Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zeuren hoort bij opiniëren, niet per se bij vrouwen

Cultuur

Franca Treur

Franca Treur © Olivia Ettema
Column

Iemand zei dat het portret boven deze column goed getroffen was. Hij bedoelde het als compliment. Aan de tekenaar, dacht ik. Maar nee, het was juist ook een compliment aan mij. 

Want wat de tekenaar terecht had gezien was een afwachtende houding die je ook achterdocht kon noemen, maar achterdocht van het goede soort.

Lees verder na de advertentie

Het komt niet vaak voor dat je feedback krijgt over hoe je op anderen overkomt, dus ik ging er even voor rechtop zitten. Positieve achterdocht was goed, want dan onderzoek je de dingen achter de dingen, daar kwam het op neer. Nou goed. Een compliment is een compliment.

Het grappige is dat het portret op mijn verzoek onlangs is aangepast. Mijn schouders zijn vierkanter geworden (voor een krachtigere look) en er is minder blouse te zien. Minder lichaam. Het liefst had ik alleen een hoofd gehad. 

Soms zei ik expres iets doms over kalveren of gewassen om te laten zien dat ik er ook nog was

Nog beter: alleen een oog, of gewoon helemaal geen portret. Omdat een portret van een vrouw zo haar sekse benadrukt. Terwijl ik als schrijvend columnist liever een neutrale stem wil zijn. Ik vind het niet erg om vrouw te zijn, maar als ik aan het woord ben, wil ik eigenlijk dat gender er even niet is.

© Olivia Ettema

Vroeger bij ons thuis ging het gesprek aan tafel altijd over de boerderij. Mijn vader en mijn oudere broer hadden buiten op het erf of op het land andere boeren ontmoet, vertegenwoordigers en veekooplui, mensen met verhalen, roddels en nieuws. 

Maar mijn moeder en ik hadden ons beziggehouden met schoonmaken en aardappelen schillen. Wat konden wij bijdragen? Soms zei ik expres iets doms over kalveren of gewassen om te laten zien dat ik er ook nog was. Logisch dat ik niet serieus genomen werd. Ik had nergens verstand van.

Tot ik naar het vwo ging en dingen begon te vertellen die ik had gelezen of op school had gehoord. Dat was mogelijk intimiderend voor mijn broer die op de mavo zat. Dat realiseerde ik me toen niet. Wat hij steevast deed was me midden in mijn verhaal onderbreken. ‘Wat zit je haar leuk!’ zei hij dan. Of dat ik aangekomen was. Iedereen lachen, en weg was de belangstelling voor wat ik zeggen wilde.

‘Er verschijnen zoveel boeken,’ zei diezelfde man die me complimenteerde met mijn achterdocht. Vooral van vrouwen. Heel veel vrouwen. Maar dat vrouwen schrijven is nog geen teken van voltooide emancipatie. 

Zeuren

Vrouwelijke auteurs worden nog steeds minder vaak gerecenseerd (behalve in Trouw), krijgen de belangrijke prijzen niet, worden zelden gevraagd als boekenweekauteur. Dus kunnen alleen mannen gevierde schrijvers worden en heeft iedereen het nog steeds over ‘de grote drie’. Dit is een oud liedje. Ook ik raak het beu, zoals elk emancipatieproces op den duur vervelend wordt.

Een echte schrijver is nog steeds een man. En in de pratende klasse worden mannen als neutraal ervaren, terwijl een vrouw nog altijd haar sekse is (met haar leuke haar), zelfs al zitten er nu aan de talkshowtafels al flink meer vrouwen dan twee jaar geleden.

Vroeger dacht ik dat de dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn. Ik had het simpelweg niet in me om me de wereld anders voor te stellen. Zoiets moet ontwikkeld worden. Nu dat eenmaal is gebeurd, luister ik met achterdocht naar iedereen die vindt dat feministen maar zeuren. Oké, soms doen ze dat ook. Iedereen zeurt weleens. Zeuren hoort bij opiniëren, niet per se bij vrouwen. Geëmancipeerd ben ik pas wanneer ik niet als een zeurende vrouw word gezien, maar gewoon als een zeur in het algemeen.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker ombeurten een wisselcolumn overlezen, schrijven en het literaire leven.

Lees ook:

Leve de Jan Wolkersprijs

“Een boek van mij, ‘Rotgrond bestaat niet’, was genomineerd voor de Jan Wolkersprijs, voor het beste natuurboek van het afgelopen jaar,” schrijft Gerbrand Bakker in zijn column. 

Deel dit artikel

Soms zei ik expres iets doms over kalveren of gewassen om te laten zien dat ik er ook nog was