Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De eerste vrouwelijke wethouders mochten besturen, maar geen paspoort aanvragen

Democratie

Paul van der Steen

Stiena Ruypers-Erens © Joh. Cohnen
Vrouw en politiek

Honderd jaar geleden kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer. Trouw portretteert in een serie de vrouwen die haar volgden in andere politieke en bestuurlijke ambten. De eerste vrouwelijke wethouders, in Oostzaan en Valkenburg, werden zelfs loco-burgemeester. 

Niet één, maar twee fris gekozen gemeenteraadsleden werden op 2 september 1919 als eerste vrouw wethouder. In Oostzaan bemachtigden bij de kort daarvoor gehouden raadsverkiezingen maar liefst twee vrouwen een zetel: een sociaal-democrate en de 52-jarige Willy Hofman-Poot namens de Liberale Unie. 

Lees verder na de advertentie

Net als Suze Groeneweg eerder in Tweede Kamer waren de twee verkozen zonder dat ze zelf konden stemmen. Hofman-Poot nam 'met eenigen schroom' het woord en dankte tijdens haar eerste raadsvergadering de Oostzaanse mannen 'die den moed hadden met den ouden sleur te breken en die zoo verstandig waren nu eens hun keuze op een vrouw te vestigen'. Zelf hikte ze nog aan tegen haar gebrek aan ervaring ('veel zal ik moeten leeren'), maar toen zeven van de elf raadsleden haar verkozen tot een van de twee wethouders wilde ze toch niet weigeren.

In Valkenburg werden eveneens twee vrouwen in de gemeenteraad verkozen. Een van hen, de 62-jarige Stiena Ruypers-Erens, werd als eerste door de raadsleden tot wethouder gekozen. De gemeentepolitiek was Ruypers niet vreemd. Zowel haar vader als haar man waren raadslid geweest. Haar jongere broer Alphons mocht zich na een eerder wethouderschap van 1894 tot 1907 burgemeester van Valkenburg noemen.

Gehuwde vrouwen mochten niet zelfstandig een bankrekening openen of een paspoort aanvragen, maar in de gemeenteraden debatteerden ze gewoon mee

Nog geen procent

De achternamen van de nieuwe wethouder klonken dus vertrouwd. Een vrouw in het ambt was wel wennen. De gemeentesecretaris maakte in zijn notulen nadrukkelijk onderscheid tussen de twee wethouders: in het geval van de man schreef hij wethouder Herwarts, in het geval van de vrouw mevr. Ruypers, zonder haar functie te noemen.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1919 waren de eerste lokale stembusgang waarbij vrouwen op de kandidatenlijst mochten staan. Zelf stemmen mochten ze nog niet. Er werden 97 vrouwen gekozen, blijkt uit nog lopend onderzoek van Margit van der Steen van de Universiteit Leiden naar de eerste lichting: nog niet eens een procent van de volksvertegenwoordigers in de 1100 gemeenten die Nederland in 1919 telde. 

De SDAP leverde er 55, liberale vrijzinnige partijen 21 en katholieke 10. Opvallend is het grote aantal gehuwden: 83 van de 97 vrouwelijke raadsleden waren getrouwd. Juridisch gezien waren gehuwde vrouwen handelingsonbekwaam. Ze mochten niet zelfstandig een bankrekening openen of een paspoort aanvragen. In de gemeenteraden debatteerden ze nu ondanks die wettelijke bepalingen gewoon mee.

Vrouwelijke loco

Zowel Hofman als Ruypers kwamen als oudste wethouder als eerste in aanmerking om als waarnemer op te treden bij afwezigheid van de burgemeester. Maar konden ze ook werkelijk als loco optreden? In de Gemeentewet stond sinds 1904 dat alleen mannelijke Nederlanders als burgemeester benoembaar waren. Het hielp dat er geen bepalingen waren voor de waarneming. Beide wethouders zouden gedurende hun ambtsperiode af en toe de burgemeestersketen dragen.

Hofman woonde bij haar aantreden twaalf jaar in Oostzaan. Ze was met haar echtgenoot meegekomen toen die in het dorp hoofd van de openbare Zuiderschool werd. Haar huwelijk in 1897 betekende automatisch het einde van haar eigen carrière als onderwijzeres. 

Het belette haar niet om maatschappelijk actief te blijven. Hofman werd voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Haar kandidatuur namens de Liberale Unie voor de gemeenteraad van Oostzaan was daar een logisch vervolg op.

Mede-wethouder Herwarts van Valkenburg dreigde dat hij Ruypers, bij een volgend onbevoegd bezoek, hoogst­per­soon­lijk de grot uit zou slaan

Tweespalt

Over de activiteiten van Ruypers in haar jaren voor haar wethouderschap is weinig zeker. Mogelijk werkte ze lange tijd mee in het boerenbedrijf en de leerlooierij van haar ouders. Ze trouwde pas op haar 44ste. Echtgenoot Leopold Ruypers was achttien jaar jonger en wellicht ook in andere opzichten de mindere van zijn eega. Bij inbraak ging Stiena met een geweer op de inbrekers af, met Leopold voorzichtig in haar spoor.

Ruypers kwam terecht in een sterk gepolariseerde gemeenteraad. De onderlinge verhoudingen waren getekend door jarenlange tweespalt in het stadje. Valkenburg kende al een Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer, de oudste VVV van Nederland, toen een groep prominente inwoners in 1895 nog een club ter stimulering van het toerisme oprichtte: Kur-Comité Falcobergia. Vanaf dat moment verdiepten vetes zich en moest zo ongeveer elke activiteit en vereniging kleur bekennen. 

Ruypers behoorde tot het Falcobergia-kamp. Wethouder Herwarts vertegenwoordigde de tegenstanders.

Binnen het college en in de raad kon het hard toegaan. Begin 1921 ontspoorde de discussie volledig. De opzichter van de Valkenburgse gemeentegrot annex veldwachter was Ruypers en haar man in de grot tegengekomen met een eerder verwijderde jongeman. Illegaal bezoek, vond Herwarts, die de zaak hoog opspeelde en zei dat hij Ruypers bij een volgend onbevoegd bezoek hoogstpersoonlijk de grot uit zou slaan. 

Ruypers verdedigde zich met het verhaal dat de jongen eerder geld en rijbewijs was verloren en dat ze hielp zoeken. Het hielp niet. De burgemeester zei dat ze zich voortaan enkel moest bemoeien met zaken die haar aangingen. Een motie van afkeuring tegen haar werd aangenomen met een meerderheid van vier tegen drie. Ruypers was boos, maar trok geen conclusies uit deze raadsuitspraak.

Bij de raadsverkiezingen van 1923 haalde Ruypers' lijst drie zetels. Herwarts' lijst kreeg net ietsje meer stemmen en kwam uit op vier. Die uitslag veroordeelde Ruypers tot vier jaar oppositie. De debatten in de volgende vier jaar waren opnieuw niet altijd even verheffend. In 1927 was Herwarts vertrokken uit de politiek. Ruypers deed wel mee, haalde bijna een vijfde van de stemmen en kwam weer op het wethouderspluche terecht.

Willy Hofman-Poot © Collectie mevrouw W.A. VandeWalle-Steffelaar

Modern comfort

Hofman hield zich als wethouder in Oostzaan deels bezig met haar oude werkterrein, het onderwijs. De bewoners van het dorp en de omliggende buurtschappen maakten in de ambtsperiode van de links-liberale bestuurder langzaam kennis met vormen van modern comfort. In 1920 werden de eerste twintig woningwetwoningen opgeleverd.

In 1923 werd ze op grond van haar verdiensten opnieuw gekozen als raadslid en daarna opnieuw wethouder. Hofmans bestuursloopbaan in Oostzaan eindigde met haar verhuizing naar Ginneken bij Breda in het najaar van 1926. In Noord-Brabant bemoeide ze zich niet meer met de gemeentepolitiek. Wel deed ze bestuurswerk voor de Vrijheidsbond, waarin de Liberale Unie was opgegaan.

Ruypers stierf in het harnas, op 31 juli 1930. In de maanden daarvoor was de 73-jarige wethouder al geregeld afwezig wegens 'ongesteldheid'. Anderhalve maand na haar overlijden probeerde haar weduwnaar het Valkenburgse college warm te krijgen voor een geschilderd portret van de eerste vrouwelijke wethouder van Nederland. B. en w. vonden dat niet nodig. Ze vroegen wel om een foto, zodat ze die in de burgemeesterskamer konden ophangen. 

In 2000 kwam er alsnog een eerbetoon, al was Stiena Ruypers tweede keus. Het Jan Hanlohof in de Valkenburgse buurtschap Broekhem werd na protesten tegen vernoeming naar een dichter die van jongetjes hield omgedoopt in Stiena Ruyperspark. 

In Oostzaan heet een vergaderzaal met twintig stoelen in de KunstGreep - gemeentehuis én cultuurcentrum - de Hofmanzaal.

Waddinxveen spant de kroon

Van een evenredige verdeling van gemeenteraadszetels en wethoudersposten tussen vertegenwoordigers van beide geslachten komt het nog steeds niet. Uit een eerste inventarisatie van Trouw kort na de verkiezingen en nog voor de afronding van formaties blijkt het aantal vrouwelijke raadsleden wel gegroeid naar 34 procent (was 28 procent in 2014). 

De gemeente Waddinxveen spant de kroon: daar is een meerderheid van de raadsleden (11 van de 21) vrouw. Ook in het nieuw gevormde college leveren ze het merendeel van de wethouders: drie tegen een. Een landelijk beeld van het aandeel van vrouwelijke wethouders is niet te geven, omdat de formatie nog niet overal is afgerond. De vorige raadsperiode ging het om 22 procent.

Erika Spil (50), wethouder in de Ronde Venen (2011-2016) en sinds 2017 voor Perspectief 21 (samenwerking van GroenLinks en PvdA) in Bunnik: "Er is in de honderd jaar na het pionierswerk van Willy Hofman-Poot en Stiena Ruypers-Erens weinig veranderd. Vrouwelijke wethouders waren toen de uitzondering en zijn dat helaas nog steeds. In de Ronde Venen had ik het sociaal domein in mijn portefeuille en kwam ik nog weleens andere vrouwen tegen. Nu ik in Bunnik ga over de harde kant - ruimtelijke ordening en financiën - nog zelden. Anderen zien me geregeld voor secretaresse of ambtenaar aan.

"Ik besloot actie te ondernemen, nadat ik in een regionaal overlegorgaan meemaakte hoe een ambassadeurschap automatisch naar een man ging, omdat ze dat vooraf hadden bedisseld. Vanaf afgelopen september heb ik zoveel mogelijk mensen het manifest '50 procent vrouwelijke wethouders in 2018' laten ondertekenen. Niet als iets direct haalbaars, maar als een streven.

"Het heeft de zaak onder de aandacht gebracht, maar qua afspiegeling zijn we nog ver van de wenselijke situatie verwijderd. De formaties zijn op veel plaatsen nog bezig, ook hier in Bunnik, maar ik denk dat we landelijk onder de 30 procent blijven. Delen van de gemeenschap blijven ondervertegenwoordigd, terwijl er met de Omgevingswet, het sociaal domein en de klimaatverandering zoveel belangrijke vraagstukken op het bord van de gemeenten liggen."

Lees ook:  De eerste vrouw in de Tweede Kamer kreeg veel onderbroekenlol te verduren

Nadat Suze Groeneweg (SDAP) in de Tweede Kamer een speciale kamer kreeg toegewezen waar ze haar toilet kon maken, heette het gangetje ernaartoe het Groenewegje. Grappig, als het niet een verwijzing naar de Haagse hoerenbuurt was geweest.

Deel dit artikel

Gehuwde vrouwen mochten niet zelfstandig een bankrekening openen of een paspoort aanvragen, maar in de gemeenteraden debatteerden ze gewoon mee

Mede-wethouder Herwarts van Valkenburg dreigde dat hij Ruypers, bij een volgend onbevoegd bezoek, hoogst­per­soon­lijk de grot uit zou slaan