Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ze zijn er heus wel: pianokwintetten met contrabas.

Cultuur

door Peter van der Lint

Review

Schuberts ’Forellenkwintet’. Wie kent het niet? Het is een van de favoriete meesterwerken uit het repertoire voor kamermuziek. Maar wat weinigen zich realiseren, of althans zich niet echt bewust zijn, is dat dit pianokwintet in de kamermuziek een vreemde eend in de bijt is.

Schubert componeerde zijn stuk uit 1819 namelijk niet voor de klassieke samenstelling piano, twee violen, altviool en cello. Hij verving de tweede viool door een contrabas. Dat deed hij op verzoek van de opdrachtgever, die een kopie van de bezetting wilde van een pianokwintet uit hetzelfde jaar dat binnen korte tijd heel populair was geworden. De componist van dat kwintet was Johann Nepomuk Hummel.

Voor elke contrabassist met interesse en voorliefde voor kamermuziek is het ’Forellenkwintet’ een zegen, een stuk waar hij zijn ei in kwijt kan en dat bovendien regelmatig gespeeld wordt. Het kwintet van Hummel staat al veel minder op concertprogramma’s en dan houdt het voor een contrabassist op dat gebied wel op.

Pieter Smithuijsen vond dat al te karig. Hij speelde al lange tijd in het Asko Ensemble, het Maarten Altena Ensemble en versterkte vaak de contrabassecties in diverse Nederlandse orkesten. Op kamermuziekgebeid was hij het beu om van die vreselijke stukjes met pianobegeleiding te spelen. En dus richtte Smithuijsen samen met de Japanse fortepianiste Riko Fukuda het Nepomuk Fortepiano Kwintet op. Een kwintet dus in de ongebruikelijke Schubert/Hummel-samenstelling.

„In 1999 heb ik de stoute schoenen aangetrokken en heb gewoon de Vondelkerk in Amsterdam afgehuurd”, vertelt Smithuijsen. „Ik heb 1600 flyers uitgedeeld en we programmeerden de geijkte kwintetten van Schubert en Hummel, aangevuld met een kwintet van Ferdinand Ries. Ik bestelde stoelen, stak de kaarsen aan en na afloop van het concert kwam er welgeteld één boeking. We konden ook een concert geven in de Noorderkerk.”

Het is moeilijk, zoveel wordt duidelijk, om als dergelijk kwintet je brood te verdienen. En toch zijn de leden van het Nepomuk Fortepiano Kwintet enthousiast en gedreven. Franc Polman (viool), Elisabeth Smalt (altviool), Jan Insinger (cello) geven samen met Fukuda en Smithuijsen aanstaande zondag een concert in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Hun eerste cd met kwintetten van Ries en Franz Limmer werd enthousiast ontvangen. De tweede cd komt vandaag uit en ook daarop, naast het kwintet van hun naamgever Nepomuk Hummel, onbekende muziek van Johann Ladislav Dussek en George Onslow.

Het grote probleem is dat er wel muziek ís voor deze samenstelling, maar dat er bijna niets officieel is uitgegeven. „Je moet zelf in bibliotheken op zoek gaan”, vertelt Smithuijsen. „Dat deed ik dan ook als ik met een van de ensembles waar ik in speel op tournee ging door Europa. In Vilnius, Krakow, Basel, Bern en Wenen bijvoorbeeld dook ik op vrije momenten de bibliotheek in en daar heb ik inmiddels heel wat gevonden. De lijst telt inmiddels 21 pianokwintetten met contrabas, inclusief die van Schubert, Hummel en Ries. Er staan volslagen onbekende namen in de lijst, zoals J.P. Pixis, Julius Schapler, Joseph Street en Franz Limmer. Het kwintet van Limmer vond ik in Wenen. Niemand kent hemt, hij staat niet eens in deGrove’s Dictionary of Music.”

„Het was de eerste grote vondst. Limmer was woonachtig in Timisoara (destijds Temeswar), waar hij Kapellmeister was en ook de muziek voor het leger te paard deed. Een plaatselijke beroemdheid, bij wie Liszt en Wagner nog op bezoek kwamen. Daarna vergeten en begraven. Ik vond zijn kwintet toen ik in Wenen de stapel met pianokwintetten aan het doorbladeren was. Als je onder de naam Limmer zoekt, kom je gek genoeg niets tegen. Dat geeft aan hoe ingewikkeld een zoektocht soms kan zijn.”

Limmers kwintet kon ter plekke gekopieerd worden en behoort nu tot het vaste repertoire van het Nepomuk Fortepiano Kwintet. Het staat trots op de eerste cd en komende zondag wordt het programma er mee afgesloten. Goeie muziek, maar dat is lang niet altijd zo. ’Goede’ of ’rare’ b-muziek, zo omschrijft Smithuijsen de meeste muziek die hij gevonden heeft. Zoals het kwintet van Johann Baptist Cramer, dat zondag ook gespeeld wordt. „Cramer woonde in Regent Street in Londen en hij gaf zijn eigen muziek uit. Twee kwintetten die ik in de bibliotheek van het Conservatorium van Londen vond werden voor mij gefotografeerd en op pdf-bestanden naar mij toegstuurd. Dat kostte wel ruim 400 euro. Bij de British Library heb we daarna de aparte partijen besteld. Cramer schrijft echt leuke muziek. Alsof Beethoven in een uitstekende stemming samen met Hans van Willigenburg in Brighton op vakantie is. Hele zonnige muziek.”

Smithuijsen en zijn collega’s spelen op authentiek instrumentarium. „Dat is juist het mooie van deze samenstelling. Omdat een fortepiano in de baskant wat minder sterk naar voren komt, werd er juist een contrabas aan toegevoegd om dat te compenseren. Als je deze muziek op moderne instrumenten gaat spelen, valt die charme volledig weg. We zijn blij dat we samenwerken met Edwin Beunk, dé fortepianoverzamelaar - en hersteller van Nederland. Daardoor hebben we een waanzinnig veelzijdige keus uit allerlei verschillende modellen.”

Het liefdewerk van de vijf musici heeft serieuze vormen aangenomen. Wat meer aandacht voor hun werk zou welkom zijn. En wie weet, misschien componeert een hedendaags componist nog wel eens wat voor het kwintet. Het zou niet de eerste keer zijn dat er nieuwe muziek voor oude instrumenten gemaakt wordt.

Deel dit artikel