Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zes moorden zonder motief

Cultuur

GERTJAN VINCENT

Review

Jan Kjaerstad, 'Rand'. Uitgeverij De Geus. Vertaling: Ad van den Kieboom, 300 blz, ¿ 39,90.

In zijn obsessie om iets te vinden dat de slachtoffers gemeen hebben, gaat de hoofdpersoon zelfs zo ver dat hij solliciteert naar een functie in het onderzoeksteam dat wanhopig probeert het raadsel tot een oplossing te brengen. Als expert in het verwerken van gegevens met behulp van de computer wordt de dader de rechterhand van de door hem hooglijk bewonderde leider van het onderzoek!

“Dat is het ludieke van schrijver zijn”, zegt Kjaerstad, die ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling enkele dagen in Nederland is. “Verhalen verzinnen is eigenlijk een kinderlijke bezigheid.” De levensloop van de in 1953 in Oslo geboren auteur is al even grillig als zijn romans: hij studeerde theologie, maar begreep tijdig dat hij niet voor dominee in de wieg was gelegd. Hij besloot schrijver te worden al had hij nooit eerder die ambitie gehad: “Ik geloof niet zo in de mythe dat je als schrijver geboren wordt. Gelukkig kon ik vanaf mijn vijftiende lezen wat ik wilde zonder gehinderd te worden door het idee dat het nadelig zou kunnen zijn voor mijn eigen oorspronkelijkheid. Ik geloof ook niet in schrijvers die beweren dat ze nooit het werk van anderen lezen. Integendeel, voor mij is het een voorwaarde om het vak goed onder de knie te kunnen krijgen.”

Om zich in Noorwegen als schrijver te kunnen ontwikkelen, moest Kjaerstad eerst over de schaduw van Knut Hamsun heen kunnen stappen: “Hij is - zeker na de toekenning van de Nobelprijs - zo bepalend geweest voor het literaire klimaat in Noorwegen, dat je als jonge schrijver eerst van dat trauma af moet. Toch blijft hij een beetje over mijn schouder meekijken: 'Rand' is precies honderd jaar na zijn roman 'Honger' geschreven en speelt zich in dezelfde stadswijk van Oslo af. De titel van mijn boek telt evenveel letters als het zijne (het Noorse woord voor 'honger' is 'sult'), maar daar kwam ik pas halverwege het schrijfproces achter.”

Hulpmiddel Vanaf de eerste pagina's is het de lezer duidelijk dat de thriller/detective-verhaallijn voor Kjaerstad een hulpmiddel is om veel wezenlijker vragen aan de orde te stellen. Zijn curieuze werkwijze - hij schrijft altijd tegelijk aan het begin, het midden en het slot van een roman - is veelzeggend voor zijn benadering van de werkelijkheid: “Op het eerste gezicht lijkt die fragmentatie aan te sluiten op de modernistische explosie in de literatuur in de jaren dertig. Maar ik geloof niet in chaos, eerder in complexiteit. Wat ik met het schrijfproces probeer te bereiken is die versplintering samen te voegen tot een nieuw geheel. Het moderne leven mag dan misschien een middelpunt missen zoals dat in de traditionele visie nog wel het geval was, ik geloof wel dat er een soort samenhang bestaat. Ons denken over morele waarden is ook aan verandering onderhevig. Ik heb het idee dat we verwikkeld zijn in een proces om nieuwe waarden te formuleren of bepaalde waarden tot een nieuw systeem te ontwikkelen. Verhalen spelen daarin voor mij een centrale rol: een goed verhaal is een anker voor ethiek, zoals je dat bij sprookjes ook ziet.”

Afschrikwekkend Een fraaie theorie, maar Kjaerstad kan zich voorstellen dat een verhaal over een amorele seriemoordenaar de lezer niet direct het houvast biedt waar hij op zit te wachten: “Ik wist dat veel lezers het afschrikwekkend zouden vinden. Ik beschouwde het als een uitdaging om een verhaal te schrijven dat tegelijk 100% realistisch en 100% allegorisch zou zijn. Het mysterie van het boek moet als het ware bezinken in je manier van denken en daar blijven voor de rest van je leven. Ik probeer op die manier iets negatiefs in iets positiefs te veranderen. Als je iets waardevols wilt vertellen, gebruik je soms wat de mystici de 'via negativa' noemen: je gaat tot het uiterste in het kwaad, zoals sommige ketterse sekten die alle mogelijke zonden bedreven om op die manier tot het Rijk Gods te komen. Je kunt het ook lezen als een politiek commentaar op onze samenleving: stel dat iemand vanaf een andere planeet naar onze aarde zou kijken, dan zou hij de hoofdpersoon van het verhaal misschien wel heel representatief voor onze beschaving kunnen vinden. Wij zijn tenslotte collectief bezig elkaar te bestrijden en de wereld naar de knoppen te helpen, maar daar zwijgen we liever over. De hoofdpersoon doet hetzelfde, maar dan alleen op individueel niveau. Dat de moordenaar op een gegeven moment de leiding van het onderzoek heeft, is ook niet zo fictief: hoe vaak gebeurt het niet dat politici bepaalde projecten fanatiek bestrijden, terwijl ze diezelfde plannen op een later moment in hun carrière met hand en tand verdedigen? 'Rand' is een vreselijk boek, maar het gaat wel over de aard van de mens.”

Ironisch Het verhaal lijkt ook een ironisch commentaar op onze informatiemaatschappij: de dader, zelf een expert op dat gebied, is zich er als geen ander van bewust dat alle informatie die in de politiecomputers ligt opgeslagen op talloze manieren gecombineerd kan worden zonder dat het onderzoek er ook maar een stap verder door komt. Als hij nieuwe mogelijkheden onderzoekt door informatie 'at random' met elkaar te verbinden, levert dat wel nieuwe samenhangen maar geen doorbraak naar het spoor van de dader op. Kjaerstad: “Toch ben ik daar niet zo pessimistisch over. Naar mijn idee was hij op het juiste spoor, maar was hij de verkeerde man op die positie. Zijn opzet mislukt, maar het is een roemrijke mislukking: hij ontpopt zich toch als een heel creatieve denker, waardoor hij meer inzicht krijgt dan de mensen in zijn omgeving. In die zin vind ik het ook een optimistisch boek. Volgens een moderne theorie is de mens alleen op aarde om het DNA verder te dragen. In dat geval is het afgelopen met de mens en maakt het DNA een ander schepsel. Je zou het verhaal ook kunnen beschouwen als een soort DNA in de mens. Soms denk ik dat de mens er is omwille van het verhaal. Het verhaal draagt de mens, en niet andersom. Als je het denken wilt ontwikkelen - en ik ben ervan overtuigd dat ons brein zich evolueert - heb je nieuwe metaforen nodig. Die weerspiegelen onze manier van denken. Daar ligt een belangrijke uitdaging voor schrijvers en dichters: zij zijn de uitvinders van die nieuwe metaforen.”

Deel dit artikel