Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zou jij over een vriend kunnen schrijven?

Cultuur

T. VAN DEEL

Review

In de romans van J.J. Voskuil tot dusver stond altijd de werkelijkheid, de ware gang van zaken, op het spel. Hij wilde, weliswaar gezien, gehoord en gedacht door zijn alter ego Maarten Koning, een realiteit uitbeelden die zo dicht mogelijk bij de echte en bij de ware moest liggen. Het tot in details oproepen van de wereld van 'Het Bureau', bijvoorbeeld, leverde een zowel uiterst realistische als ook zinnebeeldige roman op, die in een reusachtige notendop het menselijk leven samenvatte. De kracht van dat boek lag in de precisie en de grondigheid waarmee, door de jaren heen, op een vertellende wijze die 'Bureau'-wereld werd geanalyseerd, Maarten Koning daarbij inbegrepen.

Nu heeft Voskuil afstand gedaan van zijn literaire dubbelganger en treedt hij in zijn nieuwe roman 'Requiem voor een vriend' op onder zijn eigen naam, Han Voskuil. Alle figuren die erin voorkomen, dragen hun echte naam, zij het dat sommigen in de beschrijvende tekst met een initiaal worden aangeduid: 'L.' heet dan Voskuils vrouw Lousje. Als er over haar gesproken wordt of geschreven in een brief, dan staat er gewoon 'Lousje'. Het effect is niet eenvoudig te omschrijven, maar het komt naar mijn gevoel neer op authentificatie van de tekst. De indruk wordt gewekt dat we geen fictie lezen, maar beschreven werkelijkheid.

De overleden vriend, ter ere van wie dit boek is gemaakt, heet Jan Breugelman. Voskuil heeft hem gekend vanaf de lagere school in 1937 tot zijn tragische dood in 1992. Tussen 1965 en 1973 lag de vriendschap vrijwel stil. Ik kan deze jaartallen noemen, omdat ze in het boek staan: de tekst is namelijk in hoofdstukken opgedeeld die nauwkeurig aangegeven perioden beslaan en ook binnen die geledingen worden de gebeurtenissen in chronologische volgorde, altijd precies gedateerd, bijgehouden. Een belangrijke bron, naast de niet vastgelegde herinneringen, vormt Voskuils dagboek, waaruit hij zo nu en dan citeert. Maar een nog veel belangrijker bron zijn de brieven van Jan aan Han (en later Lousje) sinds 1943. De correspondentie is eenzijdig bewaard gebleven en van een zodanige omvang dat dit 'Requiem' voor een groot deel wel een becommentarieerde briefeditie lijkt.

Voskuil moet gemeend hebben dat zijn vriend zichzelf het best geportretteerd heeft in zijn brievenstroom en daar zit natuurlijk wel iets in. Aan de andere kant is de stijl van schrijven die Breugelman er op na houdt zo volstrekt verschillend van die van Voskuil dat de roman stilistisch een ratjetoe dreigt te worden, of liever: is geworden. De dikwijls geëxalteerde, brooddronken, chaotische Breugelman, met altijd een eindeloze rij P.S.-en vele zinsontsporingen is een slechte schrijver, maar hij krijgt wel alle ruimte in deze roman van zijn vriend, die zelf altijd uit is op helderheid, volgbare overweging en stijlbeheersing.

Een voorbeeld uit meer dan vele en nog bij lange na niet zo verontrustend als ze in sommige perioden, vooral in de laatste fase, zijn: ,,'Beste vrienden, Wat gaat de tijd toch snel', schreef hij enkele dagen later op zijn kerstkaart met een schets van Rembrandt voor De aanbidding der koningen. 'Alweder is het zover dat wij jelui een gezegend Kerstfeest en een voorspoedig Nieuw Jaar moeten toewensen. Wij nemen aan dat jullie je ook dit nieuwe jaar weer naar de leer van het kind zult gedragen, d.w.z. niet naar Zijn leer, maar naar DE leer: geloof en vertrouw alleen in jezelf, in het IK, en dus niet in gekke Jantje, die maar wat uit zijn nekharen lult en het allemaal ook niet zo goed weet. B.v. JUDAS. Wat viel er eigenlijk te verraden? Die Jezus preekte toch niet in het geheim, die gaf zich helemaal bloot, al begreep geen mens wat hij eigenlijk bedoelde. Kunnen jullie me uitleggen waarom men Judas nodig had? Geen predikant is daar tot dusver in geslaagd. In ieder geval als de man verraad heeft gepleegd, heeft hij zich vervolgens keurig gedragen, door zich n.l. op te hangen en niet b.v. de schuld aan de CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ te geven, zoals wij dat tegenwoordig zo flink doen.'

In de eerste fase van zijn leven, zo tot midden dertig, is Breugelman wat zijn ideeën betreft niet ongelijk aan Voskuil. Zijn sceptische geest en illusieloze instelling, zijn onafhankelijk oordeel en onmaatschappelijkheid herkennen we ook in Voskuil, hoewel deze zich eerst als leraar en vervolgens als 'Bureau'-medewerker wel moet aanpassen. Breugelman trouwt pas laat en onder invloed van zijn vrouw treedt er een verandering bij hem in. De ambtenaar bij Buitenlandse Zaken gaat zich voor de politiek interesseren, zijn aanvankelijk linkse sympathieën slaan om naar de rechterzijde en hij wordt ten slotte nog enige tijd lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Het getuigt van vriendschap en loyaliteit dat het overtuigd linkse echtpaar Voskuil de rechtse standpunten van hun vriend niet tot een breuk lieten leiden, al maakte Breugelman het in zijn brieven soms wel bont.

Het merkwaardige feit doet zich met dit 'Requiem' voor dat we heel uitvoerig en dikwijls in zijn eigen bewoordingen deze Jan Breugelman leren kennen, zijn denkbeelden over literatuur, filosofie, maatschappij, politiek en zo voort, maar ook zijn vrouwengeschiedenissen, zijn manisch-depressieve perioden, de sloop van zijn huwelijk en ten slotte zijn einde als geesteszieke. Omdat alles in deze roman zich, om zo te zeggen, in de werkelijkheid van die vijfenvijftig vriendenjaren afspeelt, slokt de roman ook nog een kolossale hoeveelheid geschiedenis, met naam en toenaam op. Veel, ook nog levende, personen komen in Breugelmans brieven voor of worden genoemd in de gesprekken, waarin ook deze roman weer excelleert. Niet iedereen zal daar altijd even blij mee zijn, maar Voskuil lijkt zich bij de transcriptie van de brieven geen censuur te hebben toegestaan. Zelfs in het, altijd zeer korte, commentaar bij de brieven, onthoudt hij zich van morele oordelen.

In 1951 vroeg Jan aan Han: ,,Zou jij een roman over een vriend kunnen schrijven?' Hij antwoordde: ,,Dat lijkt me moeilijk'. En hij vervolgde: ,,Ik bedoel om hem te karakteriseren. Je kunt natuurlijk wel wat anekdotes vertellen, maar of hij nou zuinig is, of eerlijk, of onbetrouwbaar - als je op iemand gesteld bent, glijden zulke oordelen als zout tussen je vingers door.' Misschien ligt hier de reden waarom Voskuil niet (helemaal) zelf het beeld van deze vriend heeft willen scheppen en de brieven het werk heeft laten doen. Minder dan 'Bij nader inzien' en 'Het Bureau' is de nieuwe roman een werk van de verbeelding en in literair opzicht zorgt de stijlbreuk van de vele brieven en ook andere teksten van Breugelman voor groot ongemak. De verbeelding, ik weet het, staat bij Voskuil niet hoog aangeschreven, want die doet afbreuk aan het waarheids- en werkelijkheidsgehalte van het werk, zo meen ik dat hij redeneert. 'Requiem voor een vriend' laat zien dat deze literatuuropvatting niet al te streng moet worden nageleefd.

Deel dit artikel