Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Historicus Van Bree: Laat de premier de troonrede voorlezen

Democratie

Harriët Salm

24 juni 2017. Koning Willem-Alexander in gesprek met een veteraan tijdens Veteranendag. © TRBEELD
Interview

Koning Willem-Alexander trekt het land in, luistert en spreekt mensen. Dat is precies wat hij moet doen, vindt historicus Han van Bree. Maar de troonrede zou hij niet meer moeten voorlezen. Morgen verschijnt het boek van Van Bree over de koning, die deze maand vijf jaar in functie is.

Hij laat meer emotie zien, antwoordt Han van Bree (60) op de vraag of het huidige staatshoofd veel verschilt van zijn voorganger én moeder, nu prinses Beatrix. “Daarmee zeg ik niet dat hij emotioneler is, maar hij durft meer te tonen wat hij voelt. Hij is veel meer dan zijn moeder geneigd met gewone mensen mee te lachen, mee te huilen. Hij juicht met winnaars op de Olympische Spelen en huilt met nabestaanden van de ramp met de MH17. Hij is losser, houdt zich minder strak aan het protocol. Beatrix bleef meer in de plooi. Zij was daardoor minder benaderbaar.”

Lees verder na de advertentie
Je moet als koning niet de ‘boy next door’ worden

Met zijn keuze voor Máxima als koningin lijkt er meer glamour in het Nederlandse koningshuis te zijn gekomen. Is er een gevaar voor jetset-achtige allures?

“Dat zie ik niet zo. Het speelde een beetje met de villa in Mozambique, dat had een jetset-kantje, maar ze zijn daarvoor teruggefloten al voor de troonsovername. Een inschattingsfout die ze zelf hebben ingezien. Er blijft altijd gezeur over of Máxima te dure jurken koopt en zo. Maar ze zorgen er wel voor dat ze geen gekke dingen doen. Het gevaar voor het koningspaar zit in mijn visie ergens anders. Ze worden namelijk juist niet te glamoureus, maar eerder te gewoon.”

Te gewoon?

“Ja, dat geldt op dit moment voor alle jonge monarchen in West-Europa: ze moeten een balans vinden tussen gewoon doen en ongewoon zijn. Want waarom geef je als land een familie speciale privileges? Omdat je vindt dat ze ongewoon zijn, anders doe je dat niet. Je moet als koning niet de ‘boy next door’ worden of de uitstraling krijgen van een soort topambtenaar. Dat kan misgaan. Die zoektocht tussen het gewone en ongewone, het mystieke: daar zie je ze mee worstelen.“

De tekst loopt verder onder de foto.

15 februari 2013. Per trein naar de jaarlijkse wintersportvakantie in Lech. © TRBEELD

U noemt Willem-Alexander in uw boek de burgerkoning.

“Louis Philippe in Frankrijk, die in 1830 na een opstand tegen koning Karel X op de troon kwam, werd de burgerkoning genoemd. Een koning van het volk, dat wil Willem-Alexander ook zijn. Door gewone mensen geapprecieerd en gedragen. Een koning reageert altijd op zijn voorganger. Juliana was volkser, Beatrix elitairder en Willem-Alexander weer volkser. Beatrix moest echt de door haar moeder verwaarloosde elite op links, het kunstzinnige deel van de natie, weer aan zich binden. Dat kon ze goed, omdat het haar lag. Ze is zelf beeldhouwster, ze kan meepraten met kunstenaars. Het gaat te ver om Willem-Alexander een René Frogerkoning te noemen, maar hij ging wel een praatje maken met dj Armin van Buuren tijdens de rondvaart na de inhuldiging. Dat straalt op hem af. Hij loopt ook gewoon over de markt in Den Haag en praat met jan en alleman, geeft spontaan een statement over aanslagen in Brussel. Hij staat meer tussen de mensen dan zijn moeder. Hij moet oppassen niet al te gewoon te worden.”

Er is maar één echt smetje in die vijf jaar: het biertje met Poetin in Sotsji, in 2014. Dat was fout, slecht voor het imago.

Terugblikkend op die eerste vijf jaar: hoe brengt hij het ervanaf?

“Willem-Alexander begon krampachtig. In de aanloop naar de inhuldiging legde hij erg de ­nadruk op zijn eigen persoon. Hij brak een ­traditie door te kiezen voor zijn eigen verjaardag als datum voor koningsdag, in plaats van die van zijn grootmoeder Juliana. Hij benadrukte dat het koningschap geen duobaan is, Maxima mocht wel koningin heten, maar hij was het staatshoofd, maakte hij zo wat geforceerd duidelijk. Dat afbakenen kwam dram­merig over. Die kramp is vijf jaar later weg. Wat mij opvalt: hoe snel hij vanzelfsprekend geworden is. En hoe snel Beatrix uit beeld verdween. Omdat Willem-Alexander het gewoon goed doet. Er is maar één echt smetje in die vijf jaar: het biertje met Poetin in Sotsji, in 2014. Dat was fout, slecht voor het imago. Maar één foutje in vijf jaar, dat is toch een mooie score.”

Zijn imago is nu goed?

“Ja, dat blijkt ook wel uit recente opiniepeilingen. Wat heel goed is geweest zijn de twee grote televisie-interviews. Het ene vlak voor de inhuldiging met Rick Nieman en Mariëlle Tweebeeke, het andere met Wilfried de Jong, vorig jaar, toen de koning 50 werd. Ik heb zelf een boek over Willem-Alexander geschreven toen hij 40 werd. Hoe hij toen overkwam in interviews is een ander verhaal. Je geloofde hem niet, hij gaf antwoorden waarvan je dacht: dat is van tevoren bedacht, maar het is niet wat je zelf echt denkt. Sinds hij de toppositie bekleedt, gaat het beter. Er is rust gekomen. Natuurlijk zijn die laatste interviews eveneens goed voorbereid, maar: hij komt geloofwaardig over en dat is wat telt.”

De tekst loopt verder onder de foto.

27 januari 2015. In Auschwitz tijdens Holocaust Memorial Day. Rechts koning Filip van België. © TRBEELD

Hij lijkt net als zijn moeder het koningschap heel professioneel aan te pakken, als een te spelen rol in een toneelstuk, of als een baan.

“Een baan? Dat klinkt bijna te zakelijk. Hij toont oprechte betrokkenheid. Hij luistert. Dat kun je bijna niet spelen, een rol is het in dat opzicht ook niet. Professioneel is hij zeker. Talloze bezoeken brengen hij en Máxima in het land. Hij beweegt zich gemakkelijker als er geen camera’s draaien. Hij praat met gewone mensen, die hebben een mooie dag met de koning, vertellen er thuis over en dat is weer positief voor zijn imago.”

Dat hele idee dat de koning moet verbinden, daar geeft hij op zo’n manier echt goed invulling aan

Er zijn wel degelijk republikeinen in Nederland die het koningshuis achterhaald vinden, wat weet u van hen?

“Je hoort ze nauwelijks. Het voortbestaan van de monarchie is geen issue op het moment: het ultieme bewijs dat dit koningspaar het goed doet. Hun missie is toch: zorgen dat ze niet in opspraak komen, zodat ze optimaal hun werk kunnen doen. Hij functioneert zoals een koning behoort te doen. Op zijn vijftigste verjaardag nodigde hij 150 mede-jarigen uit, van alle rangen en standen. Dat hele idee dat de koning moet verbinden, daar geeft hij op zo’n manier echt goed invulling aan.”

Zijn neef, prins Bernhard, zoon van prinses Margriet, die veel huizen in Amsterdam blijkt te bezitten, is dat niet een smetje?

“Ja, daar was kritiek op, maar Bernhard is geen lid van het Koninklijk Huis. Het lijkt het koningspaar niet te raken vooralsnog.”

Het is beter voor het draagvlak als de koning boven de partijen staat. Kritiek is niet goed voor de monarchie.

De kosten van het koningshuis staan wel vaak ter discussie.

“Dat debat laait elk jaar weer op, een beetje een rituele dans, in mijn ogen. Zelf verwijzen de Oranjes naar het parlement als mensen kritiek hebben op de uitkering die ze ontvangen. En daar hebben ze gelijk in, het wordt daar geregeld.”

Sinds 2012 speelt het staatshoofd geen rol meer bij de formatie van een nieuw kabinet. Is de rol van de koning daarmee niet te ceremonieel geworden, te weinig inhoudelijk?

“Ik denk dat het juist een zegen is. Toen Beatrix nog een formateur mocht benoemen, leverde dat steevast gekrakeel op: logisch, want ze had toch politieke invloed op dat moment. Ze kon er niks aan doen, want ze was een soort scheidsrechter of procesbewaker van de formatie. Het is beter voor het draagvlak als de koning boven de partijen staat. Kritiek is niet goed voor de monarchie. De koning moet een verzoenende brugfunctie hebben tussen het volk en de politiek en niet deel gaan uitmaken van die politiek. De fictie in ons bestel is namelijk dat er iemand namens het volk waakt over zijn belangen: de koning. Daarom staat de koning tussen de ministers bij de bordes­scène van een nieuw kabinet. Hij houdt die ­politici ook een beetje in de gaten. Het is fictie, maar het werkt. De troonrede zou ik ook afschaffen.”

Waarom dat?

“Het is de tekst van het kabinet. Laat de minister-president het voorlezen. Laat de koning in de zaal gaan zitten op Prinsjesdag. De koning moet de politici in de gaten houden, namens de burger. Door die tekst voor te dragen, kleeft de inhoud toch ook aan hem.”

De tekst loopt verder onder de foto.

Koning Willem-Alexander leest op Prinsjesdag in de Ridderzaal de troonrede voor aan leden van de Eerste en Tweede Kamer. © ANP

Wordt het koningschap zonder inhoudelijke taak niet een lege huls?

“Nee, want de inhoud zit hem in de verbinding die het koningshuis brengt in Nederland. Wat overblijft is een koning die het land intrekt, die mensen spreekt. Dat is belangrijk. Dan krijgen de mensen toch het idee dat er naar ze geluisterd wordt. En hij moet Nederland in het buitenland representeren. Hij is een van de symbolen van het land. Zo leeg is die huls niet. Hij heeft de afgelopen vijf jaar trouwens twee keer best zijn nek uitgestoken in het buitenland: in Italië door met vluchtelingen te gaan praten en in China door impliciet de zorgen over schendingen van mensenrechten aan te kaarten. Daar zocht hij subtiel de grenzen op.”

Het koningshuis is het irrationele element in ons verder rationele staatsbestel. Dat werkt.

Bent u zelf overtuigd monarchist?

“Nee, maar ik denk wel dat de monarchie op dit moment voor ons land zijn waarde heeft. Het koningshuis is het irrationele element in ons verder rationele staatsbestel. Dat werkt. De mens is ook geen rationeel wezen, niet altijd, de belangrijkste beslissingen neem je vaak op emotionele gronden: verliefd worden, een huis kopen. Je kunt natuurlijk ook een president aanstellen, maar daar kleven nadelen aan. Wie moet dat dan worden, en hoeveel kost dat wel niet? De Oranjes hebben wij nu eenmaal, ik zie vooralsnog geen reden om ze af te zetten.”

Historicus en koningshuisdeskundige Han van Bree

-Studeerde geschiedenis in Utrecht en Gent. Volgt de Oranjes sinds hij in 1984 ‘Het aanzien van het Huis van Oranje’ schreef.
-Schreef verschillende boeken over het koningshuis. Zijn proefschrift ging over de tragiek van Juliana ten tijde van de Hofmanscrisis in 1956.
-Vandaag verschijnt zijn nieuwste titel ‘Willem-Alexander, vijf jaar koning’ 
(Spectrum, 208 pag., 20 euro). De voornaamste bron voor dit boek: fotograaf Patrick van Katwijk die de koning de afgelopen vijf jaar van zeer nabij volgde. En andere (anonieme) mensen uit de omgeving van het koningspaar. 

-Hij is ook bekend vanwege zijn jaarlijkse bestsellers ‘Het aanzien van...’
-Van Bree werkt nu aan een biografie van Greet Hofmans.

'Ik zie het niet gebeuren'

In een reactie op de uitlatingen van Van Bree zegt  hoogleraar staatsrecht Wim Voermans van de Universiteit Leiden niet te verwachten dat de wens van Van Bree snel in vervulling zal gaan. “Het kan in theorie wel, maar het voorlezen van de Troonrede is zo’n diepgewortelde traditie dat ik het niet zie gebeuren­­.” 

De koning is het staatshoofd en presenteert op Prinsjesdag als hoofd van de regering de kabinetsplannen. “Zo staat het in de Grondwet. Het voorlezen kan door of namens de koning gebeuren, zegt de Grondwet. Maar dat toch de koning het zelf doet is de conventie, een staatsrechtelijk gebruik waaraan we ons al zowat anderhalve eeuw houden. Het past bij de manier waarop wij structuur geven aan ons staatsbestel. Om dat te wijzigen? Daar is breed debat voor nodig in zowel de Eerste als de Tweede Kamer­­. Dat zal heel taai zijn.”

Het voorstel van Van Bree is eerder geopperd, al in 1872 schreef Abraham Kuyper dat de Troonrede niet door de koning maar door een van de ministers moest worden voorgelezen. Het is er nooit van gekomen. Van Bree vindt overigens dat de koning de eerste vijf jaar van zijn koningschap­­ glansrijk doorstaan heeft. Er is weinig kritiek op zijn functioneren. Zelfs doorgewinterde republikeinen laten nauwelijks van zich horen­­, constateert hij.

Hoogleraar Voermans, die zelf republikein­­ is, sluit zich daar volmondig bij aan. “Ik vind dat er veel te zeggen is voor een republiek, maar ik ben een geheel tevreden mens met hoe het op dit moment loopt met het huidige koningspaar. Prinsjesdag kan wat mij betreft ook ongewijzigd blijven. Het brengt de natie bijeen in een traditionele setting en de koning staat daarin boven de partijen. Hij werkt verbindend.”

Deel dit artikel

Je moet als koning niet de ‘boy next door’ worden

Er is maar één echt smetje in die vijf jaar: het biertje met Poetin in Sotsji, in 2014. Dat was fout, slecht voor het imago.

Dat hele idee dat de koning moet verbinden, daar geeft hij op zo’n manier echt goed invulling aan

Het is beter voor het draagvlak als de koning boven de partijen staat. Kritiek is niet goed voor de monarchie.

Het koningshuis is het irrationele element in ons verder rationele staatsbestel. Dat werkt.