen. CDA’er Buma erkent wel dat ondernemersorganisatie VNO-NCW al jaren lobbyt voor het idee: “Het doel is niet lastenverlichting voor het bedrijfsleven, maar werkgelegenheid. De banen van twee miljoen mensen in Nederland zijn afhankelijk van buitenlandse bedrijven.” Pechtold: “Wij hebben zeven maanden onderhandeld en in die tijd stond de wereld niet stil. Wij hadden te maken met de Brexit en met de dreiging van een vijandige overname van Akzo­Nobel en meer van dergelijke zaken.”

Derde bedrijf: Mist in november

Was het bravoure? Zelfoverschatting van het nieuwe kabinet? Op 15 november volgt een cruciaal debat. Daar gaat Rutte de mist in. Als de vraag komt waarom er geen notitie over de dividendbelasting in het formatiedossier zit, zegt hij dat hij ‘zich niet herinnert dat er zo’n memo heeft gelegen’. Hij houdt ook een slag om de arm: misschien lagen er concept-teksten. Een fout, zou hij deze week toegeven, want hij had ‘onbedoeld toch de suggestie gewekt dat er helemaal geen stukken zijn’. Een kostbare fout, want Rutte’s geloofwaardigheid als premier komt ermee op het spel te staan zodra blijkt dat er toch stukken zijn.

Die fout ontstaat niet zomaar. Rutte en zijn nieuwe kompanen Buma, Pechtold en Segers hebben wel in de gaten dat er problemen dreigen met de dividendbelasting, maar focussen op slechts een deel van het probleem: hun interne verdeeldheid over dit onderwerp, die ze eerder naar buiten hadden laten komen. Ze sluiten snel de rijen. Gedacht wordt: als we benadrukken dat we het plan alle vier steunen, heeft de oppositie niets in handen. “Het was ons aller idee”, bezweert D66-leider Pechtold in de Tweede Kamer. Het nieuwe kabinet  toont zich graag kordaat: wij vormen een eenheid, wij stáán voor elkaar.

Rutte weet dan al hoe makkelijk een fout erin sluipt. Hij komt in botsing met de premier van België, na de uitspraak dat in dat land alle multinationals zijn vertrokken vanwege hoge belastingen. De Belgen vinden het neerbuigend. Rutte moet excuses maken.

De premier laat zich overrompelen als de oppositie op 15 november vraagt om meer informatie. De maatregel kost immers 1,4 miljard per jaar. Dan zou er toch wel een notitie mogen liggen. Jesse Klaver van GroenLinks: “Als er memo’s zijn, zouden we die graag alsnog ontvangen.” De coalitie heeft geen verdediging hierop voorbereid. De eerste reactie is geïrriteerd. Opnieuw is het D66-leider Pechtold die in actie komt: “Ik vraag me bijna af: waar is mijn bonnetje? Op zoek naar mijn bonnetje!”, sneert hij. Ook Rutte reageert gestoken: “Er is een soort obsessie met een memo”, begint hij zijn verweer. En nee, hij herinnert zich niets van memo’s. Hij kent wel een intern VVD-document, maar daarover zwijgt hij. Elke partij had zulke eigen stukken, redeneert Rutte.

Rutte weet diezelfde dag al dat het niet de beste verdediging is. “Ik verweet mezelf dat ik me had laten verleiden tot speculatie over stukken waar ik geen herinnering aan had”, zou hij daar deze week over zeggen. Hij had kunnen zeggen: of er verder nog memo’s zijn, gaat de Kamer niet aan, want dat is onderdeel van de vertrouwelijkheid van de formatie. Nu hij zei wat hij zei, had hij na dat Kamerdebat alsnog op zoek moeten gaan naar de memo’s concludeert hij woensdag. “De fout begint bij mij: ik heb niet op de dag na het debat die actie ondernomen.”

Waarom kwam hij niet in actie? Daar geeft Rutte zelf ook een verklaring voor, achteraf. Hij had het hele probleem met de memo’s in zijn hoofd al afgetikt op 15 november. “Dat debat was afgesloten. Ik dacht: nu gaat het allemaal over de inhoud van de dividendbelasting en niet over stukken.”

Tekst loopt door onder de foto

© ANP

Vierde bedrijf: Alarm

Een politiek ongeluk zit soms in een klein hoekje. Terwijl premier Rutte op het Binnenhof het gevoel heeft dat politiek de zaak onder controle is, ontstaat er een paar straten verderop, in het gebouw van het ministerie van financiën, een probleem. Op 16 november, een dag na het Kamerdebat, doen twee onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Noch Rutte, noch staatssecretaris Menno Snel, noch hun adviseurs zien de bui hangen.

De alarmbellen gaan wel rinkelen op het ministerie, maar alleen belastingtechnisch. Er is dit jaar al zoveel te doen over belastingontwijking en dus is een Wob-verzoek over de fiscus en multinationals meteen gevoelig. Nederland bereidt zich bovendien ook nog voor op de Brexit, waarbij het hoopt grote bedrijven uit Londen naar Nederland te halen. Die andere gevoeligheid, dat óók de Tweede Kamer op zoek is naar memo’s, krijgt minder aandacht.

Premier Rutte beweert dat de hele memo-kwestie geen moment door zijn hoofd is gegaan, toen hij rond 21 februari twee keer is gebeld door de staatssecretaris van financiën, die wil overleggen over het Wob-verzoek. Rutte zit die week net bij premier Theresa May van Engeland, voor een gesprek over de Brexit. “Het was niet zo dat ik meteen terugdacht aan het debat in november”, zegt Rutte daar achteraf over. “Dat lag niet top of mind.” Zijn eigen ministerie, Algemene Zaken, heeft de hele lijst met memo’s die na het Wob-verzoek zijn opgedoken, dan al twee weken binnen.

Ziet niemand dat er vier stukken bijzitten die ten tijde van de kabinetsformatie zijn gemaakt? Er zijn dus toch memo’s, anders dan de premier zich herinnerde, ook al zijn dat vertrouwelijke stukken. Het Wob-verzoek wordt afgewezen, op 16 maart. “Zo’n afwijzing wordt gewoon openbaar, dus er is helemaal niks spannends aan van: oh, we proberen iets toe te dekken”, zegt Rutte daar achteraf over. Wat zou er zijn gebeurd als de premier de Tweede Kamer in maart alsnog had verrast door te melden dat hij memo’s gevonden had?

Op de ochtend van 20 april leest Rutte in Trouw: ‘Toch memo’s over afschaffen dividendbelasting’. “Naar eer en geweten: toen merkte ik pas dat er stukken waren”, zegt hij deze week. Ministers Wouter Koolmees en Carola Schouten verklaren dat zij de memo’s wel eerder kenden. Ze zaten namelijk als mede-onderhandelaar met hun partijleiders aan de hoofdtafel in de Stadhouderskamer maar soms ook elders, aan een ‘zijtafel’ met gespecialiseerde Kamerleden. De verwarring is compleet.

Niet alleen de premier, maar ook de nieuwe coalitie loopt een deuk op door ‘het memo-debat’ woensdag in de Tweede Kamer, waarin de geloofwaardigheid van de politiek verdedigd moest worden, en het kabinet erkende dat alles erg ‘rommelig’ is verlopen en ‘niet zo’n fraai beeld oplevert’. Premier Mark Rutte vraagt begrip: ook politiek is mensenwerk. “Ik zit zestien jaar in de politiek, en ik maak nog steeds fouten.”

Lees meer in ons dossier over de affaire rond de afschaffing van de dividendbelasting.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Rutte vraagt begrip: Ik zit zestien jaar in de politiek, en ik maak nog steeds fouten