Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Burgemeester Aboutaleb trotseert de kritiek van de raad

Democratie

Mark Hoogstad en Marije van Beek

Ahmed Aboutaleb (tweede van links) tijdens het bij vlagen verhitte debat. © ANP

De burgemeester van Rotterdam overleefde vanavond een motie van treurnis in de gemeenteraad. Steen des aanstoots: zijn uitspraak dat elke moslim een beetje salafist is.

Geen Rotterdammer die hoeft te twijfelen aan de veiligheid in de stad of aan zijn intenties. Ook Ahmed Aboutaleb onderkent de gevaren van islamitische fanatici, zo bezwoer de burgemeester van Rotterdam vanavond in het debat met de gemeenteraad. Maar hij weigerde zijn omstreden woorden in het radioprogramma ‘Dit is de dag’ – ‘Elke moslim is een beetje salafist’ – terug te nemen.

Lees verder na de advertentie

Die onwrikbare houding leverde hem een motie van treurnis op van coalitiepartij Leefbaar, met dertien zetels de grootste fractie in de raad. Die kreeg echter geen meerderheid, ondanks de steun van oppositiepartij VVD. Aboutaleb betreurde de tik op zijn vingers. “Dit schaadt onze vertrouwensrelatie”, zei hij na het bij vlagen verhitte debat.

Deze bestuurder heeft een te groot ego, hij heeft burgers onnodig angst aangejaagd

Jan-Willem Verheij, VVD-fractievoorzitter

Leefbaar stelde zich op hetzelfde standpunt, bij monde van raadslid Tanya Hoogwerf. Door iedere moslim ‘een beetje salafist’ te noemen omdat die op zijn voorganger Mohammed wil lijken, ‘verdunt en verwatert’ Aboutaleb volgens haar het begrip salafisme. Terwijl deze orthodoxe stroming binnen de islam ‘een bedreiging voor de democratie en de rechtsorde’ vormt. Hoogwerf: “Deze burgemeester veroorzaakt onrust in de samenleving en frustreert de inzet van de politie en de veiligheidsdiensten.”

Fel

Geconfronteerd met die woorden beet Aboutaleb fel van zich af, zoals hij al vaker deed in de Rotterdamse raad wanneer aan zijn autonomie werd gemorreld.

“U mag niet twijfelen aan de inzichten van mij op dit gebied, ik moet zaken af en toe duiden.” Zijn uitspraken waren niets meer of minder dan een poging om twijfelende moslims los te weken van de kwaadwillenden, aldus de burgemeester. “Uw strijd is ook mijn strijd. Ik bagatelliseer niets, maar misschien is radio een te vluchtig medium voor zo’n complexe discussie.”

In de aanloop naar het debat kreeg Aboutaleb de steun van twaalf moskeebesturen uit de vier grote steden. Een voor een zijn zij van mening dat hij de term taalkundig in het juiste perspectief heeft geplaatst en bijdraagt aan de-escalatie. “Hij verwoordt de gevoelens van veel moslims in ons land, die zich dagelijks inzetten voor een betere samenleving”, aldus het statement.

“Deze termen worden vaak ten onrechte vanuit angst, onwetendheid en negativiteit benaderd, waardoor ze bij voorbaat geassocieerd worden met radicalisme, extremisme en gewelddadigheid.”

Doorgeslagen

De voltallige oppositie schaarde zich vandaag achter die woorden, met uitzondering van de VVD. Ja, ook de liberalen verwachten dat de eerste burger van Rotterdam ‘af en toe buiten de lijntjes kleurt’, erkende fractievoorzitter Jan-Willem Verheij. “Maar deze bestuurder is daarin te ver doorgeslagen. Hij heeft een te groot ego, hij heeft burgers onnodig angst aangejaagd.”

Verheij ergerde zich ook aan het interview met Aboutaleb vlak voor de kerst in Trouw. Daarin stelde de burgemeester onder meer dat moslims geduld moeten hebben, bijvoorbeeld met de hoofddoek bij de politie.

Verheij: “Dat wil niemand. Nu niet, straks niet, nooit niet. Dus wek dan ook niet de indruk dat het wel gaat gebeuren.”

Aboutaleb toonde zich naderhand monter als vanouds. Was dit debat ook gevoerd als Rotterdam over ruim twee maanden niet naar de stembus was gegaan voor de gemeenteraadsverkiezingen? Aboutaleb, minzaam glimlachend: “Voor een antwoord op die vraag moet ik in de menselijke ziel kijken en dat kan zelfs ik niet.”

De jihadist in hem probeert het goede te doen

door Marije van Beek

Burgemeester Ahmed Aboutaleb hanteert eigen definities van salafisme en jihadisme. Waar komen die vandaan?

De burgemeester van Rotterdam doopte zichzelf onlangs op de radio tot salafist én jihadist. In een interview met journalist Tijs van den Brink zei Ahmed Aboutaleb dat ‘elke moslim een beetje salafist is’. Dus hij ook, ja. Toen Van den Brink zei dat ‘eng’ te vinden, voegde Aboutaleb eraan toe dat hij zich ook als jihadist ziet. “Ik sta elke dag om zeven uur op om het goede te doen voor de stad en het land.”

Hoe kan dat? Aboutaleb voorziet de termen salafisme en jihadisme van een eigen, nieuwe betekenis. Hoewel, nieuw? Hij is beslist niet de eerste moslim die erop wijst dat de term ‘jihad’ ook op te vatten is als een geestelijke strijd, in plaats van een gewapende strijd. Over die zienswijze zei islamwetenschapper David Cook, auteur van standaardwerken over de jihad, martelaarschap en eindtijddenken, en verbonden aan de Rice University in Texas, eerder in deze krant dat die vooral onder westerse moslims aan terrein wint. In de islamitische theologie is de gedachte nog niet prominent – gaat het daar over de jihad, dan gaat het over een fysieke strijd, zegt Cook.

Een salafist is volgens Aboutaleb in het radio-interview iemand die in zijn doen en laten ‘heel graag’ op de Profeet Mohammed wil lijken. Dat levert pas een probleem op als mensen geweld willen gebruiken, zegt de burgemeester. Ook in die gedachte staat hij niet alleen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid definieert het salafisme als ‘ultra-orthodoxe stroming in de islam’, van gelovigen die ‘kijken naar de begintijd van de islam als inspiratiebron voor de oplossing van politieke, economische en sociale problemen.’ De NCTV maakt onderscheid tussen salafisme en jihadi-salafisme. Onder die laatste groep vallen terroristische bewegingen als Al-Qaeda en IS.

Die andere PvdA-burgemeester met een Marokkaanse achtergrond, Ahmed Marcouch, benadert het salafisme anders. En ook hun partij. Marcouch, nu burgemeester van Arnhem, diende twee jaar geleden als Kamerlid namens de PvdA-fractie een voorstel in het salafisme te laten verbieden. (“Heel dom”, zei burgemeester Aboutaleb daarover op de radio). Marcouch zei dat salafisten afstand moeten nemen van hun ‘kwaadaardige ideologie’. “Wie zegt: Ik kies voor democratie, rechtsstaat en pluriformiteit, kan geen salafist meer zijn.”

Vanuit die gedachte, waarin de nadruk ligt op het theocratische, extremistische en anti-democratische karakter van het salafisme, kun je niet ‘een beetje salafist’ zijn. Marcouch sprak zich daags na het interview met Aboutaleb dan ook uit tegen zijn Rotterdamse collega. “Je moet niet wachten tot je een exces hebt”, zei hij, “degenen die georganiseerd jongeren opzwepen en fungeren als een kweekvijver voor het jihadisme moet je ook een halt toeroepen.”

Lees ook: Aboutaleb: Laat het debat over de islam nu even rusten

Deel dit artikel

Deze bestuurder heeft een te groot ego, hij heeft burgers onnodig angst aangejaagd

Jan-Willem Verheij, VVD-fractievoorzitter