Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie moet ik dankbaar zijn voor de uitvinding van mijn grasmaaier?

Cultuur

Franca Treur

Franca Treur © Olivia Ettema
Column

Toen ik mijn schrijfhuisje kocht zat er een tuin bij: struiken, bomen, een gazon en een L-vormige vijver. Die vijver vond ik nogal een verantwoordelijkheid, er zwemmen vissen in, witte, oranje en zwarte. Levende have. O jee!

Tot nu toe gaat het echter goed. De vijver zit stampvol groene kikkers, die op de rand liggen te zonnen en allemaal tegelijk in het water springen als je er aan komt. Kikkers zijn erg leuk om te zien. Ze zwemmen als mensen. Verder gaat het ook goed in de bak, er komen alleen maar meer vissen bij. Nooit drijft er een dooie. Hoe kan dat? Eten de levenden de zieken en de overledenen op?

Lees verder na de advertentie

De tuin betekent dat ik, als ik een weekend buiten ga schrijven, in feite ga snoeien, opbinden en grasmaaien. Zit ik dan eindelijk achter mijn laptop, dan luister ik naar de vogels en dwaalt mijn blik over de terrastegels. Even later ben ik aan het uitzoeken welke vogel ik hoor, of zit ik met een mesje het onkruid uit de voegen te peuteren.

Wiskunde komt uit Irak, het getal nul uit India en zonder zwarte mannen hadden we geen bloedbank

De aankoop van een schrijfhuisje is dus niet per se bevorderlijk voor de activiteit waarvoor het bedoeld is. Toch krijg ik tijdens dat werk vaak ideeën, vooral in de fietstocht ernaartoe. Het is een metafoor die niet alleen op papier bestaat: lichaamsbeweging geeft écht beweging in je hoofd.

‘Wittemannentrots’

Mijn gazon heeft niets te maken met wat ze er in Engeland onder verstaan. Het terrein is uiterst ongelijk en de droogte van vorig jaar, plus talloze molshopen van dit jaar hebben de situatie flink verslechterd. Een deel van het gazon ligt in de schaduw en wanneer ik dat deel maai is het gras nog kletsnat. Ongelofelijk dat de maaier er doorheen komt.

Dankbaar geef ik er een klopje op. Ongetwijfeld uitgevonden door een Engelsman, die maaier. En ja hoor, Wikipedia schrijft de vondst toe aan de Brit Edwin Beard Budding in 1827. Die betekende een grote doorbraak voor veldsporten als voetbal, tennis en cricket.

Toevallig lees ik twee dagen later een stuk op de website Frontaal Naakt van schrijfster Hassnae Bouazza. Zij is kritisch op de wittemannentrots van cabaretier Theo Maassen, die tegen documentairemaker Sunny Bergman zei dat nagellak een uitvinding is van een witte man en dat ze die dankbaar moest zijn. Bouazza schrijft “Wiskunde komt uit Irak, het getal nul uit India en zonder zwarte mannen hadden we geen bloedbank, geen verkeerslichten, geen grasmaaier en zelfs geen elektrisch licht.”

Kooimaaier 

Is de grasmaaier dan eigenlijk een uitvinding van een zwarte man? En verdoezelt Wikipedia dat? Nu wil ik het weten ook. Het blijkt dat de maaier van Budding talloze keren verbeterd is, en dat veel van die verbeteringen een apart patent opleverden. In het begin hing de maaier nog achter een paard dat leren schoentjes aan kreeg om gaten in het gazon te voorkomen. In Amerika kwam een model op de markt dat lichter was en door mensenhanden kon worden voortgedreven, zodat dichter bij de huizen kon worden gemaaid. De Afro-Amerikaanse John Albert Burr verbeterde de kooimaaier door af te rekenen met verstoppende klonten gras.

Nu weet ik wie ik dankbaar moet zijn. Mijn gevoelens van dankbaarheid werden opgewekt door het feit dat mijn machine het natte, ongelijke terrein bij mijn schrijfhuisje aankan en niet verstopt raakt. Door de verbetering van Burr dus. Dank je wel, Burr.

Maar wacht, ik heb helemaal geen kooimaaier. Ik heb een elektrisch aangedreven cirkelmaaier.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Deel dit artikel

Wiskunde komt uit Irak, het getal nul uit India en zonder zwarte mannen hadden we geen bloedbank