Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor Piero Manzoni kon alles kunst zijn. Ook een blikje poep

Cultuur

Henny de Lange

Piero Manzoni, Merda d'Artista n. 63, 1961. Blikjes met poep van kunstenaar Piero Manzoni zijn te zien in het Stedelijk Museum Schiedam © Fotografie Agostino Osio - ©Pictoright Amsterdam 2019
recensie

Is dat nou kunst? Die vraag wordt al gauw gesteld bij het werk van Piero Manzoni. Voor het eerst sinds vijftig jaar is het hier weer te zien, in het Stedelijk Museum Schiedam. 

Conservenblikjes met poep van de kunstenaar. Een hardgekookt ei met diens vingerafdruk. Volledig witte schilderijen zonder voorstelling. Is dit nou kunst? Die vraag zal onvermijdelijk opkomen bij bezoekers van de tentoonstelling over de Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni (1933-1963). Voor het eerst sinds vijftig jaar in Nederland is een uitgebreid overzicht te zien van zijn werk in het Stedelijk Museum Schiedam. 

Lees verder na de advertentie

Manzoni zette in zijn korte leven – hij overleed op z’n 29ste aan een hartaanval – de kunstwereld behoorlijk op stelten. Voor hem kon alles kunst zijn. Dus ook zijn eigen uitwerpselen, waarmee hij negentig genummerde blikjes vulde, elk met een inhoud van 30 gram. Die verkocht hij in vier talen als Merda d’artista/Künstlerscheisse/Merde d’artiste/Artist's shit.

In Schiedam staan zes van die blikjes in een glazen vitrine, als waren het kostbare relikwieën. “Weet je wel hoe duur zo’n blikje is?” zegt conservator Colin Huizing. In 2016 werd op een veiling voor één blikje 275.000 euro betaald. Is het al bizar om je eigen poep in te blikken; nog gekker is het dat mensen deze shit voor goud geld willen kopen. Letterlijk: Manzoni bepaalde dat een blikje even veel moest kosten als de dagwaarde van 30 gram goud. 

In 2016 werd voor één blikje 275.000 euro betaald

De Italiaanse kunstenaar Piero Manzoni zette in zijn korte leven de kunstwereld op stelten. Hij overleed in 1963 op 29-jarige leeftijd. © Piero Manzoni

Manzoni is niet de enige die zestig jaar geleden de beeldende kunst radicaal wil veranderen. De Italiaan Lucio Fontana gaat zijn schildersdoek met een priem en mes te lijf. De Fransman Yves Klein schildert compleet blauwe doeken. Als  Manzoni die ziet in een galerie in Milaan, komt hij op het idee om geheel witte voorstellingsloze varianten te maken, zonder verf.  Hij dompelt doeken in natte gipsklei en legt ze op canvas. Tijdens het drogen ontstaan er  onvoorspelbare plooien en kreukels. Achterliggende gedachte: niet de kunstenaar ‘schildert’ het doek, dat doet het zelf, waarmee het schilderij wordt teruggebracht tot het nulpunt: een non-schilderij. 

Manzoni dompelt doeken in natte gipsklei en legt ze op canvas. Tijdens het drogen ontstaan onvoorspelbare plooien en kreukels. Het wordt een non-schilderij

In 1958 gaat Manzoni met een aantal witte minimalistische werken naar Rotterdam om die tentoon te stellen in het Groothandelsgebouw. Maar de organisatie ziet niets in zijn ‘Achromes’ (letterlijk: zonder kleur). De Rotterdamse galeriehouder Hans Sonnenberg vindt het wel interessant werk. Hij neemt Manzoni op in de door hem opgerichte groep van Zero-kunstenaars, een divers gezelschap met onder meer Jan Schoonhoven en Henk Peeters. Zij experimenteren ook met nieuwe vormen van expressie, waarbij het achterliggende idee vaak belangrijker is dan de uitvoering. Ze zijn onder de indruk van Manzoni, die volgens Schoonhoven de noodzaak laat zien ‘ook de laatste resten van het overbodige overboord te zetten'. De tentoonstelling brengt in beeld hoe deze Nederlandse kunstenaarsgroep zich laat beïnvloeden door de Italiaan. Zo worden de grauwe reliëfs van Schoonhoven spierwit. En Henk Peeters gaat ‘schilderijen’ maken van bolletjes witte watten, in navolging van Manzoni's doeken van veren en donsjes. Ze ageren hiermee ook tegen wat zij noemen het ‘kleurig gekakel’ van het abstract-expressionisme uit de jaren vijftig.  

De ten­toon­stel­ling in Schiedam brengt in kaart hoe de Nederlandse Ze­ro-kun­ste­naars zich lieten beïnvloeden door de Italiaan

Manzoni doet in 1962 ook mee aan de eerste grote tentoonstelling van Nederlandse Nul- en internationale Zero-kunstenaars in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij laat er zijn poepblikjes zien en voert een performance op. Terwijl een papierrol langzaam wordt  uitgerold, tekent hij daar een lijn op. Na een bepaalde afstand te hebben afgelegd, wordt de de rol afgescheurd en ingeblikt. De kritiek is niet van de lucht. De kunstcriticus van Het Parool schrijft: ‘Met Sandberg (de toenmalige directeur van het Stedelijk, red.) naar het absolute nulpunt’. Ook de Duitse Zero-kunstenaars, die vooral bezig zijn met bewegende kunst, vinden de ingeblikte kunst van Manzoni te conceptueel. Manzoni dreigt daarop witte kippen los te laten in het museum onder het motto: die zijn ook wit en bewegen, net als de werken van zijn Duitse collega's. 

Piero Manzoni, Base Magica, Scultura Vivente, 1961, de magische sokkel waarop elke bezoeker verandert in een kunstwerk. © Collectie Fondazione Piero Manzoni, Milaan - ©Pictoright Amsterdam 2019

Niets is Manzoni te dol. Ook mensen kunnen volgens hem een kunstwerk zijn. Hij signeert lichaamsdelen en geeft echtheidscertificaten uit en een sticker. Een rode sticker geeft aan dat iemand een volledig kunstwerk is, een gele laat zien dat het slechts om een deel van het lichaam gaat. In Schiedam staat ook een kopie van de Base Magica, de magische sokkel waarop Manzoni mensen liet plaatsnemen om zelf een levend kunstwerk te worden. Van de hele wereld kan hij een kunstwerk maken, zegt hij, heel simpel door een sokkel te pakken en die op zijn kop te zetten.  

Er valt veel te lachen op deze tentoonstelling. Op aanstekelijke wijze wordt het fenomeen conceptuele kunst behapbaar gemaakt voor een breed publiek. Al zullen bezoekers zich vast ook ergeren of zich in de maling genomen voelen: is dit nou kunst? Wel in het universum van Manzoni. Hij laat je ontdekken hoe verfrissend het kan zijn om eens op een heel andere manier naar de wereld te kijken.  

Manzoni in Holland, t/m 2 juni in Stedelijk Museum Schiedam.
★★★★☆

Less is More in Museum Voorlinden

Het hangt in de lucht, de hernieuwde aandacht voor kunststromingen in de jaren '60, zoals Zero en Minimal Art. Ook Museum Voorlinden in Wassenaar haakt er op in met de tentoonstelling Less is More. Daar is werk te zien van kunstenaars die teruggrijpen op de minimalistische principes van destijds en op zoek zijn naar de essentie, een nieuw nulpunt,  net zoals destijds Zero-kunstenaars als Piero Manzoni, Jan Schoonhoven en Jan Henderikse. 

Less is more, t/m november 2019 in Museum Voorlinden, Wassenaar.

Lees ook:

Tegen de rechte lijn in

Hundertwasser-huizen zijn wereldberoemd, maar de Oostenrijkse kunstenaar had meer in zijn mars. Het Cobramuseum toont zijn vroege schilderijen naast werken van zijn beroemde vrienden.

Deel dit artikel

In 2016 werd voor één blikje 275.000 euro betaald

Manzoni dompelt doeken in natte gipsklei en legt ze op canvas. Tijdens het drogen ontstaan onvoorspelbare plooien en kreukels. Het wordt een non-schilderij

De ten­toon­stel­ling in Schiedam brengt in kaart hoe de Nederlandse Ze­ro-kun­ste­naars zich lieten beïnvloeden door de Italiaan