Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zingend door de gracht

Cultuur

FRANZ STRAATMAN

Review

AMSTERDAM - “Een jongensdroom gaat vanavond in vervulling om eens een keer te kunnen dirigeren”. De stem van burgemeester Schelto Patijn echode donderdagavond beschaafd tussen de gevels van de huizen aan de Prinsengracht. Het publiek langs de wallekanten en op de bruggen bij de Westermarkt en de Reestraat reageerde enthousiast op de aankondiging dat Sint Schelto van de Gay Games zich nu ging ontpoppen als Maestro Patijn van het eerste Grachtenfestival.

Hij hief een heuse, professionele dirigeerstok en daar klonk het 'hoem-pom-pom' van bassen, tenoren en alten uit een circa tachtig kelen tellend koor, na acht maten gevolgd door een met frisse jubel doortrokken 'Er staat een huis aan een gracht in oud Amsterdam' van de sopranen. De inzet was perfect en Maestro Patijn glunderde.

Eerlijk had hij het publiek ook verteld dat indien hij een foute slag zou geven, er een echte dirigent achter hem stond aan wie het koor alle zekerheid kon ontlenen. Maar waarachtig, Patijn sloeg netjes in enen; het beroemde 'Aan de Amsterdamse grachten' staat weliswaar in driekwartsmaat, maar het tempo vraagt om een simpele slag.

Daar stonden we dan, leden van drie Amsterdamse koren, op een tot concertpodium verbouwd ponton om onder leiding van de burgemeester het drie dagen durende muziekfeestje aan de historische grachtengordel te openen. Het moet vooralsnog zijn allure ontlenen aan het al enkele jaren oude Prinsengrachtconcert. Dit jaar, vanavond, zullen er op het ruime ponton echte vocale sterren stralen, het Groot Omroepkoor en de Argentijnse tenor José Cura.

Terwijl Patijn zijn jongensdroom met een lach van oor tot oor beleefde, droomde ik dat ik tien minuten die stem van Cura zou mogen lenen. 'Bomen - dromen - bomen - dromen' zong tegelijk mijn mond in het close harmony-achtige koor waarin de alten met donkere gloed de regel 'Alleen de bomen dromen hoog boven 't verkeer, en over 't water gaat er een bootje net als weleer'. Om ons heen ruisten de hoge bomen. Zo staand op het ponton voelde de ruimte als een openluchtconcertzaal. Een droomlocatie, vlak voor de fraaie gevels waarachter Hotel Pulitzer huist, met op de achtergrond de Westertoren, door strijklicht geaccentueerd.

Om die Westertoren waren we, het Collegium musicum amstelodamense, via Keizersgracht en Leliegracht heengevaren op het motorschip Jantje I. Vóór de drie Amsterdamse koren elkaar op het ponton ontmoetten, hadden ze al een tocht van ruim een uur gemaakt door de grachten. Zingend! Bij de opstapplek aan de Amstel, hadden we bezorgd naar de grijzer wordende lucht gekeken. Kunst in de openlucht in Nederland, dat is toch de goden verzoeken. Maar de stemming zat er toch goed in. De leden van het Zangtheater hadden zich zelfs verkleed alsof ze afkomstig waren uit het Land van Ooit.

Het Collegium musicum was gevraagd zich in het wit te hullen; het smetteloost en chique-st zag dirigent Anthony Zielhorst er uit. Staand op de voorplecht sloeg hij duidelijk de maat, regelmatig achteromblikkend of er niet een brug aankwam waarvoor hij ijlings moest duiken.

Soms ging het hele koor door de knieën bij platte bruggen van kruisende verkeersbanen als de Vijzelstraat. Brééd dat die zijn; het werd er aardedonker. Tot drie keer toe schoven we er onder door precies op een lange noot op het woord 'night' in het lied 'The evening primrose', uit de vijfdelige 'Flower songs' van Benjamin Britten. Dan hielden we het akkoord gewoon aan tot we onze partij weer konden lezen.

Inderdaad, serieus koorwerk, want de organisatie had uitdrukkelijk gevraagd om geen hela-hola-repertoire over het water te laten schallen. Op bruggen, wallen en in vensters werd aandachtig geluisterd - sommige liefhebbers liepen een eind mee op - en klonk er klaterend applaus. Zingend door de gracht: bomen, dromen, bootje, ouwe Wester en een dirigerende burgemeester.

Deel dit artikel