Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De democratie wordt met haar eigen belofte geconfronteerd en ontbeert antwoorden

Democratie

Hans Goslinga

Hans Goslinga. © Trouw
column

Is de democratie die wij kennen bestand­­ tegen wat Sigrid Kaag in haar Herzberglezing omschreef als het tribale identiteitsdenken? De vraag beheerst het debat sinds de afgelopen kwarteeuw en is sterk bepalend voor de politieke dynamiek in onze dagen.

In die dynamiek komen nieuwe bewegingen­­ op en beleven de partijen die het debat in de twintigste eeuw beheersten een neergang. In dat debat ging het voornamelijk over de verdeling van de welvaart, nu over de vraag ‘wie zijn we?’ Er lijkt dus sprake van een wezenlijke verschuiving van de inzet, zozeer dat de oude staatsdragende stromingen met de mond vol tanden staan (sociaal-democraten en christen-democraten), ofwel voortdurend tegen de grenzen van hun ideologie aan lopen (liberalen). Maar is dat ook zo?

Lees verder na de advertentie

Niet zo radicaal

In zijn jongste boek ‘Identity’ maakt de Amerikaanse denker Francis Fukuyama duidelijk dat de breuk niet zo radicaal is als het lijkt. Dat blijkt al uit zijn ondertitel ‘Hedendaagse identiteitspolitiek en de strijd voor erkenning’. Met dat laatste doelt hij op de behoefte van mensen aan maatschappelijke erkenning van hun waardigheid.

Van die strijd heeft de geschiedenis van de moderne democratie bol gestaan. Het was mooi dat de stichters van de Verenigde Staten in 1776 verklaarden ‘dat alle mensen gelijk worden geboren’, de vervulling van ‘deze vanzelfsprekende waarheid’ heeft voor grote groepen lang geduurd. De Amerikaanse vrouwen moesten anderhalve eeuw wachten voordat ze kiesrecht kregen; de Afro-Amerikanen bijna twee eeuwen.

Hier hebben rooms-katholieken, gereformeerde kleine luyden en arbeiders een langdurige strijd moeten voeren voor een plaats onder de zon. De maatschappelijke erkenning van homo’s dateert met de openstelling van het burgerlijk huwelijk pas van begin deze eeuw. Eind goed, al goed? Nee, Fukuyama wijst erop dat de strijd om gelijke rechten kan doorslaan in het tribale identiteitsdenken waarvoor Kaag terecht beducht is.

De uitdaging zit in de spanning tussen materiële achteruitgang en de behoefte aan sociale status

Kort na de val van de Muur in 1989 omschreef Fukuyama de westerse democratie als ‘het einde van de geschiedenis’. Niet als uiting van triomf, zoals sommigen dachten, maar in de zin van het eindpunt van de ideologisch evolutie van de mensheid. Nu erkent hij, tussen de regels door, dat de vervulling van de belofte van vrijheid en gelijke rechten voor allen de westerse democratie voor een onverwachte nieuwe uitdaging stelt.

Die uitdaging zit in de spanning die is ontstaan tussen materiële achteruitgang of de dreiging daarvan en ieders behoefte aan een volwaardige sociale status. Anders dan de oude partijen zijn de nationalistische populisten erin geslaagd die spanning op te lossen door het verlies van economische positie te vertalen als een verlies van status en identiteit. De boodschap van Trump aan degenen die de American Dream zagen vervagen, draaide precies om dat punt: jullie zijn de ruggengraat van deze grote natie geweest, maar nu verraden door een elite en bedreigd­­ door immigranten.

Ongrijpbaar

De democratie wordt in feite hard geconfronteerd met haar eigen belofte en ontbeert vooralsnog de adequate antwoorden. In een wereld waarin kapitaal­­ ongrijpbaar lijkt en mensen op drift zijn, verklaart dat de politieke invloed van de nationalisten en de overmatige nadruk op identiteit. Het verklaart ook waarom de immigratiekwestie zo geladen is: immigranten zouden immers een bedreiging zijn van die identiteit.

Zo is voor populisten de cirkel politiek rond, maar alleen door een aantal kernwaarden van de democratie (onafhankelijke rechtspraak, vrije pers, gelijke behandeling, vrijheid van godsdienst) opzij te schuiven. De reactie van de oude partijen is ofwel de randen van de Grondwet of de eigen ideologie op te zoeken (à la Buma, Asscher­­ en Dijkhoff), ofwel zich, zoals­­ D66-politica Kaag, met stemverheffing tegenover het nationalistische populisme op te stellen. Is er nog een derde weg, die zowel besmuikt conformisme als polarisatie voorkomt?

Misschien wees historicus Ernst Kossmann midden jaren negentig al die weg met zijn opvatting dat er met het bewaren van een nationaal gevoel niks mis was ‘zolang het strekt tot een rustig besef van eigenwaarde’. Dat besef zou in zijn ogen moeten steunen op 'enige kennis van de Nederlandse geschiedenis en enig inzicht in de betekenis van dit land vroeger en nu’.

Hij vond het begrijpelijk dat burgers in verwarde tijden houvast in eigen huis zochten. Maar hij had de pest aan pompeuze woorden als ‘nationale identiteit’, zeker als die werden ingegeven door een romantisch beeld van de geschiedenis van de natie. Van wezenlijke betekenis was het volgens hem met elkaar in gesprek te blijven. Met deze kijk op identiteit als dynamisch verschijnsel was hij, dat is duidelijk, zijn tijd vooruit. Hoe ver moet nog blijken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Lees ook:

Sigrid Kaag: stilzwijgen over populisme is gevaarlijk

Minister Sigrid Kaag voor buitenlandse handel vindt dat de democratische rechtsstaat in Nederland veel luider verdedigd moet worden. Ook als weerwoord op PVV en Forum voor Democratie.

Abel Herzberglezing door Sigrid Kaag: Wees niet stil, onze stem is nodig

Samenleven is niet alleen samen praten maar vooral ook samen dóen. Dat zei Sigrid Kaag, minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, zondag in de 29ste Abel Herzberglezing. De volledige lezing is hier terug te lezen.

Deel dit artikel

De uitdaging zit in de spanning tussen materiële achteruitgang en de behoefte aan sociale status