Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wie is de vijand?

Cultuur

door A.Th.van Deursen

Review

,,Het is jammer, dat mevrouw Armstrong haar onderwerp niet helder heeft afgebakend. Nu geeft ze de indruk dat een reformatorische bijbelschool even bedenkelijk is voor westerse normen en waarden als een opleidingskamp voor terroristen.'' Volgens de historicus A.Th.van Deursen criminaliseert Karen Armstrong het fundamentalisme.

Wie een boek eerlijk wil recenseren moet beginnen uit te leggen waar het over gaat. Met die bedoeling ben ik dan ook begonnen aan Karen Armstrongs Strijd om God. Een geschiedenis van het fundamentalisme. Het heeft genoeg te vertellen, want het is vijfhonderd bladzijden dik, en die gaan allemaal over het fundamentalisme. Als je het uit hebt, hoor je dus te weten wat de schrijfster daar onder verstaat.

Ergens in het boek, liefst aan het begin, verwacht je een omschrijving van dat begrip te vinden. Die voorwaarde wordt niet vervuld. In haar openingszin zegt Karen Armstrong, dat ze het zal hebben over 'een militante vroomheid, die bekend staat als het fundamentalisme'. Dat helpt ons niet veel verder. We weten dan alleen dat fundamentalisten militant zijn en vroom. Gaat het dus over het leger des heils? Over de orde van de jezuïeten? Over de antirevolutionaire partij van Kuyper en Colijn? Er dient op zijn minst nog een element aan de definitie toegevoegd te worden, eer ze het onderwerp begrenst.

Dat element wordt echter niet aangeschroefd. Waarom de schrijfster dat nalaat zullen we voorlopig in het midden laten. Eerst proberen we toch maar de hoofdgedachte weer te geven. Het hele betoog steunt op het onderscheid tussen mythos en logos. Logos is het rationeel, logisch, wetenschappelijk redeneren. Mythos daarentegen is een vorm van kennis die geworteld is in intuïtie. Mythos geeft het leven betekenis, maar is niet in rationele termen te verklaren. Die twee hebben altijd naast elkaar bestaan, maar de opgang van wetenschap en techniek in de westerse cultuur deed velen denken dat logos alleen waar was, en dat mythos gelijk stond met bedrog en bijgeloof. Logos werd aldus een bedreiging voor religie.

Om zich te beschermen tegen dat gevaar kwamen er gelovigen, die met mythen omgingen alsof die op de logos gegrond waren. Dat zijn nu fundamentalisten. Sommige christenen bij voorbeeld gingen beweren dat de hele bijbel van A tot Z feitelijk juist was. Het was een begrijpelijke, maar tevens volkomen onjuiste reactie. Christelijke mythen laten zich niet omvormen tot wetenschappelijke feiten. Religieuze feiten zijn niet rationeel, en kunnen dus niet 'bewezen' worden. Zo hebben de fundamentalisten twee vormen van kennis samengevoegd, waarvan de mensen in de premoderne wereld meestal vonden dat die gescheiden moesten blijven.

En toch was het een begrijpelijke reactie. Fundamentalisten wisten niet goed raad met de problemen, die de moderne, seculiere samenleving met zich meebracht. Die vervulde hen met onzekerheid, twijfel, zorg, maar bovenal met angst. ,,Fundamentalisten zien niets in democratie, pluralisme, religieuze tolerantie, vrede, vrijheid van meningsuiting of de scheiding van kerk en staat.'' Zij zagen de moderne maatschappij als slecht, hoogmoedig en demonisch. Fundamentalisten gingen zich terug trekken uit de algemene cultuur in hun eigen tegencultuur, die een afspiegeling was van hun idealen. Het is zeer belangrijk te beseffen dat deze diepe angst de kern vormt van het fundamentalistische denken, ,,omdat we alleen dan inzicht kunnen krijgen in de blinde razernij, het waanzinnige verlangen om de leegte te vullen met zekerheid'' (234).

Woorden als waanzin en razernij moeten we hier niet enkel als beeldspraak opvatten. Neen, zegt Karen Armstrong, zie maar eens wat fundamentalisten nastreven. Als een patiënt met zulke wraakzuchtige, paranoïde verlangens bij een dokter kwam, zou die zonder twijfel vaststellen dat deze man of vrouw gestoord was. Zulke angsten zijn niet weg te redeneren, of met dwangmaatregelen uit te bannen. ,,Het zou van meer inlevingsvermogen getuigen om te proberen te begrijpen hoe diep deze neurose zit.'' Fundamentalisme is dus inderdaad te beschouwen als een ziekte. Een religieuze beweging is het niet, want religie moet mensen helpen de deugd van naastenliefde te ontwikkelen. Fundamentalisme daarentegen predikt een ideologie van uitsluiting, haat en zelfs geweld.

De verschijnselen die Karen Armstrong beschrijft doen zich in zeer veel godsdiensten voor. Haar boek gaat over de drie monotheïstische religies: jodendom, christendom en islam. Van hoofdstuk tot hoofdstuk wordt hun ontwikkeling door de geschiedenis heen gevolgd. Vergelijking staat daarbij niet voorop, maar is natuurlijk wel steeds inclusief aanwezig. In de grond van de zaak gaat het om de analyse van een en hetzelfde fenomeen. De moslim Roehallah Moesavi Khomeini in Iran, de jood Mosje Levinger in Israël en de christen Jerry Falwell in de Verenigde Staten zijn uit hetzelfde fundamentalistische hout gesneden. Er gaat een zekere suggestie uit van de consequent volgehouden parallellie, en Karen Armstrong draagt daar met een gerichte woordkeus het hare toe bij. In het laatste hoofdstuk gebeurt dat bij voorbeeld op deze manier: ,,Ook in Amerika was er polarisatie en vijandigheid. In de Verenigde Staten leken de religieuze fundamentalisten beheerster en gezagsgetrouwer te zijn. De fundamentalisten vermoordden hun presidenten niet, voerden geen opstanden aan en gijzelden geen mensen. Maar niettemin liep er een diepe kloof door de Amerikaanse religie'' (399). Leken ze alleen maar beheerster, en is het slechts een gelukkig toeval, dat er in Amerika nu al een tijd lang geen politieke moorden hebben plaats gevonden? Of als ze echt gezagsgetrouwer waren, waarom dan dat 'niettemin'? Met zulke formuleringen balanceert de schrijfster op de rand van de objectiviteit. Ze handhaaft dat wankele evenwicht, als ze zich vervolgens concentreert op de misdragingen van Jimmy Swaggert en het echtpaar Bakker. Je kunt het eenzijdig noemen enkel te letten op hen die moreel tekort schoten, maar de Bakkers en Swaggert waren tot hun val zonder enige twijfel toonaangevende persoonlijkheden in het Amerikaanse fundamentalisme.

Karen Armstrong gaat echter over de rand heen, als ze daarna de schijnwerpers richt op Gary North, Rousas John Rushdoony en soortgelijke notoire warhoofden, die binnen noch buiten de fundamentalistische beweging ook maar een schijn van gezag bezitten. De climax bereikt ze door dat hoofdstuk te besluiten met een beschrijving van het obscure groepje, dat zich 'Christian Identitity' noemt, en streeft naar een Arisch Amerika. Dat zijn helemaal geen fundamentalisten, erkent de schrijfster zelf. Waarom moest deze ronduit fascistische club dan plaats krijgen? Omdat ze 'het fundamentalisme ver achter zich heeft gelaten' (408). Ze is ,,een zorgwekkende indicatie van de wijze waarop religie in de toekomst stem zou kunnen geven aan hulpeloosheid, teleurstelling en onvrede''. En in één adem volgt dan de waarschuwing: denk vooral niet dat de fundamentalistische dreiging in Amerika afneemt. Blijkbaar wil ze ons zeggen, dat wat vandaag nog fundamentalisme heet, morgen veranderd kan zijn in fascisme.

Fundamentalisme is dus slecht, niet alleen om wat het is, maar ook om wat het misschien nog eens zou kunnen worden, als niet-fundamentalisten zich van de beweging meester maken. Dat lijkt mij een typisch staaltje van wat de Duitsers Verteufelung noemen. Karen Armstrong verzekert ons, dat met fundamentalisten niet te praten valt. Een rationele discussie met deze mensen is onmogelijk (237). Ik wil het wel geloven, als je zelf de gedachtenwisseling plaatst op dit niveau. Ik heb zelden een boek gelezen, waarin de auteur met zoveel beslistheid stellige oordelen uitsprak over de meest uiteenlopende zaken, of het nu gaat om joden, christenen of moslims. In een interview met deze krant werd Karen Armstrong een publiciste genoemd, op de omslagtekst van haar boek een genie. Wat mij betreft is ze het allebei, maar een geleerde is ze niet. Wetenschap laat zich niet beoefenen zonder voorzichtige terughoudendheid. Die eigenschap ontbreekt haar. Wat joden en moslims vinden van De strijd om God, zou ik best wel eens willen weten. Ik heb van die religies geen verstand. Ik weet wel iets van christenen, en ik denk daarom te kunnen zeggen dat aan hen in dit boek geen recht wordt gedaan.

Dat geldt dadelijk voor de grondslag waarop het hele betoog gebouwd is: het verschil tussen logos en mythos. De logos hoort dan thuis in de sfeer van de wetenschap, de mythos in die van het geloof. Voor de premoderne mens stonden die twee naast elkaar. Toen de moderne wereld zich begon aan te kondigen gingen gelovigen die met elkaar verwarren. De eerste boosdoeners die mevrouw Armstrong aanwijst zijn Luther, Zwingli en Calvijn. Die ,,begonnen over de mythen van de religie te spreken alsof het logoi waren'' (83). Daaarmee begingen ze een ernstige fout, want zo mogen we de bijbel niet lezen. De mythos van de bijbel pretendeert helemaal niet feitelijk juist te zijn, net zo min als poëzie dat doet. In de mythische taal gaat een ongrijpbare betekenis schuil, die symbool is van een realiteit, die niet kan worden benoemd of beschreven. Het is de taal van de spirituele reflectie, waarover de wetenschappelijke logos niets heeft op te merken.

Ik denk niet dat Luther, Zwingli en Calvijn met deze bespiegelingen raad hadden geweten. Maar hun katholieke tijdgenoten evenmin. Christelijke zestiende-eeuwers van elke denominatie zouden Karen Armstrongs ideeën over de aard van de Heilige Schrift zeer beslist hebben afgewezen. Ze wilden dat boek niet verbannen naar het domein van de mythos, omdat ze die tegenstelling in het geheel niet aanvaardden. Dat was ook geen willekeurige beslissing van hun kant. Ze lazen de bijbel zoals die zichzelf aanbiedt, namelijk als een boek dat naar de regels van de logos geschreven is. De bijbel staat vol met jaartallen, en probeert nauwkeurige dateringen te geven. De bijbelschrijvers verwijzen regelmatig naar hun bronnen, en vertellen niet meer dan ze kunnen verantwoorden. Dat zijn typische kenmerken van de logos. Met mythos wilden de auteurs van het nieuwe testament niets te maken hebben. Petrus noemt dat vernuftig gevonden verdichtsels, en Paulus spreekt van onheilige oudevrouwenpraat.

Je zou de apostelen dus fundamentalisten kunnen noemen, net zo goed als de reformatoren. Ze wilden het Woord Gods niet inruilen tegen een mythe. Anders dan Karen Armstrong meent, is het zogenaamde fundamentalisme niet een nieuwe manier om de bijbel te lezen. Historisch gezien is het daarentegen wel nieuw, de bijbel te kwalificeren als mythos. Tot die opvatting is men gekomen in antwoord op kritiek vanuit de wetenschap. Het betreft dan overigens pas in tweede instantie natuurwetenschap en techniek, waar mevrouw Armstrong vooral van spreekt. De eerste verantwoordelijkheid ligt hier bij de theologie, die onder invloed van de Verlichting haar object van onderzoek anders is gaan bekijken. Op den duur kwamen er toen theologen, die meenden aan de bijbel beter recht te doen door hem niet langer als logos, doch als mythos te beschouwen. Die visie heeft onder vrijzinnige theologen veel aanhang verworven, en ze wordt door Karen Armstrong als de enig mogelijke gepresenteerd. Natuurlijk staat het haar vrij om zo te denken. Maar ze doet de geschiedenis geweld aan, als ze deze vrijzinnige bijbelbeschouwing met terugwerkende kracht geldig verklaart voor de kerk van alle tijden en plaatsen.

Eénvraag rest dan nog. Hoe kan ze tot deze merkwaardige constructie gekomen zijn? Waarom laat ze alle dingen van plaats verwisselen, zodat oud verandert in nieuw, en nieuw in oud? Waarom neemt ze tegenover elke vorm van fundamentalisme zo'n afwerende houding aan? Haar antwoord lijkt eenvoudig: fundamentalisme is een ideologie van haat en geweld. Maar tegelijk is fundamentalisme ook ontkenning van de mythos. Die twee zijn niet aan elkaar gelijk. Wie zegt dat de bijbel van kaft tot kaft Gods Woord is kiest daarmee niet automatisch voor dwang en terreur. Of zou je soms moeten zeggen dat de boeken van James Packer, Edward Young en Martyn Lloyd-Jones een bedreiging vormen voor vrede, vrijheid en democratie? Alleen al de gedachte lijkt mij eenvoudig absurd.

Daarom is het jammer, dat mevrouw Armstrong haar onderwerp niet helder heeft afgebakend. Ze had ons duidelijk moeten maken wie eigenlijk haar vijanden zijn. Nu geeft ze de indruk dat een reformatorische bijbelschool even bedenkelijk is voor westerse normen en waarden als een opleidingskamp voor terroristen. Misschien vindt ze dat ook werkelijk. Mythos is voor haar de enig mogelijke manier van geloven. Dat is haar hoogste waarheid, en fundamentalisten loochenen die. Maar wie dan om de eigen waarheid te beschermen het fundamentalisme criminaliseert, beschermt zichzelf met dezelfde middelen die bij anderen zo verfoeilijk schijnen.

Deel dit artikel