Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wim Pijbes: ‘De kluit belazeren wordt op de Tefaf steeds lastiger’

Cultuur

Henny de Lange

Detail van een poppenhuis dat John Endlich Antiquairs te koop aanbiedt op de Tefaf. Het was meer dan 250 jaar in bezit van de familie Van Swinderen. Het is rond 1760 gebouwd door Anna Maria Trip. © *
Interview

Wim Pijbes is de nieuwe opperkeurmeester van de kunstbeurs Tefaf. Angst dat daar vervalsingen aangeboden worden, heeft hij niet. Maar koloniale roofkunst? ‘Dat is een lastige kwestie.’

In deze tijd van nepnieuws, plastische chirurgie en virtual reality, is er altijd nog de kunstbeurs Tefaf. “De kunstwerken die daar als echt worden aangeboden, zijn daar ook echt.” Het floept er aan het eind van het interview met grote stelligheid uit bij Wim Pijbes. Oeps, moet hij dat niet snel afkloppen? Straks blijkt er toch een vervalst schilderij aan de blikken van de keurmeesters te zijn ontsnapt. 

Lees verder na de advertentie

Is dat een schrikbeeld? Nee, zegt de nieuwe opperkeurmeester van de Tefaf, niet minder stellig. De controle op de belangrijkste kunst- en antiekbeurs in de wereld is zo streng dat bij de geringste twijfel stukken van de beurs worden gehaald. En dan heeft hij het niet alleen over topstukken. “Alle objecten zijn even belangrijk. Ook als een vaasje of ringetje nep blijkt te zijn, levert dat reputatieschade op.”

Het is even schakelen om Pijbes in weer een nieuwe rol te zien. Na zijn afscheid als directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, in 2016, en een kort intermezzo als directeur van Museum Voorlinden, stapte hij over naar de wereld van de filantropie. Hij is directeur van de Stichting Droom en Daad van de schatrijke familie Van der Vorm, die kunst en cultuur in Rotterdam wil bevorderen. Daar komt nu de nevenfunctie bij van global chairman of vetting, zeg maar de hoogste baas van de keuringscommissies van de drie beurzen van The European Fine Art Fair, kortweg Tefaf. Naast de beurs, die zaterdag opent in Maastricht, zijn er elk jaar twee in New York.

Galerie Henze & Ketterer vraagt voor dit schilderij van de Duitse kunstenaar Ernst Ludwig Kirchner 6.750.000 euro. Kirchner schilderde ‘Offizier und Kellnerin’ in 1915. Het is gebaseerd op zijn traumatische ervaringen als soldaat in de Eerste Wereldoorlog. De nazi’s namen in 1937 zeshonderd van zijn werken in beslag en toonden die op de beruchte tentoonstelling van ‘ontaarde kunst’ in 1938. In datzelfde jaar pleegde hij zelfmoord. © *

Onder verantwoordelijkheid van Pijbes hebben 180 keurmeesters uit veertien landen, verdeeld over 28 commissies, alle objecten bekeken in het beurzen- en congrescentrum MECC in Maastricht, waar de Tefaf elk jaar neerstrijkt. Het is een vast ritueel: alle deelnemers moesten hun stands maandagavond verlaten om de controleurs tot vanavond in alle rust hun werk te laten doen. “In die twee dagen gaat alles door hun handen”, zegt Pijbes.

Elke commissie heeft haar eigen deelgebied, van oude meesters en hedendaags design tot klein zilver, sieraden, fotografie en etnografica. De keurmeesters kijken niet alleen naar de authenticiteit van de aangeboden stukken, maar checken ook of ze in goede staat zijn, voldoen aan het vereiste exclusieve Tefaf-niveau en of de beschrijvingen kloppen. Pijbes: “Dat laatste komt nauw. Het maakt nogal wat uit of er staat dat een schilderij van Rembrandt is, naar Rembrandt, een kopie is of uit zijn atelier of omgeving komt. Net zoals bij een gerestaureerde zeventiende-eeuwse kast precies omschreven moet worden welke elementen in de eeuwen erna zijn toegevoegd.”

Objecten die worden afgeschreven, verdwijnen achter slot en grendel. “Die rotte appels stralen op de hele beurs af. Van de grote kunstbeurzen heeft de Tefaf de strengste regels en dat willen we zo houden.”

Belangenverstrengeling

De beursvloer is bekend terrein voor Pijbes. Als museumdirecteur kwam hij er elk jaar om aankopen te doen. Maar hij kende de organisatie inmiddels ook van de andere kant. Vanaf 2017 zit hij in het bestuur van de Tefaf. Pijbes volgt Henk van Os op, ook een oud-directeur van het Rijksmuseum.

Galeriehouder Robert Miller biedt dit curieuze portret aan van ‘Vincent van Gogh in een wassenbeeldenmuseum in Amsterdam’ uit 1985. Het is geschilderd door Jean-Michel Basquiat (1960-1988), die in korte tijd uitgroeide van een onbekende graffitikunstenaar tot een megaster in de kunstwereld. Hij overleed aan een overdosis. © *

De benoeming van Pijbes past in de nieuwe strategie van de Tefaf dat de keurmeesters geen commerciële belangen mogen hebben in de kunsthandel. Specialisten die ook nog een galerie hebben of bij een veilinghuis werken, kregen te horen dat ze niet meer welkom zijn in de keuringscommissies. Die worden nu vooral bevolkt door conservatoren, restauratoren, wetenschappers en museumdirecteuren. Alleen handelaren met een zeer specialistische kennis mochten blijven, omdat hun expertise vooralsnog onmisbaar is. Ze mogen wel meepraten en adviseren, maar niet meer stemmen over het al dan niet toelaten van objecten tot de beurs. Pijbes: “Een goede maatregel. Zelfs de schijn van belangenverstrengeling moet je vermijden.”

Voor de buitenwereld blijf het gissen hoe het mogelijk is om in twee dagen tijd duizenden stukken te controleren op echtheid. Pijbes: “Er zit veel specialistische kennis in de commissies. Die mensen zien snel genoeg of iets niet klopt. Het kennersoog speelt zeker nog een rol, maar het is niet voldoende. We hebben ook de beschikking over een pop-uplaboratorium met wetenschappelijke experts en de modernste technieken. Ook door het internet en de digitalisering  is er een schat aan informatie beschikbaar. De kans dat je iets onbekends tegenkomt, wordt steeds kleiner. De kluit belazeren wordt steeds lastiger, al zijn we ons ervan bewust dat mensen die dat proberen, ook steeds inventiever worden.”

Daarom is er los van de keuringscommissies nog een extra controle door mensen van het Art Loss Register, wereldwijd de grootste private gegevensbank van gestolen en vermiste kunstwerken en antieke voorwerpen. Het register houdt zich ook bezig met kunst die in de periode 1933-1945 door de nazi’s werd geroofd. Daarvoor gelden heldere restitutieregels.

Dat laatste is (nog) niet het geval bij koloniale roofkunst. Hoe gaat de Tefaf daarmee om? Pijbes: “Dat is een lastige kwestie. Als keurmeesters zullen we toch in de eerste plaats naar de authenticiteit kijken en of het legaal verworven is. We houden ons aan de wet. Maar de regels over herkomst en eigendom zijn niet in beton gegoten. Wat we vijftig jaar geleden normaal vonden, is nu discutabel.”

Er zit ook een ethische kant, vervolgt Pijbes. “Op de Tefaf worden bijvoorbeeld regelmatig dierenmummies aangeboden. Het is zelfs niet illegaal om een menselijke mummie te hebben en te verkopen. Als zich dat zou voordoen, zijn daar ethisch gezien wel vragen bij te stellen, omdat het om menselijke resten gaat. Een aantal jaren geleden is om die reden een opgezet getatoeëerd Maori-hoofd van de beurs verwijderd. Waar trek je de grens? We kijken kennelijk anders naar een mensenhoofd dan naar mensenschedels en christelijke relieken. Die zijn regelmatig te koop op de Tefaf, terwijl die relieken ook vaak menselijke resten bevatten, bijvoorbeeld een oorlel of vingerkootje van een heilige. Het is lastig om daar een standpunt over in te nemen.” 

Superrijken

Over ethiek gesproken, heeft hij geen moeite met de perverse bedragen die in de kunsthandel omgaan? Daarvan is de Tefaf het uithangbord, met al die superrijken die er komen, vaak met een privé­vliegtuig. Pijbes pakt zijn mobiel erbij. “Als je het over windhandel hebt, heb ik hier een recent voorbeeld.” Hij laat een afbeelding zien van een stoel van ontwerper Joris Laarman, de bone chair die uit botten lijkt te bestaan. “Vijf jaar geleden werd deze stoel verkocht voor 16.000 euro. Nu is er op een veiling 825.000 euro voor betaald. Het is het duurst geveilde 21ste eeuwse meubelstuk. Dat kun je een absurd bedrag vinden, maar het is zoals het is. De wáre verzamelaars kopen niet alleen met de prijs in gedachten, maar vooral vanwege de waarde die een kunstwerk voor hen vertegenwoordigt.”

Bij Koopman Rare Art is dit zilveren schild van Achilles te koop met taferelen uit het epos de ‘Ilias’ van de Griekse dichter Homerus over de Trojaanse oorlog. Het is een ontwerp van beeldhouwer John Flaxman en wordt gepresenteerd als een spectaculair voorbeeld van de Britse zilverkunst uit de vroege negentiende eeuw. Het schild uit 1823 heeft een doorsnee van 89,7 cm. De vraagprijs bedraagt 5,8 miljoen euro. © *

Zelf heeft hij als directeur van het Rijksmuseum ook meegedaan aan die ‘prijzengekte’, met voor Nederlandse begrippen peperdure aankopen. Hij somt ze op: een Japanse lakkist van 7,3 miljoen euro, een bronzen beeld van Adriaen de Vries van 22,5 miljoen en als klap op de vuurpijl de huwelijksportretten van Marten en Oopjen van Rembrandt voor 160 miljoen euro.

Pijbes: “Het wordt alleen maar gekker nu de kunsthandel steeds meer global wordt. De superrijken in China en Afrika kopen nu ook kunst. De vraag groeit terwijl het aanbod stabiel is, wat de prijzen doet exploderen. De Tefaf loopt mee met het ritme van de markt.”

De Tefaf is van 16 t/m 24 maart geopend in Mecc Maastricht. 

Lees ook: 

Opfrisbeurt voor topkunstbeurs Tefaf

De Tefaf wil de belangrijkste kunst- en antiekbeurs in de wereld blijven en aantrekkelijker worden voor jongeren. Geen saaie stands en middelmatige kunst, maar prikkelende presentaties en meer topkwaliteit.

Pijbes weet alweer te verrassen

De directeur van het Rijksmuseum vertrekt op voor hem karakteristieke wijze. Wim Pijbes gaat een nieuw museum opzetten.

Wim Pijbes verlaat Museum Voorlinden: hij had andere verwachtingen

Zo onverwacht als Wim Pijbes het Rijksmuseum verliet in maart, zo plotseling verlaat hij nu ook het nieuwe Museum Voorlinden in Wassenaar. Artistiek directeur Suzanne Swarts neemt zijn werkzaamheden over. “Het is anders gelopen dan gedacht”, zegt Pijbes.

Deel dit artikel