Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie schreef het beste poëziedebuut?

cultuur

Janita Monna

Review

Over drie dagen wordt tijdens het Poetry International Festival bekendgemaakt wie dit jaar met de C.Buddingh’- prijs naar huis gaat. Janita Monna las de genomineerde bundels en concludeert dat één debutant de prijs echt verdient.

Het lijkt een nogal massief ding, een literaire jury, een blok dat mag bepalen wat er goed is en wat niet. Toch is het uiteindelijk weinig meer dan een tijdelijke en willekeurig samengestelde leesclub van professionele lezers en liefhebbers. Zij nemen een fikse stapel bundels door, wisselen hun ervaringen uit en overtuigen elkaar – of niet – van de kwaliteiten van hun favorieten. In de jury voor de C.Buddingh’-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut zaten dit jaar vertaalster Mariolein Sabarte Belacortu, literatuurwetenschapper Frans-Willem Korsten en dichter Marc Kregting. Zij nomineerden Nina Werkman met ’Antidata’, Elmar Kuiper met ’Hechtzwaluwen’, Gert de Jager met ’Sterk zeil en Delphine Lecompte met ’De dieren in mij’.

Een opmerkelijk lijstje, omdat twee van de debutanten de vijftig al ruim gepasseerd zijn, omdat drie van de bundels bij kleine(re) uitgevers verschenen, en twee van de genomineerden al eerder debuteerden in een andere taal: Elmar Kuiper heeft enkele Friese bundels op zijn naam en Nina Werkman publiceert ook in het Gronings.

Het lijstje wekt de suggestie van een mager debutantenjaar. Nu zijn er beslist rijkere jaren geweest, maar opvallende afwezigen zijn er ook: de welwillend onthaalde bundels van Floor Buschenhenke en die van de anonieme NoN. De vier genomineerden verschillen onderling sterk, ook in kwaliteit.

’Antidata’, van de oudste genomineerde Nina Werkman, is een kleine bundel met zo’n dertig gedichten, waarvan er enkele eerder in het Gronings verschenen. Het ’hoge land’ vormt het decor van deze poëzie; het belangrijkste thema is de tijd en hoe die verstrijkt en bewaard blijft in, bijvoorbeeld, herinneringen is. Het leidt tot weinig opzienbarende gedichten. Poëtische middelen als enjambementen, weglating en beeldspraak worden wat onhandig gebruikt. „Of zeggen zou: trek stappers aan, het is mooi/ weer vandaag.” Een bijzondere uiting van taal wordt het nergens, of het moet zijn in ’Pitterken,’ waar het Groningse dialect zich mengt met Duits, Nederlands en Fries. Nina Werkman herinnert zich kindertijd en liefdes „Had ik eenmaal alles opgeruimd geweten/ wat ik nog altijd dacht: hoe leuk je was.” Ze schrijft over de oorlog en over kleine dagelijkse dingen. Ze maakt eerder de balans op van een leven, dan dat ze zich profileert als nieuw dichttalent.

Iets soortgelijks geldt voor Gert de Jager. Meer dan vijftien jaar geleden verschenen zijn eerste gedichten in literaire tijdschriften. ’Sterk zeil’ is dan ook geen overhaast debuut. Op de pagina’s heerst rust en evenwicht. De Jager schrijft beheerst en gedragen: „Vandaag/ strijkt een lichtval en je loopt// naar buiten en ziet de hemelkoepel/ waarin zich weerspiegelt// het gras, het landvee en de vissen, het// water. Het uitspansel’.

Er spreekt wel een hang naar het grootse uit De Jagers poëzie: onbeduidende handelingen en minieme ogenblikken kunnen iets zichtbaar maken van het raadsel van de wereld, met de dichter in de rol van ziener: „Ja, liefje, achter alles schuilt iets.” Maar ondanks de lange rijptijd klinkt in ’Sterk zeil’ uiteindelijk nauwelijks een eigen stem. Veel gedichten blijven vlak en bevinden zich met een teveel aan grote woorden en willekeurige regelafbrekingen zelden op het scherp van de snede.

De wonderlijkste bundel is ’De dieren in mij’ van Delphine Lecompte: haar poëzie is grimmig, sprookjesachtig en anekdotisch tegelijk. Gedichten hebben titels als ’Dag zonder hoofdvogel’ of ’Hele dure octopus’. Het is nogal grotesk zoals Lecompte schrijft, met stuiterende overgangen en beelden die nu eens sprekend zijn (’deze dag die een nukkig kind is’) en dan weer volstrekt raadselachtig. En soms met slappe regels als ’Op de terugweg werden we bevangen/ door smog en weemoed/ jij door smog/ ik door beide.’

De door dieren bevolkte wereld in deze bundel is geen vrolijke. Hier lijkt iemand zich met moeite staande te houden, maar Lecompte wil niet te veel bij de tragiek stilstaan: ’want alles is hilarisch en niets is tragisch’. Of: ’Op je sterfbed spot je/ dat is geruststellend’. Iets minder ironie had ook gekund. Nu is het de vraag hoe serieus dit allemaal te nemen. Is Lecompte een talent dat meer in huis heeft of is het uiteindelijk vooral ’gekke’ poëzie?

Dieren vind je ook in de poëzie van Elmar Kuiper. Bestaande – zoals de wouw, de egel, de arend – én fabeldieren als het preveldier, de fluisterraaf en de ’hechtzwaluwen’. De titel roept een waaier aan betekenissen en associaties op. Behalve met vogels bijvoorbeeld met de pleistertjes, ook wel zwaluwstaartjes genoemd, die dienen om een open wond weer samen te plakken. Het nieuwgevormde woord vat treffend samen wat Kuiper beoogt: bijeenbrengen wat uiteenligt en zonder samenhang lijkt; ook schemert er iets van de onthechting in door, die het schrijven in een andere dan de moedertaal met zich meebrengt.

In ’Hechtzwaluwen’ rijgen krachtige beelden en scènes zich associatief aaneen. Hoe uiteenlopend en onnavolgbaar soms ook, Kuiper weet een ’bezield verband’ te suggereren. De overleden vader herleeft: „Ik voel me prettig in uw jas,/ ik ben een stukje vader,/ uw lichaam is begraven.” De zalving van Christus raakt vermengd met de onbehouwen taal van de voetbalvandaal: „Zalf de voeten van meneer Amen, hij lijkt te betrokken. () ’Must es hore,’ zegt meneer Amen, ’ik/ hew die wout raakt met un fette klinker.” Kuiper schrijft een hoekig soort poëzie en kan ineens met geestige regels op de proppen komen: „Ik trek m’n Scandinavische sokken uit/ en preek rotsvast tot mijn tenen.”

Met zijn Friese gedichten bewees Elmar Kuiper al een eigenzinnig en origineel talent te zijn. Zijn Nederlandse werk bevestigt dat.

Het is vaker gebeurd dat de gedoodverfde winnaar werd gepasseerd, maar het moet heel raar lopen wil de C. Buddingh’-prijs dit jaar niet naar Elmar Kuiper gaan.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie