Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zeilen langs Noorse fjorden met ski's aan je rugzak gebonden

Cultuur

Nils Elzenga

© Nils Elzenga
Reizen

In Scandinavië een heuse hit: door de fjorden zeilen naar besneeuwde bergen en die op toerski’s beklimmen. Sinds vorig jaar organiseert het grootste Noorse zeilschip z’n eigen ski & sail.

De monumentale driemaster ‘Statsraad Lehmkuhl’ deint vervaarlijk. Het is stikdonker en zo stervenskoud dat al het gevoel uit mijn handen is vertrokken. Toen we nog beneden stonden, leek de nachtelijke klimpartij, op uitnodiging van een Noorse matroos die het zeil uiteindelijk fluitend in zijn eentje bevrijdt, nog een machtig mooi plan. 

Lees verder na de advertentie

Overdag, terwijl we de langgerekte fjord doorkliefden tussen kustplaats Bergen en open zee, hadden we in de mast klimmen immers al geoefend. En wel onder de bezielende leiding van scheepssergeant Ove Malmstrøm (45), een vierkante zeebonk bij wie kapitein Haddock in het niet viel: klauwen als kolenschoppen, handpalmen van boomschors en een kop als een kanonskogel waaruit geen haar groeit maar struikgewas. 

Malmstrøm leerde ons wat te doen bij man over boord (met je wijsvinger het slachtoffer volgen, ‘man over boord’ blijven brullen, nóóit iemand achterna springen); waar en hoe zeeziekte uit te kotsen (in twee naar zee leidende tuba’s aan weerszijden van het dek, níet tegen de wind in); en hoe de honderden scheepstouwen netjes op te rollen.

Terug op het schip proosten we met glazen bier à 12 euro. Ach, wie maalt er nou om geld na zo’n dag vol glorieuze natuur?

Losgeslagen zeecontainers

Gedurende twee dagen aan boord kloppen we allemaal een stuk of wat diensten. Zo hou ik een uurtje in de gaten dat we nergens tegenaan varen; vooral losgeslagen zeecontainers schijnen gevaarlijk te zijn. Genesteld op de boegspriet - er zit een veiligheidsnet onder - bestaat mijn decor uit zwartblauwe zee en geelgrijze lucht, periodiek opgeleukt met een voorbijzwevende jan-van-gent.

Het is lang geleden dat ik zo weldadig weinig prikkels kreeg. Meditatief bijna. Totdat een matroos me opgewonden komt vragen of ik die walvis aan bakboord al heb gezien. Pardon? Maar jawel hoor, even later zie ik de grijze rug daadwerkelijk opdoemen uit de golven.

Tekst gaat verder onder afbeelding.

© Nils Elzenga

Nog leuker is aan het roer staan. Aanvankelijk best een beangstigend idee, een schuit met honderd man aan boord op koers houden. Maar het manshoge houten wiel, dat zo lijkt weggelopen uit een scheepsroman, en de bijbehorende navigatieapparatuur blijken opvallend makkelijk te bedienen.

Übervriendelijk

Tussendoor valt er gelukkig genoeg te socializen met de Noren - op drie Duitsers na zijn mijn vriend Erik en ik de enige buitenlanders. Die zijn vrijwel zonder uitzondering übervriendelijk, indrukwekkend fit - op Malmstrøms vraag wie er rookt, steekt niemand zijn hand op - en ietwat introverter dan de gemiddelde Nederlander.

“We leven hier een beetje in een bubbel”, zegt Synnøve Økland Jahnsen (37), die na een periode in New York terugkeerde naar Bergen. “De rest van de wereld voelt vrij ver weg.” Het zal te maken hebben met de ruimte: Noorwegen is bijna acht keer zo groot als Nederland, maar heeft slechts vijf miljoen inwoners.

Tekst loopt door onder afbeelding.

© Nils Elzenga

’s Nachts op het schip is die ruimte overigens ver te zoeken. Onderdeks slapen we schouder aan schouder, in hangmatten opgehangen aan het stoere staalwerk van de ‘Statsraad Lehmkuhl’. Rozig van de lange buitenluchtdagen zweef ik, zachtjes wiegend op de deining, de slaap in als een buizerd op thermiek. Als ik voor de tweede keer ontwaak liggen we aangemeerd in een fjord bij Rosendal, de komende twee dagen uitvalsbasis voor toerski-expedities naar de Folgefonna-gletsjer en verschillende bergen in de omgeving.

Kraakhelder ochtendlicht

“Een echte schoonheid hè?” zegt kapitein Jens Joachim Hiort als we per reddingssloep over windstil water naar het vasteland tuffen. In kraakhelder ochtendlicht, geaccentueerd door een dreigend donkere achtergrond waartegen zich een regenboog verheft, zijn de Statsraads ranke lijnen inderdaad van een welhaast betoverende perfectie.

In een keurige rij, als ware pinguïns, beginnen we onze aanval op de top

Het dorp Rosendal lijkt de ideale plek voor het schrijven van je memoires. Geen mens te zien op straat, afgezien van twee dik ingepakte peuters in een doorweekte tuin. Een korte rit langs een fjord later - onwillekeurig verwacht ik elk moment een troep orka’s te zien opduiken - staan we aan de voet van een indrukwekkend granietmassief: de berg Ulvanosi (1248 meter), ofwel wolvenneus.

De eerste uren klauteren we, ski’s aan onze rugzakken gebonden, omhoog door steeds minder dicht opeenstaande berkenbomen. Het pad is stijl, glibberig en bezaaid met rotsblokken. Regelmatig moeten we elkaar omhoog hijsen. De sneeuwvelden waarin we wegzakken tot onze heupen worden groter en groter, totdat gids Steinar Hushoft ons opdraagt de stijgvellen onder onze ski’s te spannen. In een keurige rij, als ware pinguïns, beginnen we onze aanval op de top.

Tekst loopt door onder afbeelding.

© Nils Elzenga

Ter aanmoediging breekt ineens de zon door, terwijl de hemel net nog potdicht zat. Het weer verandert hier nog sneller dan in Nederland. Een waanzinnig panorama ontvouwt zich: besneeuwde bergen rond een knalgroen dal vol Hans en Grietje-huisjes dat leidt naar een onafzienbaar fjordenlabyrint. Even staan we allemaal sprakeloos, dan trekt de karavaan in Noors marstempo weer verder. Het is aanpoten geblazen, en al snel raakt mijn drinkfles leeg. “Gewoon bijvullen met smeltwater”, adviseert kapitein Hiorth. “Betere kwaliteit krijg je echt niet.”

Tijdens een spaarzame pauze hoor ik ineens een vreemd staccato geknor - iets tussen het geluid van een specht en dat van een speenvarken in. Sneeuwhoenders! Prachtige vogels, verwant aan Schotse sneeuwhoenders.

Tekst loopt door onder afbeelding.

© Nils Elzenga

Rond drie uur ’s middags - we zijn om half negen gaan lopen - staan we zwetend als otters op het hoogste punt van de wolvenneus. Tijd om te oogsten: beneden ons ligt een reusachtig biljartlaken van poedersneeuw, slechts ontheiligd door ons eigen zigzaggende klimspoor. Krap drie minuten pure adrenaline later staan we alweer beneden. Terug op het schip proosten we met glazen bier à 12 euro. Ach, wie maalt er nou om geld na zo’n dag vol glorieuze natuur?

De Noorse driemaster ‘Statsraad Lehmkuhl’, die beheerd wordt door een stichting, heeft nu twee keer een ski & sail georganiseerd. De eerstvolgende is begin 2019, precieze data worden deze maand gepubliceerd op de website lehmkuhl.no. Voor meer toeristische informatie over Noorwegen zie fjordnorway.com en visitnorway.nl.

De Noorse Folgefonna-gletsjer, op anderhalf uur rijden van uitvalsbasis Rosendal, is een zomerbestemming. Het miniskigebied met één sleeplift is open van april t/m september, omdat in de winter de enige toegangsweg potdicht gesneeuwd zit. Tours met een gids over de gletsjer zijn ook mogelijk, zie visitfonna.no. De beste periode voor toerskiën in Noorwegen is maart/april.

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken. Met reistips. Lees hier meer reisbestemmingen. 

Deel dit artikel

Terug op het schip proosten we met glazen bier à 12 euro. Ach, wie maalt er nou om geld na zo’n dag vol glorieuze natuur?

In een keurige rij, als ware pinguïns, beginnen we onze aanval op de top