Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Wilders zou Abrahams erfgenaam kunnen zijn'

Democratie

Lodewijk Dros

Karikatuur van Dr. Abraham Kuyper door Albert Hahn, 1904 © Hollandse Hoogte
Essay

De 'onterfden' - kiezers die hun land terugwillen -vonden rond 1880 gehoor bij een Wildersachtige politicus: Abraham Kuyper. De overeenkomsten tussen beide politici zijn groot.

Bij ingrijpende ontwikkelingen in de politiek - en niet alleen daar - is de neiging sterk parallellen te trekken. Deze krant heeft daarvoor zelfs een vaste rubriek: Déjà vu. Die rubriek maakt de bijzondere ontwikkelingen bij nadere beschouwing ietsje minder uitzonderlijk.

Bij de opkomst van Geert Wilders en diens partij grijpen de commentatoren meteen tachtig jaar terug, naar de jaren dertig. Een enkeling stoomt meteen door naar Adolf H. Net als bij de verkiezing van Donald Trump. Het aantal hits bij het googelen op 'Trump Hitler' loopt richting de 30 miljoen. Publicist Rutger Bregman omschreef in Trouw 2016, het verkiezingsjaar van Trump, als 'het 1933 van mijn generatie'. In 1933 kwam Hitler aan de macht.

In Nederland is de neiging om naar de Tweede Wereldoorlog en de aanloop daarnaartoe te kijken niet zo vreemd. Ons moreel kompas richt zich op het goed en fout uit die periode.

Lees verder na de advertentie

Culturele onterving

Ik heb er twee bezwaren tegen. De vergelijking gaat mank, want het fascisme van 1933 was militaristisch en virulent racistisch. Bovendien blijft door de parallel met die periode een veel verhelderender vergelijking uit zicht.

De socioloog Bert Laeyendecker gebruikte in 1967 een prachtige term om het sentiment achter twee kerkscheuringen in de negentiende eeuw te vatten. In 1834 was dat de Afscheiding, veroorzaakt door de ergernis die de gewone gelovigen ('kleine luyden') koesterden jegens de elite van de kerk. In 1886 volgde de Doleantie. Beide draaiden om orthodoxe protestanten die de rekkelijke koers van de hervormde kerk verwierpen. Laeyendecker verklaarde beide uit 'onterving'. Dat je manier van denken en leven er niet meer toe doet waardoor je je niet meer thuis voelt, noemde hij culturele onterving. Dat een bovenlaag voor die ontheemding verantwoordelijk gesteld wordt, wees volgens hem op sociale onterving.

'Onterving' mocht zich even in belangstelling verheugen, maar het begrip raakte in onbruik. Nu is het tijd om het af te stoffen, want het beschrijft treffend waar het populisme in Nederland (en Europa en de VS) vandaan komt.

De media en de elite

De leus van de succesvolle Brexit-campagne was: We want our country back. De kiezers van Donald Trump sloegen massaal aan op zijn verkiezingsaffiches: Take our country back! In zijn eerste toespraak als president-elect zei hij meteen die belofte in te gaan lossen. Bij de laatste Algemene Beschouwingen sprak Geert Wilders: "Wij zijn Nederland, het is ons land en dat gaan we terugveroveren."

Het electoraat van Trump en dat van Wilders hebben gemeen dat ze graag afgeven op de elite, de media (Trump-aanhangers noemden ze in navolging van de Duitse Pegidapartij Lügenpresse) en soms ook op alles tegelijk, zoals Wilders op 3 december twitterde: "Heeee linkse media, elite, diensten en justitie: luister goed! Wat jullie ook doen het zal mij en de PVV alleen maar sterker maken! Doeiii."

Frankrijk heeft de kiezers van Le Pen, in Duitsland zijn het de Wutbürger die het op de elite voorzien hebben. Allemaal willen ze hun thuis terug, hun geld en hun land, nu hun manier van denken en leven door eurofielen, globalisten, multiculturalisten en de grachtengordel is verkwanseld. Ziedaar: culturele en sociale onterving in innige omstrengeling.

De eerste les uit de negentiende-eeuwse kerkhistorie met haar schisma's is dat zulke ontervingssentimenten een prima voedingsbodem zijn voor het uiteenvallen van tot dan toe vanzelfsprekende sociale verbanden. De hervormde kerk liep in een halve eeuw met Afscheiding en Doleantie twee keer zware averij op. Iets dergelijks ondervinden politieke partijen en media nu.

De tweede les is dat een fors aantal onterfde burgers nog niet genoeg is om een vuist te maken tegen de vermaledijde elite. Na de Afscheiding stond er geen uitgesproken leider op, de gelovigen rommelden maar wat aan. Dat leverde aandoenlijke taferelen op van zeer orthodoxe halfgeletterden die anderen uit dezelfde groepering uitmaakten voor ketters. Al die afzonderlijke petites histoires vormen tezamen het bewijs van hun krachteloosheid.

Een fors aantal onterfde burgers is nog niet genoeg om een vuist te maken tegen de vermaledijde elite

Moderne massapolitiek

In 1886, bij de Doleantie, was er wel een krachtfiguur: Abraham Kuyper (1837-1920). Dominee, veelschrijver, journalist, hoogleraar, maar vooral: een vernieuwer. Hij wist van de in 1892 gefuseerde 'afgescheidenen' en 'dolerenden' misschien wel de machtigste minderheid van de twintigste eeuw te maken.

De historicus Peter van Rooden schetste in zijn 'Religieuze regimes' (1996) de talenten van Abraham de Geweldige, introduceerder van de 'moderne massapolitiek'. "Beter dan wie ook in Nederland begreep hij dat dramatische politieke standpunten nodig waren om steun te vinden bij de groepen die tot dan toe buiten de politiek waren gesloten."

De charismatische Kuyper was een knappe communicator en een slimme zender: hij richtte de krant De Standaard op, waarin hij als opinieleider zijn achterban opzweepte. Het brave politieke klimaat verlevendigde Kuyper met emotionele, persoonlijke taal. Dat raakte zijn publiek diep. De bedaarde politici verafschuwden die 'volksopgewondenheid'. De socialist Domela Nieuwenhuis schreef hem: "Gij en ik, wij zijn buitengemeen geliefd en buitengewoon gehaat."

Wilders is de leider van een partij met slechts één lid. De kritiek ligt voor de hand: dat is "gevaarlijk want de massa kan gemanipuleerd worden door een partijleider die aan de knoppen draait. Daardoor kunnen gekke dingen gebeuren".

Het citaat komt uit de Volkskrant en is van de historicus Henk te Velde. Maar het gaat niet over de PVV. Het betrof de reacties op de oprichting van Kuypers A.R.P., de eerste moderne politieke partij van Nederland, anno 1879. Liberalen vonden zo'n partij met een sterke leider maar verdacht. Een van hen, De Beaufort, bestempelde Kuyper als 'het type van den politicus der democratische maatschappij, naar Amerikaansch model'. Hij bedoelde, aldus Te Velde, 'een populist die de massa bespeelt'.

Kuyper dolf daarmee het graf van wat toen de gevestigde politiek was.

Geert Wilders © anp

Outsider

De letters ARP vertegenwoordigden een negatieve naam: antirevolutionair, zoals Kuypers hele houding anti-thetisch was, polariserend. Hij stond tegenover de elite, terwijl hij daar als intellectueel volop deel van uitmaakte. In hem zagen zijn getrouwen de 'klokkenist der kleine luyden'. Kuyper, Kamerlid sinds 1874, koketteerde met die 'kleine luyden', een term voor de bühne, die hij zelf had gemunt. Een mede-antirevolutionair voegde hem fijntjes toe: "Gij beweegt u nimmer onder het volk".

Datzelfde gaat op voor Wilders, maar die heeft om veiligheidsredenen weinig keus.

De PVV'er viert in 2017 zijn twintigjarig parlementslidmaatschap, waarmee hij het langst-zittende Kamerlid is. Toch weet hij nog altijd het beeld van outsider in stand te houden, door zijn vocabulaire en metaforiek. Bij de Algemene Beschouwingen in 2015 presenteerde hij zijn partij in voluit populistische taal. Het parlement dat volgens de Grondwet (art. 50) 'het gehele Nederlandse volk' representeert, was een 'nepparlement dat niemand vertegenwoordigt'.

Bij lezing van Jan de Bruins analyse van Kuypers politieke optreden ('De sabel van Colijn', 2011), dringen de parallellen met Wilders zich op. Diens retoriek is een verre echo van wat Kuyper ruim een eeuw geleden debiteerde. Hij kwalificeerde het parlement als niet meer dan een liberale 'kiezers-aristocratie', geen vertegenwoordiging van de natie dus. Het parlement is er om ons, schreef Kuyper in De Standaard, 'niet wij om de Kamers' die 'eigen spel boven nationaal belang gaan stellen'. "Weg met zóó onzedelijke constitutie!" Kuyper moest zich daarna in bochten wringen om die staatsrechtelijke enormiteit recht te praten - zoals Wilders al te drieste opmerkingen ('minder, minder') halfhartig repareert.

Zijn grootste talent was het scheppen van te­gen­stel­lin­gen

Snoeiharde toon

Opponenten wierpen Kuyper 'antiparlementarisme' voor de voeten. En Kuyper werd een belangrijke erflater van het populisme.

Hij mobiliseerde net als Wilders mensen tegen alles wat hem niet zinde. De bevoorrechting van het openbaar onderwijs, het kerkelijk establishment. In de hervormde kerk was hij zelf predikant geweest. Toen hij ermee gebroken had, werd ze zijn mikpunt. Ze was de gevestigde orde, met haar 'notabele familiën die de kleine burgerij en de lagere volksklasse' wegzetten als 'onmondigen en onbekwaam tot meespreeken'. Kuyper wachtte op het 'klokgelui' bij het 'sterven' van de hervormde kerk. Het is taal die toen net zo grof overkwam als die van Wilders nu.

Met deze snoeiharde toon vervreemdde Kuyper ontwikkelde strijdmakkers van zich, maar de gewone leken sloten zich er graag bij aan. Zijn grootste talent was, schreef Van Rooden, 'het scheppen van tegenstellingen'. Maar hij had ook de gave om kiezers die geen stemrecht hadden - dat was nog erger dan onterving - door een volkspetitionnement een stem te geven. Hij verzamelde in 1878 305.000 handtekeningen voor christelijk onderwijs. En hij wilde het kiesrecht uitbreiden.

Kuyper stichtte, behalve een krant en een politieke partij, een universiteit (de VU) en een kerk (de gereformeerde). Dit parallelle universum was een zuil, een emancipatiemachine waarbinnen zijn geestverwanten zich konden opwerken en ontwikkelen, om uiteindelijk een machtsfactor te vormen. Zijn achterban van orthodoxe calvinisten vertegenwoordigde volgens Kuyper een gideonsbende, de zuiverste belichaming van het nationale volkskarakter.

Het volk

De toon in het parlement was, meende Kuyper, 'cosmopolitisch revolutionair', met uit de Franse Revolutie overgewaaide ideeën over volkssoevereiniteit. Wanneer de veronachtzaamde stem van de kleine luyden in het parlement zou doorklinken, dan zou de toon daar veranderen naar een 'meer nationale levenstoon' met 'zuiverder Nederlandsche gedachten'. Zelfverklaard democraat Kuyper wilde niet de meerderheid van 'het' volk horen, maar 'zijn' volk - een minderheid die het echte Nederland vertolkte, onder zijn leiding.

Tegen kosmopolitisme, voor Nederlandse gedachten. Wilders, of diens speechschrijver, had het niet mooier kunnen zeggen, overtuigd als hij ervan is dat hij het volk vertegenwoordigt. In de Tweede Kamer zei hij: "Het echte hart van Nederland klopt daarbuiten, waar het Nederlandse volk is, waar ons volk woont. Dat is het echte Nederland." En Wilders vertolkt wat 'al die miljoenen Nederlanders' denken.

Het is een typisch populistische gedachte die hij deelt met Kuyper. Die vond dat gereformeerden dat volk beter representeerden dan katholieken en liberalen. En zeker beter dan de 'joods-liberalistische' elite.

Iets dergelijks vormt de achtergrond van Wilders' bevlogen oproep aan de rechters in zijn minder-Marokkanenproces. Nederland wacht een 'revolte', sprak de PVV-leider. "Wij zullen winnen. Het Nederlandse volk zal winnen." Na zijn veroordeling zei hij over zijn rechters dat ze aan de 'verkeerde kant van de geschiedenis' staan. "Niemand vertrouwt u meer", voegde hij de 'neprechtbank' toe.

Volk. Geschiedenis. Ons. Winnen. Wilders' toonzetting was even dramatisch als die van Kuyper een dikke eeuw geleden.

Volk. Geschiedenis. Ons. Winnen. Wilders' toonzetting was even dramatisch als die van Kuyper een dikke eeuw geleden.

Samenwerken

De PVV-leider is niet vies van opportunisme. De man die begon als VVD'er en in 2004 een rechts-conservatief tienpuntenplan presenteerde, geeft nog altijd af op 'links', maar ruilde wel zijn ideeën in voor een links sociaal-economisch program. Ook Kuyper was nogal lenig in zijn optreden. Toen het zo uitkwam, temperde hij de papenhaat die hij had aangewakkerd, want hij wilde met katholieken samenwerken.

Kuyper ontkwam door zijn autoritaire optreden postuum (hij stierf in 1920) niet aan een vergelijking met fascisten. K. H. Miskotte, die het gevaar van het fascisme al vroeg onderkende, vergeleek hem 'van verre met de dictatoren van heden' waarbij hij refereerde aan Hitler. Overigens vormden Kuypers beginselvaste calvinisten in de oorlog de hechtste bolwerken tégen dat fascisme.

Terug naar het einde van de negentiende eeuw. Volkstribuun Kuyper gaf de eenvoudige gelovigen, geraakt door culturele en sociale onterving, nieuw zelfvertrouwen. Zo schakelde hij hen in. Dat werd de machtsbasis waarop Kuyper het hoogste ambt wist te bereiken.

Uiteindelijk telde zijn gereformeerde kerk maar 8 procent van de bevolking. Toch werd hij minister-president, in 1901. Hoe hij dat klaarspeelde, is een bewijs van zijn politiek vernuft. Hij wist als overtuigd minderhedendenker groepen aan zich te binden die ieder voor zich hun leven mochten inrichten. Daarmee kreeg hij de katholieken van Schaepman aan zijn kant. Die konden zich na eeuwen achterstelling dankzij hun bondgenootschap met Kuyper eindelijk maatschappelijk ontplooien. Zo verenigde premier Kuyper in zijn Rechtse Coalitie het schier onverenigbare.

Organisatie

De elite zou Geert Wilders en diens electoraat graag buitenspel zetten, maar de peilingen wijzen een andere richting. De PVV wil het land terugveroveren. Zelf wil Wilders "schoon schip maken in Nederland na de verkiezingen. Als premier."

Wen er maar aan. Het zou zomaar kunnen dat Abrahams erfgenaam Geert na de verkiezingen op 15 maart 2017 het polderhoogstandje van regeringsvorming evenaart. Dat zal hem niet meevallen. Mobiliseren kan hij goed, maar organisatorisch ligt hij met zijn eenpersoonspartij ver achter op het zuilengenie Kuyper.

De hervormde koningin Wilhelmina moest niets van Kuyper hebben. De huidige vorst, met zijn kosmopolitische levensstijl en een echtgenote die meent dat 'dé Nederlander niet bestaat', zal evenzeer een afkeer hebben van de populistische nationalist Wilders. Maar dat staat een kabinet-Wilders I niet in de weg.

Een les van het kabinet-Kuyper is wel dat mobiliseren nog geen regeren is. De toenmalige minister van koloniën, Idenburg, zag hoe lastig zijn vriend Kuyper het in de premierrol had. Die lag hem niet. "Het als volksleider pakkende leuzen uitgeven en de massa's bezielen" was iets anders dan "de praktijk des levens die dwingt tot concessies". In 1905 werd Kuyper tot zijn ontsteltenis weggestemd.

Mobiliseren is nog geen regeren

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie
Een fors aantal onterfde burgers is nog niet genoeg om een vuist te maken tegen de vermaledijde elite

Zijn grootste talent was het scheppen van te­gen­stel­lin­gen

Volk. Geschiedenis. Ons. Winnen. Wilders' toonzetting was even dramatisch als die van Kuyper een dikke eeuw geleden.

Mobiliseren is nog geen regeren