Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Zangeres Ntjam Rosie: 'Er is meer dan muziek'

Cultuur

Jeannine Julen

© Merlijn Doomernik
Levenslessen

Zangeres Ntjam Rosie (Kameroen, 1983) besloot op haar dertigste dat het leven niet alleen om muziek gaat. "Ik wil niet meer op een geïsoleerd kamertje non-stop pingelen op mijn gitaar."

Les 1: Ik ben geen Guus Meeuwis

"Toen ik tien jaar geleden begon in de muziek vergeleek ik mezelf met alles en iedereen. Stond iemand goed te dansen op het podium, dan wilde ik dat ook. Won een andere artiest een gouden plaat, dan vroeg ik me af wanneer ik aan de beurt was. Het is onzekerheid, maar ook dat competitieve in mij.

Ik zie muziek als topsport, ik wil winnen. Maar je moet niet van alles een wedstrijd maken. Ik doe het best aardig als zangeres. Word vaak geboekt, kan leven van de liederen die ik schrijf en mijn optredens, maar ik ben niet zo bekend. En dat is niet voor niets. De muziek die ik maak, soul en jazz, is gewoon niet ontzettend populair. Dus sommige dromen die ik heb; een wereldtournee bijvoorbeeld... Tja, de kans dat die droom uitkomt is klein.

Ik ben geen Guus Meeuwis. De man zit al twintig jaar in het vak, is een superster en vult ieder jaar moeiteloos een voetbalstadion. Vergelijken is niet per se slecht, maar je moet wel realistisch blijven. Kijken naar wat voor successen je kunt boeken met de muziek die jij maakt. Ik zou heel blij zijn als ik binnen mijn genre op het niveau van de Britse Lianne La Havas of Laura Mvula zou kunnen komen. En die gouden plaat ... Die wil ik ook nog steeds, maar het is geen holy grail meer. Stilaan heb ik ook mijn definitie van succes bijgeschaafd. Het is niet meer alleen iets als een wereldtournee, maar vooral kunnen leven van mijn beroep."

Les 2: Het maakt wel uit waar je geboren bent

"Bij het noemen van mijn naam wil ik meteen dat mensen denken: ik hoor iets Afrikaans én iets westers. Ze mogen niet twijfelen aan mijn Afrikaans-zijn. Mijn roepnaam voor mensen die niet behoren tot mijn stam Bulu is Rosie. Dus stel ik me voor als Rosie. Maar Ntjam is mijn eerste naam. Op het podium ben ik Ntjam Rosie, omdat ik vind dat Rosie alleen mijn westerse kant vertaalt.

Ik ben geboren in Kameroen en op mijn negende met mijn moeder verhuisd naar Maastricht. Mijn moeder trouwde hier met een Nederlandse man.

Alles was anders. In Kameroen zat ik in de klas met 60 tot 80 leerlingen en na school waren er standaard knokpartijen. Hier was het zo peaceful. Ja, mijn klasgenootjes vonden mijn Kameroense manieren eigenaardig. Dat ik bij het buitenspelen op het schoolplein ging hurken in plaats van staan. 'Wat zit je raar', zeiden ze dan. Maar ik was wel erger gewend.

Lees verder na de advertentie
Bij het noemen van mijn naam wil ik meteen dat mensen denken: ik hoor iets Afrikaans én iets westers

Als kind sprak ik vloeiend Bulu, de taal van mijn stam. Nu antwoord ik in het Nederlands als mijn moeder Bulu met me spreekt. De familieleden die daar wonen, zie ik amper. Elke keer als mijn vader of een nichtje belt, stort ik even in.

Sinds 2009 ben ik al niet meer naar huis, mijn andere thuis, geweest. Ik mis Kameroen soms zo erg dat ik er bijna gek van word. Laatst had ik een optreden buiten. In een heel mooie tuin midden in de stad. Er knetterde brandend hout en die geur bracht me terug naar mijn geboortedorp Sonkoe. Dat soort geuren heb ik nodig om mijn ziel weer op te laden. Maar volgend jaar ga ik weer. Waarschijnlijk. Hopelijk."

Les 3: De waarheid is oké

"Mijn ouders leerden elkaar kennen toen ze negentien waren. Hij was haar eerste vriendje. Stiekem, omdat ze in die tijd eigenlijk niet mochten daten. Toen mijn moeder zwanger raakte en hem opzocht om dat te vertellen, was hij nergens te vinden. Vertrokken met zijn vrienden naar Gabon, omdat daar meer werk was dan in Kameroen. Dat is het verhaal dat mijn moeder me altijd vertelde. Als ik vragen had over mijn vader, zei ze dat ze het allemaal niet meer zo goed wist. Volgens mij voelde ze zich ook schuldig. Alsof ze wilde zeggen: 'Ik heb het geprobeerd. Ik heb mijn best gedaan om hem voor je te vinden, maar hij was er niet.'

Op een middag kwam ik van school, ik was een jaar of achttien, en mijn moeder vertelde tijdens het schoonmaken dat een tante mijn vader gevonden had. Maar eerlijk gezegd kon ik toen niet zo veel met dat nieuws. Het was net in een periode dat ik had besloten dat het oké was. Ik dacht: ik vergeef het mijn moeder dat ik hier niet over kan praten met haar. Ik heb een fijne stiefvader en later vertel ik aan mijn kinderen: 'Mama kent opa niet'.

Het duurde nog vier jaar voor ik hem zou ontmoeten. Hij was heel lief. Schaamde zich ook heel erg, zag ik. Ik was juist kil. Waarschijnlijk dacht ik onbewust: straks moet ik hem weer gaan missen. Ik vond het onzin dat mijn ooms hem onder druk zetten om me een cadeau te geven om het goed te maken. Maar toch was die kennismaking voor mij ook moeilijk. Straks wist hij wel van mijn bestaan af en had hij gewoon geen zin in mij, dacht ik. Ik wilde het echte verhaal horen. Uit zijn mond. Pas twee jaar later, op mijn 26ste, kreeg ik dat verhaal. Toen zag ik hem voor het eerst een week alleen. Het eerste wat hij zei was: 'Ik weet dat je boos bent, dat je waarschijnlijk denkt dat ik gelogen heb. Maar wat je moeder vertelde was de waarheid. Ik wist echt niet dat ze zwanger was.' Toen was het oké."

Les 4: God gaat grappig te werk

"Mijn stiefvader - hij en mijn moeder zijn inmiddels uit elkaar - is een hardcore atheïst. Als tiener had ik een beste vriendin die moslim was en als zij bij ons op bezoek kwam, riep hij dat gelovigen hypocriet zijn. 'Je praat onzin', zei hij dan. Zij was net zo fel. 'Nee, jíj praat onzin', reageerde ze. Ik zat erbij, dacht: wow, in Nederland kun je gewoon discussiëren over het geloof. In Kameroen is geloof onderdeel van het leven. Mijn moeder, mijn hele familie, is protestants-christelijk. Ik kende daar als kind geen atheïsten. Waarschijnlijk waren ze er wel. Maar ook al geloof je daar niet, dan ga je toch mee naar de kerk. Voor de gezelligheid. Mijn stiefvader zou echt niet meegaan.

Ik zat erbij en dacht: wow, in Nederland kun je gewoon discussiëren over het geloof

© Merlijn Doomernik

Door al die verschillende visies hield ik geloof jarenlang verre van me. Na mijn afstuderen kreeg ik een enorme dorst naar geestelijke verdieping. Ik deed mezelf een reis naar Kameroen cadeau en ontdekte daar dat ik het heel fijn vind om naar de kerk te gaan. In Nederland word je er toch op aangekeken. Terug thuis vroeg ik aan God: 'Leid me naar een kerk'. En kort daarna stelden twee vrienden voor om me mee te nemen naar een kerkdienst. Het was een kleine Braziliaanse pinkstergemeente waar ik eerst bedenkingen bij had. Pinkstergemeentes waren sektes vol met gekke mensen, had ik gehoord. Don't judge, zei ik tegen mezelf. Gewoon gaan kijken.

Alles was in het Braziliaans-Portugees, het was er chaotisch en er werd, zoals in meer gemeentes, wel eens geroddeld. Bijna wilde ik zeggen: 'God, dit bedoelde ik niet'. Maar in die kerk heb ik veel geleerd van een van de leiders. Ze was streng gelovig. Het type 'lang haar, draagt geen broeken'. Maar zo vrij als zij over God dacht, had ik nooit eerder meegemaakt. God heeft een plan voor iedereen op zich, vertelde ze ons. Wil je weten wat jouw plan is, dan moet je je niet blindstaren op hoe een ander zijn of haar geloof belijdt. Toen besefte ik: er zijn ook gelovigen die niet met hun vinger naar anderen wijzen en doen alsof ze alles beter weten. In diezelfde pinkstergemeente deden ze op een dag de oproep: wil je Jezus aanvaarden als je redder? Ik ben toen opgestaan en zei: 'Ja, dat wil ik'."

Les 5: I just know, that I know

"Ik ben een onwijze controlfreak. In relaties was ik dat ook. Daar werd ik zo moe van. Ik koos steeds types die een moederlijke vriendin nodig hadden. Vriendjes die een ander toekomstperspectief hadden. Ze wilden geen kinderen, niet trouwen. Ik wel, maar deed alsof dat niet zo was. Trouwen voelt kennelijk als een gevangenis voor veel mensen, dacht ik. Als ik dat voorstel, gaat het mis. Dus deed ik het maar niet.

Na mijn doop vier jaar geleden heb ik ervoor gekozen om geen seks te hebben voor het huwelijk. Ik was al ontmaagd, maar begon toen geestelijk opnieuw. De persoon met wie ik het leven zou gaan delen, moest dat maar begrijpen.

Ik was bereid om als non door het leven te gaan. Als het moest, als God dat wilde. Ik had mijn vrede toch al gevonden. Ik heb wel gebeden om een man, maar ik was niet meer zo desperate. Zo van: ik ben dertig. Nu moet het gebeuren. God stond voor mij op de eerste plaats en de rest in mijn leven kwam er achteraan.

Ik was bereid om als non door het leven te gaan. Als het moest, als God dat wilde. Ik had mijn vrede toch al gevonden

Toen ik mijn man ontmoette, was het gewoon duidelijk dat hij het was. Na anderhalf jaar zijn we getrouwd. Vroeger zou ik zelf denken: dat is snel, zeker omdat je geen seks mocht voor het huwelijk. Maar zo zat het niet. Hoe ik wist dat het goed zat? Dat kan ik niet uitleggen. Het is gewoon een gevoel. I just know, that I know, that I know, that I know. Het was meteen aan. Niet eerst duizend keer daten. Geen spelletjes. Nu was het direct: 'Luister dan, I love me some Jesus.' En hij stond er exact hetzelfde in."

Les 6: Er is meer dan muziek

"Ik wil niet meer op een geïsoleerd kamertje non-stop pingelen op mijn gitaar. Sinds mijn dertigste heb ik besloten dat het leven niet alleen om muziek gaat. Ik wil ook gewoon een fijn huis hebben, af en toe op vakantie met mijn gezin. Alles was muziek, muziek, muziek. Al het geld wat ik verdiende stak ik daar in. Ik werk graag hard. Nog steeds. Ik schrijf mijn eigen muziek, stel mijn eigen band samen. Mijn volgende album moet sowieso beter zijn dan het vorige en mijn nieuwste clip mooier dan de laatste. Maar door al het harde werken was ik even vergeten waar ik het eigenlijk voor doe. Ik wilde succesvol worden in de muziek om het succesvol worden. Het plezier was ik een beetje verloren. Maar dat komt ook doordat ik geen gezin had. Daardoor sloeg ik door. Als je thuis iemand hebt om voor te zorgen, is dat anders. Ik ben nu getrouwd, over de dertig, toch al bijna tien jaar in het vak en ik ben zwanger. Dan slaat het nergens op om muziek op 1 te zetten. Geen enkele moeder zegt dat: muziek gaat voor mijn kind."

Ik wilde succesvol worden in de muziek om het succesvol worden. Het plezier was ik een beetje verloren

Hoe zou het familiewapen van Ntjam Rosie eruit kunnen zien? Illustrator Renske Karremans liet zich inspireren door haar levenslessen: "Ntjam Rosie komt op mij over als een sterke vrouw. Daarom wilde ik dat ze zelf deel uitmaakte van haar wapenschild. Geloof en muziek zijn erg belangrijk in haar leven en zijn dan ook terug te vinden in het beeld." © Renske Karremans

Deel dit artikel

Bij het noemen van mijn naam wil ik meteen dat mensen denken: ik hoor iets Afrikaans én iets westers

Ik zat erbij en dacht: wow, in Nederland kun je gewoon discussiëren over het geloof

Ik was bereid om als non door het leven te gaan. Als het moest, als God dat wilde. Ik had mijn vrede toch al gevonden

Ik wilde succesvol worden in de muziek om het succesvol worden. Het plezier was ik een beetje verloren