Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dodelijke slag om het geld en de macht binnen het ANC

Democratie

Niels Posthumus

De begrafenis van lokaal ANC-kopstuk Sindiso Magaqa in KwaZulu-Natal. Dit jaar werden tal van ANC-politici in deze provincie omgebracht. © Getty Images

Sinds begin 2016 werden in Zuid-Afrika zeker 36 politici vermoord. Op vijf na allemaal ANC-leden, en ook de daders moeten waarschijnlijk binnen die partij worden gezocht, in de jacht op lucratieve politieke posities.

Het is levensgevaarlijk om politicus te zijn in het district Harry Gwala in de Zuid-Afrikaanse provincie KwaZulu-Natal – vernoemd naar een ­bekende anti-apartheidsheld. Het afgelopen halfjaar werden in het plattelandsgebied vijf lokale ANC-politici doodgeschoten.

Lees verder na de advertentie

De laatste in dat rijtje was Nkosinathi Ngcobo uit het dorpje Bulwer. Op 2 oktober schoten drie belagers hem om 20.30 uur dood, toen zij in hun Volkswagen Ngcobo’s Toyota passeerden. Ngcobo was verantwoordelijk voor het ­samenstellen van de kandidatenlijst voor ANC-raadsleden in zijn gemeente, hoogstwaarschijnlijk de taak die hem fataal werd. Lokale ANC-politici Sindiso Magaqa (september), Khaya Thobela (april), Mduduzi Tshibase (mei) en Khaya Mgcwaba (mei) gingen hem voor.

Er bestaat een cultuur waarin het vrij normaal is om je politieke tegenstanders uit de weg te ruimen

Onderzoeker Lizette Lancaster

En dat zijn dus slechts de politieke moorden in het relatief kleine Harry Gwala district. In heel Zuid-Afrika stond de teller half oktober op vijftien. Vorig jaar waren het er zeker 21, volgens het Armed Conflict Location and Event Data Project (ACLED) van de Universiteit van Sussex. Al variëren de cijfers, omdat het soms lastig is precies te definiëren wanneer een moord politiek gemotiveerd is, nuanceert Daniel Hartford van het Centre for the Study of Violence and Reconciliation (CSVR). Sommige databases komen zelfs uit boven de veertig executies in de laatste twee jaar.

Dat enorme aantal politieke moorden heeft meerdere redenen. Allereerst is provincie KwaZulu-Natal van oudsher een uiterst gewelddadige plek, stelt Lizette Lancaster. Zij is onderzoeker bij het Institute for Security Studies (ISS). “Er bestaat op basis van de historie een cultuur waarin het vrij normaal is om je politieke tegenstanders met geweld uit de weg te ruimen.”

Lucratief

Politieke posities komen bovendien met een groot economisch belang. Wie bestuurder wordt in een gemeente, of op provinciaal of landelijk niveau, krijgt toegang tot een deel van de overheidsfinanciën. In het corrupte Zuid-Afrika kan dat zeer lucratief zijn. En in een provincie als KwaZulu-Natal, met een officieus werkloosheidspercentage van bijna 50 procent, ontbreekt het vaak aan veel alternatieve mogelijkheden om snel aan armoede te ontsnappen.

“Je ziet daarom dat het aantal politieke moorden steeds vooral stijgt in aanloop naar lokale verkiezingen, zoals die van augustus vorig jaar”, zegt Lancaster. “Mensen willen koste wat het kost vasthouden aan hun politieke ­posities. Zelfs als zij daarvoor tijdens de campagne iemand uit de weg moeten ruimen.

Na de verkiezingsuitslag kan moord bovendien een effectief middel zijn om een tussentijdse herverkiezingen af te dwingen en zo alsnog de gewenste politieke post te bemachtigen. Tussentijdse verkiezingen worden namelijk niet alleen georganiseerd als een lokale leider ­aftreedt of wordt ontslagen, maar ook als hij komt te overlijden.”

Doelwit

Onder de recente slachtoffers waren vrij veel ambitieuze en relatief jonge lokale politici. Veelal talenten die zich uitspraken tegen corruptie. Mary de Haas, onderzoekster verbonden aan de organisatie Violence Monitor in KwaZulu-Natal, waarschuwde in juli op de Zuid-Afrikaanse zender Talk Radio 702 dat al dit een extra gevaar inhoudt. “Het geeft het signaal af dat wie zich ook maar enigszins verzet tegen corruptie, er rekening mee moet houden dat hij een doelwit wordt”, zei zij.

Opvallend is volgens Lancaster verder dat, waar het politieke geweld vroeger bijna altijd plaatsvond tussen verschillende partijen, de agressie zich nu vooral binnen één partij lijkt af te spelen. Volgens de cijfers van ACLED ­waren 31 van de 36 dodelijke slachtoffers ANC-politici.

Leden van de ANC-kampen weten dat, als zij zorgen dat hun kandidaat wint, de kans groot is dat zij worden beloond met lucratieve posities

Dit lijkt op zijn minst deels een gevolg van de diepe verdeeldheid binnen de landelijke ­regeringspartij, waarvoor de provincie KwaZulu-Natal het belangrijkste electorale bolwerk is. President Zuma treedt in december dit jaar af als partijvoorzitter. Twee kandidaten leiden de race om hem op te volgen: vicepresident Cyril Ramaphosa en Zuma’s ex-vrouw Nkosazana Dlamini-Zuma. Wie de interne stemming wint, wordt bij de landelijke verkiezingen in 2019 zo goed als zeker president van het land. Het ANC heeft sinds 1994 bij elke verkiezing een ruime meerderheid behaald.

Het zijn de afgevaardigden van gemeentelijke afdelingen die in december stemmen over wie Zuma opvolgt. Dit maakt dat interne partijpolitiek eveneens een grote rol speelt bij de toename van het politieke geweld. Beide kandidaten weten een deel van het ANC achter zich. Ramaphosa steunt verandering: corruptiebestrijding, economische liberalisering. Het kamp achter Dlamini-Zuma hoopt dat zij de corruptiestructuren van haar ex-man intact laat.

Leden van de twee haaks op elkaar staande ANC-kampen weten dat, als zij zorgen dat hun kandidaat wint, de kans groot is dat zij daarvoor worden beloond met lucratieve posities. De meeste provincies hebben zich unaniem achter één van de twee topkandidaten gesteld, maar KwaZulu-Natal is bitter verdeeld. De kans is groot dat de provincie de doorslag zal geven bij de partijverkiezingen.

Daar komt nog bij dat het geweld binnen het ANC ook weer niet helemaal op zichzelf staat. Hartford wijst op de moorden op politieke activisten elders in het land, de bloedige strijd tussen vakbonden, vele gewelddadige ­demonstraties en uiterst agressieve reactie van de politie daarop – zoals bij de Marikana-mijn, waar de politie in 2012 binnen enkele minuten 34 stakende mijnwerkers doodschoot.

De Haas stipte in juli nog een cruciaal probleem aan: er wordt nauwelijks iemand gearresteerd in verband met de politieke moorden. “Mensen weten niet wie ze bij de politie kunnen vertrouwen met hun informatie”, gaf zij als reden. Lancaster onderschrijft dit. ­Opdrachtgevers betalen corrupte agenten of beschermen de daders op een andere manier via hun politieke macht. Daardoor weten zelfs goedwillende speurders nauwelijks op wie ze kunnen bouwen binnen hun organisatie.

Destabilisatie

Lancaster denkt dat de politieke moorden nu nog te lokaal zijn om een reëel gevaar te betekenen voor de Zuid-Afrikaanse democratie. “Het probleem is nog niet omvangrijk genoeg om volledige destabilisatie van het landelijke systeem te veroorzaken”, zegt zij. Maar Hartford van CSVR maakt zich wel degelijk grote zorgen over de gevolgen. “Dat geweld een normale manier lijkt geworden om politieke verschillen op te lossen, is exact het tegenovergestelde van democratie”, zegt hij.

Ook hij vindt het vooral zorgelijk dat de politie zo weinig politieke moorden oplost. Dit jaar is de dader van één politieke moord veroordeeld. Het suggereert dat de invloed vanuit de politiek op het rechtssysteem groot is. Dat creëert een atmosfeer waarin kritische geesten nooit meer helemaal zeker kunnen zijn van hun ­leven. Hartford: “En we willen toch niet leven in een democratie waarin angst het recht van mensen om zich te organiseren en zich te ­uiten gaat overvleugelen?”

Geloofwaardigheid

Op de lange termijn heeft ook Lancaster haar zorgen. Want de politieke moorden zijn niet los te zien van de steeds gewelddadiger protesten in het land en de afzwakkende geloofwaardigheid van regeringspartij ANC, meent zij. President Zuma lijkt structureel verwikkelt corruptieschandalen. In combinatie met de ­extreem hoge werkloosheid en de lage economische groei kan de politieke instabiliteit een giftige mix gaan vormen. “Ook omdat je bij ­politieke moorden vrij zeker weet dat degene die ervan profiteert, die de vermoorde politicus opvolgt, in principe niet de beste persoon was voor de positie”, legt ze uit. “Want dan was de moord niet nodig geweest. De incompetentie binnen de overheid en binnen ANC-afdelingen groeit er alleen maar door.”

Begin dit jaar stelde de premier van KwaZulu-Natal een commissie in die de politieke moorden sinds 2011 onderzoekt. Half september getuigde Nqaba Mkwanazi voor deze commissie, een ANC-raadslid uit het stadje Pongola, waar vorig jaar een politicus werd vermoord. Hij vertelde dat er eigenlijk maar één manier is om de slachting in de provincie te stoppen: het ANC moet er de verkiezingen verliezen. Want dan is er niets meer binnen de partij om over te vechten.

KwaZulu-Natal is al eeuwen een plek met veel politiek geweld

Bijna alle doden die het Armed Conflict Location and Event Data Project (ACLED) registreerde, vielen in de provincie KwaZulu-Natal. Dat is niet gek. De provincie in het oosten van Zuid-Afrika is al honderden jaren het toneel van ­geweld, legt Lizette Lancaster van het Institute for Security Studies uit.

Al begin negentiende eeuw vocht Zulu-koning Shaka Zulu eindeloos veel oorlogen uit met andere stammen. Daarna was er de strijd tussen de Zulu’s en Afrikaners en tussen de Zulu’s en Britse kolonialisten. Vervolgens kwam de ­gewelddadige apartheid. Die leidde in de jaren tachtig en negentig weer tot een geweldsuitbarsting tussen aanhangers van Inkatha Freedom Party (IFP) en het ANC, in het geheim gestimuleerd door het apartheidsregime. Alleen al tussen 1990 en 1994 vielen er 14.000 politieke doden. De strijd in KwaZulu-Natal heette wel een verkapte burgeroorlog te zijn. Een beruchte hardliner binnen het ANC was – ironisch, gezien het nu oplaaiende politieke geweld in het naar hem vernoemde district – ­Harry Gwala.

De belangrijkste vredestichter in het conflict was begin jaren ­negentig juist de huidige president van Zuid-Afrika, Jacob Zuma. Na de verkiezingen van 1994 kwam Nelson Mandela aan de macht. IFP en ANC sloten vrede. Maar het geweld stopte niet van de ene op de andere dag. Door de ontstane geweldscultuur bleven ­liquidaties van politici af en toe voorkomen.

Niet alleen een ANC-probleem

Hoewel de meeste politieke moorden lijken voort te komen uit een strijd binnen het ANC, zijn andere partijen en onafhankelijke activisten in Zuid-Afrika er niet immuun voor. Daniel Hartford van CSVR benadrukt dat in Kaapstad dit jaar bijvoorbeeld Xolile Gwangxu werd vermoord. Hij was raadslid voor de landelijke oppositiepartij Democratic ­Alliance die de stad bestuurt. Ook twee onafhankelijke activisten in KwaZulu-Natal kwamen in 2013 en 2014 door politiek ­geweld om het leven.

Lizette Lancaster van ISS wijst op het geweld dat soms oplaait tussen Zulu-partijen Inkatha Freedom Party (IFP) en National Freedom Party (NFP). Ook bij die spanningen vielen ­deze eeuw in KwaZulu-Natal al de nodige politieke doden.

Lees ook: Zuma overleeft achtste motie van wantrouwen in Zuid-Afrika



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Er bestaat een cultuur waarin het vrij normaal is om je politieke tegenstanders uit de weg te ruimen

Onderzoeker Lizette Lancaster

Leden van de ANC-kampen weten dat, als zij zorgen dat hun kandidaat wint, de kans groot is dat zij worden beloond met lucratieve posities