Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Willem Brakman en Simon Vestdijk schrijven in hun brieven alleen over pillen, affaires en Nol Gregoor

Cultuur

Rob Schouten

© RV
Recensie

Wie briefwisselingen tussen schrijvers leest, verwacht allicht een intellectueel, literair discours, opheldering van geheimzinnigheden in het werk, autobiografische achtergronden.

 In de correspondentie tussen twee van Nederlands grootste schrijvers, Simon Vestdijk en Willem Brakman, is daarvan weinig te bespeuren. Ze schreven elkaar van 1961 tot en met 1969 met een zekere regelmaat maar er stonden eigenlijk maar drie onderwerpen op het programma: pillen, Nol Gregoor en beider amoureuze betrekkingen. Vestdijk, de nogal wat oudere (van 1898) vroeg aan Brakman (1922) - zijn dubbele collega: beiden waren ze arts al deed Vestdijk er niks meer aan - pilletjes voor zijn zware depressies. Op het gebied van de psychofarmaca waren de twee arts-schrijvers betrekkelijke leken maar Brakman had, als bedrijfsarts, makkelijk toegang tot medicijnen die hij vervolgens aan Vestdijk doorspeelde.

Lees verder na de advertentie

Onzekerheid

Je kunt goed merken dat de neiging om psychische klachten medicinaal te behandelen in de jaren zestig nog niet zo ver voortgeschreden was als tegenwoordig. Zowel Brakman als Vestdijk verkeerde vooral in onzekerheid over de werking van divers spul, er passeert een kleine apotheek aan probeersels: librium, broom, tofranil en nog van alles en nog wat. En steeds was Brakman zo goed niet of hij leverde: ‘100, dat zou fijn zijn.’ Komt eraan.

Je ontkomt niet helemaal aan de gedachte dat de jongere schrijver (Brakman was in 1961 als schrijver nog maar net begonnen, en bewonderde Vestdijk hogelijk) maar al te graag dienstbaar aan zijn collega wilde zijn, terwijl de oudere, Vestdijk, befaamd zuinig, al die gratis medicatie wel kon waarderen. Maar over literatuur gaat deze briefwisseling niet zozeer, al sturen ze elkaar hun boeken toe en vinden ze elkaar onveranderd goed. “Misschien is de basis van de humor wel eens een wat smalle, maar er is dan toch maar weer contact”, schrijft Brakman ergens en dat klopt: men leest deze briefwisseling vooral vanwege de eloquente humor, het fraaie taalgebruik waarin geroddeld en over amoureuze betrekkingen geklept wordt.

Oordeel: Virtuoos, melig geroddel, vermakelijk voor de liefhebber

Tekst loopt door onder afbeelding

© RV

Die roddels betreffen vooral Nol Gregoor, hun beider vriend, en kennelijk een geducht Don Juan want er passeren vele vriendinnen van hem die geteld, gewogen en te licht bevonden worden. Je krijgt sterk het gevoel dat de beide schrijvers wel enige jaloezie ten aanzien van hun veelwijvige vriend te verstouwen hebben. Discretie is niet hun hoogste goed.

Geheimzinnig

“We roddelen wel erg veel over Nol, vind je niet?” verzucht Brakman ergens en Vestdijk beaamt het. Over hun eigen amourettes doen ze heel wat geheimzinniger, althans voor de lezer. In een studentikoze geheimtaal hinten ze op erotica, zo heeft Vestdijk het over ‘mijn erectiliteit inzake A. of F.’, in wie men inmiddels de vrouw en de bijzit van Nol erkent, en schrijft Brakman dat hij steeds gevoeliger wordt voor ‘fabrieksmeiden, opgetut haar, halve laarsjes etc., en ogen even prozaïsch als tramhaltes’, kennelijk een bijvangst van zijn baan als bedrijfsarts.

Aan het eind van de correspondentie vraagt Vestdijk, dan net getrouwd met de jonge Mieke van der Hoeven, om potentieverhogende middelen. Ze weten allebei niet of het veel helpt, misschien is een eiwit- en vitaminenrijk dieet toch het beste, of sportief leven, een aan Vestdijk niet erg bestede raad.

De door Nico Keuning bezorgde briefwisseling is soms van een virtuoze meligheid maar tussendoor vindt men toch ook krenten uit de pap. Zo vond ik het bijzonder om te lezen dat Vestdijk een bewonderaar van Churchill blijkt en dat hij de oudejaarsconference van Wim Kan mist. Ook koopt hij een Simca 1000. Behalve een groot schrijver een gewone Nederlander dus. Verder raadt hij Brakman, dan hevig geïnteresseerd in Vestdijks muziekessays, aan nooit een stereo pickup te kopen. Een vreemd advies.

Brakman laat veel minder los over zijn huiselijke situatie en voorkeuren, maar is wel de geestigste van de twee. Soms waan je je in een roman van zijn hand, bijvoorbeeld als hij schrijft “Een gelukkig nieuwjaar wens ik mijn vrienden nooit weer toe, het voert tot niets goeds” of, als hij net enigszins onthutst de Van der Hoogtprijs gekregen heeft voor zijn debuutroman ‘Een winterreis’: “Daarbij wordt het zomer; onze neusgaten verwijden zich, de hand maakt onwillekeurige grijpbewegingen, het zweet ruikt zuur, de urine schuimt en stinkt en in ons hoofd is geritsel van struikgewas.”

Je hebt het gevoel dat ze zich voor elkaar een beetje uitsloofden, zodat je over hun maatschappelijk of innerlijk leven niet veel te weten komt, maar vermakelijk is het allemaal wel, zeker voor liefhebbers van beider werk.

Willem Brakman en Simon Vestdijk
Gaven, giften en vergiften
Querido; 176
Blz. € 20,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer boekrecensies. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Oordeel: Virtuoos, melig geroddel, vermakelijk voor de liefhebber