Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De eerste vrouw in de Tweede Kamer kreeg veel onderbroekenlol te verduren

Democratie

Paul van der Steen

© Hollandse Hoogte/ Liselore Kamping

Honderd jaar geleden, op 3 juli 1918, nam de eerste vrouw zitting in de Tweede Kamer. Trouw portretteert nu en de komende zeven weken deze Suze Groeneweg en de vrouwen die haar volgden als de eersten in andere politieke en bestuurlijke ambten.

Een deel van de keurige heertjes van de Tweede Kamer veranderde in 1918 bij de komst van de eerste vrouwelijke volksvertegenwoordiger in hun midden in seksistische pubers. Nadat Suze Groeneweg (SDAP) een speciale kamer kreeg toegewezen, waar de 53-jarige haar toilet kon maken, heette het gangetje ernaartoe voortaan 'het Groenewegje'. Grappig, als het niet een verwijzing naar de Haagse hoerenbuurt was geweest.

Lees verder na de advertentie

Tijdens Groenewegs maidenspeech zaten nogal wat mannen te lachen. Volgens het Algemeen Handelsblad leken ze voortdurend te zoeken naar dubbelzinnigheden in de toespraak. Verachtelijk, vond de krant. "Er was een zeker hiaat op 't stuk van de geestesreinheid tussen de spreekster en haar gehoor. Waarbij dat gehoor de mindere was."

Druk

De parlementaire pers loofde Groenewegs eerste optreden en sprak van 'een belangwekkend debuut' zonder veel 'plankenkoorts'. Zelf voelde ze de druk. "Wanneer ik als Kamerlid mislukte, dan zouden de vrouwen het gedaan hebben", zei ze terugblikkend aan het einde van haar leven. "Als ik blunders gemaakt zou hebben, was er natuurlijk direct geroepen dat de vrouwen het niet konden."

Volgens de vermaarde Franse socioloog Gustave le Bon zouden vrou­wen­her­se­nen 'dichter in de buurt komen bij die van gorilla's'

De strijd om kiesrecht had tientallen jaren geduurd. Het ging er in Nederland nooit zo dramatisch aan toe als in Groot-Brittannië, waar suffragettes in hongerstaking gingen, branden stichtten, zuur in stembussen gooiden en waar een vrouw zich zelfs voor een renpaard van de koning gooide om het gestelde doel te bereiken. 

Aanvankelijk werden ze nauwelijks serieus genomen. De vermaarde Franse socioloog en psycholoog Gustave le Bon verklaarde begin twintigste eeuw nog dat vrouwenhersenen 'dichter in de buurt komen bij die van gorilla's dan bij die van mannelijke hersenen' en dat zij 'uitmunten in wispelturigheid, onbetrouwbaarheid, het ontbreken van gedachten en logica, en een onvermogen om na te denken'. Strijdsters voor het vrouwenkiesrecht werden bestempeld als hysterisch, waanzinnig en lesbisch. 

Toch bleven ze betogen. Er kwam, vergeefs, een volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw. Bij de Pacificatie van 1917, een compromis waarbij verschillende partijen tevreden werden gesteld met bijzonder onderwijs en met algemeen mannenkiesrecht, werd wel geregeld dat vrouwen gekozen konden worden. De mogelijkheid om ze zelf te laten stemmen werd ingebouwd, maar voorlopig niet geboden.

Zelfs in het passief vrouwenkiesrecht zagen sommige parlementariërs nog een gevaar. Enkelen onder hen vreesden voor mannelijke volksvertegenwoordigers die zouden stemmen 'uit een zekere genegenheid voor een vrouwelijk Kamerlid'.

Eenvoudige komaf

Het passief vrouwenkiesrecht maakte de weg vrij voor de verkiezing van Groeneweg. Niet alleen haar geslacht, ook haar eenvoudige komaf maakte haar tot een bijzonderheid in de Kamer. Haar vader verdiende zijn brood met werken als landarbeider en als uitbater van een winkeltje in Strijensas. Suze Groeneweg ging naar de Rijksnormaalschool in Numansdorp. Elke lesdag liep ze twee uur heen en twee uur terug.

Groeneweg was het wel gewend om de enige vrouw te zijn

Tijdens haar werk als onderwijzer kwam de armoede haar overal tegemoet. Ze trok zich het leed aan. Groeneweg werd actief in de drankbestrijdersbond en binnen de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. Daar raakte ze ook enthousiast voor de SDAP.

Spreken kon Groeneweg. Voor publieke optredens moest ze wel haar verlegenheid overwinnen. Haar leservaring hielp net als haar heilige geloof in de goede zaak.

Dat Groeneweg in de Tweede Kamer de enige vrouw tussen 99 mannen werd, voelde nauwelijks vreemd aan. Ze was dat soort getalsverhoudingen gewend van bestuursvergaderingen en zelfs van spreekbeurten. Maar het liefst sprak ze toch 'voor een gemengde zaal', vertelde Groeneweg het Algemeen Handelsblad in een interview bij haar entree op het Binnenhof. Het sektarische van aparte organisaties binnen de SDAP als de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (BSDVC) stond haar tegen. "Ik voel het als iets tegennatuurlijks, dat daar een groepje van hetzelfde geslacht zich afzondert en daar aardig en lief tegen elkaar doet. Mijn ervaring is dat als de vrouwen zichzelf maar op voet van gelijkheid met den man plaatsen, zij ook volkomen als gelijken erkend worden." Van een rol enkel en alleen als volksvertegenwoordiger van de vrouwen wilde Groeneweg niet weten. Ze was 'door mannen, de bootwerkers van Rotterdam, de Kamer in gebracht'.

Goede sier

Groeneweg moet zich af en toe eenzaam hebben gevoeld. De mannen van de partij begrepen de propagandawaarde van de eerste vrouw en maakten daar graag goede sier mee. In de Kamerbankjes mocht Groeneweg naast partijleider Troelstra zitten. Maar als het op het regelen van zaken voor vrouwen aankwam, traden diezelfde mannen nogal eens halfhartig op. Vrouwen als die van de BSDVC hielden ondertussen afstand, omdat ze vonden dat Groeneweg 'den mannen naar het hart spreekt'.

Haar gematigde toon viel soms slecht bij radicalere vrouwen

Het actief vrouwenkiesrecht kwam er nog onverwacht snel. SDAP-leider Troelstra vergiste zich in de revolutiebereidheid van Nederland, maar in de woelige tijden - ook internationaal - was de bereidheid tot concessies bij andere partijen plotseling groot. Vrouwen mochten nog niet meestemmen, toen Groeneweg in de zomer van 1919 werd gekozen als lid van de Rotterdamse gemeenteraad en als lid van Provinciale Staten. Ze zou in die volksvertegenwoordigingen blijven zitten tot respectievelijk 1931 en 1937. De Tweede Kamerverkiezingen van 1922 (wel met meestemmende vrouwen) zorgden voor meer vrouwelijke collega's aan het Binnenhof. Na de stembusgang zaten er zeven vrouwen in de bankjes.

De Kamerfractie van de SDAP zette Groeneweg nogal standaard in. "Wij hebben een werkverdeling en daarbij is mij vooral de behartiging der belangen der vrouwen en kinderen opgedragen", legde Groeneweg in 1929 aan Het Volk uit. Daarbij ging het vaak om zaken die ook buiten het parlement aan vrouwen werden toevertrouwd zoals Groenewegs voormalige werkterrein, het onderwijs.

Groeneweg pleitte onder meer voor betaald zwangerschapsverlof en het recht op betaalde arbeid voor gehuwde vrouwen. Haar gematigde toon en bereidheid tot compromissen vielen soms slecht bij meer radicale vrouwen. Die vonden het ook onverteerbaar dat het Kamerlid buitenshuis werkende vrouwen als noodzakelijk kwaad (want bijdragers aan een fatsoenlijk gezinsinkomen) zag en een toekomst waar ze thuis konden blijven als ideaal zag.

Sluitzegelblouse

De heren die haar functioneren bespraken, kwamen ook lang na 1918 moeilijk los van hun vooroordelen. Ook de pers niet, die haar in eerste instantie nog redelijk neutraal had beoordeeld. Het ging veel over uiterlijkheden. "De sluitzegelblouse van Suze Groeneweg maakt ons tureluurs", verzuchtte een parlementair redacteur. Pieter Oud, liberaal politicus en parlementair historicus, schilderde het eerste vrouwelijke Kamerlid af als een parvenu. Groeneweg was volgens hem 'een vrouw die stellig in haar leven de materiële zorgen heeft gekend. Die zich thans financieel wat beter kan bewegen, doch daarbij de juiste smaak mist'. In Ouds lof voor haar kordate optreden in het parlement klonk zijn worsteling met mondige vrouwen door: Ze was 'geen katje om zonder handschoenen aan te pakken'.

Gezondheidsproblemen maakten dat de sociaal-democrate in 1937 afscheid moest nemen van de Kamer. Ze raakte van de been en kwam haar huis nauwelijks meer uit. Ze overleed op 19 oktober 1940, 65 jaar oud.

Wat betreft het aantal vrouwen in de Tweede Kamer bleef het daarna nog lang behelpen. Die van net na de oorlog telde er nog slechts een. Langzaam groeide het aantal daarna naar twaalf in 1968 - de Kamer bestond inmiddels uit 150 in plaats van honderd leden - en rond de vijftig tegen het einde van de eeuw. Op dit moment zijn het er 51.

Strengere meetlat

Marianne Thieme (46), voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de Partij voor de Dieren sinds 2006, over Suze Groeneweg:

© ANP

"Net als destijds met Suze Groeneweg worden vrouwen nog steeds langs een strengere meetlat gelegd en beoordeeld op hun uiterlijk of de toon die ze aanslaan. Als een vrouw gedreven spreekt, wordt dat afgedaan als 'emotioneel' of 'gegil'. De Kamercommissie voor zorg heet in de wandelgangen vanwege het grote aantal vrouwen 'de commissie van de kijvende wijven'. Eilbert Dijkgraaf (SGP) was ook lid en merkte op dat het goed was dat er ook nog een man bij zat om op de portemonnee te letten."

"Als Partij voor de Dieren hadden wij als eerste een volledige vrouwelijke fractie. In de eerste jaren was het lastig om te bepalen waar verbazing over onze partij en seksisme in elkaar overgingen. Later gingen dingen opvallen. Premier Rutte schijnt nog steeds over ons te spreken als 'de diertjes'."

"Debatten met veel mannen worden al snel wedstrijdjes ver plassen. Het gaat weinig over de inhoud. Vergezichten ontbreken vaak."

"Groenewegs keuze om niet met aparte organisaties voor de vrouwenzaak te strijden zou ik niet maken. Dat kregen we als Partij voor de Dieren ook ooit te horen: waarom niet strijden binnen bestaande partijen? Maar bij sommige kwesties, ook vrouwenemancipatie, heb je hazen voorop nodig die de rest van de het deelnemersveld aan de marathon harder laten lopen."

Lees ook: 'Ik schrok van het dramatisch lage aantal vrouwen in de raad'

Op vakantie in Suriname, waar haar vaders familie vandaan komt, zag Devika Partiman (30) in het museum een folder liggen. Hij was twintig jaar oud, maar de titel kwam haar bijzonder actueel voor: 'Stem op een vrouw'. En dus begon ze ook in Nederland een campagne.

Deel dit artikel

Volgens de vermaarde Franse socioloog Gustave le Bon zouden vrou­wen­her­se­nen 'dichter in de buurt komen bij die van gorilla's'

Groeneweg was het wel gewend om de enige vrouw te zijn

Haar gematigde toon viel soms slecht bij radicalere vrouwen