Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wilhelm II had minder macht dan hij dacht

Cultuur

Wim Slagter

Review

De laatste Duitse keizer was niet de voorbode van Hitler zoals sommige historici menen. De invloed van Wilhelm II was bescheiden.

Wie naar de allesomvattende biografie over Wilhelm II (1859-1941) zoekt, kan al sinds een aantal jaren terecht bij John C.G. Röhl. Deze Britse historicus bewijst op meer dan vierduizend bladzijden elke papiersnipper die op de laatste Duitse keizer betrekking heeft, te hebben gelezen. Vanwaar dan deze veel beknoptere levensschets door Christopher Clark?

De in Cambridge docerende Australiër Clark doet de studie van Röhl, over wie hij overigens met waardering schrijft, niet dunnetjes over, maar nuanceert het gangbare en dikwijls eendimensionale beeld van Wilhelm – en stelt het bij. Dat is niet automatisch een rehabilitatie, want ook Clark is buitengewoon kritisch over de gevoerde politiek, uitspraken en denkbeelden van de in 1918 naar Nederland uitgeweken monarch.

Zo onderschrijft Clark, in navolging van anderen, Wilhelms onberekenbaarheid, maar om hem daarom in één adem ook minder toerekeningsvatbaar te verklaren, is voor hem duidelijk te kort door de bocht. Met recht kan de auteur verwijzen naar de grote vlucht die economie, cultuur (architectuur!) en wetenschap in de wilhelminische periode namen, een ontwikkeling waarin Wilhelm een werkzaam aandeel had. Jammer alleen, dat de keizer zo weinig geestelijke ontwikkeling vertoonde – zijn wispelturigheid bleef hem levenslang parten spelen – en kansrijke initiatieven, zoals een meer sociale politiek, zelden of nooit ten uitvoer bracht.

Bij de vraag naar de werkelijke macht en invloed van Wilhelm en zijn rol als eventuele Kriegshetzer schaart Christopher Clark zich aan de zijde van hen die die betekenis niet willen overschatten; daarmee plaatst hij zich tegenover Röhl. Wanneer Wilhelms rusteloosheid zo kenmerkend voor zijn leven was, dan moet logischerwijs ook zijn politiek daardoor zijn beïnvloed en in dat beeld past niet een vasthoudend en consequent op een oorlog aansturende keizer, zoals Röhl c.s. graag schrijft. Dat Wilhelm met zijn ’blanco cheque’ richting Oostenrijk-Hongarije en zijn agressieve vlootpolitiek daarnaast weinig deed om de spanningen die aan ’1914’ voorafgingen te verminderen, verzwijgt Clark ondertussen niet. Wilhelm was zonder twijfel een van de belangrijkste spelers op het politieke veld van die jaren, maar zeker niet de beslissende kracht bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Clark gaat in dat kader ook uitgebreid in op de in zijn ogen gelimiteerde bevoegdheden die Wilhelm als ’Duits keizer’ (niet: ’keizer van Duitsland’!) had. Die vonden hun oorsprong in de ingewikkelde federale structuur van het Duitse rijk na de eenwording van 1870/71. Soms bevond het centrum van de macht zich bij een (sterke) kanselier (bijvoorbeeld bij Bismarck onder Wilhelms grootvader Wilhelm I), soms verschoof dat naar leger en ambtenarij, maar de keizer zelf trachtte gedurende enige tijd ook dat vacuüm op te vullen. Clark maakt aannemelijk dat Wilhelm daarbij herhaaldelijk in aanvaring kwam met volksvertegenwoordigers van zowel Lünder als Reich, zodat er, zijn gehele regeringsperiode (1888-1918) overziend, onmogelijk van een continu autoritair beleid kan worden besproken.

In zijn boek – de hier besproken Duitstalige uitgave is een geactualiseerde versie van het oorspronkelijk in 2000 verschenen ’A Life in Power’ – relativeert Clark de door sommige van zijn vakbroeders breed uitgemeten rol van Wilhelms raadgevers, ook al vanwege het feit dat de keizer onder de rijkskanseliers Bülow en Bethmann Hollweg steeds meer ’in de luwte’ werd gehouden. Daardoor, schrijft Clark, „was Wilhelm niet zo machtig als hij wel had willen zijn”. Vooral tijdens de oorlog ’14/18 bleek zijn geringe invloed – hoewel hij dat zichzelf nauwelijks bewust was.

Dat de keizer zich bij menig inwoner van het Rijk – niet in de laatste plaats bij sociaal-democraten – in een onverminderde populariteit mocht verheugen, is een opvallende bijzonderheid die Clark graag doorgeeft aan zijn lezers. Dat voorbeeld is illustratief voor dit toegankelijk geschreven boek, waarbij een brede blik en aandacht voor historisch detail elkaar afwisselen.

Wilhelm is voor Clark niet de ’Nemesis van de wereldgeschiedenis’ of een ’voorbode van Hitler’ voor wie veel andere historici hem houden. Zijn onberekenbaarheid maakte hem tot een onzekerheidsfactor van de eerste orde, maar hij leidde Duitsland en Europa niet naar de rand van de afgrond. Wel stelden „de instabiele betrekkingen tussen de verschillende grootmachten hem voor raadsels, die hij niet in staat was op te lossen. Daarnaast was hij niet capabel noodzakelijke binnenlandse hervormingen – het verouderde kiesrecht, de positie van het leger – aan te pakken.”

Wellicht is dit oordeel over Wilhelm II menigeen té genuanceerd – stof tot nadenken en (opnieuw) afwegen biedt Clarks boek in elk geval ruimschoots.

Deel dit artikel