Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De hete hangijzers van de hennepproef

Democratie

Marten van de Wier

© colourbox

Een proef met door de overheid geregelde wietteelt. Het is een ingewikkelde puzzel voor de ministers Ferd Grapperhaus (justitie en veiligheid) en Bruno Bruins (medische zorg).

Decennia zat het Nederlandse gedoogbeleid op slot, omdat politieke partijen het volstrekt oneens waren over hoe het verder moest. Nu komt er dan toch een proef met door de overheid gecontroleerde wietteelt. D66 sleepte dat uit de coalitieonderhandelingen, en aan CDA'er Ferd Grapperhaus en VVD'er Bruno Bruins de taak om het experiment uit te voeren.

Lees verder na de advertentie
Het wordt onvermijdelijk ingewikkeld en gaat lokaal veel energie kosten

De ministers van justitie en veiligheid en voor medische zorg sturen nog deze maand een brief aan de Tweede Kamer, zo hebben ze beloofd. Daarin staat in elk geval in welke deskundigen in de commissie komen die het wietexperiment gaat begeleiden, en mogelijk ook wanneer de proef begint.

Bij het vormgeven van het experiment moet het kabinet balanceren tussen coalitiepartners D66, een warm voorstander van gereguleerde wietteelt, en CDA en ChristenUnie, die uiterst kritisch zijn. De commissie moet de ministers helpen om een aantal harde noten te kraken.

Welke gemeenten mogen meedoen?

De lokale politiek roept al jaren om gereguleerde wietteelt. Nu er eindelijk een experiment komt, staan tientallen gemeenten in het hele land in de rij. Maximaal tien '(middel)grote steden' kunnen daadwerkelijk deelnemen, zo staat in het regeerakkoord.

Een belangrijke vraag is of Amsterdam daarbij zit. Doet de hoofdstad met zijn 173 coffeeshops mee (in totaal telt Nederland 573 coffeeshops), dan wordt het experiment fors groter dan wanneer alleen steden als Breda (acht coffeeshops) of Groningen (elf coffeeshops) meedoen.

Veel gemeenten willen een ander soort experiment dan het kabinet. Utrecht wil bijvoorbeeld het liefst experimenteren buiten de coffeeshops om, met 'social cannabis clubs', waarin leden gezamenlijk wiet (laten) telen voor eigen gebruik. Dat wil het kabinet niet: de experimenten moeten in elke stad hetzelfde zijn van opzet en de verkoop van wiet moet lopen via de coffeeshops.

Als de contouren van de proef straks bekend zijn, moet blijken welke steden er echt trek in hebben. "Als ik nu een gemeente moet adviseren, zou ik zeggen: Laat anderen het maar proberen", zegt Edward van der Torre, die als lector bij de Politieacademie veel publiceerde over coffeeshops. "Sommige politici denken heel makkelijk over dit traject, maar het wordt onvermijdelijk ingewikkeld en gaat lokaal veel energie kosten. Ik hoop dat het ergens slaagt, maar ik kan me voorstellen dat het op sommige plaatsen mislukt."

Hoe sterk wordt 'staatswiet'?

Als Grapperhaus de teelt van cannabis gaat regelen, moet zijn collega Bruins dan ook de sterkte van cannabis aan banden leggen? THC is een van de belangrijkste werkzame stoffen in wiet en het THC-gehalte wordt vaak gebruikt om de sterkte van cannabis aan te duiden. Tussen 2013 en 2017 is het gemiddelde THC-gehalte in wiet in de Nederlandse coffeeshops volgens het Trimbos-instituut gestegen van 14 naar 17 procent.

Op dit moment wordt wiet op talloze zolders verbouwd, dus zo complex kan het niet zijn

De Bredase burgemeester Paul Depla (PvdA)

Een deel van de gemeenten wil dat THC-gehalte graag beperken. In de Tweede Kamer waarschuwen vooral het CDA en de ChristenUnie voor de negatieve effecten van wiet op de gezondheid. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg wil in afwachting van de brief van Grapperhaus en Bruins niets zeggen over de proef, maar in een eerder debat noemde ze cannabis 'een sluipmoordenaar'. De ChristenUnie pleit voor nauwe samenwerking met de verslavingszorg tijdens het experiment.

D66-Kamerlid Vera Bergkamp is initiatiefnemer van een wet voor gereguleerde wietteelt die een jaar geleden een meerderheid kreeg in de Tweede Kamer. Ze heeft die wet nu op pauze gezet, in afwachting van de wietproef van het kabinet. Bergkamp is tegen een THC-limiet. Er is onvoldoende duidelijk over het verband tussen THC-gehalte en de schadelijkheid van wiet, vindt ze. "We moeten oppassen dat we niet allerlei eigen motieven en doelstellingen in het experiment fietsen", zegt Bergkamp. Volgens het Kamerlid is het 'al een enorme opgave' om de toelevering aan coffeeshops transparant en waterdicht te maken. Bergkamp wil dat de consument in de proef op het etiket kan lezen welke stoffen er in zijn wiet zitten, om zo een geïnformeerde keuze te maken.

Het belangrijkste bezwaar tegen een THC-limiet: klanten die meer THC willen, zoeken wellicht hun heil in de illegale handel via internet. Om dat te voorkomen moet de staatswiet qua kwaliteit, samenstelling en prijs vergelijkbaar zijn met wat nu in de coffeeshop ligt.

Wie gaat de wiet telen?

Cannabis telen is illegaal: alleen de kweek van vijf planten voor eigen gebruik wordt gedoogd. Kennis over de teelt is er dus vooral in het criminele circuit. "De hele kweek is in handen gekomen van de georganiseerde criminaliteit. Het is een goed geoutilleerde miljoenenindustrie", stelde Caspar Hermans, directeur van een overheidstaskforce die de georganiseerde criminaliteit in Noord-Brabant en Zeeland aanpakt, in 2016 in Trouw. Ook het ministerie van justitie en veiligheid hamerde er de afgelopen jaren op dat softdrugshandel vermengd is geraakt met andere vormen van zware criminaliteit.

"Het is een terechte vraag met welke telers je in zee gaat", zegt Bergkamp. "Je wilt telers hebben met voldoende kennis om een divers aanbod te kweken. Voor telers zonder ervaring is het wel ingewikkeld, want cannabis is een complex plantje."

Maar de overheid wil natuurlijk ook niet in zee gaan met criminelen die bijvoorbeeld betrokken zijn geweest bij liquidaties of de handel in harddrugs. Het is aan Grapperhaus en Bruins om dat te voorkomen door een goede selectie, stelt Bergkamp. "Het is belangrijk dat ook de politie en het Openbaar Ministerie worden betrokken bij de wietexperimenten."

De Bredase burgemeester Paul Depla (PvdA), die zich al jaren hard maakt voor gereguleerde teelt, is fel tegen elke samenwerking met illegale telers. "Dit moet geen generaal pardon worden voor degenen die via criminele weg hun zakken hebben gevuld. Dat is ook niet nodig. Op dit moment wordt wiet op talloze zolders verbouwd, dus zo complex kan het niet zijn", stelt Depla. Hij ziet tuinbouwbedrijven wel instappen op de wietmarkt. En een installatiebedrijf uit Breda levert nu al teeltapparatuur aan de staten in de VS waar cannabis legaal is. "We kunnen dit gewoon aanbesteden, zoals we ook met het openbaar vervoer doen", stelt Depla.

Of de overheid nu gaat werken met ervaren of nieuwe telers: een goede screening van alle medewerkers die bij de teelt en vervoer van cannabis betrokken zijn is noodzakelijk, om te voorkomen dat cannabis 'weglekt' naar de illegale markt.

Een ding staat vast: de overheid gaat de wiet niet zelf telen. Het kabinet ziet dat als een taak voor de markt.

Welke coffeeshops mogen meedoen?

Doordat het aantal coffeeshops in veel gemeenten bewust wordt beperkt (en door het drugstoerisme van over de grens) zijn sommige coffeeshops uitgegroeid tot miljoenenbedrijven. Interessante handel voor de criminele leveranciers, waar coffeeshophouders behoorlijk van afhankelijk zijn. Justitie waarschuwde de laatste jaren regelmatig dat ook coffeeshopeigenaren zelf niet altijd zuiver op de graat zijn.

Nederland telt 573 coffeeshops, verspreid over 103 cof­fee­shop­ge­meen­ten

Johan van Laarhoven, de oprichter van Brabantse coffeeshopketen The Grass Company, wordt door justitie verdacht van onder andere witwassen en belastingfraude. Van Laarhoven zit sinds 2014 vast in een Thaise cel. En de eigenaar van de in 2008 gesloten coffeeshop Checkpoint in Terneuzen trok zelf bij justitie aan de bel, omdat hij merkte dat criminelen druk op hem probeerden uit te oefenen.

Depla vindt het onterecht om de coffeeshops iets kwalijk te nemen. "Dat zou heel cynisch zijn, na jarenlang gedoogbeleid", reageert hij. "Maar de coffeeshops in dit experiment moeten zich 'bekeren' en echt afscheid nemen van de illegale markt. Willen of kunnen ze dat niet, dan is er voor hen geen plek."

Worden de coffeeshopregels soepeler?

Coffeeshops moeten aan strenge voorwaarden voldoen. Een daarvan is de maximale voorraad van 500 gram: meer cannabis mag er niet in een coffeeshop aanwezig zijn. Dat vereist een uitgekookt logistiek systeem, waarbij de coffeeshops gedurende de dag regelmatig worden bevoorraad vanuit illegale opslagplaatsen. Soms hebben coffeeshops ook in of vlakbij hun pand zo'n geheime ruimte. Stuit de politie daarop, dan kan de coffeeshop worden gesloten. Coffeeshops klagen al jarenlang over deze regel.

D66 vindt daarom dat het maximum van 500 gram voor de coffeeshops in het experiment moet worden losgelaten. Opvallend genoeg voelt ook het CDA voor een versoepeling. CDA-Kamerlid Van Toorenburg sprak in december over het 'schizofrene beeld' van een kleine voorraad, terwijl bekend is dat de praktijk anders is. "Is het dan zo verstandig om dat te handhaven?", vroeg Van Toorenburg zich hardop af. Ze laat dat oordeel over aan de experts die de proef gaan ontwerpen.

De afspraak in de coalitie

'Er komt wet- en regelgeving ten behoeve van uniforme experimenten met gedoogd telen van wiet voor recreatief gebruik', zo spraken VVD, CDA, D66 en ChristenUnie af in het regeerakkoord.

Nederland telt 573 coffeeshops, verspreid over 103 coffeeshopgemeenten. De experimenten worden uitgevoerd in zes tot tien '(middel)grote gemeenten'.

Via het experiment wil het kabinet kijken of het lukt een gesloten, gecontroleerde wietketen op te zetten voor de coffeeshops, waardoor de criminelen buiten spel komen te staan. Ook wil het kabinet de effecten daarvan monitoren. Na een onafhankelijke evaluatie 'beziet' het kabinet 'wat het te doen staat': na het experiment is het dus nog de vraag of er voor langere tijd en voor meer coffeeshopgemeenten een vorm van gereguleerde teelt komt. Wat de ChristenUnie betreft is het experiment zeker geen eerste stap in die richting.

Het kabinet denkt niet dat het experiment invloed zal hebben op de omvang van de softdrugscriminaliteit in Nederland. Daarvoor is de proef te klein. Bovendien richt hij zich alleen op de coffeeshops, terwijl een groot deel van de in Nederland geteelde wiet de grens over gaat.

Eerste Kamer kritisch

Het wietexperiment heeft nog een lange weg te gaan. Eerst moet een commissie van deskundigen en wetenschappers op het gebied van zorg, voedsel en waren, justitie, lokaal bestuur en internationaal recht (en mogelijk ook iemand uit de coffeeshopbranche) bedenken hoe het experiment precies gaat verlopen. Daarna moet de Tweede Kamer (nog voor de zomer, zo is de bedoeling) instemmen met een wet die de proef mogelijk maakt.

Ook de Eerste Kamer moet zich over die wet buigen. Het is de vraag hoe CDA, ChristenUnie en VVD daar zullen stemmen.

CDA-senator Brinkman was in december uiterst kritisch over het plan. Hij sprak over de 'bevordering van de staatswiethandel' en vreest dat de proef het druggebruik onder jongen aanmoedigt.

Lees ook:

Tien plaatsen mogen experimenteren met gereguleerde teelt van wiet. Klanten willen wel waar voor hun geld.

Deel dit artikel

Het wordt onvermijdelijk ingewikkeld en gaat lokaal veel energie kosten

Op dit moment wordt wiet op talloze zolders verbouwd, dus zo complex kan het niet zijn

De Bredase burgemeester Paul Depla (PvdA)

Nederland telt 573 coffeeshops, verspreid over 103 cof­fee­shop­ge­meen­ten