Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De liberalen hebben de polder niet klein gekregen

Democratie

Hans Goslinga

© *
Column

Uit de totstandkoming van het pensioenakkoord tussen regering, werkgevers en vakbeweging zijn drie belangrijke politieke ­conclusies te trekken. 

De eerste is dat het redelijke midden nog altijd wat kan klaarspelen, de tweede dat onze overlegeconomie een taaie traditie is, zo taai dat ook de liberalen zich de kunst van het polderen eigen hebben gemaakt.

Lees verder na de advertentie
Koolmees heeft veel kopjes koffie gedronken om het akkoord dichterbij te brengen – vroeger fungeerde aan de poldertafels de korenwijn als smeermiddel, dat is wel een verschil

De laatste conclusie is misschien wel de meest saillante. In de aanloop naar hun dominante positie in de ­Nederlandse politiek begin jaren ­negentig richtten VVD en D66 hun pijlen welbewust op de overlegeconomie. Bij de VVD had dat een sterk ideologische drijfveer. Het vrije spel van de economische krachten moest zo weinig mogelijk worden belemmerd. De toenmalige VVD-leider Bolkestein hekelde het schikken en plooien en beschimpte het polderoverleg als een hindermacht en ‘een schuilkelder van de regering’. Bij D66 was de drijfveer een strategische. De partij wilde de macht van het CDA als spil in het krachtenveld breken. Die macht had een stevige bedding in de politiek-­sociale ordening, opgezet in de naoorlogse jaren als reactie op de onbeteugelde economie van voor de oorlog die zoveel desastreuze gevolgen had gehad. Na een halve eeuw lukte het onder invloed van het WAO-drama (de voorziening voor arbeidsongeschiktheid fungeerde als een luxe afvloeiingsregeling) deze macht te breken.

Ellebogenmaatschappij

De sociaal-democraat Thijs Wöltgens voorspelde in die tijd dat, mocht Bolkestein zijn zin krijgen, Nederland zou veranderen in een ‘harde, zelfzuchtige ellebogenmaatschappij’ met een groeiende ongelijkheid die de stabiliteit van de democratie zou bedreigen. Hij heeft grotendeels gelijk ­gekregen en je ziet nu dat het redelijke midden, geslonken en omgeven door onvredepartijen, opnieuw steun zoekt bij de vertrouwde stabilisator, het polderoverleg. De overlegeconomie is nooit helemaal weg geweest, maar bood de afgelopen decennia ­onvoldoende tegenwicht om uitwassen van het kapitalisme te voorkomen. Pikant: net als in de jaren dertig domineerden in deze periode protestanten (Brinkman, Balkenende, Donner) en liberalen, met hun gezamenlijke voorkeur voor een Angelsaksische economie, het krachtenveld. De roomse en rode invloeden namen af.

Nu lijkt zich opnieuw een omslag af te tekenen: het Rijnlandse denken, het rooms-rode compromis tussen een vrij opererend bedrijfsleven en ­sociale zekerheid, dat van de naoorlogse ordening de basis was, beleeft een comeback, in PvdA (Timmermans) en CDA (Hoekstra). Dat is om twee redenen begrijpelijk. Ten eerste is er een ideologische reactie nodig op het liberalisme, dat zowel op macroschaal als in de microsfeer op zijn grenzen is gestoten. De beloofde vrije ontplooiing van het individu is blijven steken in een dwang tot economische zelfredzaamheid met als gevolg veel sociale ellende aan de rafelranden van de samenleving. Daarnaast is de liberale belofte niet gepaard gegaan met delegatie van vertrouwen en verantwoordelijkheid naar professionals op de werkvloer. Integendeel, in veel sectoren worden vakmensen beknot door regels en protocollen, op straat is er een zichtbare groei in toezicht en handhaving. Niet het vertrouwen, maar het wantrouwen regeert.

Strategisch belang

Dat vraagt om een revolutie in het denken, niet om een revolte van ­populisten die louter het onbehagen mobiliseren en als los zand aan elkaar hangen. De liberaal Rutte heeft als premier om pragmatische redenen ­belang bij het polderoverleg. De VVD is als grootste partij gedwongen vanuit het midden te opereren en dat maakt de ideologie even ondergeschikt.

Dat bleek vorig najaar al, toen Rutte het voorstel de dividendbelasting voor grote bedrijven af te schaffen moest intrekken. De batige kant voor hem is dat Nederland in Europa een voorbeeld is van een behoorlijk werkend democratisch bestuur. De gele hesjes zijn hier een marginaal verschijnsel gebleven. Ook de Democraat Koolmees, onze minister van sociale zaken, onderkent dat, anders dan zijn politieke grootvader Van Mierlo die de vakbeweging dertig jaar terug op sterven na dood verklaarde. Koolmees heeft veel kopjes koffie gedronken om het akkoord dichterbij te brengen – vroeger fungeerde aan de poldertafels de korenwijn als smeermiddel, dat is wel een verschil.

De politieke betekenis van de economisch ordening na de oorlog was dat de sociaal-democraten en in hun spoor de vakbeweging voor het eerst als serieuze partners werden gezien. Vanuit dat perspectief is er alle reden voor de leden van FNV en CNV met het pensioenakkoord in te stemmen. Naast de inhoud is er, in een langzaam kantelend politiek klimaat, een strategisch belang de oude onderhandelingsmacht te heroveren en het ­tekortschietende liberalisme terug te dringen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Deel dit artikel

Koolmees heeft veel kopjes koffie gedronken om het akkoord dichterbij te brengen – vroeger fungeerde aan de poldertafels de korenwijn als smeermiddel, dat is wel een verschil